De Jood Süss
De roman De jood Süss van Lion Feuchtwanger (München 1884 – Los Angeles 1958) is ruim honderd jaar geleden voor het eerst verschenen. Hij werd indertijd in Duitsland enthousiast ontvangen. Ook in de Nederlandse vertaling was het boek indertijd een succes.
De Jood Süss vertelt het verhaal over de opkomst en ondergang van de historische figuur Josef Süss Oppenheimer aan het hof van het hertogdom Württemberg. Als hoffinancier had hij een belangrijke en invloedrijke functie, maar hij bleef desondanks ‘maar’ een Jood, met alle narigheid van dien.
Toen de Nazi’s in ’33 de macht overnamen in Duitsland was Feuchtwanger toevallig in het buitenland. Hij had de machtsovername niet zien aankomen. Hij besloot niet meer naar Duitsland terug te keren maar naar Frankrijk te reizen waar hij in 1940 alsnog gearresteerd werd. Tocht lukte het hem om naar de Verenigde Staten te vluchten.
Let op: de film die Joseph Goebbels in 1940 liet maken heeft niets te maken met het boek van Feuchtwanger. Goebbels maakte een antisemitische film. Dat is het boek zeker niet.
De jood Süss is deel 25 in de reeks Kritische Klassieken van Uitgeverij Schokland. De Nederlandse vertaling werd herzien door Hermien Manger en Nils Buis.

Mensen in de oorlog
De Oostenrijks-Hongaarse schrijver en pacifist Andreas Latzko (Boedapest 1876 – Amsterdam 1943) groeide op in Boedapest maar vertrok in 1901 naar Berlijn. Niet omdat hij nou zo graag naar het front wilde maar omdat hij uit eigen ervaring wilde kunnen getuigen, meldde hij zich aan als vrijwilliger. Hij stelde zich ten doel om de oorlog zodanig reëel te beschrijven dat het voor de lezer invoelbaar werd wat oorlog betekent: waanzin, onrecht en menselijk lijden.
In 1916 moest hij noodgedwongen het front verlaten. Hij was volledig ingestort. Hij herstelde in Davos. Daar begon hij aan het schrijven van Mensen in de oorlog, een anti-oorlogsboek dat in 1917 gepubliceerd werd en daarna in vele talen werd vertaald. In alle oorlogvoerende landen werd het boek verboden.
In 1920 verhuisde Latzko naar Salzburg, daarna, vanaf 1931 woonde hij in Amsterdam, waar hij in 1943 overleed. Samen met het veel bekendere Van het westelijk front geen nieuws van Erich Maria Rilke is Mensen in de oorlog een van de meest indrukwekkende anti-oorlogsboeken uit die tijd.
Hij opende zijn boek met de zin: ‘Ik weet zeker dat eens de tijd zal komen waarin iedereen net zo denkt als ik’. Je zou willen dat hij gelijk had gekregen.

Uit tallozen, jij
Welke boeken hebben je zo geraakt dat je kan zeggen dat ze je gevormd hebben? Het is een uitdagende vraag en kan in menig clubje boekenliefhebbers tot boeiende gesprekken leiden.
Columnist en schrijver Eric de Rooij maakte er een boek van: Uit tallozen, jij gaat over boeken die hem sinds zijn vroegste jeugd geïnspireerd en geraakt hebben, en hem gemaakt hebben tot wie hij is. En waarom dat zo is.
De Rooij schreef columns voor Literair Nederland en voor Tzum. Deze en andere stukken bewerkte De Rooij, zij vormen de basis voor Uit tallozen, jij, maar het boek bevat ook veel nieuw werk. Zijn homoseksualiteit is aanwezig in zijn eerdere werk (bijvoorbeeld in De wensvader en Augustus), maar ook weer in de stukken in Uit tallozen, jij.
Schrijvers die o.a. voorbijkomen in Uit tallozen, jij zijn o.a. Jacques Martin, Edgar Rice Burroughs, Willem Elsschot, Etty Hillesum, Mohammed Mbougar Sarr, Tove Ditlevsen, Louis Couperus, Andrew Holleran, Tom Lanoye, J.J. Voskuil, Didier Eribon, Natalia en Carlo Ginzburg, Ismael Kadare, Joke Hermsen, Hans Warren, Michael Ignatieff, Bart Moeyaart, Bryan Magee, Maaike Meijer.









