Gerwin van der Werfs nieuwste boek Wilgeneiland is een sfeerrijke en veelzijdige roman die speelt in de zompige wereld van het Hollandse merengebied. De auteur heeft voor dit boek veel onderzoek ter plaatse gedaan. Hij vestigde zich in een woonboot van een vriend om de sfeer van de alomtegenwoordigheid van het water te kunnen ondervinden. Er worden veel vragen opgeroepen, maar weinig beantwoord. De roman speelt zich af in een oerconservatief fictief dorpje Oud Zweiland in het Hollandse merengebied, waar de wereld verdeeld is in gevestigden en buitenstaanders. De dorpelingen die er van geslacht op geslacht gewoond hebben, zijn de gevestigden. Ze worden als simpele vreemdelingehaters geschetst, vanuit het perspectief van de buitenstaanders getekend. Het zijn stuk voor stuk flatcharacters, die stereotiep reageren op veranderingen en gedreven worden door eigenbelang en oude tradities.
De buitenstaanders zijn de mensen die ook nog letterlijk aan de rand van het dorp wonen in woonboten. Zij proberen te assimileren, maar dat wordt hen door de plaatselijke jeugd niet gemakkelijk gemaakt. Ze zijn niet van ‘hiero’. Het zijn allemaal mensen die er niet thuishoren. De buitenstaanders zijn moeilijk grijpbaar. Het zijn in zichzelf gekeerde mensen die zich niet uitspreken, die vastlopen in hun eigen gedachten. Het boek stemt bepaald niet vrolijk, omdat de hoofdpersonen geen lolbroeken zijn. Depressiviteit overheerst bij hen. Zij zijn geen van allen praters die inzicht geven in hun drijfveren. Het zijn kwetsbare mensen die leven in een kwetsbaar gebied aan de rand van de bewoonde wereld.
Een geheimzinnig eiland
In het eerste deel van de roman dat speelt in 1992 staat de dertienjarige Natan centraal. Hij is een dichterlijke jongen die met zijn ouders Johan en Magda (Lena) op een woonboot woont. Vanuit de ouderlijke woonboot heeft Natan uitzicht op een geheimzinnig eiland. Bij een poging het eiland zwemmend te bereiken verdrinkt hij bijna. Hij wordt gered door zijn buurman Tom Healy die ook op een woonboot woont. Deze Tom wordt op het dorp Jezus genoemd, omdat hij de hoofdrol speelt in de musical Jezus Christ Superstar. Natan gebruikt in het vervolg diens kano om naar het eiland te varen. Daar ligt een verrotte woonboot, waar eens de kunstschilder Aalt woonde. Is Aalt overleden, of pleegde hij zelfmoord? Natan probeert dat uit te zoeken en maakt daarvoor een bewijsbord, waar hij mogelijke daders en slachtoffers een plaats geeft, als een echte detective. Hij komt er echter niet uit.
Wie denkt in het tweede deel, dat vanuit het perspectief van Aalt is geschreven, antwoorden te krijgen, komt bedrogen uit. We gaan in dit deel terug in de tijd naar 1979. De auteur beschrijft Aalts leven als schilder en houtbewerker in sympathieke bewoordingen, bijna met liefde. Aalt legt een nieuwe stalvloer bij Boekhorst, een rijke boer, die de stal wil gebruiken om een verzameling religieuze beelden aan te kunnen leggen. Nadat hij bij boer Boekhorst een piéta heeft gezien, die hem angst aanjaagt, gaat hij maniakaal aan het schilderen. In het schilderij dat ontstaat verwerkt hij zijn eigen angsten en geeft hij zijn visioenen weer. Aalt hoort in zijn hoofd allerlei ondergangsteksten van de oud-testamentische profeet Sefanja. Die doen vermoeden dat het niet goed afloopt met de schilder.
