Dit najaar verscheen IJsvogel, het debuut van van beeldend kunstenaar Lotta Blokker (1980).
De aanleiding om te gaan schrijven was haar fascinatie voor wereldberoemde en vooral impactvolle foto’s, vertelt ze in Een Uur Cultuur van de VPRO. Wat haar bezighield was de vraag waarom maken juist deze foto’s zo’n indruk? Een van die foto’s was ‘Het meisje en de gier’ van fotograaf Kevin Carter die voor zijn foto de Pulitzerprijs won en een paar maanden daarna zelfmoord pleegde. Het hele verhaal was zo aangrijpend voor Blokker dat ze vanuit een obsessieve behoefte een beeld van hem maakte. Tot haar verbazing voelde ze zich daarna toch niet helemaal van hem ‘bevrijd’. Toen is ze gaan schrijven en ontstond Max, een hoofdpersoon uit een van de drie verhalen uit IJsvogel.
Max is een man die dagelijks vanuit zijn huis een vrouw en haar dochtertje filmt met een videocamera.
Lieke en Vincent uit een ander verhaal draaien eindeloos om elkaar heen. Hij omdat hij getrouwd is en een trouwe echtgenoot wil zijn. Zij omdat ze weet dat hij getrouwd is, maar ze is ook hopeloos verliefd. En in het laatste verhaal worstelt een vader met de dood van zijn zoon en zijn tekortkomingen als vader.
Alle verhalen zijn los van elkaar te lezen, maar er zijn wel verbanden.
Bij de presentatie van IJsvogel zei Kees ’t Hart: ‘Er gaat iets bijzonders van dit werk uit. Het is nieuwsgierig, het is volhardend. Het toont allerlei creatieve en psychologische inzichten. Het is nergens rancuneus; de personages hebben het moeilijk, maar er hangt een geëngageerde meelevendheid in dit boek.’




