‘De essentie van reizen is dat je je overgeeft aan wat je overkomt,’ schrijft Cees Nooteboom in zijn onlangs bij Koppernik verschenen Over het Japanse klooster Kozan-ji en de beroemde dierentekeningen, bestaande uit een in 2020 geschreven essay en een gedicht. Nooteboom weet dat als geen ander: hij onderzoekt in zijn internationaal geprezen reisverhalen steeds het onbekende door zich onder te dompelen in de natuur en cultuur van de werelddelen en landen die hij aandoet. Met zijn partner, fotograaf Simone Sassen, bezocht hij in december van 2005 Kozan-ji, een kleine tempel in het noorden van Kyoto, in 1133 gesticht door de monnik Myoe. Nooteboom beschrijft de sprookjesachtige, verstilde omgeving; het verstrijken en concreet worden van de tijd in de rituelen en kunst in de tempel.
Het boek, dat een in 2020 geschreven essay en een gedicht bevat, is verfraaid met kleurenfoto’s van Sassens hand en het eerste deel van de Choji-jinbutsu-giga-rol met inkttekeningen van antropomorfe dierenfiguren, waarvan de originele onderdelen zich tegenwoordig in het Nationaal Museum van Kyoto en het Nationaal Museum van Tokyo bevinden.




