In 1933, één dag nadat de Reichstag in vlammen opging, ontvluchtte de politiek geëngangeerde dichter en (toneel) schrijver Bertolt Brecht (1898-1956) zijn vaderland. Hij vertrok in eerste instantie naar Denemarken, woonde daar 5 jaar en verbleef achtereenvolgens in Zweden, Finland, Rusland, de Verenigde Staten en Zwitserland.
In die jaren tot 1945 schreef hij ‘Exilliteratur’ waarin hij zich verzette tegen de nationaalsocialistische en fascistische bewegingen.
In Gesprekken tussen vluchtelingen verwerkte hij zijn eigen ervaringen als balling en legde hij de anti-immigratiepolitiek bloot. Hij schreef het in 1941, het verscheen postuum in 1956 en was tot nu toe nog niet in het Nederlands vertaald. Uitgeverij Jurgen Maas heeft daar nu verandering in gebracht.
In dit boek gaan in Helsinki twee Duitse vluchtelingen met elkaar in gesprek, ze bespreken de staat van de wereld en hun eigen situatie daarin. Het zijn de intellectueel Ziffel en de arbeider Kalle, twee totaal verschillende mannen met uiteenlopende meningen en ervaringen die elkaar toch in de ballingschap weten te vinden.
Gesprekken tussen vluchtelingen wordt door de uitgeverij omschreven als ‘een roman in dialogen vol humor en absurdisme’.
In de NRC noemt Michiel Krielaars het verschijnen van dit boek in deze tijd ‘als geroepen’.




