Door het soms gevaarlijke Mexico maakt Paul Theroux een maandenlange reis. Hij begint in een noordelijk grensstadje waar de scheidslijn tussen de verarmde Mexicanen en de goed gesitueerde Amerikanen wordt gerepresenteerd door een metershoog hek. Hij trekt verder naar het zuiden, bezoekt Mexico-stad en de arme provincies Oaxaca en Chiapas. Gedetailleerd als altijd vertelt Theroux over de cultuur en de geschiedenis van Mexico en met groot inlevingsvermogen geeft hij zijn ontmoetingen met allerlei typen mensen weer. ‘ – ik ben er trouwens vrij zeker van dat niemand zal merken dat ik weg ben. Opnieuw als de verfoeide Mexicaan, de persoon die er altijd aan herinnerd wordt dat hij of zij niet welkom is, degene die door niemand wordt gemist: ik kan het helemaal navoelen. Ik ben de yucca met idioot haar en een gekromde rug’. Rijke beschrijvingen, gelardeerd met ironie zijn zijn handelsmerk. Dat Theroux behalve non-fictie ook fictie schrijft is te merken; zijn reisboeken lezen als romans. Op de vlakte der slangen maakt het de lezer mogelijk Mexico van binnenuit te leren kennen. Van zijn reisboeken zijn De grote spoorwegcarrousel en De oude Patagonië-expres de bekendste. Over V.S. Naipaul, zijn grote literaire voorbeeld, schreef Theroux twee boeken: een lyrisch en na het einde van hun vriendschap een kritisch.




