Voor haar nieuwe roman Wondermond liet Anne-Gine Goemans zich inspireren door een waargebeurde scheepsramp die in 1883 plaatsvond op zee bij het Friese dorp Moddergat. Daar verging toen door een hevige storm vrijwel de gehele vissersvloot, waarbij drieëntachtig mannen de dood vonden. In de roman is Wondermond een denkbeeldig Fries vissersdorp. Daarheen verhuizen hoofdpersoon en ik-verteller Boye en zijn moeder Reina, wier geboorteplaats het is. Hun vertrek is meer een vlucht omdat hun vader en echtgenoot, de rijke beleggingsadviseur Erik de Koning, wegens beleggingsfraude is gearresteerd.
Het eerste hoofdstuk, verteld door een alwetende verteller, begint in 1901 met Nanna, overgrootmoeder van Reina. Ze is de vrouw van visser Siebe de Jong die op zee omkomt als bij een zware storm de Wondermondse vissersvloot vergaat. Aken, blazers en lichamen spoelen de daarop volgende dagen aan, behalve de WM13 van schipper Siebe. Het schip blijft spoorloos. Nanna verliest daarmee haar man en twee zonen. Dit drama plus latere sterfgevallen op zee en de eruit voortvloeiende armoede vormen de onderlaag van het familietrauma dat doorwerkt tot in het heden.
Genenpakket van vissers en bouwvakkers
In hoofdstuk twee valt in Bloemendaal op een feest van Erik en Reina de FIOD binnen. Ze nemen Erik mee en leggen beslag op alle bezittingen. Zeventienjarige Boye gaat met een vriend mee waar zijn moeder hem de volgende dag ophaalt. Ze hebben niets meer en hun Poolse werkster rijdt hen in ruil voor een Prada-tas naar Wondermond. Boye heeft nooit anders dan een luxe leventje gekend te midden van vrienden met ouders die even rijk waren als de zijne, hoewel er een verschil was tussen ‘oud en nieuw geld’. ‘Mijn genenpakket bestond uit het DNA van vissers en bouwvakkers.’ Boye en zijn vriendjes zijn arrogante ettertjes, vermaken zich met drank en drugs en halen streken uit zoals koi-karpers alcohol in hun bek gieten en ze in een zwembad van een villa verderop gooien. Boye ‘moest nog leren dat twee-onder-een-kapwoningen niet de standaardnorm zijn’. Reina wordt na de arrestatie onmiddellijk verguisd door haar vriendinnen van wie de echtgenoten door Erik zijn opgelicht.
Tot zover de achtergrond. Op pagina 43 begint de rest van het verhaal. In Wondermond zijn Boye en Reina ingetrokken bij Reina’s moeder Wiep, waar de tegensteling groot is, ze vallen van het ene uiterste in het andere. Noodgedwongen moeten ze een baantje zoeken. Reina, als altijd de zaken koel onder controle, begint in een callcenter en Boye vindt werk op een visserskotter, hoewel zijn moeder hem vanwege de vele verdronken voorouders verbiedt de zee op te gaan. Boye gaat toch, naar de gebroeders Krab: ‘”Wiep zei dat jullie werk voor me hebben. Op zee”. Ik twijfelde of ik wel voor zulke debielen moest gaan werken, maar geld was de enige manier om hier weg te komen.’ Hij mag mee voor de visverwerking op zee. Over het vastlopen van de kotter, waarbij even gevaar dreigt en Boye alleen in een reddingsvlot afdrijft, vertelt hij thuis niets. Hij heeft nog eenmaal contact met een van zijn Bloemendaalse vrienden, daarna laat ook deze hem vallen. Alleen Olivia, een weinig geliefd meisje bij de vroegere vriendenclub, blijft hem steunen, totdat Boye het verpest.
