Dit jaar heb ik twee biografieën gelezen; over Hermans en Van Oorschot en vier romans van twee schrijvers van wie ik niet eerder iets gelezen had: Griet op de Beeck en Stephan Enter. Alle zes boeken heb ik met veel plezier gelezen; de romans, omdat deze zo prachtig zijn geschreven en van begin tot het eind weten te boeien met hun psychologische fijnzinnigheden; van de biografieën, omdat ze zulke mooie portretten schilderen.
Biografieën
Wanneer je van romans houdt en die veel leest, maar ook van biografieën, maar die toch minder vaak leest, dan is 2015 een topjaar. Begin van het jaar verscheen het tweede deel van de van W.F. Hermans van de hand van Willem Otterspeer; door het leven van de schrijver te verbinden met zijn boeken ontstaat er een rijk beeld van zowel die boeken als de schrijver.
Recent verscheen de biografie over het leven van Geert van Oorschot, door Arjen Fortuin geschetst. Fortuin vertelt niet alleen over de mens Van Oorschot, wat interessant is, maar vooral van de geschiedenis van deze 
Romans
Van Griet op de Beeck las ik vrij snel achter elkaar haar twee boeken; eerst haar tweede boek, Kom hier dat ik u kus uit 2014, en daarna haar debuutroman uit 2013 Vele hemels boven de zevende. Beide boeken hebben hetzelfde thema, in mijn eigen woorden; het gestuntel van mensen.
Haar debuut vertelt het verhaal van vijf mensen, die elk op enigerlei wijze met elkaar zijn verbonden. Haar tweede boek vertelt het leven van Mona, eerst als kind van 10-12 jaar, daarna als 24-jarige en tot slot als 35-jarige. Heel knap geconstrueerd.
Beide boeken zijn overrompelend, laten je niet meer los. Allebei zijn prachtig geschreven, hele mooie zinnen, psychologisch sterk en met humor verteld.

Compassie gaat over een klassiek thema, de liefde. De hoofdpersoon is een zelfverzekerde veertiger, die niet in staat is zich voor 









