Christine Otten is auteur en journalist. Ze debuteerde in 1995 en daarna verscheen er een stapel geëngageerde boeken. Niet omdat het een hype is of omdat het moet, maar omdat Otten echt begaan is met de ander. In dit verband is zielsverbondenheid een begrip waar ze in elk van haar boeken invulling aan geeft. Bijvoorbeeld in haar grote roman De laatste dichters (2004) over een groep zwarte dichters, ‘The Last Poets’, in New Orleans. Een aantal andere titels illustreren dat ook: Als ik naar jou kijk, zie ik mezelf (2018), of De ander bestaat niet (2022). Acht jaar geleden besloot ze schrijfworkshops in de gevangenis te geven; ongetwijfeld hebben haar ervaringen een rol gespeeld bij het schrijven van haar laatste roman: Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld.
De roman vertelt het verhaal vanuit de ogen van de crimineel en ik-verteller Anir, die na twaalf jaar detentie weer naar buiten mag. Bij de reclassering ontmoet hij Emma, die een proefschrift gaat schrijven over de levensloop van langgestraften (de correlatie tussen maatschappelijke uitsluiting en criminaliteit) en daarvoor een ervaringsdeskundige nodig heeft. Overigens komen we niet te weten wat Anir precies heeft misdaan.
Een verhaal is een vraag
Op het reclasseringsbureau vindt Anir dat er met Emma niet zuiver omgegaan wordt: als vrouw wordt ze in zijn ogen niet gelijkwaardig behandeld. Dat geeft Anir het gevoel dat hij een klik met haar heeft. Ook hij wordt als crimineel (en later blijkt ook nog om een andere reden in zijn ogen) niet als gelijkwaardige bejegend. Anir wil wel meewerken, want als hij zijn verhaal vertelt, zal hij begrepen worden en daardoor eerder weer in de maatschappij opgenomen. Ook wil hij inzicht krijgen in zijn eigen handelen en de invloeden van de cultuur en zijn opvoeding die daarin een rol hebben gespeeld.
Emma voert lange gesprekken met Anir in haar eigen appartement, opgenomen met haar telefoon. Anir neemt zich voor alles te vertellen en niets achter te houden. Hij vertelt, zoals in zijn cultuur gebruikelijk, verhalen. ‘Soms heb je verhalen nodig om je eigen verhaal te begrijpen. En dan begint het pas. Een verhaal is nooit een antwoord. Een verhaal is altijd een vraag.’ Hij vertelt over zijn familie in Marokko en Algerije, over zijn opvoeding, zijn broers, het spelen met zijn zussen en nichtjes, over de rol die zijn moeder daarin speelde. Op het moment dat ook Emma gaat vertellen over haar getroebleerde jeugd wordt de relatie tussen de twee steeds closer en erg broeierig. Emma vertelt dat ze haar vader en haar broer heeft verstoten. Niet alleen om Anir daardoor uit te lokken nog meer te vertellen, ook om haar eigen oud zeer een plaats te geven.
Thriller
En dan komt Anir bij zijn geheim: zijn fascinatie met vrouwenkleren. Hij verkleedt zich soms als vrouw en noemt zichzelf dan Assia Ook meldt hij een verwarrende seksuele ervaring met Anthony, een mannelijke medegevangene. Emma wisselt jurkjes, ondergoed en make-up met hem uit en daagt hem uit als Assia ook zijn verhaal te vertellen. Ze zijn steeds meer vriendinnen, drinken dure whisky. Emma koopt duur ondergoed voor Assia. Anir krijgt van haar te horen hoe zijn verlangens om vrouw te zijn in elkaar zitten. Anir/Assia en Emma worden een twee-eenheid als ze beiden ook nog menen de hulpverleners van de reclassering door te hebben. In hun gesprekken maken ze die belachelijk door alle trucs en de oppervlakkige belangstelling af te kraken. Op dit moment in de roman wisselt de sfeer naar die van een regelrechte thriller. Als lezer voel je de spanning: dit gaat niet goed komen. Anir verklaart Emma haar liefde, waarna zij heel koud afscheid van hem neemt. Hij was haar project, niet meer. Anir dondert in een gat. Niemand is dus te vertrouwen, hij is weer terug bij af.
Vrouwenkleren
De rest van het boek – we zijn nog niet op de helft – laat zien hoe Anir weer opkrabbelt. Hij gaat sporten om een goed lichaam te krijgen, begraaft zijn vrouwenkleren en keert terug naar zijn familie. En hij schrijft. Hij tekent de herinneringen aan zijn moeder op, die hem toestond met vrouwenkleren rond te lopen, de verhalen die ze hem vertelde, hij verhaalt over de docente die hem kennis liet maken met wereldliteratuur, over de criminele mannen, de Marokkaanse cultuur.
Het mooiste verhaal van zijn moeder gaat over een rijke jongen en een arm meisje die een wedstrijd houden over wie het verst komt in het leven. Het arme meisje is slimmer en wint. Hij kan er geen genoeg van krijgen en laat het zijn moeder keer op keer vertellen. Het is het verhaal van zijn leven en zijn strijd. Hij voelt zich verbonden met dat arme meisje en haar ambities om te winnen. Assia komt weer tot leven.
Op haar website schrijft Christine Otten: ‘Ik schrijf omdat ik niet opgesloten wil zijn in mijn eigen wereld, mijn eigen leven, mijn eigen lichaam. Door romans te schrijven kan ik iemand anders zijn, een man, of zwart, oud, of weer kind, een moslim, een crimineel, een muzikant, een psychiater. Ik schrijf omdat ik me wil verbinden met andere mensen.’
Het is prachtig om te lezen hoe de auteur zich inderdaad kan verplaatsen in een ander, in dit geval een mannelijke Marokkaanse ex-crimineel. Niet direct haar wereld. Toch is ze daarin heel geloofwaardig. Als lezer ga je direct mee in het verhaal van Anir en na enkele zinnen besef je al niet meer dat hier een blanke vrouwelijke schrijfster schrijft wat Anir vertelt. Als ik je eenmaal mijn verhaal heb verteld is een perfect staaltje inlevingsvermogen.










