Benny Lindelauf is een veelzijdig schrijver en (dans-)theaterman. Hij schreef kinderboeken, maar ook voor jeugdtheater. De vrouw en zijn hoofd is een prentenboek voor volwassenen met prachtige, kunstzinnige, surrealistische illustraties van Ingrid Godon. De aanleiding voor dit boek is het overlijden van Benny Lindelaufs schoonvader, die ondanks een lang ziekbed heel berustend bleef. Hij nam de dood niet zo ernstig en ging gewoon door met leven. Dat maakte indruk en inspireerde Lindelauf tot dit boek. Lindelauf benaderde de Vlaamse kunstenares Ingrid Godon, die hij bewonderde om haar portretten. Ze werkte onder meer met Toon Tellegen. Na het lezen van het korte verhaal De vrouw en zijn hoofd was ze meteen verkocht. Daarmee is dit bijzondere boek een feit geworden.
Berusting in verlies
Het verhaal gaat over een man wiens dagen zijn geteld. ‘Het hoofd wilde nog wel, maar het lijf niet meer’. De arts voert met toestemming van de man en zijn vrouw een rigoureus plan uit. ‘En zo gebeurde het dat de vrouw die avond thuiskwam met alleen het hoofd van de man’. Het hoofd wil roken, jenevers drinken en de pruimenboom zien. De vrouw neemt het hoofd mee naar een bankje aan de rivier, waar ze samen praten. Ze eten samen pruimenvlaai. De visite vraagt de vrouw of het niet vreselijk wennen is. ‘Het is wat het is’, zegt ze. Als het herfst wordt raakt de vrouw vergeetachtig. Ze vindt het spek voor bij de kapucijners terug bij de theedoeken. Ook haar levensdagen raken geteld. ‘Het lijf wil nog wilde nog wel, maar het hoofd niet meer’. En zo komt op een dag het hoofd van de man thuis met alleen het lijf van de vrouw.
Een sprookjesboek als een kunstwerk
Dit surrealistisch sprookje, dat tegelijk ook is gebaseerd op de harde, meedogenloze realiteit, ademt de berusting uit die Lindelauf moet hebben ervaren bij zijn schoonvader. Toch is ook de onderlaag, het verdriet en de rouw, voelbaar. Doordat hij gekozen heeft voor een absurde verhaallijn lukt het de schrijver om het gevoel in de kern te raken. We zien geen clichés met ziekenhuisbedden en geriatrie-afdelingen. Er wordt geen woord gerept over kanker of dementie. Het sprookje trekt ons mee in de warme, besloten en liefdevolle alledaagsheid van het echtpaar. Zij besteden geen aandacht aan dat wat niet meer wil. Ze richten zich op de dingen die ze wél hebben. Daardoor is er weinig droefenis. En toch voel je als lezer het verdriet van afscheid en rouw. Die laag blijft echter onbenoemd. Het verhaal gaat er niet over en toch is het aanwezig.
De bijzonder fraaie illustraties van Ingrid Godon versterken het verhaal. Tekst en beeld samen maken dit boek tot een magisch kunstwerk. Zou je de illustraties eruit halen om ze bijvoorbeeld aan je muur te hangen (zo fraai zijn ze), dan haal je het leven er bijna uit. De tekst hoort erbij. Net zoals het verhaal moeilijk zonder de illustraties zou kunnen. Het is een ‘gesamtkunstwerk’. Een boekje dat thuishoort in een kunstmuseum.









