Abbé Prévost – Manon Lescaut

Manon Lescaut: tussen kunst en kitsch

Recensie door Rudy Schreijnders

De roman Manon Lescaut uit 1731 is geschreven door Abbé Prévost (1697-1763) en diende als basis voor de beroemde opera van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924). Dat is allemaal bekend, maar niet helemaal correct. De titel van de roman luidt namelijk: Het verhaal van chevalier Des Grieux en Manon Lescait en de auteur heet voluit Antoine François (Abbé) Prévost d’Exiles. Toen zijn boek uitkwam, werd het meteen verboden vanwege het schandalige gedrag van de hoofdpersonen wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het onmiddellijke succes. Het is een klassieke raamvertelling: de fictieve markies de Renoncourt heeft het verhaal ‘volkomen exact en waarheidsgetrouw’ opgeschreven zoals de chevalier hem dat verteld heeft. We krijgen daarmee ook de visie van de chevalier op de gebeurtenissen en ook zijn kijk op Manon Lescaut. Zij heeft nauwelijks een eigen stem, behalve in de dialogen met de chevalier. Voor de achttiende eeuw is dat niet vreemd, maar heden ten dage doet dat nogal gemankeerd aan.

Abbé Prévost

Abbé Prévost is in 1726 tot priester gewijd, maar het leven als monnik bevalt hem niet en hij gaat naar Engeland. Als huisleraar geeft hij Franse les, maar een leerlinge wordt verliefd op hem waarop hij wordt weggestuurd en de dochter uitgehuwelijkt wordt. Hij wil van zijn pen gaan leven en gaat naar Nederland omdat daar geen gebrek aan uitgevers is. In december 1730 sluit hij een contract met Étienne Néaulme (1701-1753) voor de romanreeks Mémoires d’un homme de qualité. Het zevende deel houdt met deze romanreeks slechts losjes verband: L’Histoire du chevalier des Grieux et de Manon Lescaut waarin de auteur misschien wel zijn liefde voor de Haagse courtisane Lenki Eckhardt heeft verwerkt. Prévost ondertekent zoveel contracten (en incasseert zoveel voorschotten), dat hij niet alle manuscripten op tijd kan inleveren. Op 17 januari 1733 wordt hij in Den Haag failliet verklaard, waarop hij opnieuw naar Engeland vlucht. Daar overspeelt hij zijn hand: in 1733 vervalst hij een schuldbekentenis, een misdrijf waarop hoge straffen staan. Eerloos en geruïneerd keert hij terug naar Frankrijk, waar de paus hem zijn afvalligheid van het katholieke geloof vergeeft: hij mag intreden in een Normandische abdij en wordt later aalmoezenier in Parijs. Publiceren is in die functies blijkbaar geen bezwaar: hij specialiseert zich in romanachtige geschiedenisboeken, biografieën, reisverhalen en vertalingen uit het Engels voor hij op 66-jarige leeftijd overlijdt.

Het verhaal van Manon Lescaut

Waar draait het om in de roman over Manon Lescaut? Het is, volgens het voorbericht van markies de Renancour, ter leringe ende vermaak: ‘Het is aangename lectuur en bevat bovendien maar weinig gebeurtenissen die niet tot lering kunnen strekken; ik sticht mijn lezers terwijl ik ze vermaak, en bewijs ze daarmee volgens mij een grote dienst.’

In het eerste deel van het verhaal ontmoet de chevalier Manon Lescaut in een herberg, voordat zij – tegen haar zin – naar een klooster gestuurd wordt. Hij ontfermt zich over haar en ze gaan in Parijs samenwonen, maar hij kan haar niet onderhouden en ‘(…) in plaats van me boos te maken over de bedragen die zij soms over de balk smeet stond ik [de chevalier] direct klaar om haar alles te geven waarvan ik dacht dat het haar zou kunnen gerieven.’ Om aan geld te komen lijkt het erop dat Manon haar toegewijde geliefde bedriegt met een rijke, oudere man. Of wil ze hem enkel een flinke som geld afhandig maken waarmee ze comfortabel met de chevalier kan leven? Er volgen vele verwikkelingen: de chevalier is ‘ (…) geboren voor kortstondige vreugde en langdurig verdriet. Bevrijdde Vrouwe Fortuna me uit de ene afgrond, dan stortte ze me onmiddellijk weer in de andere.’

