Dubravka Ugresic – Baba Jaga legde een ei

De afschrikwekkende vrouw

Recensie door Anky Mulders

Baba Jaga is volgens de Slavische mythologie een boosaardige oude vrouw die in een hutje op kippenpoten woont. Haar hangende borsten kan ze op de kachel leggen of over een stok hangen, haar puntige neus komt tot aan het plafond en ze rooft kleine kinderen. Haar vervoermiddel is een vijzel waarbij de stamper de roeispaan is. Ze beschouwt zichzelf als een wezen met één been van meestal alleen bot, hoewel het ook van hout, ijzer, goud of ander materiaal kan zijn. 

Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešić gaat over vrouwen, oude vrouwen wel te verstaan. ‘Baba Jaga is, voor alles wat ze ook is,’ schrijft Niña Weijers in haar voorwoord, ‘een schrikbeeld. Dubravka Ugrešić houdt dat schrikbeeld niet alleen in ere, ze eist Baba Jaga’s recht op om een schrikbeeld te zijn.’ 

Veelomvattende mythologie

Het boek bestaat uit drie delen: in het eerste bezoekt de schrijfster haar moeder in Zagreb, het tweede is een novelle over Pupa, Beba en Kukla, drie eveneens oude vrouwen die in een duur hotel in een Tsjechische badplaats verblijven, en deel drie handelt over wie en wat Baba Jaga is of kan zijn. In dit deel openbaart de auteur bij monde van folklorespecialiste Dr. Aba Bagay dat de mythische figuur naar veel meer kan verwijzen dan alleen de heks uit het hutje op kippenpoten. Ze treedt in mythes ook op als moeder van draken, als spinster of een lief omaatje, als hulpverleenster of strijdster. De Slavische mythologie blijkt veelomvattend. Alle Slavische talen herbergen talloze uitdrukkingen met ‘baba’ erin. De auteur stipt ook paralellen met de Griekse mythologie aan en zelfs met Boeddhistische en Islamitische vertelsels. 

Aba Bagay verschijnt voor het eerst in deel een waarin Ugrešić bij haar nog zelfstandige, eigenzinnige moeder in Zagreb op bezoek gaat. Ze is oud, gaat achteruit en haar geheugen hapert. De dochter, zelf ook niet meer de jongste, voert geduldig gesprekken met haar. De jonge Aba heeft contact met Ugrešić gezocht omdat ze graag met haar wil discussiëren over taal- en politieke kwesties. Ugrešić woont niet in Zagreb, ze laat Aba bij haar moeder langsgaan. De auteur ziet bij Aba dezelfde hunkering naar aandacht en liefde als die ze bij haar moeder ervaart, maar wijst haar niet af.  

In deel twee zit Pupa in een rolstoel, de benen in een bontlaars, heeft Beba heel grote borsten en is Kukla heel lang en dun, vooruitwijzend naar kenmerken van Baba Jaga. De vrouwen kunnen gezien worden als drie-eenheid of als afzonderlijke godinnen. Pupa is ook de oudste vriendin van Ugrešić’ moeder. In het hotel ontmoeten de vrouwen allerlei mensen en ondertussen vertelt Ugrešić in bondige taal hun levens die voorafgingen aan het hotelverblijf. 

In deel drie komen allerlei parallellen met Baba Jaga terug, bijvoorbeeld: ‘Pupa’s als een grote bontlaars uitgevoerde elektrische voetenwarmer is in wezen een moderne tegenhanger van Baba Jaga’s vijzel’ en haar rolstoel is de tegenhanger van Baba Jaga’s ene been, net als de rollator van Ugrešić’ moeder. Pupa overlijdt tot haar eigen voldoening en wordt in een peperdure doodkist in de vorm van een ei gelegd. Het ei speelt een rol in veel sprookjes. Kukla en Beba beschikken door het lot over een niet onaanzienlijke hoeveelheid geld en ontfermen zich over een onverwacht opgedoken kleinkind. In die zin is het wel een beetje een banaal happy end.

Ugrešić zelf is tussen de fragmenten door als auteur nadrukkelijk aanwezig met tussenzinnetjes als: ‘En wij? Wij moeten door…’, ‘En wij? Wij gaan verder…’, ‘En wij? Wij gaan hen snel achterna…’, ‘Hier dient te worden aangetekend…’, ‘En wij? Tja, het leven is…’ Met deze overbodige en nogal storende toevoegingen wil Ugrešić de lezer er wellicht van doordringen dat hij niet slechts met een eenvoudig verhaal van doen heeft maar met een weldoordachte tekst. 

