In 1969 verscheen Eer de haan kraait… Een Hollandse soldaat op Java van Jan van Waveren met een andere ondertitel en onder het pseudoniem ‘Jan Varenne’. Toen was het boek al ruim vijftien jaar klaar, maar in die tijd was er geen uitgever te vinden die zijn vingers eraan wilde branden. Het onderwerp lag in de Nederlandse samenleving veel te gevoelig. Indië en wat daar gebeurd was, daar werd niet over gesproken. Tot eind jaren zestig oud-militair Joop Hueting op tv en in de krant voor het eerst melding maakte van oorlogsmisdaden. De tijd was eindelijk rijp voor Van Waverens roman, waarin hij ‘met totale eerlijkheid’ verslag deed van zijn tijd in Indië. Maar zo lang het duurde voor zijn boek eindelijk in druk verscheen, zo snel was het ook alweer vergeten. Het is dan ook goed dat Uitgeverij Jurgen Maas dit boek opnieuw heeft uitgegeven.
In zijn boeiende nawoord vertelt historicus Remco Raben dat de discussie over de oorlogsmisdaden maar een paar maanden duurde. Toen Eer de haan kraait… uitkwam, ging het in de media alweer over andere kwesties. Het boek kreeg enkele positieve recensies, maar was spoedig ‘veroordeeld tot een schimmenbestaan in de antiquarische schappen’.
Beeldende schrijfstijl
Waarom is Eer de haan kraait… na bijna tachtig jaar, na ruim een halve eeuw na de eerste en enige druk nog zo de moeite waard? Om te beginnen vanwege de vlotte, krachtige en beeldende schrijfstijl. ‘Het was net alsof de kleren van sergeant Block tegelijk gestorven waren met Block zelf. Dat had je het duidelijkst kunnen zien aan de modder die op zijn gezicht gespetterd was, net als op zijn kleren. Allebei waren ze dode materie geworden. Het waren dingen. Blocks gezicht was een ding geworden en er zat modder op.’
Artistiek gezien is het doodzonde dat het bij deze ene roman gebleven is. Kennelijk was Van Waveren, na het leggen van zijn persoonlijke postkoloniale ei, niet geïnteresseerd in een literaire carrière.
Een ‘roman’ ja, maar ‘persoonlijk’ ook. Eer de haan kraait… is fictie, maar wel degelijk gebaseerd op persoonlijke ervaringen van de schrijver. Die tweeledigheid is ook terug te vinden in de structuur van het boek. De hoofdlijn bestaat uit losse hoofdstukjes waarin de hoofdpersoon Jenver centraal staat. Ze worden afgewisseld met cursieve intermezzo’s in de eerste persoon enkelvoud met realistische herinneringen van de schrijver. Die hadden evengoed aan de fictieve hoofdpersoon Jenver toegeschreven kunnen worden, maar kennelijk wilde Van Waveren zich toch niet helemaal achter zijn personage verschuilen. In het ‘Woord Vooraf’ identificeert Van Waveren zich expliciet met zijn hoofdpersoon: ;De trap voor mij en voor Jenver ligt niet in de ontzetting over de moord maar in het feit dat de moord hem in wezen weinig doet, gevangenen als wij waren van de groep tegenover een andere kleur ratten.’
Moraal in tijden van oorlog
Hoofdthema van het boek is de morele positie van iemand die bij onmiskenbare, vaak sadistische oorlogsmisdaden aanwezig is als passieve toeschouwer en soms als medeplichtige. De hoofdpersoon en de schrijver zijn zich bewust van de gewelddadige wetteloosheid waar ze bij betrokken zijn. Ze proberen er afstand van te nemen, maar beseffen maar al te goed dat de morele speelruimte klein is. Volgens Raben moeten we het boek niet opvatten als een aanklacht tegen het optreden van de Nederlandse troepen. ‘De waarde van de roman ligt vooral in de onverbloemde tegenstrijdigheid van de hoofdpersoon en schrijver en zijn onvermogen zich te verzetten tegen dingen die evident tegen zijn rechtsgevoel indruisen.’
Dat onvermogen wortelt deels in groepsdruk, legt Van Waveren uit in zijn ‘Woord Vooraf’. ‘De motivering voor het schrijven was de mateloze verbijstering. Niet zozeer om de excessen en de moeiteloze metamorfose van trouwe kerkgangers, goedmoedige dorpelingen, telgen uit regentenmilieus en solide socialisten tot vanzelfsprekende “bij vluchtpoging-neerschieters”. Verbijstering vooral om te ontdekken dat moraal alleen geldt binnen de eigen rattenkolonie.’
Eer de haan kraait… geeft een bijzonder levendig beeld van het leven van een gewone, dienstplichtige soldaat in het moreel en politiek uiterst ingewikkelde militaire conflict dat inmiddels geen ‘politionele actie’ meer genoemd wordt, maar een ‘onafhankelijkheidsoorlog’ was. Het perspectief is omgedraaid, maar omdat Van Waveren wèl een morele, maar geen politieke positie inneemt, heeft hij de particuliere bevindingen losgeweekt van de politieke omstandigheden. Daardoor krijgt dit boek een universele geldigheid en tijdloze relevantie, waarbij de stijl en de literaire aanpak ook nog eens onvoorstelbaar modern aandoen. Na het verschijnen van de roman werd Van Waveren actief als pleitbezorger van kamermuziek in Nederland.’Vermoedelijk kon Van Waveren zijn kunstzinnige (…) talenten hier kwijt,’ veronderstelt Raben. Maar wat jammer voor de literatuur!











