Waarom lezen we? Onder andere om te verdwijnen, te leren, te begrijpen, te verplaatsen en om te herkennen… Herkenning in een boek is een kwaliteit, een besef dat je niet alleen staat, dat je niet uniek bent en in het geval van de memoir Beladen huis van Christien Brinkgreve legt deze herkenning zaken bloot die ontegenzeggelijk in veel relaties spelen, verschillen tussen mannen en vrouwen die soms onoverbrugbaar zijn.
In Beladen huis beschrijft Brinkgreve het verhaal van haar huwelijk met Arend Jan Heerma van Voss, die in februari 2022 na een lang ziekbed stierf. Ze gebruikt hun huis, dat langzaam dichtslibde met zijn spullen en ‘beladen’ is geraakt, als een metafoor voor de tragiek van hun relatie en de vervreemding van elkaar. ‘De staat van verwaarlozing van het huis drong in de tijd daarna pas goed tot me door. Ik zag de scheuren in de muren, de afgebladderde muren in de wc, de uitpuilende boekenkasten in de gang die slechts een klein looppad toelieten. De stapels oude kranten en tijdschriften, de dozen met spullen waarop jarenlang niemand meer een blik had geworpen.’
Overgeleverd
Brinkgreve’s memoir begint met de herinnering aan de begrafenis van A zoals ze haar man Arend Jan door het hele boek heen noemt. Dat werkt goed en geeft haar enige afstand tot het onderwerp. Langzaam ontwaakt ze uit haar verdoving en begint met hulp het huis een beetje op te ruimen, leefbaarder en weer eigen te maken. Daarmee komen de herinneringen aan en anekdotes over een gelukkig huwelijk dat gaandeweg steeds moeizamer wordt, bovendrijven.
Ze ontmoetten elkaar eind jaren zeventig, toen Brinkgreve met de socioloog Bram de Swaan samenwerkte en A voor de Haagse Post schreef, voordat hij daar hoofdredacteur werd. Het was liefde op het eerste gezicht, al merkte Brinkgreve er bij hem weinig van, schrijft ze. Ze bewonderde hem, zijn scherpe geest en humor. Later begreep ze dat hun ontmoeting een trigger was ‘om zijn in zijn ogen vastgelopen huwelijk achter zich te laten.’
Ze gingen samenwonen in haar huis in de Noorderstraat in Amsterdam, dat ze tot haar grote spijt heeft verkocht. ‘Ik gaf uiteindelijk toe: na twee jaar verzet zwichtte ik voor zijn druk om het huis te verkopen. Ik veronachtzaamde daarmee, in de taal van later, mijn eigen grenzen. Dat was ik gewend, overgeleverd als ik me als kind voelde aan de wanhoop van mijn bij vlagen angstige en depressieve moeder.’
Het huis als metafoor
De ervaren socioloog Brinkgreve las veel boeken (gezien de lijst achterin) over rouw en relaties en citeert daar soms uit, woorden die haar onderzoek ondersteunden. Ze komt tot inzichten en zoekt naar antwoorden die raken aan haar verhaal van onvermogen om haar man te bereiken. Waarom was ze als geëmancipeerde vrouw, hoogleraar vrouwenstudies, een intellectueel en één van de eerste moeders met een veeleisende baan, niet in staat om haar man, die er toch ook moderne denkbeelden op nahield, te weerstaan? Waarom keerde hij zo naar binnen op het depressieve af, vooral na zijn pensioen? In hoeverre werkten de patronen van hun jeugd door in hun volwassen leven? En de hamvraag: Waarom ging ze niet bij hem weg? ‘Er was veel wat me bond. Maar het was ook angst die me weerhield om weg te gaan. Het opbreken van vertrouwde paden vroeg om een onverschrokkenheid die ik toen niet had.’
Het huis als metafoor van de tanende relatie komt wel het best tot uiting in de kelder die jarenlang ondergelopen staat. Spullen verweren en vallen uit elkaar. A kan het niet opbrengen om er iets aan te doen en onbegrijpelijkerwijs laat ook Brinkgreve het gebeuren. Het zegt alles over de moedeloosheid waarin de relatie zich bevond.
Ze beschrijft de laatste maanden van zijn ziekbed indringend, de zware sfeer, het onvermogen om elkaar te bereiken is schrijnend. Toch blijkt, als ze de moed vindt om tijdens het opruimen hun emailuitwisseling van jaren geleden te herlezen – zij zit boven in haar werkkamer, hij beneden achter zijn laptop in zijn kamer – dat er wel degelijk een vorm van contact was. Ze herkent zijn heldere argumentatie en betrokkenheid in zijn schrijven. Het is tragisch dat ze het gesprek nooit konden voeren terwijl ze elkaar in de ogen zagen.
Een boos boek is ongepast
Ze kon niet tegen hem op, verzucht ze op twee-derde van het boek. ‘Hij was zo bepalend, door zijn stemmingen, de scherpte van zijn woorden, zijn oordelen.’ Uiteindelijk was hij ook slachtoffer van zijn opvoeding. Of zoals Brinkgreve het zo mooi verwoordt: ‘Ik zie ook de karrensporen oplichten die A ondergronds hebben getekend. Het spoor van zijn angst overweldigd te worden door het massieve verdriet van zijn moeder, en zijn angst verlaten te worden.’ Hun band was belast met A’s angst verlaten te worden. Zelfs als ze thuis was en boven in haar werkkamer zat, voelde ze zijn verwijtende blik. Een trauma dat in zijn jeugd ontstond toen zijn vijf jaar oudere zusje Dokie, aan wie hij erg gehecht was, stierf aan de gevolgen van een ongeluk. Dit psychologisch besef komt pas op het einde van het boek aan bod. Brinkgreve ziet de dood van zijn zusje als de oorzaak van veel onverwerkt zeer.
Tijdens het schrijven van Beladen huis vraagt Brinkgreve zich vaak af wat voor soort boek het moet worden. Geen boos boek, dat is ongepast en oninteressant. ‘Het is ook niet mijn overheersende gevoel: de verwondering heeft het inmiddels gewonnen van het verwijt, de compassie overstemt de woede.’ Het is een persoonlijk boek geworden over rouwverwerking en inzichten vergaren. ‘Dat het een boek over rouw was werd voor mij steeds voelbaarder. Over rouw die bemoeilijkt werd door het ontbreken van een afscheid.’
Brinkgreve meandert door de tijd van haar huwelijk, werk, ouders, kinderen, vakanties, vrienden en het huis. Onvermijdelijk werkt dat hier en daar wat herhaling in de hand. Bovendien blijft A’s karakter soms wat algemeen. Hij is het dode paard waaraan het moeizaam sjorren is, zegt een vriendin. Meermalen vertelt Brinkgreve dat A scherp is in zijn argumentatie, dat ze houdt van zijn humor. Daarvan had ze best wat meer voorbeelden kunnen geven. ‘Dat kan dus, die sterke afwisseling in één persoon van lichtheid en humor en aan de andere kant zwaarmoedigheid. Ik ben blij dat ik ook deze lichte momenten weer terugkrijg: (…) Ik mis zijn humor, zijn onverwachte en vaak rake opmerkingen. Het valt me moeilijk er één persoon van te maken, zo verschillend als zijn kanten konden zijn. En zo abrupt de omslag.’
Als ervaren schrijfster, sociologe en feministe weet Brinkgreve de problematiek van haar huwelijk breed te trekken. Ze raakt veel zijdelingse onderwerpen aan, waardoor het ook een universeel verhaal wordt, wat diepgang en leesplezier ten goede komt.










