Deze veelgeprezen bundel is het debuut van psychiater en dichter Yasmin Namavar, die haar wortels in Iran heeft liggen. Hoewel haar afkomst niet nadrukkelijk voorop staat, speelt die wel een rol in haar zoektocht naar waar je voorgoed verblijven kunt. Omdat ze desondanks weet dat alles slechts tijdelijk is, onderzoekt ze de diverse mogelijkheden van verblijven: in je lichaam, in het verleden, maar vooral in de taal. Dat levert prachtige en vooral spannende poëzie op omdat verblijf en veiligheid nooit samen lijken te gaan.
Het verleden van haar ouders wordt afgezet tegen haar eigen heden in zintuigelijke, voluptueuze taal, weelderig en wulps. Zo probeert ze twee werelden te verenigen in haar leven die beide deel uitmaken van haar identiteit, zonder de ene boven de andere te laten uitstijgen. Identiteit als ‘een jas die je nooit meer hoeft uit te doen’. De gedichten van Yasmin Namavar onttrekken zich aan elke vergelijking en breken met alle hedendaagse trends. Haar zinderende poëzie reikt verder dan Nederland of Iran: het is vooral een zoektocht naar vrede met en in zichzelf, die ze gevonden lijkt te hebben in een modus vivendi die van twee delen één geheel maakt.
‘Ik trek een lange jas aan, veel te groot en draag hem zesentwintig jaar, sleep hem over keien, bergpassen, door bossen sleep hem door het gangpad van een drukke tram als het regent loopt mijn capuchon vol, mijn haar in een knot, nat op mijn hoofd hier groeit mijn eigen gelijk, een maretak verstikt zichzelf nooit de jas wordt een verhaal, een altaar, een gotspe, een bos dat aan mijn lippen staat het bos is hout mijn plek is groen op een zonnige dag in maart (en het lijkt wel mei), overal de geur van reukgras ga ik weer links en werp mijn jas af mijn lichaam een vondeling in het bos wacht op een nieuwe kledingstuk, vel na vel bladder ik af iets om aan te kleven is er niet’





1 reactie
Prachtig. Hettie. Dankjewel! Hgr, Henk