In september verscheen de biografie Een gat in het hoofd, Leven en werk van Heere Heeresma van de hand van radiomaker, presentator en voorheen boekverkoper Anton de Goede. Het is een dik boek geworden dat uitvoerig ingaat op werk en leven van deze schrijver, voor zover dat mogelijk was. Want Heeresma hield zijn privéleven zorgvuldig afgeschermd voor buitenstaanders, pottenkijkers en overheidsdienaren. Daarentegen is Heeresma’s werk – romans, verhalen, gedichten, brieven, ‘porno-persiflages’ en beschouwingen op de radio – zeer toegankelijk. Er verschenen van Heeresma tientallen boekuitgaven, verzamelbundels en herdrukken. Bovendien werd een flink aantal van zijn werken verfilmd en is zijn markante stemgeluid te horen op talrijke geluidsopnamen van gesproken columns voor de radio. Ook sprak hij zelf de luisterversie van een van zijn bekendste boeken in: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp.
Heere Heeresma (1932-2011) werd geboren als zoon van een godsdienstonderwijzer, kennelijk minstens zo eigenwijs als zijn zoon. Heeresma senior overleed toen de jonge Heere elf jaar oud was. De dood van de vader, midden in de Tweede Wereldoorlog, was uiteraard een ingrijpende gebeurtenis voor het gezin, dat naast Heere zelf en zijn moeder inmiddels uit nog twee jongetjes bestond. Bovendien hadden de oorlogsomstandigheden onvermijdelijke gevolgen voor de Heeresma’s.
Een wonderlijk mens
Van enige schoolcarrière is in het leven van de schrijver in de dop nauwelijks sprake. Hij bracht jaren door op een internaat waar hem praktisch onderwijs werd geboden. Daarna begon een loopbaan van allerlei verschillende betrekkingen die korter of langer duurden, maar meestal korter. Vanaf het begin van de jaren zestig begon Heeresma duchtig te publiceren en met succes. Met name Een dagje naar het strand (1962) maakte veel indruk. Bij de presentatie van deze biografie zei auteur Anton de Goede: ‘Je kunt veel van Heeresma zeggen, maar hij bracht wel leven in de brouwerij’ en ‘Wanneer de naam Heeresma valt, is een schaterlach nooit ver weg’. Dat moge zo zijn, maar uit het boek rijst toch vooral het beeld op van een wonderlijk mens, met wie de omgang vaak zeer moeilijk tot onmogelijk moet worden genoemd. Berucht was Heeresma om het dwingende beslag dat hij op zijn gezelschap wist te leggen, vaak ongevraagd en soms tot diep in de nacht. Hij bouwde ook een reputatie op wegens zijn veeleisende omgang met uitgevers, die hij geld afhandig maakte door voorschotten te eisen voor boeken die vervolgens nooit verschenen. Dit alles combineerde hij met een onafzienbare reeks sterke verhalen over woonplaatsen, vervoermiddelen, belevenissen en zakelijke successen. Wat ervan waar was wist hij alleen – en waarschijnlijk was dat eigenlijk maar heel weinig. Juist omdat Heeresma met name in de jaren zeventig een aantal sterke en goedverkopende boeken schreef, werd hem veel vergeven. En ja, er viel vaak wat te lachen.
De schrijver en publicist
De Goede schrijft overtuigend en goed gestructureerd. In het boek wordt Heeresma behandeld als schrijver en publicist, maar ook als (ontrouwe) echtgenoot en vader, als onverzoenlijke broer, als man van het Bijbels taaleigen, als filosemiet. De auteur bewonderde Heeresma als adolescent, leerde hem in zijn tijd als boekverkoper bij boekhandel Athenaeum persoonlijk kennen en werkte later met hem samen bij de VPRO. Hij stond dus betrekkelijk dicht bij zijn onderwerp en is verfrissend oprecht wanneer hij soms ook gewoon toegeeft niet zeker te weten hoe sommige feiten zich hebben voltrokken. Uit veel verschillende bronnen heeft de biograaf zijn informatie betrokken en heeft daaruit een krachtig en coherent beeld gecreëerd van Heeresma, die desondanks zijn raadselachtigheid volstrekt behoudt.
Treurig is Heeresma’s persoonlijke lot geweest. Aan het eind van zijn leven wendden zelfs zijn allernaasten zich van hem af. Zoals zijn vrouw, met wie hij meer dan veertig jaar gehuwd was geweest, en zijn zoon Heere Heeresma jr., die tot dan toe kennelijk symbiotisch met zijn vader had geleefd en gewerkt. Senior heeft het ernaar gemaakt, denkt de lezer. Hij stierf uiteindelijk schamel behuisd, armelijk en eenzaam. Daar staat tegenover dat Heere Heeresma iets flikte wat maar weinig schrijvers lukt: in de nadagen van zijn loopbaan schreef hij ‘opeens’ nog een paar boeken die door de pers zeer verrast en met groot enthousiasme werden onthaald, met name Een jongen uit plan Zuid ’38 – ’46, dat zelfs nog in het Duits werd vertaald.
Toch ook onaangenaam
Een gat in het hoofd is een smakelijk en met vaart geschreven boek over een wonderlijk, markant en ten slotte toch ook onaangenaam mens, die niettemin een volstrekt eigen plaats inneemt in de Nederlandse literatuur, en deze met enkele onverwoestbare titels heeft verrijkt. Verbluffend is het aantal rake typeringen dat Anton de Goede van Heeresma heeft opgeduikeld, van hen die met hem omgingen of van bewonderaars op afstand. De quote van criticus Wim Zaal, die Heeresma tientallen jaren had gekend, moet wel een van de meest treffende zijn.
‘En wat was hij begaafd, zij het slordig van beheer! Bij sommige verhalen denk je: Wat zou dit een meesterwerkje zijn geworden als de schrijver er meer zorg aan had besteed. Maar ik heb geleerd, schrijvers te nemen zoals ze zijn. Heere was een flamboyante melancholicus, een religieuze woningzoekende, een pathologische jongleur, een geldbeluste provo, steeds geteisterd en getroost door de gave van het woord.’
In 2024 stelde biograaf Anton de Goede een bloemlezing samen uit Heeresma’s oeuvre, In 2024 verscheen Heeresma houdbaar / samenstelling Anton de Goed/ (Gedundrukt) bij Van Oorschot. Een signalement daarvan vindt u hier.












1 reactie
Een zeer indrukwekkende biografie van een uitmuntend schrijver.