Gebreken en frustraties van een journalist

Recensie door: Michiel van Diggelen

In De allemansvriend is de hoofdpersoon een journalist die veel raakvlakken heeft met schrijver Arjan Visser. De journalist schrijft het boek in opdracht van een ander. Dat onthult hij in het laatste hoofdstuk, zoals dat gewoon is bij een whodunnit. ‘Het zou niet de zoveelste biografie van een of andere mediapersoonlijkheid worden, maar een serieus en beslissend boek zijn, een eerherstel, niet alleen voor (…) maar ook voor mij. Ik zou schoon schip maken, mezelf tonen, met al mijn gebreken.’ Volgens het alter ego van Arjan Visser schreef het boek zichzelf: ‘Ik wist alles al, ik had het allemaal gezien, gehoord of meegemaakt. Het moest alleen nog in de juiste vorm gegoten worden.’ En dat werd een boek dat twee hoofdlijnen kent: een fictief verhaal over een broederstrijd en een autofictief verhaal over een journalist.

De journalist krijgt een aanbod dat hij niet kan weigeren. Of hij de doodgewaande vastgoedman Jack Kaptein wil interviewen. Jack is gepikeerd over een interview in Trouw met zijn broer William. Hij wil zijn eigen visie op de zaken geven in een interview waarover hij zelf de regie wil voeren. Daar heeft hij 75000 euro voor over.  William en Jack Kaptein zijn fictieve personages. Hun vader is in het verleden om het leven gekomen. Ze geven elkaar daarvan de schuld. De broers hebben een gereformeerde opvoeding genoten. Voor William is het gereformeerd zijn de basis van waaruit hij anderen en dus ook zijn broer graag vertelt hoe ze leven moeten. Jack heeft onder de opvoeding van zijn ouders geleden. William en Jack zijn een soort Kaïn en Abel. De oudere William voelt zich als Kaïn door zijn vader miskent. De jongere Jack doet als Abel alles wat God en zijn vader verboden heeft. Beiden blijken anders te zijn dan het beeld dat ze van elkaar schetsen.

Integere interviewer verkoopt zichzelf

De journalist gaat met Jack in zee en reist naar Marrakesh waar Jack zich schuilhoudt. Het interview wordt gecomponeerd en geplaatst, hij ontvangt zijn geld en koopt een huisje in Normandië en een nieuwe motorfiets. Enerzijds schaamt hij zich voor het te grabbel gooien van zijn goede naam als integere interviewer. Aan de andere kant zegt hij: ‘Waar is wat werkt’, zich daarmee een kind van deze tijd tonend. In het slothoofdstuk komen we te weten hoe de vork betreffende het overlijden van vader Kaptein precies in de steel zit. Daar wordt ook een en ander onthuld omtrent de familie Kaptein. De journalist besluit het boek te schrijven om een onterecht gestrafte recht te doen. Dat personage komt min of meer als een deus ex machina uit de lucht vallen.

In de context van dit verhaal komen we alles te weten over de gebreken en frustraties van de journalist. Hij schrijft voor het dagblad Trouw op regelmatige basis een veel gelezen en -besproken interview waarin de Bijbelse Tien Geboden het vaste kader vormen. Die interviews worden gehouden met min of meer bekende Nederlanders. In deze roman relativeert de journalist zijn eigen vak. Volgens hem stelt het vak van interviewer niets voor: ‘Ik was bedreven geraakt in mijn vak doordat ik keer op keer de kans had gekregen mezelf te verbeteren. Op die manier had ik ook een uitstekend fietsenmaker kunnen worden.’ Hij krijgt er af en toe genoeg van de ‘aangever te zijn van dit soort derderangs clowns.’ Het werk is ook steeds minder spannend voor hem: ‘Vroeger was ik nerveus voor het gesprek, de laatste jaren maakte ik me vooral zorgen om de kwaliteit van de geluidsopname.’ De journalist heeft veel moeite om met zijn werk in zijn onderhoud te voorzien en moet soebatten en slijmen om een artikel te mogen schrijven voor glossy tijdschriften. En dan wordt de relatie met zijn vrouw ook steeds saaier, zij raken langzaam van elkaar verwijderd.

Bekende Nederlanders passeren de revue

Allerlei bekende Nederlanders die de journalist interviewt of met wie hij als romanschrijver te maken heeft, passeren de revue. Lale Gül en Frènk van der Linden, in wie ‘een zekere ijdelheid’ schuilt, komen langs. Ook uitgeefster Tilly Hermans, de schrijver Marieke Lucas Rijneveld en vele anderen voert hij ten tonele. Zo introduceert hij Marieke Lucas Rijneveld: ‘Na succesvol te zijn gedebuteerd als dichter wilde ze nu haar geluk als romancier beproeven.’ Alsof je een curriculum vitae van haar leest. Je vraagt je af waarom hij juist deze bekende personen in zijn roman opvoert. Hebben ze iets met de plot van het boek te maken? Zijn ze evenals de journalist vroom opgevoed en hebben ze daar ook afstand van genomen?

Het autofictieve in deze roman komt niet verder dan een caleidoscopisch beeld van personen en gebeurtenissen. Het is niet veel meer dan aapjes kijken. De roman stoot niet door tot een diepere laag in het leven van de journalist, al willen de vele mea culpa’s en de opsomming van minder leuke eigenschappen ons dat wel doen geloven. Meer dan een veredeld RTL Boulevard is het niet. ‘La vie est autre que ce qu’on écrit’ vermeldt Visser als motto, maar hij geeft op geen enkele manier in de roman aan waar dat autre zich dan wel in uit. Visser brengt zaken te berde, maar doet er vervolgens niet veel mee. Wil hij daarmee uitdrukking geven dat de allemansvriend niet in staat is tot enige diepgang?

Een aardige observatie

Cabaretier Theo Maassen boort een beetje dieper in de ziel van de journalist. In het gesprek met hem wordt hij confidentieel over de relatieproblemen met zijn vrouw. Theo doet daar wat schamper over en noemt hem een ‘gereformeerde eikel’. Volgens Theo doet de journalist laatdunkend over zijn journalistieke werk omdat hij zichzelf diep van binnen een grote zondaar voelt. Een zondaar die alle mensen die hij interviewt ‘absolutie’ verleent, omdat hij weet dat hij zelf nog een veel grotere zondaar is. Een aardige observatie. De journalist neemt deze echter voor kennisgeving aan getuige zijn reactie: ‘Ha…Ja, misschien.’ Ze gaan vervolgens samen stappen en worden lekker dronken.

De passages met Maassen laten echter wel zien dat Visser een goed stilist is. Bijvoorbeeld: ‘Theo’s arm kwam als een afgebroken herfsttak op mijn schouder terecht.’ Jammer dat het plot zo eenvoudig is en de autofictie zo oppervlakkig.

 

 

Recent