Het tweede deel van het verhaal begint ermee dat een jonge edelman verliefd wordt op Manon Lescaut. Ze wil ‘(…) zijn geschenken aannemen en hem dan uitlachen.’ Hij biedt haar inderdaad een huis aan en een royaal jaargeld. Maar hij is wel zo slim dat ze eerst moet komen voordat hij haar het geld geeft. Ze belooft aan de chevalier meteen terug te komen zodra ze het geld in handen heeft. In plaats daarvan stuurt ze een mooi meisje met een briefje van haar: ze blijft liever een tijdje bij haar rijke minnaar om hem zo nog meer geld afhandig te kunnen maken. De chevalier stuurt het meisje terug en twijfelt aan de bedoelingen van Manon Lescaut: hij heeft niets meer dan liefde en trouw te bieden terwijl zij misschien op zijn armoe neerkijkt en met zijn argeloosheid spot.

Wat interessanter is dan de vele verwikkelingen in het verhaal is de historische achtergrond in het tweede deel: begin 1720 worden meer dan honderd vrouwen uit een gevangenis in Parijs verscheept naar Louisiana, de Franse kolonie aan de Golf van Mexico. Ze zijn beschuldigd van prostitutie, maar de meesten zijn op grond van valse beschuldigingen opgepakt. De overtocht vindt plaats onder erbarmelijke omstandigheden: de vrouwen zitten aan elkaar geketend in een krap scheepsruim, met te weinig eten en drinken, waardoor meer dan de helft van hen de oversteek niet overleeft. Degenen die het wel overleven, moeten in Nouvel Orléans (het huidige New Orleans) een nieuw bestaan zien op te bouwen. Dit lot ondergaat ook Manon Lescaut in de roman. De chevalier reist echter met haar mee en raakt in een duel verwikkeld met een neef van de Gouverneur. Ze vluchten en Manon Lescaut overlijdt in de wildernis. Het slot van het verhaal wordt afgeraffeld: de chevalier keert terug naar Frankrijk.

Het nachleben van Manon Lescaut

Het verhaal van Manon Lescaut is bewerkt tot één of meer balletten, toneelstukken, televisieseries, speelfilms en opera’s. Het beroemdst is de opera van Puccini die van Manon Lescaut een tragische heldin maakt met wie het publiek kan meeleven. Ze is daarmee de eerste van de nog beroemdere vrouwen uit Puccini’s latere opera’s: Mimì (La Bohème, 1896), Floria Tosca (Tosca, 1900) en Cio-Cio-San (Madama Butterfly, 1904). In Puccini’s opera valt de chevalier op het eind – wanneer Manon Lescaut is gestorven – gek van verdriet in zwijm op haar dode lichaam.

In Nederland zijn we inmiddels aan de derde vertaling toe van de roman. Martin de Haan werd voorafgegaan door J.A. Sandfort en Daan de Jong. In zijn inleiding wijst De Haan op ‘(…) de overdreven weergave van de gebeurtenissen zelf, die de personages even onwaarschijnlijk maakt als figuren uit een opera.’ Daarom zijn de gebeurtenissen in dit boek – ondanks alle goede bedoelingen – vooral kitsch en worden ze pas kunst in de opera van Puccini. Naar een opera ga je immers voor de muziek en is het verhaal maar bijzaak.

 

 

Omslag Manon Lescaut  - Abbé Prévost
Manon Lescaut
Abbé Prévost
Vertaling door: Martin de Haan
Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum (2024)
ISBN: 9789025307400
232 pagina's
Prijs: € 22,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Rudy Schreijnders:

Recent

De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray
Een smakelijk en met vaart geschreven biografie
20 oktober 2025

Een smakelijk en met vaart geschreven biografie

Over 'Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma' van Anton de Goede

Verwant

Score: 1
Score: 1
Score: 1