Bijbelse namen
Een vierde hoofdpersoon, naast Natan, Tom en Aalt is Marie een vriendin van Natan. Marie die eigenlijk Christine heet is de buitenechtelijke dochter van een Koreaanse, die door boer Boekhorst geadopteerd is. Wie Marie’s vader is, blijft een raadsel. Is het de boer, die haar moeder adopteerde, is het een van de dorpsjongens of is het de eenling Aalt? Marie is geen buitenstaander, want zij is op het dorp geboren, maar ook geen autochtoon. Zij vertrekt uit Oud Zweiland om kunstenares te worden en neemt een andere naam aan.
Veel in deze roman ademt de christelijk achtergrond van de auteur. Van der Werf strooit met verwijzingen naar de bijbel. De meeste voornamen in het boek stammen uit de bijbel. Natan is in de bijbel een profeet die koning David aanklaagt vanwege diens overspel met de mooie Bathseba. De andere namen verwijzen naar mensen rondom Jezus, zo heten Natans ouders Johan (Johannes de Doper?) en Magda (Lena). Marie spreekt voor zichzelf, alleen Aalt valt uit de toon in dit opzicht.
De auteur beweert in een interview, dat hij afscheid heeft genomen van het christelijk geloof, maar in de roman schreeuwt ieder persoon als het ware om verlossing, de kern van de christelijke boodschap. Van boer Boekhorst wordt letterlijk gezegd, dat hij beelden verzamelt om zichzelf te verlossen. Maar ook de andere personen schreeuwen als het ware om de verlossing uit hun verloren toestand. Met de meesten loopt het niet zo goed af. Alleen het buitenechtelijke kind Marie (Christine) lijkt die dans te kunnen ontspringen. Zij lijkt nog het meest op de Piéta, die mannen kan troosten. Maar Christus zelf ontbreekt.
Van der Werf schrijft geen rechttoe rechtaan verhaal van begin naar eind, maar verdeelt het in delen waarin het perspectief wisselt. Het is zowel een familieroman, een moordmysterie en een streekroman. Ergens vergaloppeert hij zich door een schrijversspelletje te spelen. Uiteraard is Van der Werf de auteur, omdat zijn naam op de omslag staat, maar in de roman wordt één van de hoofdpersonen als auteur van de eerste twee delen genoemd. Waarom hij dat doet, is niet duidelijk. Die twee delen worden door dat spel met wie is de auteur wat ongeloofwaardig. Is deze hoofdpersoon in staat zijn hoofdpersoon dergelijke gedachten in de mond te leggen?
Apocalyptisch perspectief
Dankzij de geheimzinnige sfeer en de onbeantwoorde vragen die je aan het denken zetten, blijft de roman fascineren. Daarbij komt dat Van der Werf mooi proza schrijft. Hij kan in korte bewoordingen goed karakteriseren. Zo zegt hij over een vrouw: ‘‘Ze heeft een mekkerstem, waarmee ze niet meer dan twee registers kan bedienen: geveinsde interesse en ongenoegen.’ Zijn beschrijving van het landschap is ook erg mooi en bovendien verstaat hij de kunst om een hoofdstuk zo te beginnen dat je meteen geboeid bent. Van der Werf gebruikt ook mooie oude woorden als ‘deernis’ waardoor Tom Healy ‘bevangen wordt’. Het is opnieuw een verwijzing naar Jezus. Healy wordt ook, als hij Natan uit het water trekt in zijn kano, beschreven als een ‘visser van mensen’. Zou Tom dan, de musicalster, de enige zijn, die zoals de bijbelse Jezus door ontferming bewogen is over de anderen? Maar Tom haalt het niet bij Christus. Hij is een man ‘zonder kern die leeft op het gejuich van het publiek’.
Door gebruik te maken van de ondergangsteksten van de bijbelse profeet Sefanja zet Van der Werf dit complexe verhaal in een apocalyptisch perspectief. Alsof de gebeurtenissen op het dorp het einde der tijden inluiden, waarin God zal rechtspreken over de zonden van de mensheid.











