De Duitse kunstenaar Anselm Kiefer groeide op tussen de rivier en het bos in het Zwarte Woud. Dat vond de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård een fascinerende gedachte en hij koos Het bos en de rivier als titel van zijn boek over Kiefer. Het boek verscheen naar aanleiding van een artikel dat hij over de kunstenaar schreef. Knausgård, wereldberoemd geworden met de zesdelige autobiografische romanserie Mijn strijd, stelde eerder een expositie samen met minder bekend werk van de kunstenaar Edvard Munch, over wie hij het boek Zoveel verlangen op zo’n klein oppervlak schreef.
Anselm Kiefer was voor Knausgård een naam van een hedendaagse kunstenaar die hem intrigeerde omdat zijn kunstwerken ‘zo monumentaal zijn, zo beladen door de tijd, zo bezwaard door de geschiedenis, en omdat het private, het kleine en persoonlijke, er geheel in ontbreekt.’ Anselm Kiefer, een actieve zeventiger, is allang gecanoniseerd en mag de grootste nog levende kunstenaar ter wereld worden genoemd. ‘Zijn naam is een soort merk geworden, en als kunstenaar vertegenwoordigt hij niet langer het nieuwe en subversieve, maar maakt hij deel uit van het establishment.’ Kiefer heeft de gave om toeschouwers zijn schilderijen in te laten zuigen, zo oordeelt Knausgård. ‘Ik keek niet zomaar naar een schilderij, het was alsof het schilderij me omsloot en me vervulde met zijn stemming, waartegen ik geen verweer had.’
Mislukkingen
Naar aanleiding van diverse ontmoetingen wil Knausgård een artikel schrijven over de kunstenaar en zijn werk. Hij ontmoet hem in Kiefers atelier nabij Parijs en in La Ribaute, in het Zuid-Franse Barjac, waar de kunstenaar op een verlaten industrieterrein een enorm atelier heeft. Knausgård is aanwezig tijdens een lezing van Kiefer in Freiburg waar hij ooit studeerde; hij ontmoet hem in Londen bij een grote expositie en samen bezoeken ze zijn geboorteplaats Donaueschingen in het Zwarte Woud, waar ze ook de bevriende adellijke familie zu Fürstenberg bezoeken.
Tijdens die ontmoetingen raakt Knausgård steeds meer in Kiefers ban. Hij probeert hem te doorgronden, wat hem eigenlijk nooit echt lukt en waardoor het hem veel moeite kost om het artikel te schrijven. Hij communiceert met Waltraud Forelli, Kiefers persoonlijk assistente, die zeer loyaal en betrokken alles voor de kunstenaar organiseert en regelt. Zij vangt Knausgård op, leidt hem rond in het atelier en is altijd aanwezig bij de gesprekken. Knausgård is getuige van de constructie van de enorme schilderijen die Kiefer maakt met behulp van een paar ambachtslieden en beschrijft het intrigerende proces van het lood afgieten op een paar megagrote kunstwerken. Het lood stolt en wordt er weer afgetrokken. Helaas, Kiefer is niet tevreden, maar er echt mee zitten lijkt hij niet te doen, de mislukkingen zijn deel van het proces.
Waar was Kiefer in zijn kunst?
Waar Kiefer in zijn kunst was, is de vraag die Knausgård beantwoord wil hebben. Hij wil de echte Kiefer, de persoon, de mens, ontmoeten in zijn werk, wat niet meevalt omdat het zo veelzijdig en verschillend is. En hoe beter hij hem leert kennen, hoe minder hij hem kan duiden. Kiefer is sociaal, maakt graag grapjes en giechelt erop los, geniet van aandacht, doet hartelijk mee aan smalltalk, zoals het koffietafelgesprek bij de bevriende adellijke familie zu Fürstenberg laat zien, maar hij is ook een loner en een keiharde werker. Zo op het eerste gezicht lijkt Kiefer een doorsnee man, maar schijn bedriegt. Het liefst is hij aan het werk en dat is een volgende vraag die Knausgård stelt. ‘Waar kwamen al die kunstwerken vandaan?’ En ‘Wat was kunst überhaupt?’
In een aantekenboekje dat Kiefer uitgaf, las Knausgård een zin die hem bijbleef. Wanneer hij die zin, ‘Een manier om iets te verbergen door de innerlijke ruimte uit te breiden’, aan Kiefer voorlegt reageert de kunstenaar verbaasd: ‘”Heb ik dat geschreven? Of hebt u dat geschreven” vroeg Kiefer. “U hebt het geschreven. Ik heb het geciteerd. Het komt uit uw boek.” “Hahahaha!” “Kunt u het nog eens voorlezen?” vroeg Forelli. “Het is een paradox,” zei Kiefer. “Ik hou van paradoxen.” (…) “Soms ben ik verrast door de dingen die ik geschreven heb,” zei hij. “Soms denk ik, o, ben ik dat?”’ Het zijn deze letterlijke transcripties van de gesprekken die het boek zo leesbaar maken en een mooi beeld geven van Kiefers associatieve geest en luchtigheid, waarmee hij tegelijkertijd een haast mystiek waas over zijn persoonlijkheid legt.
Paus of jurist?
Hij praat graag over zijn jeugd, waar volgens Knausgård toch de basis van zijn thematiek ligt. Geboren in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog is Kiefer geobsedeerd door de oorlog. Als jongetje wilde hij paus worden, hij ging rechten studeren, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Hij was een kunstenaar in de dop, zijn leermeesters herkenden zijn talent al vroeg.
Zijn persoonlijke worsteling met het schrijven van het artikel weeft Knausgård mooi door zijn zoektocht heen, waarmee we in Het bos en de rivier ook de schrijver Karl Ove aanschouwen. Daarom is dit boek zo’n mooi portret van eigenlijk twee kunstenaars die min of meer noodgedwongen met elkaar optrekken: Knausgårds frustratie als Kiefer niet de antwoorden geeft die hij verwachtte, zijn ongemak en bescheiden wegduiken als hij dreigt herkend te worden, of wanneer Kiefer hem en plein public omhelst met twee kussen op beide wangen. Of tijdens de laatste ontmoeting zijn lichte wrevel als Kiefer hem niet lijkt te herkennen, omdat zijn haar wat langer is.
Nadat het artikel eindelijk in 2020 in The New York Times Magazine is gepubliceerd, schrijft Kiefer hem een briefje: ‘Ik vond uw tekst goed. Wanneer zien we elkaar nog eens terug? Laat uw haar niet knippen, Anselm.’ Waarmee Kiefer aangeeft hem de laatste keer wel herkend te hebben. Of was het toch Forelli die hem had ingefluisterd dat het Knausgård was met wie hij sprak? We zullen het nooit weten.
Aquarellen
Naast de zware bos- en landwerken, zijn oorlogsstukken, installaties en constructies, de talloze loodboeken die Kiefer maakte, is hij ook een begenadigd aquarellist die met ijle, transparante zonnige kleuren schildert. De afbeeldingen mocht Knausgård gebruiken in dit prachtig uitgegeven boek, waarin de vraag wie Kiefer nu eigenlijk is en waar hij in zijn werk te vinden is niet echt wordt beantwoord. Maar dat geeft niet als je te maken hebt met zo’n bijzondere persoonlijkheid, die aanleiding geeft tot een aantal uren boeiend leesvertier.










