‘In het begin vallen ze u niet op…’ Zo begint Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešić (1949-2023). Daarna heeft ze het over afgezakte kousen, muizenpasjes, opgedroogde appeltjes, een gerimpelde huid, een nek als van een kalkoen en meer van die genadeloze typeringen van ‘kleine lieve oude vrouwtjes’.
Baba Jaga is in de Slavische mythologie een heks, een wilde vrouw met magische krachten, een bosgeest. Haar hut staat op kippenpoten en ze kidnapt kinderen.
Baba Jaga legde een ei bestaat uit drie delen. In het eerste bezoekt de ‘ik’ haar moeder in Bulgarije die last heeft van toenemende ouderdomsgebreken. In het tweede veroorzaken drie oude vrouwen in een Tsjechisch kuuroord magische gebeurtenissen en in het derde deel laat Ugrešić een deskundige op het gebied van Slavische folklore de twee eerste delen analyseren vanuit wetenschappelijk-folkloristisch perspectief, doorspekt met talloze weetjes over Baba Jaga. Zo verbindt Ugrešić de verschillende verhaallijnen, eigenzinnig, humorvol en soms ontroerend.
Dubravka Ugrešić werd ooit zelf voor Baba Jaga uitgemaakt. Geboren in Joegoslavië vluchtte ze voor de oorlog in Kroatië die uitbrak nadat Joegoslavië uiteen was gevallen. Ze had een kritisch essay over het nationalisme in Kroatië geschreven, aanleiding voor collega’s om haar te beschimpen als landverraadster en Baba Jaga.
Ugrešić woonde sinds 1996 in Amsterdam. Ze was literatuurwetenschapper en schrijfster van romans, verhalen, essays, columns en artikelen in Nederlandse en internationale kranten en tijdschriften. Ze doceerde aan Amerikaanse en Europese universiteiten. Haar werk is in meer dan dertig talen vertaald.




