Kees van Domselaar – Fabrieksinstellingen

Het toevallige en achteloze van een bestaan

Recensie door Michiel van Diggelen

Kees van Domselaar (1954) publiceerde onlangs zijn vierde bundel, Fabrieksinstellingen. Eerder verschenen van hem Postfris (2005), Een vrouw op het Zuiden (2009) en De stille fanfare (2019). Domselaar groeide op in Zeist en woont er nog steeds. Het deftige dorp en de omgeving vormen het landschap van zijn ziel. Het motto van Fabrieksinstellingen is een citaat uit het werk van J.C. Bloem: ‘Ten einde is dit wellicht nog ’t meest: / te kunnen zeggen: het is even / tussen twee stilten luid geweest.’ Waarbij de afbeelding op de voorkant van de bundel – van een geluidsfrequentie, door Steven van der Gaauw – beginnend en eindigend met nul, mooi aansluit.

Van Domselaar staat als dichter in de klassieke traditie van Bloem en Nijhoff en zijn werk doet denken aan dat van Herzberg en Kopland. Hij schrijft geen ingewikkelde, abstracte gedichten, maar neemt concrete gebeurtenissen en herinneringen, voorwerpen en plaatsen en mensen als uitgangspunt. Zijn werk wordt gekenmerkt door een besef dat alles vergankelijk en niets blijvend is. IJdelheid der ijdelheden, zou de Prediker zeggen. En de dood blijkt nooit ver weg, zoals in een gedicht uit zijn eerste bundel Postfris. Als het gebeurt, dat de kouwe kraai neerstrijkt / die de dag breekt en de hoop een slappe hand is / en het luistert niet meer nauw’.

Spel en werkelijkheid

Wat in zijn leven tot voor enkele jaren terug een spel was, over alles wat een mens kon overkomen of werd waargenomen bij familieleden of vrienden, is in de nieuwe bundel Fabrieksinstellingen realiteit voor de dichter geworden. En is ‘Luistert niet meer nauw’ – ‘niets luistert meer’ geworden. In het voorjaar van 2023 werd Van Domselaar ernstig ziek en dicht hierover. ‘Hoe het geheel / buiten je om gebeurt / wat je lichaam bekokstooft’. In deze situatie maakte de dichter haast met het schrijven van de bundel die hij onder handen had. Deze gedichten zijn, om het zo maar eens te zeggen – positieve bijwerkingen, een zegen – van de ziekte. Vandaar de titel ‘Bijwerkingen’ van de eerste sectie gedichten in deze bundel. In zijn gedichten kan de dichter overleven. ‘voortvluchtig als we zijn waren we vergeten / waar we woonden / behalve dan / in het gedicht’.

In het eerste gedicht maakt de dichter meteen duidelijk waar de bundel over gaat en staat de titel al genoemd. Een man ‘van top tot teen met tijd besmet’ die de ‘voortgang van zijn dagen uitziekt’ staat voor het raam. Hij ziet zichzelf weerkaatst en maakt de balans op van zijn bestaan. De laatste strofe: ‘Verlaat mij niet, zei hij, staande / voor zijn spiegel en keek zijn profiel / voor altijd aan, terug, zei hij, zie hier dan / de fabrieksinstellingen van mijn bestaan.’

Fabrieksinstellingen is een woord uit een gebruiksaanwijzing. Als een apparaat het niet meer doet, bestaat de optie om het via die instellingen te resetten. De zieke man in Van Domselaars gedichten probeert uit noodzaak zijn leven in fabrieksinstellingen te plaatsen, een romantisch terug naar het begin. Wat voor een apparaat mogelijk is, is dat voor een mens niet, maar wel voor een dichter. Ieder gedicht is een nieuw begin waarin het leven een nieuwe vorm krijgt. Ieder gedicht is een terugkeer naar hoe het begon en wat van betekenis was, naar de kern. Wat voor de dichter de kern is, blijkt uit zijn gedichten. Die gaan over zijn geliefden, zijn ouders, zijn (kinds)kinderen, zijn vrienden, de muziek die hij luisterde, de poëzie die hij las, de omgeving van het dorp Zeist waar hij opgroeide en de taaltraditie waarin hij werd opgevoed. Die van de Statenvertaling, van Johannes de Heer en van de psalmen, die hem beelden verstrekte voor wat hij dacht, voelde en beleefde. Hij kan en wil die taal niet verloochenen in zijn gedichten al spot hij er anderzijds ook volop mee. Die christelijke taaltraditie is voor hem een rijk bezit zoals blijkt in ‘Hoog Beek en Royen’, dat sterke herinnert aan het werk van Rutger Kopland.

