Alle tijden zijn onzeker is de nieuwste roman van Joke van Leeuwen. Een grote klimaatramp speelt een rol, er is sprake van polarisatie, wantrouwen in wetenschap, en er worden complottheorieën aangehangen over orgieën met zelfs kinderen en een bad vol kinderbloed. Kinderen worden bij hun ouders weggehaald omdat dat beter voor hen zou zijn, er vindt exorbitante zelfverrijking plaats, er is ‘geen man die deugt’ en ergens op een muur staat ‘Ga trug nar je eige lant’. Van Leeuwen heeft dus een bijzonder actuele roman geschreven zou je denken. Maar schijn bedriegt, want Alle tijden zijn onzeker speelt in het Parijs van enkele jaren voor de Franse Revolutie, in 1783 en 1784. Onzekere tijden zijn blijkbaar van alle tijden.
De prachtige en verzorgde schrijfstijl van de de 72-jarige schrijfster, is het eerste wat opvalt. ’In de vroege zomer van 1783 vliegen de merels en spreeuwen rusteloos boven de daken van die ene hoofdstad waar de rivier als een kromme ruggengraat doorheen stroomt.’ De geboren Nederlandse die sinds haar dertiende in België woont, schrijft en illustreert al meer dan vijfendertig jaar kinderboeken, romans, non-fictie en poëzie en haar werk is vele malen bekroond. Ook in deze roman is haar poëtische taalgebruik een lust om te lezen. Ze verstaat de kunst van wat ze zelf de ‘nadenkende lichtheid’ noemt, een term van Italo Calvino die staat voor taal waarmee wezenlijke zaken op lichte wijze toegankelijk worden gemaakt.
Mensen en omstandigheden
De wezenlijke zaken waar het in dit boek om gaat zijn zaken van gewone mensen in het 18e eeuwse Parijs én die van vorst Lodewijk XVl en zijn Oostenrijkse vrouw Marie-Antoinette. Parijzenaar Gaston D. lijdt na het overlijden van zijn vrouw dertien jaar eerder aan godsdienstwaanzin. Hij verkondigt op straat vanaf een houten kistje de boodschap van de Allerhoogste. De jonge dakloze wees Pierre wordt zijn ‘discipel’, ook al weet hij zelf niet zo goed wat dat is. Pierres vader verliet het gezin al vroeg voor een andere dame en zijn moeder is aan de pokken overleden. Hij is een onzekere zoekende tiener, niet dom maar wel beïnvloedbaar en naïef. Daarnaast is er Vince, de vrolijke, nieuwsgierige en creatieve echtgenoot van kostwinner Marie die in de drukkerij van haar vader werkt. De alwetende verteller laat de personages elkaar tegenkomen zonder dat ze het zelf weten en maakt ook duidelijk dat de verguisde en gedemoniseerde ‘Buitenlandse’ Marie-Antoinette een totaal eigen perspectief heeft en speelbal is van haar eigen en andere omstandigheden, die later tot de bekende bloedige ondergang van de Franse monarchie en henzelf zullen leiden.
Een zo’n belangrijke omstandigheid is de uitbarsting van de zogeheten spleetvulkaan Laki op IJsland in 1783, de grootste uitbarsting op IJsland ooit die ruim een half jaar duurde. Op het Europese vasteland zijn de (klimaat)gevolgen van deze uitbarsting groot. Parijs en zijn bewoners hebben te lijden onder een verstikkend hete mistige zomer, een ‘herfst in verwarring’ en een ‘stervenskoude winter’. Deze toentertijd onverklaarbare fenomenen maken de onwetenden vatbaar voor allerlei verklaringen zoals het naderende einde der tijden, een komeet die naar de aarde snelt en buitenlandse aanvallen. Er zijn grote tegenstellingen tussen doem- en complotdenkers als Gaston aan de ene kant en een rationele wetenschappelijke zoeker als Vince aan de andere kant, personages die overtuigend en aanstekelijk worden uitgewerkt. Gaston lijdt onder zelfverwijt na het overlijden van zijn vrouw en vindt wetenschap grootheidswaan, Vince doet niets liever dan dingen uitpluizen en uitproberen en is juist van de wetenschappelijke verklaringen. Hij is een uitvreter bij de gratie van zijn vrouw Marie die de kost verdient en kan naar hartenlust experimenteren en zich verdiepen in de raadselen van elektriciteit en magnetisme.
Zo kleuren mensen en omstandigheden een geschiedenis in. ‘De Buitenlandse’ die in Versailles baadt in exorbitante rijkdom valt in sommige opzichten niet te benijden. Van Leeuwen verstaat de kunst de lezer zelfs in haar en haar goede bedoelingen mee te laten leven. Op veertienjarige leeftijd wordt ze uitgehuwelijkt, in Frankrijk leeft ze letterlijk en figuurlijk in keurslijven. Ze doet haar best zich aan te passen, is begaan met arme kindertjes en houdt oprecht van haar eigen kinderen die ze graag wat meer zelf zou opvoeden. Ze weet dat ze bekritiseerd en bespot wordt, maar dat dat ondergrondse gerommel de opmaat is van een op handen zijnde figuurlijke vulkaanuitbarsting die zelfs de Franse monarchie op z’n grondvesten gaat laten schudden, kan zij natuurlijk niet bevroeden.
Verzet
In de drukkerij van haar vader werkt Marie zich een slag in de rondte. Vader is voor wat betreft zijn werk een opportunist. Hij drukt alles wat hem aangeboden wordt, dus ook spotprenten en ander opruiend en belastend materiaal over ‘de Buitenlandse’. Dat zijn enige dochter, een vrouw, de drukkerij draaiende houdt zint hem maar matig, helemaal omdat haar man Vince in zijn ogen een nietsnut is. Ontroerend is de beschrijving van de broze relatie tussen vader en dochter en hun strijd, die een climax bereikt als Marie een grens trekt bij een smadelijk en opruiend stuk over Marie-Antoinette: ‘Dit ga ik niet zetten […] ik heb nu al zoveel moeten zetten waar ik niet achter kan staan. Dit slaat alles.’ De breuk tussen vader en dochter is van korte duur want zij is toch zijn dochter. ‘Hij had haar willen omhelzen, maar zijn armen hadden dat niet goed geleerd.’ Haar man Vince blijft op zijn beurt bij zijn wetenschappelijk-kritische houding en weigert naar schoonvaders pijpen te dansen. De arme Pierre ondertussen, als slachtoffer van allerlei omstandigheden en van eigen misinterpretaties tot ‘eenzame wolf’ geworden, meent dat hij een belangrijke taak heeft uit te voeren. Hij wil niet naamloos sterven en realiseert zich dat het doden van een beroemd iemand door het doorsnijden van de hals hém bekend zal maken.
Na de extreem strenge winter van 1783 breekt er toch weer een voorjaar aan. ‘Het koninklijke sneeuwpoppenhoofd glijdt langzaam en onontkoombaar van zijn romp en ploft neer op kasseien, en niemand die er de onbedoelde vooruitwijzing in ziet naar wat negen jaar later met het echte hoofd zal gebeuren.’ Zover komt het niet in deze roman die laat zien dat een geschiedenis of gebeurtenis vele perspectieven kent en waarin de lezer tussen de regels door niet om de onmiskenbare paralellen tussen toen en nu heen kan. Joke van Leeuwen heeft op de regels zelf met Alle tijden zijn onzeker een boeiende historische roman geschreven waar de lezer in meerdere opzichten iets van kan leren.