Het wemelt van de Baba’s

Aba stelt in deel drie de tekst Baba Jaga voor beginners samen, waarin ze ‘begrippen, thema’s, motieven en mythen’ uit de Slavische mythologie bespreekt. In honderd pagina’s geeft Ugrešić een uitputtend overzicht van wie en wat Baba Jaga is: ‘in de Slavische wereld wemelt het letterlijk van de Baba’s!’, waarbij ze ook andere onderzoekers en schrijvers aanhaalt die zich over het fenomeen hebben gebogen. Ze legt knappe kruisverbanden tussen de mythologische figuur en haar personages. In deel een wordt de schrijfster nauwelijks ‘toegang tot haar moeders territorium gegund. Haar moeder vereenzelvigt zich met haar huis, (…)’ In deel twee hebben Pupa en Beba ‘met hun kinderen een traumatische relatie die zonder problemen als symbolisch kannibalisme zou kunnen worden opgevat.’ Alle hoofdpersonen in het boek staan model voor Baba Jaga of haar toegedichte eigenschappen.

Deel drie is doorspekt met antropologische wetenswaardigheden over diverse volken. In aparte tekstblokken behandelt Ugrešić onderwerpen als moeder, vrouw, voeten, benen, de neus, het badhuis, klauwen, poppen, jongens, de kam, vogels, vuilnis, het ei. Aba Bagay merkt op dat de titel van Ugrešić’ boek kan terugverwijzen naar een archetypisch folkloristisch beeld, ‘maar er is ook de verklaring mogelijk dat het ei grofgezegd een symbool voor “vrouwelijke” creativiteit is.’ Dat Ugrešić ook zichzelf met Baba Jaga identificeert blijkt uit de passage: ‘Baba Jaga staat bekend als een “dissidente” een verworpene, een verstotene, een “oude vrijster”, een karikatuur en een verliezer. Maar desondanks is zij eenzaam noch alleen.’

Joegonostalgie

Dubravka Ugrešić (1949-2023) werd geboren in Kutina (Kroatië) in Joegoslavië. Vanaf 1996 woonde ze in Amsterdam, een stad die jeugdherinneringen bij haar opriep. Ze noemde zich een Joegoslavische schrijver. Aan de Universiteit van Zagreb studeerde ze vergelijkende literatuurwetenschap en Russische taal- en letterkunde en bleef er na haar studie werken. In 1991 viel Joegoslavië uiteen en brak de burgeroorlog uit met hevige etnische conflicten. Ugrešić keerde zich daar in felle bewoordingen publiekelijk tegen en bekritiseerde zowel het Servische als het Kroatische nationalisme. Daardoor werd ze gezien als een verrader, een vijand van het volk, door collega-schrijvers, politici en journalisten. Ze werd voor heks uitgemaakt en bedreigd. In 1993 verliet ze Kroatië. Ze publiceerde in Europese en Amerikaanse kranten en tijdschriften en doceerde aan Europese en Amerikaanse universiteiten. Haar boeken, waarmee ze prestigieuze prijzen won, zijn vertaald in 27 talen. 

Veel essays en autobiografische teksten van Ugrešić gaan over Europa, voormalig Joegoslavië, nationalisme en hedendaagse verschijnselen zoals mode. In Het tijdperk van de huid bespreekt ze onder meer tatoeages, de toestand in de academische wereld en in de media, de verstrengeling tussen criminaliteit en politiek en het statusverschil tussen man en vrouw. Ugrešić ziet, duidt en vertelt vanuit eigen waarnemingen en gevoelens. Altijd origineel en kritisch, met scherpe blik, mededogen en humor. Ze heeft een nostalgische kijk op Joegoslavië. In Europa in Sepia (2015) schrijft ze: ‘Maar pas toen Joegoslavië definitief ten onder ging, kreeg mijn neurose een officiële naam: joegonostalgie, met als nadere omschrijving: politieke sabotage van de nieuwe Kroatische staat. Zelf kreeg ik het etiket opgeplakt van “joegonostalgica”, lees: “verraadster”.’ De collectieve geschiedenis en daarmee haar persoonlijke herinneringen werden uitgewist. 

Het leed van vrouwen

Op de laatste pagina’s van Baba Jaga legde een ei benoemt Ugrešić het leed van vrouwen in de wereld, de ongelijkheid, de onderdrukking door mannen. ‘Want stelt u zich eens voor dat de vrouwen (…) de Baba Jaga’s van deze wereld, naar het zwaard grijpen dat onder hun hoofd ligt, en erop uit trekken om alle openstaande rekeningen te vereffenen? Voor elke keer dat ze in hun gezicht werden geslagen, dat ze werden verkracht, beledigd, gekwetst en geschoffeerd, voor elke keer dat ze in het gelaat werden gespuwd?’ Mythes of niet, de werkelijkheid is bij Ugrešić nooit ver weg. 

 

 

Omslag Baba Jaga legde een ei - Dubravka Ugresic
Baba Jaga legde een ei
Dubravka Ugresic
Vertaling door: Roel Schuyt
Voorwoord Niña Weijers
Oorspronkelijke titel: Baba Jaga je snijela jaje
Verschenen bij: Nijgh & van Ditmar (2024)
ISBN: 9789038802671
348 pagina's
Prijs: € 21,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Anky Mulders:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 3
Score: 3
Score: 2