Autran Dourado (1926-2012) was een Braziliaanse schrijver van romans en verhalen. Zijn roman Opera der doden (Ópera dos mortos) verscheen in 1967 en werd in 1997 in het Nederlands vertaald door Harrie Lemmens. In 2025 is het boek opnieuw (ongewijzigd) uitgebracht. Beide vertalingen bevatten hetzelfde nawoord van de vertaler.
De roman begint fabelachtig. De eerste zin luidt: ‘Voor ik u antwoord geef op uw vraag, eerst dit:’ Vervolgens ontvouwt zich het verhaal van een familie van grootgrondbezitters en van het huis dat ze bewonen. Lucas Procópio Honório Cota is een potentaat die zijn bezit met ijzeren vuist bestuurt. Zijn zoon, Joāo Capistrano Honório Cota, is een stuk milder. Hij laat een tweede verdieping op het huis bouwen waardoor twee generaties met elkaar verbonden worden, maar het blijft de vraag of ze een eenheid vormen.
Joāo Capistrano Honório Cota verwijt zijn stadgenoten dat ze zijn droom een politieke carrière na te jagen, gefnuikt hebben; hij keert daarop de stad de rug toe, trekt zich samen met zijn dochter Rosalina terug in het huis en sluit de wereld buiten. De tijd wordt letterlijk bevroren in het huis: de klokken worden namelijk na de dood van grootvader en moeder van Rosalina om precies drie uur stilgezet.
Rosalina
Na de dood van grootvader en vader bewoont Rosalina het huis samen met haar dienstmeid Quiquina, die niet kan praten. Overdag maakt Rosalina kunstbloemen, ’s avonds drinkt ze. Ze leidt een geïsoleerd leven totdat ze José Feliciano, die ook Juca de Mus of Zé-van-de-Majoor genoemd wordt, aanneemt als manusje-van-alles. Terwijl Quiquina stom is, maar niet doof, heeft José Feliciano een oog waar hij bijna niets mee ziet. De beangstigende buitenwereld wordt verbeeld door een gapende kloof die José Feliciano panische angst aanjaagt, omdat het hem doet denken aan een open graf.
Met de komst van José Feliciano is de rust in het huis verstoord, zeker als hij ’s nachts Rosalina’s minnaar wordt. Overdag is zij nog steeds dona Rosalina en hij haar ondergeschikte, ’s nachts is ze een vurige vrouw die haar minnaar ontvangt. Die ontdekt dat er niet twee maar zelfs drie verschillende Rosalina’s in één persoon huizen. Voor de genoemde twee is er ook ‘dona Rosalina die had bestaan voor zijn komst naar het huis en die was blijven bestaan tot die ene nacht (…).’
Katholieke context
De drie namen van de mannelijke hoofdpersoon, de drie verschillende Rosalina’s, de klokken die om drie uur stilstaan: het cijfer drie komt natuurlijk niet voor niets vaak voor in de roman. In een katholieke context valt onmiddellijk te denken aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De slotzin luidt: ‘Daar ging Rosalina, onze doorn, onze smart.’ Ook die zin valt goed in een katholieke context te plaatsen.
Afwisselende stijl
Dourade geeft de directe rede in de tekst zonder leestekens weer en maakt daardoor de innerlijke monologen en de dialogen gelijkwaardig. Die eenvormigheid doorbreekt hij stilistisch: er staan veel korte, elliptische zinnen in de tekst, maar tegen het eind komen zinnen voor die pagina’s lang doordenderen (op pag. 200-202 bijvoorbeeld). Omdat hij de gebeurtenissen via de gedachten, de innerlijke monologen, van de personages vertelt, wisselt hij continu van perspectief: de lezer kruipt in het hoofd van steeds een andere hoofdpersoon.
Keuzes van de vertaler
De vertaler heeft ervoor gekozen een paar (Braziliaanse) woorden en begrippen toe te lichten (handig natuurlijk), maar systematisch gebeurt dat helaas niet: wat zijn een fustein, organdie, kroep, manenwolf, cantilene, jabuticaba of een aanrechtkeuken? Het gebruik van Braziliaanse namen wordt doorbroken bij de pony die de Nederlandse naam Vuurvliegje krijgt, en bij Juca de Mus.
Het opnieuw uitgeven van een vertaling die 28 jaar geleden gemaakt is, houdt het risico in dat woorden die vroeger normaal waren, nu niet meer gebruikt mogen worden. Zo komt de term ‘slaaf’ in de tekst voor. Daarom is het jammer dat het nawoord ongewijzigd is overgenomen: in een nieuw nawoord had de vertaler een verklaring kunnen geven waarom hij vastgehouden heeft aan deze omstreden terminologie.
Het zijn schoonheidsfoutjes in een prachtig gecomponeerde en adequaat vertaalde roman die dankzij de herdruk nu weer voor iedereen binnen handbereik is. Het verhaal is zeer de moeite waard en wanneer u het boek uitgelezen hebt, weet u ook waar de slotzin van de roman naar verwijst.









