Ger! Lieve Ger, Beste Ger, Ger van mijn hart, Verrukkelijke Ger, Allesverpletterende, Mijn Ger, mijn alles
Zo wordt hij aangesproken.
Ger is Ger Beukenkamp. Hij geeft in ’94 lessen scenarioschrijven aan de Schrijversvakschool. Een van zijn studenten is Nicolien Mizee. Zij raakt volledig van hem in de ban en begint hem te schrijven. Faxen krijgt hij van haar. Veel faxen. En al gauw niet meer over haar lessen, maar over haar dagelijks bestaan. Het is haar manier om greep te houden op het leven.
[…] ‘Je evident aanwezige hartstocht richt zich geheel en al op het werk, en daar voor mij gedrevenheid tot het werk het enige niet-beschamende menselijke eigenschap is, ben ik je als een soort ijsheilige gaan beschouwen, hoewel ervaring me geleerd zou moeten hebben dat alles wat ik ooit aanzag voor iets van een hogere orde, uiteindelijk neerkwam op ‘een menselijke fout’.
Dat gaat zo’n 24 jaar door, vrijwel dagelijks. Mizee schrijft over ’wonderlijke familieleden, erotische verwarring, geldgebrek en sociale verlammingsverschijnselen’.
Beukenkamp antwoordt nooit. Die verplichting voelt hij niet, maar hij leest de faxen met plezier.
Uitgeverij Van Oorschot heeft de eerste vier jaar gebundeld en onder de titel De kennismaking uitgegeven. Er ligt nog zo’n 20 jaar aan faxen op de plank.




