Ergens in een van de delen van Mijn strijd herinnert Karl Ove Knausgård zich over het geworstel in het begin van zijn schrijverscarrière: ‘Ik moest en zou groot worden.’ Die ambitie heeft hij aardig verwezenlijkt. Hij werd niet alleen een groot schrijver, hij bleef en blijft het ook. Daar is de trilogie De morgenster het bewijs voor. In de boeken lezen we over delen uit de levens van mensen, steeds vanuit het perspectief van een ander ik-personage. Er liggen talloze verbanden tussen personages en gebeurtenissen en soms zijn die er ook helemaal niet.
Het derde rijk is deel 3 van deze trilogie. Sommige ik-personages uit deel 1 komen terug maar nu vanuit hun eigen perspectief als echtgeno(o)t(e), dochter, vriend. Eerst antagonist, nu protagonist. Alleen Syvert vormt via De wolven van de eeuwigheid (deel 2) een constante. Waar hij in Wolven naar Rusland ging om zijn halfzus Alevtina voor het eerst te ontmoeten, komt hij in Het derde rijk terug van die reis en constateert dat zijn begrafenisonderneming vrijwel stil ligt omdat er al dagenlang niemand gestorven is. De nieuwe ster en de aanhoudende hitte vormen net als in de eerdere delen het decor en ook dood en religie behoren weer tot Knausgårds ingrediënten.
We zien Gaute’s blik tegenover echtgenote en predikant Kathrine die in deel 1 na een vliegreis opeens besluit de nacht in een hotel door te brengen en daar tegen Gaute over liegt. Een nieuw personage is de architect Helge die contact zoekt met Syvert om hem iets over diens overleden vader te vertellen. De ster, nu soms de komeet genoemd, wordt door een paar bijfiguren vaag verklaard met wetenschap en religie, het mysterie van het dagenlange gebrek aan sterfgevallen blijft onopgelost.
Qua doorwrochte essays of essayistische stukken heeft de schrijver zich deze keer beperkt tot enkele pagina’s over neuroloog en onderzoeker Jarle die een boek schrijft over het brein en het bewuste en onbewuste. Ook onderzoekt hij met een collega of er bij een hersendode patiënt toch nog iets van bewustzijn aanwezig is. Van deze patiënt, Ramsvik, beschrijft Knausgård een paar pagina’s over hersenactiviteit, liever gezegd gedachtespinsels die aan een psychose doen denken. In de richting van een psychose gaat ook ik-personage Tove, vrouw van Arne via wiens perspectief hun gezin in De morgenster vakantie heeft, wat we nu door de ogen en gedachten van Tove meemaken.
Heavy metal
Enkele andere feiten die in een essay niet zouden misstaan zijn in een dialoog gegoten. Politieman Geir onderzoekt de raadselachtige, rituele moord in een bos op drie leden van een ‘doodgewone blackmetalband’ – die plaatsgevonden heeft in deel 1 – en bekijkt daartoe filmpjes over heavy metal. Hij belt met een kenner om meer over de ‘scene’ te weten te komen. De bands uit de eerste generatie noemden zich satanisten, vertelt de deskundige. Die uit de tweede golf hielden zich bezig met de oud-Scandinavische Odin en Vikingen en de ‘de nieuwe garde gaat in alles een stapje verder. (…) Satan is belangrijk voor ze (…) staat voor het dierlijke, voor bloed, aarde en pijn en dood (…). Ze zijn niet online, ze hebben geen mobieltjes of computers. Ze doen niet aan goedkoop bij de slager gehaalde schapen- of varkenskoppen op staken (…) ze offeren zelf dieren.’ Domen is zo’n band, nergens op het internet te vinden. ‘Ze spelen alleen een doodenkele keer live, en dan alleen voor de incrowd.’
