Je zou met wat fantasie kunnen zeggen dat Çiler İlhans roman Een zandstorm, zeiden ze, voortborduurt op de zogeheten Aristotelische wetten. De wetten van eenheid van tijd, plaats en handeling. De tijdspanne van één dag, één plaats en één centraal staande handeling. De Turks-Nederlandse schrijfster Çiler İlhan (1972) speelt er op een knappe manier mee.
Het verhaal speelt zich af op 4 mei 2009 – al zijn er vooruit- en terugblikken – in een dorp in het zuidoosten van Turkije en draait om de aanloop naar de aanstaande verloving van Leyla en Bilal afkomstig uit twee verschillende dorpen ( Eigenheim en Ginderbuiten), en de rampzalige afloop ervan. Mensen die een beetje thuis zijn in de roerige Turkse geschiedenis zegt de datum in dit verband genoeg, maar om het geheugen op te frissen hier in een paar zinnen wat er toen gebeurde: Op 4 mei 2009 vielen in Bilge (provincie Mardin in Turkije, met diverse etnische groepen) tijdens een verlovingsfeest een groep mannen met kalasjnikovs de zaal binnen en schoten. Daarbij vielen vierenveertig doden, vooral vrouwen en kinderen. Het was een moordpartij waarvoor de Turkse staat mede verantwoordelijk werd gehouden omdat hij boeren aan wapentuig hielp om te kunnen strijden tegen de Koerdische PKK. De Koerden strijden nog steeds voor hun eigen identiteit, maar nu liever via diplomatieke wegen dan met wapens. Ilhan heeft haar verhaal gebaseerd op de schokkende gebeurtenis van die 4e mei en weeft ze door en om de aanstaande verloving van Leyla en Bilal heen.
Het verhaal wordt verteld in de vorm van negentien tableaus die beginnen met een voorzegging. De eerste alinea geeft niet alleen hiervan een duidelijk beeld, maar ook van de stijl van de schrijfster: ‘Maral was de eau de cologne vergeten. En haar moeder had het nog zo tegen haar gezegd, een paar dagen geleden al. Geen lauwe eau de cologne voor het bezoek. De eau de cologne moet op tijd in huis worden gehaald, zodat die de ijskast in kan en de gasten later verfrist. De dag was toch al niet goed begonnen. Hoe zou een dag die zo begon ook tot een goed einde kunnen komen?’ Die dreiging van een slechte afloop hangt boven elke episode en wordt steeds sterker. Donkere wolken pakken zich samen. Was het binnen de moslimgemeenschap te wijten aan het feit dat er geen beest was geofferd? Dat de aalmoezen karig waren? Ze zich niet aan de vijf dagelijkse gebeden hadden gehouden?
Concentrische cirkels
Om de eenheid van tijd, plaats en handeling worden concentrische cirkels getrokken, in het klein en het groot. Bij de kwesties tussen de twee families komt bijvoorbeeld een toestand met hun eer erbij. Bij koppijn komt honger en hitte. En duizeligheid. Die werden allemaal pas minder nadat personage Halil had gegeten, maar verergerden weer toen hij (te snel?) opstond.
Het verhaal grijpt vooruit. Na de gebeurtenissen gaat het onder meer over wapens van hetzij de dorpswachter hetzij van buitenaf neergelegd om verwarring te zaaien. Was het nu een zandstorm? Ze zeiden het. Uit de richting van Ginderbuiten? Of was het eerder een stofstorm? Of een windhoos? Laten we het houden op een storm die alles verwoestte, zoals stormen wel vaker in de literatuur symbool staan voor dreigingen van binnenuit of buitenaf.
İlhan vertelt het verhaal van Leyla en Bilal in het dorpje in zuidoost Turkije in een stijl die een samensmelting is van prachtig, beeldend taalgebruik en een compacte uitdrukkingswijze in korte zinnen. De spanning loopt op op een manier die ook door detectiveschrijvers wordt gebruikt door kleine hints te geven over wat dreigt. Het enige minpuntje zijn misschien de vele namen die vaak twee aan twee voorkomen (vader-moeder, moeder-zoon, tante-neef) en over elkaar heen buitelen.
Stilistische kracht
Çiler İlhans werk beweegt zich tussen literatuur en essays. Van haar hand verscheen in het Nederlands eerder een verhalenbundel: Verbannen, die werd bekroond met de EU-Literatuurprijs. Verhalen over alle denkbare vormen van lichamelijk en geestelijk geweld. Over klein gehouden worden en je eigen taal niet mogen spreken of niet mogen trouwen met degene die je liefhebt. In haar boeken valt haar grote stilistische kracht samen met kennis die ze onder meer opdeed tijdens haar studie Internationale Betrekkingen en Politieke Wetenschappen in Istanbul.
İlhans vertelvoorkeur gaat uit – zoals ze in een interview met Charlotte Remarque tijdens Writers Unlimited (2025) zei – naar de verhaalvorm, omdat je ‘in verhalen meer met de taal kunt spelen’. Dat geldt ook voor de vertaalster van deze roman, Hanneke van der Heijden, die eerder onder meer boeken van Orhan Pamuk vertaalde. Zij kwam met woorden als Eigenheim en Ginderbuiten voor de twee dorpjes. Je moet er maar opkomen.










