Schrijver en muzikant Bart Koubaa is een politiek-maatschappelijk betrokken dichter die zich in zijn woonplaats Gent al langer bezighoudt met het lot en leven van emigranten en vluchtelingen. Zijn ervaringen en inzichten heeft hij daarover vastgelegd in zijn essaybundel Dansen in tijden van droogte (2021). Koubaa debuteerde in 1988 met de bundel In de wolken. Dit is zijn tweede poëziebundel. Ook schreef hij enkele romans, waaronder het opzienbarende De leraar (2009).
De verliefde engel bestaat uit drie afdelingen met vrije verzen. Elke epische afdeling van elf strofen eindigt met een lyrisch slotgedicht. Het getal elf wijst op een toekomstig gewenste verandering. De alwetende hij-verteller beweegt zich voortdurend tussen de hij en de dichter. De verhaallijn kent concrete, magische en religieuze momenten, met de engel als meest expliciete vertegenwoordiger. Op beslissende ogenblikken kiert de autobiografie van de dichter door de verzen heen. De nieuwe bundel vormt een aaneenschakeling van verrassende metaforen, spiritueel-mythische scènes met als ‘vurige’ scheppingsbron ‘de blauwe steen’, afkomstig uit Afghanistan. ‘De blauwe steen’ als metafoor manifesteert in New York en Gent zijn dwingende aanwezigheid met transcenderende uitwerking op het doen en denken van de hij en de dichter.
Bewustwordingsmoment
In de eerste afdeling, ‘Manhattan of de ontdekking van de werkelijkheid, zomer’, weet de hij zich gedreven door de liefde die hem in staat stelt zichzelf te overstijgen. ‘De blauwe steen’, afkomstig uit Afghanistan, hem bij toeval in handen gekomen, vuurt hem aan het zekere pad te verlaten. Op aanraden van zijn Tunesische vrouw Laïla Koubaa opent de dichter met een scheppingsproces als ooit in het Afghaanse hooggebergte. Daar is in een ver verleden, ‘de ondoorzichtige lapis lazuli, / bezongen en bejubeld / om zijn oogverblindende schoonheid / en zijn vermogen diepe vrede / en heldere inzichten /met zich mee te brengen’.
Toen de gravers hem zagen, keken ze onder de grond ‘naar de hemel’. In de steen stond ‘hun toekomst’ geschreven. Het lijkt wel alsof, ‘God of de duivel / een flitsend geschenk / voor [de] voeten [van de dichter] had laten vallen: / een blauwe meteoriet / die sindsdien deel uitmaakte / van zijn bestaan
Voortaan was de steen de ‘magische toetssteen’ ‘die de zin / van de onzin’ zou scheiden. De dichter voert ons met deze vondst een heden vol transcendente momenten binnen. Zoals de dichter zijn pen opneemt, zo zit eenieder die de steen opneemt voor de rest van zijn leven aan zijn werking vast. Eenmaal in New York leest de hij op de reclameborden zijn levensopdracht: ‘Discover reality’.
De directe aanleiding voor het bezoek aan New York in juni 2022 is het aanbod van een jeugdvriend van zijn vrouw, vice-ambassadeur van België bij de VN, om achter het spreekgestoelte van de Algemene Vergadering te staan. De hij laat zich met de blauwe steen op zak in gedachten meedrijven boven Harlem in een vrijheid ‘die elke dichter dichter / bij zijn doel’ brengt. Hij weet zich teruggeblazen naar Afghanistan, ‘dansend op de vleugels / boven reusachtige bergketens’. De vraag die zich daarboven aan hem ontvouwt, is of het nodig is mensen te doden, zoals de taliban en de Amerikanen in Afghanistan hebben gedaan, om rechtvaardigheid te bewerkstelligen.
Na de regen van bankbiljetten uit de grijsgroene wolk boven het Riverside Park vraagt de hij zich af wat er met al die armoede in de wereld moet gebeuren, naast de overdadige rijkdom in de stad: ‘Het goede kun je niet in steen schrijven, / het is vloeibaar als het sap van de papaver.’ Terwijl hij achter het spreekgestoelte staat, herinnert de hij zich het verhaal van de Afghaanse Mir Nazit, die bankroet raakte en een beslissing moest nemen: ‘Ik heb ten einde raad mijn jongste dochter, / Sofia, aan mijn oom verkocht, voor net geen 300 dollar.’ Een zelfverwijt klinkt daaruit op: we zijn helaas ‘teruggeworpen op het eigen overleven’.
