De vijfentwintigste roman van Dimitri Verhulst baadt een beetje in de sfeer van de Franse film Les Bronzés uit 1979, het filmdebuut van de Parijse cafétheater-groep Le Splendid. Dat verhaal is een sketch-achtige collage in een Club Med-achtig resort, lang voor Temptation Island. Het kaart het massatoerisme en de consumptiemaatschappij al aan.
Bechamel Mucho is actueler en dichterbij. De vliegtuigritten zijn goedkoper: ‘Voor de prijs van vier dweilen vlieg je naar Mallorca.’ De Mediterranée vormt het decor.
Het verhaal draait rond Alex die over de kop ging met zijn winkeltje met kaas van ‘moedermelk’ gemaakt. Huis, handeltje en vrouw zijn foetsie. Hij zoekt zijn oude stamkroeg op en constateert dat alles hetzelfde is gebleven, tot en met de klanten. Hij ziet dezelfde zieligheid als waarvan hij zich ooit wilde losmaken. Grootse toogideeën waarvan niks kwam. ‘De onverwachte en sedert jaren onverlangde terugkeer van Alex bevestigde voor velen het belang van de lamlendigheid. Wat je in werkelijkheid ondernam door de ondernemingszin, was het graven van je eigen put.’ Alex wordt er gezien als een ijdeltuit die het had geprobeerd en hen dan had verraden maar haha, daar stond hij weer, terug naar af. ‘Hij was een dommekloot geweest te denken dat hij zijn bestaan in eigen handen kon nemen.’ Dit is een staaltje Verhulstiaanse sociologie van de armoede. Verhulst getuigt dat wie probeert te ontsnappen uit de miserie argwanend wordt bekeken door de achterblijvers. Houden zij de miserie zelf in stand? Tegelijkertijd relativeert Verhulst ook het liberale middenstandsidee dat je alles zelf in handen hebt. Op zo’n moment wordt het filosofisch.
Rommelbaantjes bestaan
Even kan Alex terecht bij Peggy Pils, het meisje dat vergelijkende cultuurwetenschappen had gestudeerd en nog poseerde voor het blaadje van Lidl. Haar appartement straalt haar rommelbaantjes bestaan uit. Elk personage in het boek heeft een schaduwkant en meestal winnen miserie en de afgrond. De cultuur lijkt steeds in verval. Alex probeert te ontsnappen uit zijn eigen verval. ‘Neuken naast een kattenbak vond hij het lastigste.’ Er is werk in het onderwijs, in de zorg. Verhulst maakt van zulke gelegenheden gebruik om de mentaliteitswijziging in het onderwijs aan te kaarten: procederende ouders, ontlezing… Met grappige hyperbolen laat hij zien hoe de zorgsector verwaarloosd wordt. Uiteindelijk solliciteert de protagonist naar een baantje als animator, omwille van de gratis kost en inwoon.
In een louche kroeg vindt het sollicitatiegesprek plaats. Er hangen een poster van een schlagerfestival en de geur van wc-verfrisser, en de personeelsverantwoordelijke heeft pupillen in de kleur van Pisang Ambon. Verhulst weet armzaligheid rijk en poëtisch te beschrijven.
Met een trucker reist Alex richting Spanje. Het verhaal volgt ook enkele toeristen, zoals de weduwe Elma, die zich lijkt te verantwoorden voor haar keuze van een banaal resort en bij de animator in bed beland. Er is de recent door haar echtgenoot bedrogen Gerda. Ze zoekt troostvoer en wordt dik als een walvis. ‘Vroeger was ze slank.’ Er is Ilona de stewardess die ‘de dagelijkse drek aan dagcrème in haar poriën diende te pompen’.
Sommigen zullen dit boek niet bepaald vrouwvriendelijk vinden door de denigrerende taal en vrouwen die als kluchtige typetjes worden opgevoerd. Maar kaart Verhulst niet net het vrouwonvriendelijke van het kapitalisme aan? Vrouwen die slaaf zijn van strenge standaardnormen, producten gecreëerd in een patriarchale maatschappij? ‘Stewardessen zijn courtisanes, ze horen de vrouwelijkheid te belichamen zoals die leeft in de fantasieën van mannelijke oprichters van vliegtuigmaatschappijen.’ En: ‘Eigenlijk was ze de kassierster van een vliegende superette.’
Elke zin een kunstwerkje
Dit verhaal gaat over de mens die alles consumeert. Consumeren de mensen ook elkaar? Het verhaal wemelt van halftalenten die wel willen maar niet kunnen en berusten in het middelmatige en platvloerse. Het resort verschilt niet eens zoveel van de groezelige stamkroeg.
Er is ook een vergeten Ierse zangeres die het optreden mag verzorgen. Het levert een hilarische maar evengoed droevige scène op over het animatieaanbod van de clubhotels. Afkooksels van Paco de Lucia, te mollige barbiepoppen, een travestieshow. Ook hier zijn de beschrijvingen van miserie rijk, hier en daar ook overmatig. Elke zin is een kunstwerkje, Verhulst studeert al schrijvend en beschrijft vaak elk detail. De verbeeldingskracht is ijzersterk, maar soms snak je ook naar soberheid en rust. In een paar pennenstreken lijkt de zangeres op Sinead O’Connor, met haar rotjeugd, jongenskopje en kritiek op de kerk. Even later wordt ze dood teruggevonden tussen lege flessen en pillendozen.
Er is nog een zieltogend echtpaar. Mireille, wier man meer van voetbal houdt, schrijft zich in voor elke banale activiteit onder begeleiding van Alex. In de hotelboetiek koopt ze een corrigerend badpak. Ook een Oekraïense vluchtelinge met een man aan het front, kon niet ontbreken. ‘Iedereen lijkt hier op de vlucht van een bepaald soort oorlog,’ lees je op het einde, wat ook het einde van het hoogseizoen is, misschien het einde van een beschaving. Maar dan staat Alex ex-vrouw er plots…
Verhulst maakte ook in deze roman een operette van de falende mens.










