Als Bart Moeyaert met zijn moeder bij haar thuis komt na een bezoek aan zijn dementerende vader in het ziekenhuis overhandigt ze hem een oranje schoenendoos met agendaatjes waarin ze een soort dagboek heeft bijgehouden: ‘Ze drukt me op het hart dat ik er niet met mijn broers over mag praten. Ik mag alles lezen, maar liever niet morgen. Bij voorkeur na haar dood, als ik er klaar voor ben. Ik zeg dat ik de dagboeken op een veilige plek zal bewaren. Daarop mag ze rekenen. Ik herhaal dat ze bij mij veilig zijn.
Onderweg naar huis staat de schoenendoos op de passagiersstoel. Ik leg er af en toe mijn hand bovenop. Er zit een half leven naast me. Op een bepaalde dag, op een bepaald moment, zal ik het deksel van de schoenendoos halen en aan het verleden van mijn moeder beginnen (…) Thuis sla ik een van de agendaatjes open, de dag nadat ik de doos heb gekregen. Ik doorblader het jaar haast met afgewende ogen. Ik wil – voor nu even snel – alleen maar te weten komen op welke manier mijn moeder notities heeft gemaakt. Houdt ze het kort of schrijft ze hele volzinnen?
Natuurlijk houdt ze het kort. Natuurlijk vertelt ze haast niets ’.
De aantekeningen van de moeder vormen maar een deel van het pas als Privé-domeinreeks 328 verschenen Een ander leven van Moeyaert. Hij beschrijft daarin zijn positie als jongste in een gezin met zeven kinderen, waarin hij zich niet gezien voelde. Er was een dominante vader en een bescheiden moeder. Toen zij 70 werd nam Bart haar mee naar Parijs in de hoop wat meer van haar te weten te komen. Dat lukt aanvankelijk niet. Tot een toevallige ontmoeting met een Amerikaanse vrouw haar confronteert met haar eigen levensloop en zij Bart vertelt dat ze ‘een ander leven’ had gewild.