Verlangen naar samenzijn
De titel van de tweede afdeling ‘Gent of de ontdekking van het hinkelspel, herfst’ herinnert aan het grillige lot uit de roman Een hinkelspel van Julio Cortázar. Het motto van Joseph Brodsky wijst op het verlangen van ieder mens naar niets anders dan samenzijn. In New York had hij ervaren dat het ‘denkbeeld van vrijheid’ omvergeworpen was. Er trokken ‘Afghaanse rillingen’ over zijn lijf, denkend aan wat haar was overkomen. ‘Het gezicht van een kleine engel’ verscheen boven zijn stad Gent. In de oranjevlammenzee keek ze hem aan. Zijn kernvraag is: ‘Wat [is] het belangrijkste vraagstuk / van de filosofie?’ Hij weet het antwoord daarop eigenlijk niet, maar hij voelt zich te veel mens ‘om onbewogen te blijven / bij de prijs op haar hoofd.’ In zijn Gentse onderkomen reikt een engel hem het voorlopige antwoord aan: Safia vraagt om sereniteit.
Starend in het vuur bezon de hij zich op manieren om haar te kunnen teruggeven aan haar ouders. Hij beseft dat niet religie of traditie haar rechten schonden, maar de Afghaanse oorlogen. In zijn slaap ‘vliegt’ hij met haar over de oceaan van Afghanistan naar de VN en, ‘neuriëde zachtjes voor Safia Nazir / een slaapliedje waaruit alle poëzie / en vuur was ontstaan’.
Hij vraagt zich af of hij zich niet vergist heeft. Maar fladderen vergissingen ‘niet altijd rond de waarheid / als engelen rond een licht?’ Een meisje, dat niet Safia heette, wijst hem op het hinkelpad. Het is aan de dichter om met woorden naar de toekomst te hinkelen.
Schrijven over morele kwesties
In de derde afdeling ‘Takoe-takoe-taan of de ontdekking van de dichter, winter’ geeft Koubaa aan hoe moeilijk het is een gedicht te schrijven over een morele kwestie: ‘Het is niet de taak van de dichter / om de ziel van Safia Nazir te redden, / maar om haar ziel / de moeite van het redden / waard te maken.’ Het blijft ambivalent om in het breugeliaans winterlandschap een gedicht voor Safia te schrijven: ‘Hoe dichter hij het absurde naderde, / hoe intenser het onmogelijke zich liet zien’. Even verkeert de hij in de waan om naar ‘het paradijs! – op te stijgen’, maar met een doffe klap belandt hij weer op het ijs en raakt zijn blauwe steen kwijt. Deze dichter, ‘Salvator Mundi’, raakt het spoor bijster.
We raken verzeild in een vergelijkbaar sneeuwlandschap als in De sneeuwkoningin van Andersen, waar de kleine Kay de glassplinters in woorden legt. De hij vreest dat het gedicht in verkeerde handen terechtkomt. Daarom selecteert hij denkbeeldig een regenbui met geld boven Afghanistan, om zodoende met die dollars de ‘schulden af te lossen’, opdat de meisjes naar school kunnen. Misschien zou het goed zijn de werken van Voltaire boven Afghanistan af te werpen, opdat het land zou seculariseren. Maar ‘Discover reality’: we denken wel als de verlichte Voltaire, maar ‘doen als idioten’. De inheemse Amerikanen die Frankrijk bezochten, wezen er al op dat het geld de bron van alle kwaad is. In zijn slaap zocht de hij op de oceaan de ziel van Safia Nazir. Uit de zee steeg het koor op: ‘Ik ben Afghanistan waarvan ik verdreven ben, hier ben ik, morgen word ik geboren.’ De hij weet dat hij ‘parels voor de zwijnen / heeft gegooid, / [om] oprecht een ziel de moeite / van het redden waard [..] [te] maken.’
Enkel in de stilte gebeuren echter de grootste wonderen. De dichter heeft geen keuze in wat in hem opkomt. Gelukkig of niet: ‘elk gedicht was uiteindelijk / de puinhoop van een volmaakt / een voortreffelijk idee’. Daarna pakte hij ‘de blauwe steen’ en gooide hem in de hoek waar de winter voorbijsnelde. Een peper-en-zoutvlinder bevrijdde zich uit een voeg en kondigde een eerst bloesem in zijn kroon van de bottende tak de lente aan.
In de laatste afdeling ‘De dichter spreekt de Verenigde Naties toe, lente’ beseft de hij de kracht van het transpersoonlijk bewustzijn dat werkzaam is in het leven. Dat laatste vindt zijn uitdrukking in het bemiddelend optreden van ‘de blauwe steen’ én de engel bij zijn dichterlijke werk. We worden omringd, en naast ons waakbewustzijn, mede gestuurd door een energie die ons verstand te boven gaat. Dit dichterlijk besef maakt deze bundel tot een bijzonder gelaagde leeservaring. In de transcendente liefdesverbinding tussen het meisje, de engel en de dichter ligt de zin van het dichterschap besloten: ‘een meisje, een verliefde engel // met een ziel, de moeite van het redden waard’.











