‘Een schapenstal.
Bij benadering in het midden van een uitgestrekte weide.
Het is de bijzondere plek waar Andrej, Simone, Tove en Rocco allemaal wel eens zitten. Soms samen. Meestal alleen.
In de schapenstal wordt weinig tot niets gezegd.
Dat ligt vermoedelijk aan de schapen die altijd in de meerderheid zijn en de bezoekers onbeschaamd en indringend aankijken. Hun leider is een oude dikke ooi die met haar grote mooie blauwe ogen iedereen het zwijgen op kan leggen.’
Zo begint Ik ga naar de schapen waar de Vlaamse Marieke De Maré onlangs in Den Haag de F. Bordewijkprijs 2024 voor ontving, de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige prozaboek. De Maré is niet alleen schrijver maar ook theatermaker, radiomaker, docent aan de kunstacademie en actrice. In 2020 debuteerde zij met Bult.
De jury: ‘Een kleinood om te koesteren’. ‘Met dit poëtische werk laat De Maré zien hoe literatuur uitersten kan verenigen. Deze roman spreekt krachtig over mensen die voornamelijk zwijgen, is lichtvoetig én zwaar, en zowel pijnlijk herkenbaar als volkomen vervreemdend.’




