In 26 losse verhalen lezen we over de levens van o.a. een psychiater, een oma, vrijheidszoekers, broers en vriendinnen, maar ook over een gevallen acteur, een fietsenzaakmedewerker en een bijna-psychiater die sarcastisch constateert dat hij applaudisseert voor ‘hoe ik meeval als Turk, als Marokkaan, als man, als…’. Ogenschijnlijk gewone levens, want het zijn levens die op de onze zouden kunnen lijken. Mensen die worstelen met vragen, met problemen en met de veranderende tijdsgeest. Hoe verhoud je je daartoe? De levens in de verhalen in Een aangenaam zwaar hoofd zijn los te lezen, hoewel ze onderling in meer of mindere mate met elkaar verbonden zijn. Zoals door de psychiater Eva die als rode draad door het boek is geschreven, maar ook door een oude rode Volvo die door twee verhalen rijdt. De zittende jongeman krijgt in het ene verhaal een podium en is juist verderop in het boek een bijfiguur. Het boek, geschreven door Bram de Ridder, zit vol met dit soort overlappingen en is daarom beslist de moeite waard om na het lezen te herlezen.
Invoelende zinnen
Bram de Ridder (1985) is psychiater en socioloog en schreef in zijn eerdere boek Andere kamers al over uiteenlopende levens, eenzaamheid, iets missen (maar wat) en contact. Hoe houd je je staande in deze wereld. In welke situaties ervaar je soms dat prettige samenvallen met het leven. Deze thema’s komen terug in zijn nieuwe boek, maar de verhalen over innerlijke worstelingen, angsten en gemis zijn nu beter uitgewerkt. In tegenstelling tot de vaak korte staccato-zinnen in zijn eerste roman, is de schrijfstijl in de nieuwe verhalen tot bloei gekomen. Zinnen zijn voller, natuurlijker en meer beschrijvend; dit leest aangenaam. Fragmenten zijn soms zo invoelend op papier gezet dat je daadwerkelijk de pijn van Eva voelt die als couveusebaby een start op deze wereld heeft gemaakt. Stel je de hand van haar moeder voor die teder het nog niet dichtgegroeide fontanel liefkoost. Of is dat niet gebeurd? ‘Ja, dat is een erg oude pijn.’ zegt haar therapeut bij wie ze jarenlang leertherapie heeft gevolgd. Eva maakt het boek rond, door een begin- en eindverhaal met dezelfde titel Wie ze ook is.
Actuele thema’s
Zijn we niet allemaal op zoek naar antwoorden op vragen als: Wie ben ik? Hoe ben ik zo geworden? Wie wil ik zijn? En, als ik een beslissing neem, hoe leef ik daarna gewoon door. Dit boek past daarom perfect in de huidige tijdsgeest en heeft daarnaast ook veel actuele thema’s. Denk bijvoorbeeld aan de oudere Tonia die ooit iemand was, maar door het verglijden van de tijd een ander iemand is geworden. In haar verhaal besluit ze op een dag dat ze het vuren staakt, maar hoewel ze invoelt dat dit een belangrijke beslissing is, kan ze geen grip krijgen op de gevolgen. Denk aan de ijdele podiumman die eigenlijk wel weet dat hij een rokkenjager was, altijd op zoek naar applaus en bevestiging. Maar hij heeft de tijdsgeest tegen en in een interview voelt hij zich steeds meer vastzitten in een ijsbaangesprek. Hij prutst aan zijn sjaaltje en hoopt er maar het beste van, want de media zijn genadeloos. Doet dat ons niet denken aan de actuele berichtgeving over misstanden uit medialand of uit de cultuursector?
Zou het een man of een vrouw zijn? Dit vraagt de jonge fietsenmaker zich af als hij een klant niet helemaal kan plaatsen. Hij probeert aanwijzingen te vinden in de stem, de zachte babyhanden van de persoon en komt dan tot een eigen conclusie. ‘Zouden dit vaders zijn?’ Dit vraagt dezelfde fietsenmaker verderop in het boek aan Eva met wie hij samen een therapierondje loopt en op een veldje twee basketballende mannen ziet. Dat hij kortgeleden als zoon werkelijk is gezien door zijn vader is voor hem heel helend. De basketballende mannen zijn overigens niet zomaar een belangrijke observatie; ze worden hier geïntroduceerd, maar zijn verderop in het boek de hoofdpersonen. De bijna kinderlijk eenvoudige vraag van de ene volwassen man aan de basketballende man: ‘Mag ik meedoen?’ is aandoenlijk en kwetsbaar. Je voelt een aftasten, een aanzetje tot een vriendschap misschien, want hoewel je volgens de hoofdpersoon van dit verhaal in een stad verdrietig en eenzaam mag zijn, kan er ineens een verlangen ontstaan een vriend te hebben.
Sympathie
De Ridder weet je door zijn observerende taalgebruik en treffende zinnen te raken. Voor elke hoofdpersoon krijg je sympathie, omdat ze eerlijk zijn in hun innerlijke worstelingen en verlangen. Een verlangen om bijvoorbeeld over je buik geaaid te worden. Durf je dat uit te spreken? De docent die zich afvraagt of verliefdheid een verzachtende omstandigheid is bij het overschrijden van grenzen. Je voelt mee met de chauffeur van de Volvo die schuurpapier voelt aan de binnenkant van zijn borstkas als het ritje met een oude vriendin voorbij is. Tot slot is er Abby die in meerdere verhalen voorkomt en verantwoordelijk is voor de titel van het boek. Ze wil zowel afstand houden als nabijheid voelen en door haar aanwezigheid in eerdere verhalen ‘ken’ je haar een beetje. In de intimiteit van de avond praat ze met haar hartsvriendin over therapie, tegenstrijdigheden en vervreemding: kun je elkaar ooit echt kennen? De alcohol polijst iets wat scherp kan zijn en als ze later voorhoofd tegen voorhoofd in bed liggen, voelt ze ontspanning en geruststelling.
In Een aangenaam zwaar hoofd heeft Bram de Ridder gewone mensen en alledaagse actuele thema’s weten te vangen in een bundel samenhangende verhalen over de betekenis van het leven en het accepteren van betekenisloosheid.