‘Al wandelend onder de oude bomen
van het landgoed Hoog Beek en Royen
bespraken we de eeuwige gang van zaken
terwijl er iets ruischte langs de wolken

we droegen rugzakjes met oude verhalen
verzamelden restjes van een bezield verband
hoorden in de verte een orgel vol hele noten
en zongen balorig een lied van genade’
(…)

Relativering van een dichter

De bundel bevat enkele gedichten over zijn familie, zijn ouders, zijn vrouw en (kinds)kinderen. Het gedicht ‘Bij toeval verwekt in het eenmalige spreekt over het toevallige en achteloze van het bestaan van een mens. ‘Bij toeval verwekt in het eenmalige / en volop deelgenomen aan de tijd / angst, plezier, verdriet, geluk en woede / en lang geleden liefde, die hem spijt’. Van Domselaar spot ook met zijn familie. Zijn moeder waarschuwde hem ooit dat hij zichzelf nog wel eens tegen zou komen als hij zo door zou gaan. Hij schrijft hierover, ‘Je komt jezelf / nog weleens tegen / zei mijn moeder / lang geleden / in een boze bui // vandaag was het zover.’ De vader komt in de bundel voor als de man die aan tafel bidt in een gedicht waarin de leraar in Van Domselaar om de hoek komt kijken en hij de verleden tijd ‘geschiedde’ en de aanvoegende wijs ‘geschiede’ naast elkaar gebruikt.

‘Uw wil geschiede
gelijk in de hemel
alzoo ook op de aarde

ik was een kind
aan tafel en wist niet
wat het betekende

maar zo mooi klonk het
uit de mond van mijn vader
dag in, dag uit, na het eten

voorbij en leeg geworden
die oude woorden
Uw wil geschiedde.

Hoe urgent zijn levenssituatie tijdens het schrijven van deze gedichten ook was, Van Domselaar kan ook dan nog relativeren. ‘Nooit is er zekerheid / wat er precies gebeurt / zelden sterft een mens / tijdens zijn diagnose’.

Ontroering en vertedering

In de tweede sectie gedichten, ‘Twaalf intieme gesprekken uit de nalatenschap van Jeroen Dageraath’, is Van Domselaar ronduit geestig. Jeroen Dageraath is een pseudoniem van de dichter uit vroeger tijden. De gedichten gaan over een merel-echtpaartje dat op een tak zit. De vrouwtjesmerel is nuchter en praktisch, het mannetje doet allerlei quasifilosofische uitspraken die door het vrouwtje gerelativeerd worden. De lol die de dichter bij het schrijven ervan moet hebben gehad, spat ervan af. Ontroering en vertedering vechten om voorrang. ‘Heb je wel gehoord / vroeg de merel aan zijn vrouw / hoe mooi ik gisteravond floot? // ach lieverd, zei zijn vrouw / het geeft niet / maar juist als je fluit / hoor ik / dat je ouder wordt.’

De bundel sluit af met een serie luchthartige gedichten met grote levensthema’s geformuleerd in een heldere en directe taal. Zijn vakmanschap bewaart de gedichten voor al te oppervlakkige sentimentaliteit. In zijn werk breekt ook af en toe een glimp van hoop door, naast het ‘basso continuo’ van de dood.

‘We moesten maar niet denken
aan de dood
dat kon altijd nog

we moesten maar denken
aan groeien en bloeien
en aan de kleinkinderen
en aan al het leven
dat nog kwam

aan al die foto’s
en filmpjes
die nog moesten.’

In Fabrieksinstellingen toont Domselaar zich, in de woorden van de dichter K. Michel, ‘Naakt als de stenen’.

Omslag Fabrieksinstellingen - Kees van Domselaar
Fabrieksinstellingen
Kees van Domselaar
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2024)
ISBN: 9789029553193
72 pagina's
Prijs: € 20,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Michiel van Diggelen:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 2
Score: 1
Score: 1