Sterke vrouwen
Goemans trekt de verhaallijn vanuit het verleden door tot in het heden: de geschiedenis van de moeder, oma en overgrootmoeder van Reina. Na de ramp in 1901 moet Nanna het net als veel andere weduwen in het dorp zien te redden zonder echtgenoot. Het geld uit een noodfonds voor de weduwen raakte onverklaarbaar ‘op’, waarna de dominee en andere dorpsnotabelen veel vrouwen ‘hielpen’ met een gulden in ruil voor seksuele gunsten. Nanna probeert haar dochter Famke ervoor te behoeden, wat niet helemaal lukt. Jaren later gaat Famke, nadat ze in Parijs in de Moulin Rouge heeft gedanst en in Amerika woonde waar haar Amerikaanse echtgenoot overleed, terug naar haar geboortedorp waar ze een vriendelijke echtgenoot vindt. Maar de dominee wandelt ook nog rond en Famke besluit om alsnog wraak te nemen. Ze krijgt Wiep en Wiep krijgt Reina die grote bewondering voor haar frivole oma Famke heeft. Reina vertrekt uit het dorp en vindt rijke Erik. Terug in Wondermond begint ze na verschillende mislukte baantjes – want Reina kan haar mond niet houden – en een mislukte schoonheidssalon een parenclub. Net als haar voormoeders laat Reina zich niet klein krijgen.
Goemans kent haar materie. Het visserijjargon, de financiële wereld, het jongerengedrag, de gevaren op zee en het leven in een afgelegen klein dorp, het komt allemaal grondig gedetailleerd voorbij. Daarbij schetst ze personages die voor de ogen van de lezer gaan leven, al kunnen ze soms wat karikaturaal aandoen. Zoals de gebroeders Krab met hun bijnamen Hynder, Skeet en Fokse, hun ongeschoren gezichten, slordige kleren en blikken bier. ‘Ik kon niet geloven dat de broers een drieling waren, ze hadden niks gemeen behalve dat ze alle drie uitzonderlijk lelijk waren. In Bloemendaal hadden we ze tentoongesteld op de jaarmarkt.’ Van Boye lezen we zijn gedachten, van de andere personages blijkt de gemoedstoestand vooral uit hun handelingen en opmerkingen, vaak in het Fries dat ook zonder kennis van die taal te begrijpen valt. Boye integreert uitzonderlijk goed in het dorp. Hij krijgt er vrienden, gaat naar café en discotheek, wordt verliefd op een totaal ander type meisje dan zijn vriendinnetje uit Bloemendaal en past zich aan. Met zijn vader heeft hij sporadisch contact, hij is boos op hem.
Voor Boye aan het einde van het boek vertrekt, vermoedt een maritiem archeoloog dat op de plek waar de kotter van de gebroeders Krab in de problemen kwam de nooit gevonden WM13 ligt. Onder het oog van Omrop Fryslân, waaraan Boye tot zijn spijt naïef eerder al een interview heeft gegeven, wordt er gedoken. De hedendaagse notabelen besluiten tot een museumpje, wat het vrouwentrauma even doet opleven.
Meer dan coming-of-age
Waar coming-of-age verhalen vaak vooral jongere lezers aanspreken, overstijgt Wondermond het genre door het historisch perspectief en het indirecte commentaar op morele hypocrisie, zowel bij de Bloemendalers als bij de Wondermondse notabelen. Goemans’ manier van vertellen is net zo onverstoorbaar als het gedrag en het karakter van de sterke vrouwen in het boek. Het verhaal vloeit, het loopt, er staat geen woord verkeerd of te veel in. Het ritme nodigt uit tot doorlezen en juist de vele kleine gebeurtenissen tussen de grote door maken het verhaal levensecht en boeiend. Het werk op de viskotter en het leven in het dorp beschrijft de auteur zo beeldend alsof ze er zelf bij was. Ze bespeelt alle zintuigen: je ziet Boye met de vissen in zijn handen, je ruikt de vis. Je hoort de personages Fries praten en je voelt de voldoening als Famke de dominee te grazen neemt. Dat en alle details maken de roman ondanks alle misère lichtvoetig en plezierig om te lezen.










