De film Brooklyn (2015) geldt als een doorslaand succes. Deze verfilming van de gelijknamige roman van Colin Tóibín uit 2009 won drie Oscars. Dit jaar verscheen Tóibíns roman Long Island, een vervolg op Brooklyn. Beide boeken brengen zowel het Ierland van het begin van de jaren vijftig, als het New York uit die tijd via allerlei mooie en sprekende details tot leven. Het boek Brooklyn is interessanter en schrijnender dan de wat zoetsappige verfilming. Het slot van de roman roept juist veel vragen op. Met die vragen gaat Tóibín in Long Island aan de slag.
In de roman Brooklyn woont hoofdpersoon Eilis Lacey met haar moeder en oudere zuster Rose in Enniscorthy, in zuidoost Ierland. Ze kan geen behoorlijk werk vinden. Via Rose ontmoet ze een pater uit Brooklyn, vader Flood. Hij ziet haar kwaliteiten en besluit haar te helpen. Hij regelt een baan en onderdak voor haar in New York. Tóibín schetst een prachtig beeld van de lange overtocht in de derde klasse van de oceaanstomer en van het verblijf bij een Ierse pensionhoudster en haar medebewoonsters. Het enige contact met haar familie in Ierland verloopt per brief. Eilis heeft hevig heimwee en als vader Flood dat doorkrijgt, schrijft hij haar in op een avondcursus waarmee ze haar boekhouddiploma kan halen.
Terug voor rouw
De pastoor organiseert van alles voor zijn parochianen, onder andere een wekelijkse dansavond. Daar ontmoet Eilis, die de problemen van aanpassing en heimwee te boven is gekomen, de jonge loodgieter Tony Fiorello, zoon van arme Italiaanse migranten. Als ze haar diploma voor boekhouden heeft behaald, krijgt ze bericht dat Rose plotseling is overleden. Totaal van de kaart gaat Eilis voor de rouw terug naar Ierland en neemt een paar beslissingen die bepalend zijn voor haar verdere leven.
De hechte relatie via de katholieke kerk tussen de Amerikaanse oostkust en Ierland, het netwerk van de sociale controle dat twee continenten omspant, is ook een centraal motief bij andere Ierse auteurs. Bijvoorbeeld in de Quirke-verhalen van John Banville, die overigens opgroeide in Wexford, vlakbij Enniscorthy.
Nora Webster
In 2014 publiceerde Tóibín de roman Nora Webster, die lijkt te beginnen als een vervolg op Brooklyn. De hoofdpersoon is een weduwe van veertig met twee thuiswonende zoons en twee uitwonende dochters. Ze woont eveneens in Enniscorthy. Al in het begin zien we moeder Lacey bij Nora op bezoek komen en horen we haar een anekdote vertellen over schoonzoon Tony in Brooklyn. Nora verkoopt ook een weekendhuis aan Eilis’ broer Jack, omdat ze dat niet meer kan onderhouden. Voor de rest van de roman blijven de verwijzingen beperkt tot de namen van Rose en Eilis’ vriendin Nancy.
Desalniettemin is Nora Webster een aanrader voor de lezers van Brooklyn en Long Island, al was het alleen al om te zien hoe de Ierse samenleving is veranderd sinds de meer dan vijftien jaar die inmiddels verstreken zijn. Nora heeft bijvoorbeeld een auto en iedereen ziet de maanlanding op tv. Belangrijker zijn de toenmalige spanningen in Noord-Ierland die op tv worden uitgezonden, waarbij het Britse leger keihard optreedt tegen de katholieke bevolking. Zagen we in Brooklyn vader Flood op te achtergrond het leven van Eilis manipuleren, in Nora Webster heeft een non, zuster Thomas, deze rol. De substantiële steun die Tóibíns vrouwen via de kerk ontvangen, heeft uiteraard ook een prijs. Ze dienen zich wel keurig aan de regels te houden.
Vreemd Iers eendje in de bijt
Zoals gezegd schreef Tóibín Long Island na het succes van de film Brooklyn. Het begin van dit vervolg slaat in als een bom. We zijn weer wat jaren verder, in de tijd vlak na Watergate. Eilis Fiorello, née Lacey, woont zo’n twintig jaar met Tony in een gehucht op Long Island. Ze heeft een baantje als boekhouder bij een bedrijf in de buurt, haar dochter Rosella gaat bijna studeren en zoon Larry doet het goed op de middelbare school. Tony en zijn broers hebben voor elk gezin en hun ouders een rijtje huizen gebouwd. Maar dan belt een man aan die Eilis meedeelt dat Tony tijdens een klusje zijn vrouw zwanger heeft gemaakt en dat hij het kind na de geboorte bij hen voor de deur zal deponeren.
Vanaf dat moment begint Eilis langzaam maar zeker in te zien dat ze in de familie Fiorello niet zozeer een vreemd Iers eendje in de bijt is, als wel een volkomen buitenstaander. Met name schoonmoeder Francesca, die instrumenteel poeslief doet tegen haar schoondochter, intrigeert achter haar rug om dat het een lust is en tutta la famiglia blijkt daaraan mee te doen. Zelfs haar kinderen weten meer dan Eilis, bijvoorbeeld dat de Fiorello-clan het nieuwe ‘kleinkind’ dolgraag in zijn midden wil verwelkomen. Wat Eilis daarvan vindt, zal hun een zorg zijn.
Wat moet ze doen? Keurig haar plaats innemen? Nee, ze grijpt de tachtigste verjaardag van haar moeder aan om een tijdje in Ierland door te brengen. Daar ziet ze ook Nancy en haar oude vlam Jim weer. We zien hoe de welvaart is gestegen. Moeder Lacey krijgt dan ook van haar dochter een koelkast, een wasmachine en een cooker.
Overigens merkwaardig dat Tóibín dingen ‘onthult’ die bij de lezer van Nora Webster al bekend waren. Bijvoorbeeld dat Eilis’ broer Jack van Nora het vakantiehuis aan de kust heeft gekocht voor hun broer Martin.
Verwarring
Wie denkt dat Long Island een herhalingsoefening is van Brooklyn, heeft het mis. De nieuwe roman is – nog – beklemmender dan Brooklyn en Nora Webster omdat Eilis nu zowel in Ierland als in Amerika met intriges wordt geconfronteerd. Iedereen lijkt een verborgen agenda te hebben en zelfs een personage dat – als een grote uitzondering – haar onvoorwaardelijk steunt, blijkt deel uit te maken van het tribale complot. Eilis’ verwarring is aan het slot dan ook veel groter dan in Brooklyn. De lezer weet niet wat haar keuze zal worden. Een zoetig einde als in de film wordt bij een eventuele bioscoopversie van Long Island volkomen onmogelijk, zonder de hele roman van Tóibín geweld aan te doen.
De auteur heeft zijn jeugd in Enniscorthy doorgebracht en de omgeving is ook het decor voor ander werk, maar die wereld is slechts een deel van zijn oeuvre. Hij heeft interessante romans gewijd aan de schrijvers Henry James en Thomas Mann. En ook een aan Maria, volgens de christelijke legenden de moeder van Jezus, en een romanbewerking gemaakt van Euripides’ Oresteia. Al deze boeken zijn door critici geprezen en met literaire prijzen bekroond.










