Ontdekkingsreiziger

Mijn lerares Engelse literatuur nam haar taakomschrijving wel heel erg letterlijk: nooit sloop er een dichter in haar lessen die niet uit Engeland kwam. Geen Amerikanen als Walt Whitman of Ezra Pound. Geen Ieren, als Yeats of Seamus Heaney.  Maar ook nooit een vrouwelijke dichter, geen Christina Rossetti of Elizabeth Barrett Browning. En nooit eigentijdse dichters, maar altijd die uit een stoffig verleden. En veel, heel veel Shakespeare en John Donne. Ik vond het niet erg toen, voor mij was alles nieuw.

Veel later zou mijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en liefde voor poëzie op papier hele  continenten voor me ontvouwen: Sharon Olds, Mary Oliver en Elizabeth Bischop in Amerika, Gwen Harwood in Australië. En ook Engeland zelf had meer te bieden dan ik ooit geleerd had: Stevie Smith, A.E. Fanthorpe, Philip Larkin. Ik drong als ware een ontdekkingsreiziger steeds verder door in onbekend gebied, de ene vondst voerde me naar de andere en ik genoot van alles wat ik tegenkwam.

Een van mijn laatste ontdekkingen betrof Delmore Schwartz, een Amerikaanse dichter, van wie ik nooit eerder gehoord had, maar van wiens werk ik veel was gaan houden. Hij debuteerde in 1938 met In dreams begin responsibilities, een bundel met verhalen en gedichten, en hij werd meteen het wonderkind van literair Amerika: geniaal, briljant en gek als hij was leek hij de belofte van de toekomst. Maar nu is hij vrijwel vergeten, wonderkinderen kunnen maar zelden hun belofte waar maken. ‘En een wonderkind van veertig/ Dat is een naar geval/ Die zo veel had kunnen worden/ Maar die niks meer worden zal’, zong ook Boudewijn de Groot.

Ik kocht eens het bundeltje Summer Knowledge van Delmore, en toen ik onlangs op de boekenmarkt in Utrecht een biografie van hem aantrof, wilde ik die eigenlijk meteen hebben. Maar ik was nog maar net aangekomen, eerst maar eens rondkijken wat er nog meer te koop was. Dat boek wachtte wel op me, wie kende Delmore nou? Maar toen ik na een hele middag rondneuzen terugging om het boek te kopen, was het weg. Zoals elke ontdekkingsreiziger had ik er niet bij stilgestaan dat anderen er eerder bij zouden kunnen zijn. Er waren dus lezers die een heel andere lerares Engels hadden gekend. Mijn arrogantie te denken dat ik de enige was die zich bezighield met Delmore, werd nog harder afgestraft toen ik hoorde dat er sinds kort een selectie van zijn gedichten door Jur Koksma en Joep Stapel bij uitgeverij Vleugels in het Nederlands vertaald is: Een orang-oetan en geen Hongaar! 

‘Gaven en keuzes! Alle mensen zijn gemaskerd
en wij zijn clowns die denken ons gezicht te kunnen kiezen
en de tijd leert ons over de omstandigheden
en we hebben griep, blond haar en wiskunde,
want we hebben gaven die onze keuzes doorkruisen
en met al onze keuzes spelen we ezeltje-prik:
“Eenmaal getrouwd was mijn vrouw heel anders,”
“Ik ben advocaat, maar plantkunde is mijn passie,”
spaar zegels of foto’s, maar
vergeet je ziel niet! Alleen het verleden is onsterfelijk.’

Ik voelde me enigszins getroost door de boeken die ik wel had weten te veroveren, Yeats, Wilde, Plath en Faulkner, die een bekend en vertrouwd gebied vormden. En die biografie van Delmore,die ontdek ik nog wel.

 

 


Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak:

Nest

Nest