Vanaf 2022 verschenen er drie titels uit het oeuvre van de Italiaanse schrijver Erri De Luca (1950) in vertaling van Annemart Pilon bij uitgeverij HetMoet. Als eerste werd De Luca’s novelle De dag voor het geluk kwam uitgegeven. Over een weesjongen die opgroeit in het Napels van na de tweede Wereldoorlog. De conciërge Don Gaetano van het appartementencomplex waar de jongen woont, ontfermt zich over hem. Don Gaetano vertelt hem over de oorlog, over de Jood die bij hem ondergedoken zat en over de laatste oorlogsdagen toen de bewoners van de stad verhongerden. ‘De Duitsers hielden een schijnvertoning: ze braken een winkel open en vervolgens droegen ze de mensen op om de winkel leeg te halen. Ze schoten op alle mensen die de spullen gingen pakken en filmden de hele scéne. Dat gebruikten ze als propaganda: Duitse soldaten grijpen in om plundering te voorkomen.’
Hierin is een tactiek van oorlog voeren te herkennen. Het opmerkelijke van zulke notities is dat De Luca ogenschijnlijk eenduidige verhalen vertelt, maar de lezer nekt met feiten die een omgekeerd déjà vu veroorzaken.
Zijn debuut (1989) Niet nu niet hier verscheen in 2023. Het voorwoord dat De Lucca in 2009 voor deze vierentwintigste druk schreef, leest als een kleine biografie. In zijn jonge jaren was De Luca lid van de communistische beweging ‘Lotta Continua’. Hij begon te schrijven nadat hij de partij had verlaten en als bouwvakker ging werken. Niet nu niet hier is een lange brief aan zijn moeder over zijn vormende kinderjaren. Zijn moeder sprak met hem als kind over de slechte dingen die er op de wereld gebeurden. ‘Je maakte me deelgenoot van jouw verachting van al het leed dat mensen aanrichtten en werd aangedaan.’ Hij was haar favoriete gesprekspartner omdat hij stotterde en daarom liever zweeg. Het is een indringend boek in de zin van vergeving, liefde en de dingen in de juiste verhoudingen zien.
Kat en muis spel
In Onmogelijk dat dit jaar verscheen, wordt een bergbeklimmer in de Italiaanse Dolomieten aangehouden op verdenking van moord. Hij wordt in een isoleercel geplaatst en een week lang dagelijks door een jonge onderzoeksrechter verhoord. Deze is er van overtuigd dat de bergbeklimmer, gezien de voorgeschiedenis van de verongelukte en de verdachte, verantwoordelijk is voor zijn dood. Veertig jaar geleden waren de verdachte en de omgekomen bergbeklimmer lid van dezelfde radicaal-linkse beweging. Tot de man – die verongelukte -, uit de beweging stapte en zijn kameraden als staatsgevaarlijk aangaf en als verrader werd gezien. De verdachte en zijn kameraden belandden daardoor voor vele jaren in de gevangenis.
Puur op basis van deze informatie verdenkt de onderzoeksrechter hem ervan uit wraak te hebben gehandeld. Dat hij hem geduwd heeft. De verdachte omzeilt moeiteloos en met doordachte antwoorden de valkuilen die de onderzoeksrechter voor hem opstelt. Een kat en muis spel waarbij de verdachte steeds correct weergeeft wat hij gedaan heeft en wie hij is, (‘Ik ga de bergen in om alleen te zijn’). Het verhaal, met naamloze personages, is geschreven als een dialoog. De onderzoeksrechter wordt aangeduid als ‘V.’ en ‘A.’ als verdachte die ook de verteller is.
‘V. Wij hebben een bevestiging nodig die losstaat van wat u zelf vertelt. Wist u dat u die man volgde?
A. Ik wist dat er iemand voor me liep.
V. In werkelijkheid volgde u hem.
A. In werkelijkheid volgde ik hem niet, in werkelijkheid was er iemand die voor me uit liep op een deel van de berg waar iedereen overheen moet.’
Brieven aan zijn liefste
Tussen de weergave van de verhoren zijn er de brieven aan zijn vriendin. Waarin hij haar schrijft over het verhoor, ‘Het gesprek met de jonge onderzoeksrechter gaat goed. Hij wil met een drone naar bewijs zoeken, hij speelt met dat idee, net als met zijn hypothese, waar hij bewijzen voor zoekt. Ik ben zijn tegenpartij.’
In de een na laatste brief schrijft hij, ‘ Mijn liefste, ik moet nog één keer met de onderzoeksrechter praten en dan is het voorbij, op wat voor manier dan ook.’ Of hij schuldig of onschuldig bevonden zal worden, lijkt hem niet uit te maken. Wanneer het punt bereikt wordt waarop de onderzoeksrechter hem moet laten gaan bij gebrek aan bewijs, volgen er nog allerlei ontwikkelingen (de verdachte en de onderzoeksrechter gaan samen uit eten). Er ontstaan vluchtige gedachten, er is een gebaar waarin het ‘onmogelijk’ tot mogelijk zou kunnen verworden. En zou het kunnen dat die brieven evengoed aan een verzonnen geliefde geschreven zijn? De lijn tussen werkelijkheid en gecreëerde werkelijkheid is dun in deze ingenieuze geconstrueerde novelle. Er wordt aftastend en vanuit hypotheses gecommuniceerd waarbij de geest van beide personages voelbaar alert blijft op wat er níet gezegd wordt.
De Luca werkte jarenlang als bouwvakker en schreef zijn eerste boek in een schrift (dat op zijn knieën lag). ‘Mijn schriften waren de lichte bagage die ik altijd meenam als ik van de ene naar de andere klus ging.’ Hij noemt schrijven nadrukkelijk geen werken, maar momenten van ontspanning waarin hij alles opschrijft wat tijdens het werken in zijn gedachten ontstond. Dat is wat er spreekt uit de novelle’s van De Luca, een vanzelfsprekende toon van weloverwogenheid en compassie. Zijn personage zijn dan ook volstrekt authentiek, evenals de schrijver zelf. De grondtoon van zijn verhalen komt voort uit de politieke keuzes die men maakt en wat daaruit voortvloeit.
In een nawoord schrijft vertaler Annemart Pilon, die een goede neus heeft voor belangwekkende literatuur, dat ze ten tijde van de vertaling van De dag voor het geluk kwam in Napels woonde. Door de steegjes liep in de buurt waar De Luca opgroeide en waar de roman zich afspeelt. Ze vertaalde het boek in haar vrije tijd in de hoop dat een uitgever er iets in zou zien. Een krasse proeve van weten wat goed is, vertaald moet worden. Met dank.