Line, in deel 1 de introverte dochter van Solveigh, heeft de knappe Valdemar ontmoet. Hij bepaalt of en waar ze elkaar zien, Line is onzeker of hij wel iets voor haar voelt. Omdat ze verliefd is gaat ze in op zijn uitnodiging om hem in Zweden te treffen, terwijl ze hem eigenlijk nauwelijks kent en niet weet waar ze terecht zal komen. Het blijkt ergens in een bos te zijn bij een concert van Domen waarvan Valdemar de gevierde leider is. De bandleden dragen dierenkoppen en scanderen ‘De mens is God’ en ‘Wij zijn Goden.’ Ze hebben nazi-sympathieën en Valdemar staat welwillend tegenover Hitler. Als hij het over het derde rijk had ‘bedoelde hij niet dat van de nazi’s, maar iets wat ze in de middeleeuwen hadden geloofd, dat het eerste rijk de tijd van God was, het tweede rijk de tijd van Jezus en het derde rijk de tijd van de heilige geest.’ Line heeft seks met hem, maar als er een mes tevoorschijn komt keert ze zich van hem af. Weken later blijkt ze zwanger te zijn, een wat triviaal gegeven, en dan nog steeds verliefd en onder de indruk van de ongrijpbare Valdemar denkt ze erover om het kind te houden. Het zal niet verbazen als dit de aanzet voor een volgend boek blijkt te zijn.
Andere sfeer
Een van de eerste dingen die opvalt bij het lezen van Het derde rijk is dat de sfeer van het boek anders is dan die in Knausgårds eerdere boeken. Wat blijkt? Waar De morgenster en De wolven van de eeuwigheid zijn vertaald door Marin Mars komt de vertaling van Het derde rijk van Maaike van Rijn. Dat zal de andere sfeer verklaren.
Het tweede dat opvalt is dat zinnen vaak beginnen met een werkwoord waarbij het persoonlijk voornaamwoord ontbreekt, zoals: ‘Hield het pakje sigaretten voor me op.’ Of ‘”Ja”, zei ik. Knikte.’ Niet een enkele keer, maar het hele boek door ontbreekt regelmatig vooral ‘ik’. Ook lijkt er een zekere verruwing te zijn opgetreden, peuk in plaats van sigaret, kraaien die hun bek houden, en verdomme of godverdomme – waar je gezien Knausgårds eerdere boeken godsamme verwacht – komt regelmatig voor. De woordkeus is soms vreemd: een haardos is ‘ongeschonden’, ‘milieu’ in plaats van het Engelse ‘scene’, waardoor je aanvankelijk op het verkeerde been wordt gezet.* ‘Onder ons’ waar ‘beneden’ logischer was geweest. Knausgård zelf doet met de keuze voor modieuze, wat banale woorden als vape, Tesla, kudo’s, afbreuk aan de doorgaans beschouwende sfeer. Gelukkig is het boek weer zo rijk dat over deze kleine irritaties heen te stappen valt. Het verhaal blijft boeien met de talloze kleine en grote gebeurtenissen, vol zijweggetjes die hun logische vervolg vinden in de gedachten en handelingen van de ik-persoon. Met tussendoor altijd de gewone dagelijkse dingen als het eten, de boodschappen, autorijden, de tobbende relaties en vooral niet te vergeten de machtige Noorse natuur.
Het begon en hield op
Het essay van Egil in De morgenster eindigt als de ster net verschenen is met ‘Ik weet wat dat betekent. Dat betekent dat het begonnen is.’ Op het einde van Het derde rijk gaat psychiatrisch patiënte Tove met moordverdachte Jesper naar een raam. Ze kijken samen naar buiten. ‘(…) de fjord, de bergen aan de andere kant, de hemel erboven, waarin de ster stond te stralen. En toen niet meer.’ Het is de laatste zin van het intrigerende drieluik. Het licht is uit, de door Knausgård betoverde lezer blijft peinzend achter.
- Vertaalster Maaike van Rijn heeft naar aanleiding van deze bespreking onder meer laten weten dat het weglaten van het persoonlijk voornaamwoord bij uitstek een stijlkenmerk van Knausgård is; dat de auteur er soms stevig op los vloekt; dat ‘milieu’ hier politiejargon is.










