De Russische schrijver en vredesactivist Daria Serenko (1993) komt na haar afstuderen te werken in een kleine regionale bibliotheek, op een kantoor zonder ramen, maar met fotobehang vol tropisch groen en schuimende watervallen. Verscholen achter grote monitoren zitten, bijna onzichtbaar, ‘de meisjes’. Daria wordt één van ‘de meisjes’ waarop de instituties van de Russische bureaucratie zijn gebouwd. ‘De meisjes’ vormen de kruipolie van het hele staatsapparaat en zijn voor het functioneren daarvan volkomen inwisselbaar. De individualiteit wordt door de tandraderen van dat apparaat vermorzeld. De kalender van de menstruatiecyclus hangt naast die van de belangrijkste data uit de geschiedenis van Rusland. Dit beeld wordt in een prachtige tekening treffend gevisualiseerd door het raamwerk van de maanden van het jaar af te beelden als de spijlen van een cel waarachter ‘de meisjes’ gevangen zitten. Niet zonder een wrang gevoel voor humor schetst Serenko de krankzinnige werking van die bureaucratie in een treffende anekdote. Als kort voor de opening van een tentoonstelling van een beroemde kunstenaar in de galerie waar Daria inmiddels werkt het bericht komt dat de kunstenaar onverwachts is overleden en dat over een paar dagen de begrafenis zal plaatsvinden zodat de tentoonstelling helaas niet kan doorgaan, reageert haar leidinggevende totaal verbijsterd: ‘Overleden? Ik kan niet zomaar iets annuleren dat al naar het departement is gestuurd.’ Als Daria vervolgens antwoordt: ‘Maar ú annuleert het toch niet, dat doet de dood.’, krijgt zij te horen ‘De dood is geen geldig excuus, probeer er een herdenkingstentoonstelling van te maken’.
Dun ijs is gevaarlijk
‘De meisjes’ worden voortdurend in de gaten gehouden en moeten voor elke kleinigheid verantwoording afleggen. Dat de angst een geïnstitutionaliseerd verschijnsel is en voortdurend levend gehouden moet worden, toont de volgende anekdote. Op een gegeven moment komt er een oekaze van het Ministerie van Noodsituaties met het bevel een bepaalde screensaver op alle schermen van de instelling te installeren. De screensaver toont een breed dal met een dichtgevroren, besneeuwde rivier. Een paar seconden gebeurt er dan helemaal niets. Daarna verschijnen er plotseling twee mensen in beeld van op de rug gezien. Zij lopen hand in hand naar de rivier. Daar staan ze even stil. Dan overschrijden zij een grens, stappen op het ijs en verdwijnen onder water zonder nog boven te komen. Boven in beeld verschijnt in grote cursieve letters: Dun ijs is gevaarlijk! Met andere woorden: ‘Pas op dat je je houd aan de richtlijnen van de staat, anders loopt het niet goed met je af.’
Niet klein te krijgen, ‘die meisjes’
Toch zijn ‘de meisjes’ hun individualiteit niet echt kwijt en broeit er onderhuids ook verzet. Soms komt dat tot uiting door het initiatief van een van die rots-in-de-branding-meisjes, Oksana. Zij neemt als eerste ontslag. Daarna pas volgen de anderen, collectief. Aanvankelijk lijkt het goed te gaan met Oksana. Zij gaat samenwonen met haar vrouw, schrijft een roman en krijgt een prijs. Maar dan wordt een heel literatuurfestival waarop zij een lezing zou geven afgelast. Oksana wordt aan de schandpaal genageld als een perverseling, een lesbo, een pot en sodomiet, een heks en een bedreiging voor de traditie. Hoe ‘de meisjes’ ook proberen hun instituties te ontvluchten, de instituties halen ze altijd weer in en verzwelgen ze
Een tweeluik
Ik wens mijn huis as bestaat uit twee delen. In het eerste deel, ‘Meisjes en instituties’, geeft Daria Serenko een beschrijving van haar werkervaringen in overheidsinstellingen als bibliotheken, galeries en universiteiten na haar afstuderen.
Deel twee gaat over haar leven in de gevangenis. Zij was aanhanger van Navalny en werd opgepakt tijdens een demonstratie tegen de oorlog in Oekraïne. In de gevangenis krijgt zij te maken met het keiharde regime dat daar geldt, waarin lichamelijk geweld, seksuele intimidatie en eenzame opsluiting behoren tot het standaardrepertoire om mensen geestelijk te breken. Daar komt zij echter ook in contact met mensen uit sociale lagen van de bevolking die haar eigenlijk vreemd zijn. Zelf heeft zij een intellectuele achtergrond van mensen uit een universitair milieu waarin boeken en tijdschriften gelezen worden, en waarin gediscussieerd wordt over politiek. In de gevangenis zitten veelal mensen die een misdrijf hebben begaan, die gewend zijn van dag tot dag te leven en in wier leven dronkenschap en prostitutie de gewoonste zaken van de wereld zijn. Er zitten weinig ‘politieken’ in de gevangenis. Die worden dan ook vol wantrouwen bekeken. Als zij na haar eenzame opsluiting een paar volksvrouwen als celgenoten krijgt, moet zij eerst door dat wantrouwen heen breken. Dan ontstaat er begrip en uiteindelijk ook een band tussen de vrouwen.
Requiem voor Rusland
Steeds meer komt Daria Serenko er achter dat zij het leven in Rusland haat, dat zij het land haat dat gebouwd is op onderdrukking, op leugens en geschiedvervalsing, hoeveel pijn het ook kost om dit voor zichzelf te erkennen. Na haar vrijlating gaat zij, zoals zoveel Russen, in ballingschap naar Georgië.
De situatie in het huidige Rusland is, zeker voor vrouwen, hopeloos, vooral na de dood van Navalny van wie Serenko een vurig aanhanger was. Ik wens mijn huis as is een vlammende kreet van verontwaardiging, pijn en wanhoop van een getormenteerde schrijver. Het is een hartstochtelijk requiem in woord en beeld voor de meisjes van Rusland, zoals zij haar seksegenoten werkzaam in alle geledingen van de Russische bureaucratie noemt. Persoonlijke anekdotes op de werkvloer en in de gevangenis zet zij kracht bij in wrange, maar ook ontroerende tekeningen en in beklemmende gedichten, die je soms tot tranen toe beroeren. Zo richt Daria Serenko in Ik wens mijn huis as een klein monument op voor, wat zij noemt, alle Russische meisjes.










