Kort geleden zag ik in de ramsj De havik van T.H. White liggen, bedacht hoe ik er toen ik het las door geraakt was en kocht het voor vrienden. Thuis zocht ik mijn recensie over De H is van havik van Helen Macdonald op, dat me eveneens pakte. Zij beschrijft daarin hoe ze havikier wordt en hoe De havik van T.H. White haar al van jongs af aan bezighield. Behalve met haviken leren omgaan onderzoekt ze White’s beweegredenen. Voor wie dieren een warm hart toedraagt of er op zijn minst in is geïnteresseerd, zijn beide boeken ontroerende verhalen. Niet vanwege de aaibaarheidsfactor of de schattigheid van een dier. Bij Macdonald en White maakt de lezer kennis met het zuivere wezen, de onschuldige existentie en de hunkerende mens die daar zo dicht mogelijk bij in de buurt wil komen.
Op 4 april 2017 schreef ik over De H is van havik van Macdonald het volgende:
Wie begint aan De H is van havik van Helen Macdonald (geb. 1970) doet er goed aan eerst over te schakelen naar De havik van T.H. White (geb. 1906), omdat Macdonald daar haar hele boek door aan refereert. In het begin meldt zij dat White zijn havik wreed behandelt, maar de lezer die daar niet op zit te wachten kan gerustgesteld worden: het woord wreed blijkt te zwaar, al maakt White fouten waar zijn havik Gos de gevolgen van draagt. Daarover later meer.
Wat uit beide boeken spreekt is liefde voor (en kennis van) de natuur en de roofvogel, een diersoort waar de doorsnee lezer nou niet het eerst aan denkt als het om dierenliefde gaat. Tijdens het lezen verandert dat. Als een mens een dier beter leert kennen, al is het maar via een boek, ontstaat begrip en sympathie voor het tot dan toe onbekende dier. Lees verder:
