• Lviv, een impressie van een literair geïnspireerd stadsbezoek

    ‘Het is een ironie van de geschiedenis dat de stad Lviv, die gedurende haar lange geschiedenis pas enkele decennia een puur Oekraïense stad is, nu juist als het centrum geldt van de Oekraïense cultuur’ *

     

    ‘Directe vluchten tussen Oekraïne en Rusland zijn sinds zondag gestaakt. Dat is het gevolg van nieuwe sancties vanuit Kiev. Die zijn bedoeld om de Russen te straffen voor de annexatie van de Krim en het steunen van gewapende separatisten in Oost-Oekraïne.’, zo meldt het ANP op maandag 26 oktober 2015. Kiev International Airport is een middelgrote luchthaven, van de buitenwereld gescheiden door een omheining van rollen prikkeldraad. Op de luchthaven zelf zijn alleen vliegtuigen te zien van Ukraine International Airlines met aan de zijkaGalicische vertellingennt een paar militaire vrachtvliegtuigen. Russische bestemmingen staan niet aangegeven op de elektronische informatieborden. Na een verblijf van een paar dagen in de West-Oekraïense stad Lviv vliegen wij via Kiev terug naar Amsterdam. De vliegreis bekort ik met het lezen van de Galicische vertellingen van de Poolse schrijver Andrzej Stasiuk. Wat een geweldenaar, deze schrijver. In een serie korte verhalen schetst hij liefdevol het harde, soms rauwe boerenleven in een Galicisch dorp aan de rand van de Karpaten, schijnbaar onafhankelijk van elkaar, maar op een geraffineerde manier toch innerlijk vervlochten. Zo kom je thuis uit de Oekraïne!


    Lemberg, Lvov, Lwow en nu Lviv

    Lviv is een mooie, middelgrote stad van ca. 750.000 inwoners met een roerige geschiedenis. De uitstraling van de stad is Midden-Europees: veel barok en jugendstil met in de buitenwijken de bekende sovjetflats. De stad doet sterk denken aan het Poolse Krakau. galicie_DEF
    De hoofdstad van de landstreek Oost-Galicië ligt op de scheidslijn van Midden- en Oost-Europa. Vóór de Eerste Wereldoorlog behoorde de stad (toen Lemberg geheten) tot het Oostenrijks-Hongaarse kroonland Galicië. Nadien is ze beurtelings bezet door Russen, Polen, Duitsers en Oekraïners. Even zovele keren veranderde de stad van naam: van Lemberg naar Lvov, Lwow en nu dus Lviv. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie behoort de stad tot de onafhankelijke republiek Oekraïne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het Joodse deel van de bevolking, ongeveer eenderde  van het totaal, volkomen uitgeroeid. Door het verschuiven naar het westen van de grenzen van Polen en de Sovjet-Unie na 1945, werd de Poolse bevolking gedwongen de stad te verlaten en mee te verhuizen. Voortaan maakte Lviv deel uit van de Sovjet-Unie. Nauwelijks beschadigd door bombardementen of andere krijgsverrichtingen staat het karkas van de stad nog overeind, een mooi karkas, dat wel. De Oekraïners hebben de lege huizen gevuld. Jan Paul Hinrichs noemt Lviv in zijn voortreffelijke literaire reisgids Lemberg – Lwów – Lviv de ultieme stad voor historici. En dat is dan ook de reden voor ons bezoek aan deze stad.


    Moderne stad met authentiek karakter

    Het zijn regenachtige dagen. De droge momenten zijn schaars. Wij laten ons echter niet weerhouden er op uit te gaan en iets dichter bij de geschiedenis van de stad te komen. De paraplu bewijst zijn diensten. Het historisch museum van de stad op het centrale plein biedt een goede ingang. Veel informatie over de strijd tegen de Turken in de 17e eeuw en de historische relaties met de kozakken, de Russen en de Polen; interessant allemaal, maar van het Joodse verleden is vrijwel niets terug te vinden, ook elders in de stad trouwens niet: een restant van een synagoge, geen enkel museum, een onduidelijk monument over de Shoah en verder niets. Toch curieus gezien het stempel dat de Joden in het verleden op deze stad hebben gedrukt, maar misschien wel verklaarbaar. De Oekraïners hebben het mogelijk te druk met hun eigen misère. Het wankele bestaan van hun jonge onafhankelijke staat bezorgt hen al kopzorgen genoeg. Overal liggen in kraampjes anti-Poetin prullaria te koop, van deurmatjes tot rollen wc-papier met zijn portret er op. Op het plein voor het monument van de onafhankelijkheid staan kraampjes waar jonge mensen actie voeren tegen de separatisten in het oosten van het land en overal staan in de winkels bij de kassa bussen waarin je geld kan deponeren voor de strijd. Het land is in oorlog. Toch beheerst dit niet het straatbeeld van Lviv. De stad maakt een moderne, westerse indruk met grote winkelstraten en verlichte etalages. De bekende winkelketens, waardoor bij ons alle winkelstraten op elkaar lijken, ontbreken echter grotendeels. Dit geldt ook voor de schreeuwerige lichtreclames. De stad behoudt zo zijn eigen authentieke karakter. Overal vind je naast de Oekraïense vlag de vlag van de Europese Unie. In gesprekken met de mensen merk je dat ze graag deel zouden uitmaken van de Europese Unie, een geluid dat bij ons nauwelijks nog gehoord wordt. Zij zijn de corruptie van hun eigen politici beu evenals de Russische militaire dreiging. Lviv is een groene stad met veel parken, plantsoenen en bomen, in de herfst werkelijk een lust voor het oog. Behalve wat bedelaars bij de kerkportalen, zie je weinig echte armoede op straat. De stad is schoon en oogt redelijk onderhouden. De mensen zijn over het algemeen goed gekleed. Wel zie je soms oude mensen vaag veegwerk verrichten op straat, een soort werkverschaffing, en in de restaurants zitten heel wat jongelui uren lang achter één consumptie. Wij zijn dan ook meer dan welkom als wij, voor weinig geld overigens, uit eten gaan en een fles voortreffelijke Oekraïense wijn bestellen. Er is een levendig uitgaansleven in het centrum van de stad. Bekend is het Bierrestaurant Pravda. Tijdens de maaltijd wordt de spijsvertering op gang gehouden door het oorverdovend lawaai van een big band.


    Actuele geschiedenis

    Tijdens een bezoek aan de grote begraafplaats Lychakiv, vergelijkbaar met Père Lachaise in Parijs, komt de geschiedenis erg dichtbij. Doorgaans hebben dit soort bezoeken een wat contemplatief karakter waarbij zich als vanzelf een glimlach rond je kaken plooit bij het zien van de soms nogal protserig aandoende, monumentale grafzerken van veelal nauwelijks bekende grootheden. Plotseling valt ons oog op een hele serie Poolse graven waarvan de portretmedaillons systematisch zijn kapot gemaakt. Grafschennis! Overduidelijk! Dit geeft een beklemmend gevoel: er zit veel haat en verdriet in deze samenleving. Het viel trouwens op dat het, ondanks het slechte weer, tamelijk druk was op de begraafplaats. Oudere stelletjes, armpje door, maar ook groepjes jongeren. Ernstig kijkende mensen. Vlak achter de enorme militaire begraafplaats van het type dat we wel kennen uit de omgeving van Ieper en Noord-Frankrijk, zien we een in der haast aangelegde nieuwe begraafplaats, overweldigd door een zee van bloemenkransen.  Hier rusten de doden van de oorlog tegen de separatisten in het oosten. Een jonge vrouw loopt rond met een kleurenfoto van haar broer, misschien wel haar vriend of man. Dit is een levende begraafplaats. Een zekere bedruktheid maakt zich van ons meester.


    Advies voor een heruitgave
    Het zout der aarde
    Na een bezoek aan de prachtige opera van de stad, verdiep ik mij in Het zout der aarde, een boek van de Galicische schrijver Józef Wittlin, mij aangeraden door Jan Paul Hinrichs in zijn hiervoor genoemde reisgids en aangeschaft op de veilingsite Catawiki. Het is een aangrijpende anti-oorlogsroman, in 1937 verschenen bij de Wereldbibliotheek en uitstekend vertaald door Dr. A.E. Boutelje. Als de uitgeverij het boek nog even door meestervertaler Karol Lesman kritisch tegen het licht laat houden, heeft zij, naar mijn mening, een mogelijke bestseller in huis. Het is voortreffelijk geschreven, aangrijpend, beeldend, humoristisch, geëngageerd en uiterst actueel, gezien de vele herdenkingen in het kader van de Eerste Wereldoorlog en de spanningen in de Oekraïne. Het was Wittlins wens om in Lwow een straat naar hem genoemd te krijgen: ‘Nee, geen hoofdstraat met paleizen, banken, gerechtsgebouw, gevangenis, school, handels- en nijverheidskamer of Turks bad. God Verhoede! Mij is een smalle straat zonder riolering en met tien huisnummers genoeg: een of andere nauwe hoek onder het Hoge Slot, bijvoorbeeld de Sieniawskastraat. En wie zou het schaden als de Miodovastraat verandert in de Józef Wittlinstraat.’ (Jan Paul Hinrichs, blz. 111)


    Kerkbezoek

    Een bezoek aan Lviv is niet compleet zonder bezoek aan de vele kerken van de stad. In het bijzonder moet hier genoemd worden de Armeense kathedraal; oriëntaals exotisch, maar ook met Mucha-achtige Jugendstill. Naar mijn smaak misschien wat erg bont en weinig ingetogen, maar wel een van de plaatsen waar veel mensen kennelijk rust en ruimte vinden voor persoonlijke overdenkingen, gezien het aantal in devotie verkerende gelovigen. En het gaat hier niet om enkel wat oudere mensen zoals bij ons, maar ook om jonge mensen in de kracht van hun leven.


    Zhovkva

    Op de laatste dag brengen wij met de bus een bezoek aan het plaatsje Zhovkva, zo’n veertig km buiten Lviv. Zo’n busrit is op zich al een belevenis. Je ziet wat van het platteland en van de plaatselijke bevolking. De armoede is hier natuurlijk groter dan in Lviv. Hier rijden vrijwel alleen nog maar oude Lada’s, terwijl dit in Lviv duidelijk anders is. Zhovkva staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO en is dan ook een prachtig stadje met een schitterend geometrisch Renaissanceplein. Het enige gebouw dat echt aan renovatie toe is, is de indrukwekkende Joodse synagoge gebouwd in 1699, ooit een van de mooiste in Europa. Ook hier is verder vrijwel niets over van wat herinnert aan het Joodse verleden. De man van de plaatselijke VVV was zo enthousiast over ons bezoek dat hij ons zeker een half uur aan de praat wist te houden. Wij konden niet vertrekken zonder zijn boek over de geschiedenis van Zhovkva aan te schaffen. Dit enthousiasme en deze hartelijkheid troffen wij ook aan bij de priester van de plaatselijke Grieks-orthodoxe kerk, door ons opgetrommeld door het telefoonnummer te bellen, vermeld bij de toegangsdeur tot de kerk. Zijn rondleiding langs de prachtige iconostase en het daarachter liggende altaar met het heilige der heiligen, het tabernakel, zullen wij niet licht vergeten.

    Hoewel het tegenwoordig niet in de lijn ligt een bezoek te brengen aan de Oekraïne, kan ik toch een ieder een bezoek aan Lviv grenslandaanraden. De stad heeft veel te bieden, de reis is comfortabel en absoluut niet duur. Wie goed voorbereid aan deze reis wil beginnen, moet echt gebruik maken van de reisgids van Jan Paul Hinrichs en natuurlijk kijken naar de prachtige serie Grensland van Jelle Brandt Corstius.

     

     

     

     

    *Jan Paul Hinrichs in Lemberg –Lwów – Lviv, in de serie: Het oog in ’t zeil, uitg. Bas Lubberhuizen

     

     

  • Er spreekt een ontegenzeggelijke vitaliteit uit de ingezonden poëziebundels

    Dat is de mening van de jury van de VSB Poëzieprijs die 114 dichtbundels las waaruit ze er vijf nomineerden als kanshebber voor de prijs.

    De genomineerde dichtbundels van het afgelopen jaar zijn die van Pieter Boskma, Geert van Istendael, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen en Maud Vanhauwaert. Zij zijn daarmee kanshebber geworden op de VSB Poëzieprijs 2016. De VSB Poëzieprijs is de belangrijkste prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont jaarlijks de beste bundel van het afgelopen jaar met een bedrag van 25.000 euro. De uitreiking van de VSB Poëzieprijs 2016 vindt op 27 januari 2016 in Groningen plaats en is daarmee het eerste hoogtepunt in de Poëzieweek 2016.

    Hieronder een beschrijving van de genomineerde bundels:

    unnamed-2In Zelf doet Pieter Boskma een buitengewone poging te verwoorden hoe de rouw om zijn vrouw doorwerkt tot in de kern van zijn dichterlijke persoonlijkheid. Zoekend naar een uitgang uit de rouw bewandelt hij een veelsporig ‘Padenpad’ in de vorm van 39 zelfportretten. Boskma beroept zich op de eeuwenoude wijsheden die liggen opgeslagen in de klassieke genres van klaagzang en epos. Hij gebruikt ritmewisselingen en stijlfiguren om de artificialiteit van het zelfbegrip uit te lichten. Dit proces van wording heeft op de dichter een geneeskrachtige uitwerking, al gaat het einde van de rouw gepaard met een afscheid van het zelf dat zijn vrouw heeft liefgehad. Wat overblijft is een ‘verbeeld’ of poëtisch zelf dat niet vastligt, maar zich voortbeweegt met een ‘in zichzelf besloten gang van schoonheid en voltooiing.’ Uitgegeven door De Bezige Bij.

     

    unnamedDe vier afdelingen van de bundel Het was wat was van Geert van Istendael bestaat uit vier afdelingen die  eenvoudigweg ‘Ding en dier’, ‘Bomen’, ‘Mensen’ en ‘Geld’ heten. Van Istendael beschrijft met zeer nauwkeurige blik, dingen en dieren, hij kijkt vol ontzag naar bomen en hij luistert nieuwsgierig naar zijn dialect pratende buren. Dat lijkt allemaal klein en idyllisch, maar door het heldere en stevige gebaar van Van Istendaels teksten weten we toch dat we met beide benen in de realiteit en het heden staan, zeker door de afsluitende cyclus in de bundel, die ons hardhandig, helder en geëngageerd confronteert met de actuele rol van het slijk der aarde. Uitgegeven door Atlas Contact.

     

    9200000030213065In Idyllen brengt Pfeijffer al zijn poëtische kracht, verlangen en meesterschap bij elkaar. In af en aan golvende, hoogst inventieve, rijmende alexandrijnen, vertolken deze poëtische ontboezemingen een klaagzang van een treurende dichter over de teloorgang van de wereld en de poëzie. ‘De nacht is aangezegd. De warre uren waaien / als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.’ Met veel bravoure, dat verrassend genoeg wordt afgewisseld met ontroerende momenten van inzicht, zet Pfeijffer zijn opvattingen over maatschappij en dichtkunst uiteen. De bundel zingt, knarst, fabuleert, droomt en barst uit zijn voegen van een nauwelijks te remmen dichterlijke droom. Uitgegeven door de Arbeiderspers.

     

    unnamed-6In De werkelijkheid speelt Toon Tellegen met een scala aan aannames betreffende liefde, wanhoop, medeleven, vertrouwen, angst. Tellegen draait telkens die werkelijkheid een halve slag en toont de keerzijde ervan of een aspect waaraan niet direct gedacht zouden worden. Zo morrelt hij er op een verontrustende manier aan, waardoor alles op losse schroeven komt te staan. Met schijnbaar eenvoudige talige middelen slaagt hij er in een absurde, bedreigende of wanhopige wereld op te roepen waaraan nauwelijks te onttrekken is. De obsessieve vraag naar wat werkelijk is, geeft aan de bundel een sterke thematische samenhang. Uitgegeven door Querido.

     

    unnamed-8Wij zijn evenwijdig van Maud Vanhauwaert bevat 184 tekstfragmenten waarvan de titel het eerste is en die losjes met elkaar verbonden worden door een liggend streepje. Aldus ontstaat een reeks poëtische snapshots die iets doet oplichten van het leven in de grote stad aan het begin van de 21ste eeuw. De tekstfragmenten variëren van kleine verhaaltjes tot één enkele zin. Aforistische kernachtigheid wordt afgewisseld met van melancholie doordrenkte humor, absurdisme en een enkele bewust flauwe grap. Uit die rapsodie treedt een dichteres naar voren die met haar wispelturige logica en ontregelende beelden een heilzame verwondering weet te wekken voor het meest banale. Ook uitgegeven door Querido.

    Voorafgaand aan de uitreiking van de VSB Poëzieprijs 2016 presenteren de vijf dichters hun genomineerde bundels op verschillende Vlaamse en Nederlandse podia, o.a. in Rotterdam, Gent, Den Haag, Antwerpen, Arnhem, Utrecht en Amsterdam. Kijk voor alle data en locaties binnenkort op www.vsbpoëzieprijs.nl.

     

  • Jeroen Brouwers wint ECI Literatuurprijs 2015

    De voormalige AKO Literatuurprijs en nu de ECI Literatuurprijs is gewonnen door Jeroen Brouwers voor zijn roman Het hout. Dat werd donderdagavond bekend gemaakt op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag.

    Het hout van Jeroen Brouwers (1940) werd gekozen om zijn meesterschap, stilistische brille en om zijn beklemming en verlossing, zo sprak juryvoorzitter Andrée van Es. Wegens gezondheidsproblemen was de auteur zelf niet aanwezig maar een televisieploeg was naar zijn huis in het Belgische Zutendaal getogen voor een korte reactie van een groots schrijver. Wat de prijs, waar hij niet op gerekend had, voor hem betekende: ‘Vreugde, sprak Brouwers die wars is van grootse gebaren. ‘Het geldbedrag, (heb je dat trouwens bij je, voegde hij er schalks tussen) komt mij zeer van pas.’

     

    51cf8a9e0f42f1.49079502Voor zich op tafel een stapel ritselende papieren: ‘Folklore van het schrijverschap’, noemt de schrijver dit. Brouwers durft, zoals hij zelf zegt, niet op maagdelijk blanco papier te schrijven. Hij gebruikte voor zijn manuscript van Het hout oud papier zoals bakkerszakken, de achterzijde van kalenderbladen en wikkels van tijdschriften. Waarna zijn echtgenote het over tikt op de computer. Op de vraag wie hij verwacht had dat zou winnen noemde Brouwers, P.F. Thomése. Hij had gedacht dat het tussen hem en Thomése zou gaan. Een schrale troost van de winnaar voor dan toch een van de verliezers.

    De overige kandidaten op de shortlist waren Inge Schilperoord met Muidhond, Annelies Verbeke  met Dertig dagen, Stephan Enter met Compassie, Mark Schaevers met Orgelman en P.F. Thomése met De onderwaterzwemmer. 

    De jury bestond naast de juryvoorzitter uit Nederlandse en Vlaamse recensenten onder wie Daniëlle Serdijn van de Volkskrant en programmamaker Wim Brands.

    De ECI Literatuurprijs heette vorig jaar nog AKO Literatuurprijs en werd toen gewonnen door de Vlaamse auteur Stefan Hertmans voor zijn boek Oorlog en terpentijn. De prijs bestaat uit een sculptuur en 50.000 euro. De bekendmaking was rechtstreeks te zien in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur op NPO 2.

    Hier vindt u de recensie die Vic Veldheer schreef over Het hout voor onze site.

     

     

  • Jan Campert-, F. Bordewijk- en Nienke van Hichtum-prijs toegekend

    Ilja Leonard Pfeijffer ontvangt de Jan Campertprijs voor Idyllen, Annelies Verbeke de F. Bordewijkprijs voor Dertig dagen en Anna Woltz de Nienke van Hichtumprijs voor Honderd uur nacht.

    De Jan Campert-prijs voor de beste bundel gaat dit jaar naar Ilja Leonard Pfeijffer (1968) voor zijn bundel Idyllen. In deze bundel schrijft Pfeijffer ‘harde, exuberante verzen over de mens in de hectische wereld van vandaag. Hij is schaamteloos barok en opzichtig retorisch, creëert een bezwerende dreun en schrijft strak ritmische en bijzonder sonore gedichten waarin de prachtige klank vaak botst met de onthutsende inhoud. Idyllen is een waagstuk: het gaat over grote verhalen en problemen. Pfeijffer schuwt daarbij het grote gebaar niet. Het levert een grote bundel grootse poëzie op.’
    Voorgaande jaren ging de prijs naar Piet Gerbrandy (2014), Micha Hamel (2013), Wouter Godijn (2012), Erik Spinoy (2011), Hélène Gelèns (2010), Alfred Schaffer (2009).

     

    index.php-2De F. Borderwijk-prijs is voor Annelies Verbeke (1976) voor haar roman Dertig dagen. De helden van Annelies Verbeke proberen vaker hun medemensen te helpen, maar Alphonse Badji, de hoofdpersoon van deze roman, is de eerste die daar ook werkelijk in slaagt. In een laag tempo met prachtige zinnen verbindt Verbeke in haar meest omvangrijke roman tot nu toe de verhalen van de diverse personages tot een geheel, waarin niemand een anker heeft en iedereen gedesoriënteerd door het land dwaalt – met de in de oude loopgraven bivakkerende vluchtelingen als triest symbool. Dertig dagen is een dappere, maar nooit zoetsappige poging om op papier een wereld te scheppen die mooier is dan de echte: een roman over liefde en het diepe verlangen naar contact waarmee Verbeke alle beloften van haar eerdere werk inlost.’
    De afgelopen jaren ging de prijs naar Jan van Mersbergen (2014), Oek de Jong (2013), Gustaaf Peek (2011), Stephan Enter (2012) Koen Peeters (2010), Marie Kessels (2009).

     
    index.phpAan Anna Woltz (1981) is voor haar jeugdroman Honderd uur nacht de Nienke van Hichtum-prijs 2015 toegekend. Tieners die uit schaamte voor een discutabele daad van hun vader stiekem een ticket naar New York boeken en daar in hun eentje heenreizen, om er midden in de orkaan Sandy terecht te komen: ze bestaan alleen in de literatuur. In de handen van de verkeerde schrijver leveren ze bovendien al snel stof tot een ontsporend verhaal. Anna Woltz schreef met Honderd uur nacht ‘een voorlopig hoogtepunt in haar jonge oeuvre. Zij is erin geslaagd een messcherpe, eigentijdse en psychologisch overtuigende jeugdroman af te leveren, die op subtiele wijze maatschappelijke en ethische kwesties aansnijdt zonder daarbij in moralisme te vervallen.’
    De afgelopen jaren wonnen Jan Paul Schutten (2013), Benny Lindelauf (2011) en Els Beerten (2009).

    Bekend was al dat het gehele oeuvre van Adriaan van Dis (1946) onderscheiden is met de Constantijn Huygens-prijs 2015 (€ 10.000).

    Aan bovengenoemde prijzen is een bedrag van € 5.000 verbonden.
    De jury bestond uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aad Meinderts (voorzitter), Jan de Roder en Maria Vlaar.

    De prijsuitreiking vindt plaats op zondag 17 januari 2016, tijdens het Schrijversfeest, de afsluiting van het internationale literatuurfestival Writers Unlimited | Winternachten in het Theater aan het Spui. De prijzen worden uitgereikt door de Haagse wethouder van Cultuur, Joris Wijsmuller.

     

     

  • Oogst week 43

    De nieuwe van Jan Brokken, een bijzonder kookboek, een Nigeriaanse roman en een bijzondere verhalenbundel van Claudia Biegel liggen deze week klaar om gerecenseerd te worden. 

    Door Ingrid van der Graaf

     “Ik weet nog goed dat vader ’s avonds thuiskwam met de brief die zijn overplaatsing aankondigde; het was een vrijdag. Die avond en de hele zaterdag daarop beraad- slaagden vader en moeder, fluisterend als tempelpriesters. Op zondagmorgen was moeder een ander mens geworden. Ineens liep ze in huis rond als een verzopen muis en wendde ze steevast haar blik af. Ze ging die dag niet naar de kerk, maar bleef thuis en waste en streek een stapel kleren van vader, haar gezicht een masker van ondoordringbare mistroostigheid. Geen van beiden zei een woord tegen mijn broers en mij, en wij stelden geen vragen. Mijn broers, Ikenna, Boja, Obembe en ik wisten maar al te goed dat wanneer de twee hartkamers van ons huis – onze vader en onze moeder – stilte bewaarden zoals de hartkamers bloed vasthouden, het huis overspoeld kon raken als we ze opporden.”
    Dit is zo ongeveer het begin van De Verboden rivier. Een voorproefje als een tapas bij de borrel en je wilt meer proeven van deze mooie beschrijvingen die onderhuidse gevoelslevens blootleggen. De Nigeriaanse schrijver Chigozie Obioma schrijft in zijn roman over vier Nigeriaanse broers die ontsnapt zijn aan het strenge toezicht van hun vader. Ze gaan vissen in de rivier die voor alle dorpelingen verboden is. Daar doet een dorpsgek hun de voorspelling dat Ikenna, de oudste broer, door een visser vermoord zal worden. Binnenkort volgt de recensie.
    Uitgegeven bij De Geus, vertaling Marianne Gossije, 196 blz., € 22,50, ISBN 9789044534771.

     

    Jan Brokken bereikte met De vergelding (over de oorlogstijd in Rhoon) een breed en groot publiek en met Baltische zielen 9789045030173-de-kozakkentuin-l-LQ-fschreef hij een grensverleggend boek. In De Kozakkentuin beschrijft Jan Brokken de bijzondere vriendschap tussen Alexander von Wrangel en de Russische schrijver Fjodor Michaïlovitsj Dostojevski. De nazaten van de in Baltische zielen beschreven levensgeschiedenis van de familie Von Wrangel, attendeerden Brokken op de vriendschap tussen Alexander en de schrijver Dostojevski. Er bleek een verzameling documenten, memoires en brieven bewaard te zijn gebleven. Uit dit rijke archief  reconstrueerde hij een liefdevolle relatie tussen twee jongemannen in het Rusland van de tweede helft van de negentiende eeuw. De Kozakkentuin begint in 1849 in Sint Petersburg. Alexander zit nog op school als er een groep arrestanten op weg naar het vuurpeloton voorbij komt. Onder hen Fjodor Dostojevski, een schrijver wiens werk Alexander bewondert. Dostojevski ontloopt het vuurpeloton maar krijgt jaren dwangarbeid in Siberië opgelegd. Alexander wordt later benoemd tot officier van justitie in Semipalatinsk, een stadje in het zuidwesten van Siberië. Daar ontmoet hij Dostojevski, die dan net is vrijgekomen uit het strafkamp. Tussen Alexander en de twaalf jaar oudere Fjodor ontstaat een hechte vriendschap die een kwart eeuw zal duren.
    Uitgegeven bij: Atlas/Contact, € 21,99, 320 blz., ISBN 9789045030173.

     

    Waarom besluiten mensen hun land te verlaten en ergens anders een nieuw bestaan op te bouwen? Dat is de vraag waarom het draait in Verbrande levens. Claudia Biegel debuteerde op haar 54ste met de roman Foute Sarah’s (dat meteen verwerkt werd tot een theaterstuk) waarna in 2014 Rusteloze benen volgde. Ze studeerde culturele antropologiemakethumbnail.ashx en zette zich bijna twee decennia in voor Vluchtelingenwerk Nederland. Deze maand is het tien jaar geleden dat elf mensen in afwachting van uitzetting uit Nederland op 26 oktober 2005 omkwamen bij een brand in het cellencomplex van Schiphol-Oost. En hier komen Biegels maatschappelijke betrokkenheid en haar schrijftalent samen in de verhalenbundel Verbrande levens die ze ter nagedachtenis aan de slachtoffers schreef. Verbrande levens bevat elf verhalen die zich ieder afspelen in of rondom de herkomstlanden van degenen die omkwamen. Verbrande levens, een bundel van elf korte verhalen, gaat over de vraag waarom mensen op de vlucht slaan en hun land verlaten. De verhalen tonen aan dat vluchten geen onlogische beslissing is van abnormale mensen maar een logische beslissing van normale mensen op abnormale omstandigheden. Het boek is opgedragen aan de elf slachtoffers van de Schipholbrand en komt uit op de herdenkingsdag van de ramp, maandag 26 oktober. Uitgegeven door Letterrijn, € 12,50, ISBN 9491875213.

     

    Kleine geschiedenis van de Nederlandse keuken van Jacques Meerman is een indrukwekkende gastronomische reis door de 50748.300Nederlanden. Meerman laat zien hoe onze gastronomische traditie in de loop der eeuwen gevormd is door wereldse invloeden. Door de Arabische landbouwrevolutie werden spinazie en bloemkool geïntroduceerd. In de middeleeuwen leerden we amandelen en de eerste exotische specerijen kennen. De ontdekking van Amerika in 1492 bracht sperziebonen en tomaten, en vanaf de zeventiende eeuw zouden de Indische kruiden ons eten op smaak brengen. Kleine geschiedenis van de Nederlandse keuken past in het rijtje van Gouden jaren van Annegreet van Bergen en Amsterdam van Russell Shorto. Het boek bevat ruim honderd historische recepten, overgezet naar ons huidige taalgebruik en voorzien van de oude maten, gewichten en oventemperaturen en soms wat logischer ingedeeld dan het origineel, en vele klassieke afbeeldingen waaronder (hoe kan het anders) de Aardappeleters van Van Gogh.
    Uitgegeven door Ambo/Anthos, € 29,95, ISBN 9789026332586

     

     

     

  • Oogst week 42

     

    Schuld
    …schuldig bin ich
    Anders als Ihr denkt.
    Ich musste früher meine Pflicht erkennen;
    Ich musste schärfer Unheil Unheil nennen;
    Mein Urteil habe ich zu lang gelenkt…
    Ich habe gewarnt,
    Aber nicht genug, und klar;
    Und heute weiß ich, was ich schuldig war.

    Dit is een gedicht uit de Moabiter Sonette die Albrecht Haushofer schreef tijdens zijn gevangenschap in Nazi-Duitsland.

    ‘Wat schrijven mensen in het uur van de waarheid? Hoe verhoudt zich dat tot andere literatuur die in volkomen afzondering is geschreven?’ vraagt Maarten Asscher zich af in een interview in De Volkskrant van 16 februari 2013.
    Het is onderwerp van de dissertatie waarop hij eind oktober hoopt te promoveren. Aan de hand van de autobiografische getuigenissen van Silvio Pellico, Oscar Wilde en Albrecht Haushofer gaat Asscher op deze vragen in.
    Tegenover deze drie schrijvers plaatst hij drie schrijvers die de gevangeniservaring als onderwerp kozen voor hun literaire verbeelding: Stendhal, Charles Dickens en Jan Campert. Welke categorie boeken – de getuigenis of de verbeelding – draagt de benauwenis van de gevangeniservaring het sterkst op de lezer over?

    Het uur der waarheid, over de gevangenschap als literaire ervaring, Maarten Asscher, Atlas/Contact, 408 pagina’s, € 24,99

     

    In datzelfde interview vertelt Asscher dat hij zo’n hekel heeft aan het woord ‘leesschuld’. Het is inderdaad een vreselijk begrip, maar wel één dat iedere lezer meteen begrijpt. Gelukkig gaat hij verder: ‘Ik heb sterk het gevoel dat je op een gegeven moment aan die boeken wel toekomt, over een maand, een jaar of over twintig jaar.’
    Dat moment is nu misschien aangebroken voor al die lezers die nooit De vreemdeling van Camus lazen. In zijn wereldberoemde roman over moordenaar Meursault gaat alle aandacht uit naar deze hoofdpersoon. Aan de vermoorde man wordt enkel gerefereerd met de woorden ‘de Arabier’.

    Algerijn Kamel Daoud geeft deze man een naam in zijn debuutroman Moussa, of de dood van een Arabier. Hierin probeert MoussaHaroen de moord op zijn broer te verwerken.
    Maar het is veel meer dan een verwerkingsroman. Het is een roman die kritisch is op De vreemdeling, kritisch op godsdienst, kritisch op geweld en kritisch op het kolonialisme van het Westen. Tegelijkertijd zijn er veel raakvlakken met het werk van Camus dat van directe invloed is geweest op het leven van Daoud. Als jongen raakte hij in de ban van islamistische groeperingen. Het lezen van o.a. De mens in opstand en De mythe van Sisyphus veranderden zijn kijk op het leven.
    Kamel Daoud won met deze roman Prix Goncourt voor Debutanten.

    Moussa, of de dood van een Arabier, Kamel Daoud, vertaald door Manik Sarkar, Ambo Anthos, 114 pagina’s, € 18,99

     

    Winter in Gloster HuisIn Winter in Gloster Huis van Vonne van der Meer gaat het over kiezen. Kiezen tussen dood en leven. Deze keuze wordt gesymboliseerd door twee hotels elk aan de andere kant van de oever van een meer. Aan de ene kant een hotel waar je waardig en omringd door aandacht kunt sterven, aan de andere kant Gloster Huis waar je terecht kunt als je op het laatste moment toch twijfelt aan je doodswens. Het ene hotel is van Richard, het andere van zijn broer Arthur. Arthur zegt: ‘Zijn kracht ligt in het willen, de mijne in wachten.’
    Het is een roman die de discussie over het vrijwillig levenseinde weer zal doen aanwakkeren.

    Winter in Gloster Huis, Vonne van der Meer, Atlas Contact, 144 pagina’s, € 17,99

  • Nieuwe vormgeving

    Het is even wennen misschien, maar dan is het ongetwijfeld een aangename verrassing om Literair Nederland in een nieuwe vormgeving en opmaak te lezen.
    Literair Nederland heeft zich de laatste jaren ontwikkeld van een website over literatuur tot een literair tijdschrift op het web. En dat vraagt om een andere presentatie, niet alleen in de vormgeving, maar ook in functionaliteit.

    Het voordeel voor u zit hem in de verbeterde leesbaarheid en een overzichtelijker structuur. Op de computer, maar ook op tablet of telefoon. U zult dat gauw merken.

    Wij zijn trots op dit nieuwe Literair Nederland, maar belangrijker is: wat vindt u? Laat het ons s.v.p. weten op redactie@literairnederland.nl.

     

    Met vriendelijke groet,

    redactie Literair Nederland

    Carolien Lohmeijer
    Ingrid van der Graaf
    Menno Hartman

     

  • Oogst week 41

    In de Poëziekrant van deze maand staat een mooi ingetogen en persoonlijk in memoriam voor Rogi Wieg, door Maria Barnas. Bij uitgeverij In de Knipscheer verscheen Even zuiver als de ongeschreven brief, een verzameling van zijn gedichten, door Peter de Rijk ingeleid. Het voorwoord staat – begrijpelijk – volledig in het teken van Wiegs zelfgekozen dood.  Is dat logisch? Misschien en hopelijk vanonder het aspect der eeuwigheid zal juist de levensdrift van Wieg die spreekt uit veel van zijn gedichten wel veelzeggender blijken te zijn.

    Gedicht

    Je hebt mooie ogen, nee, zo mag je dat niet
    zeggen, zoiets is allang voorbij. Maar je ogen
    bleven door de jaren heen, door eeuwen ziet
    men mooie ogen, ik heb ze daarom maar verbogen

    in duizend naamvallen. […]

    In het boek geplakt, op ouderwets wijze, een ‘bidprentje’ getiteld ‘The cat, Rogi and me’, door Abys Kovács, Wiegs echtgenote. Een fraai en waardig boek.

    untitledBij Querido verscheen in de vertaling van Elly Schippers Late roem, van Arthur Schnitzler, de schrijver die bij veel mensen min of meer bekend is van het boek dat de basis vormde van Stanley Kubricks Eyes Wide Shut. Querido geeft sinds de 20-er jaren van de vorige eeuw Schnitzler uit, een mooie lange historie. Deze novelle werd pas in 2014 in zijn nalatenschap aangetroffen. Op de achterzijde een aanbeveling van Daniel Kehlmann: ‘Arthur Schnitzler staat op gelijke hoogte met Thomas Mann en Robert Musil, en dit sprankelende werk heeft alles van zijn beste verhalen; humor en melancholie, felheid, mensenliefde en lichte treurigheid. Een prachtig boek.’

    Het omslagontwerp is van Brigitte Slangen. Hier een link om alvast een stukje in het boek te lezen.

    9789460042348Jaap Goedegebuure schreef met Wit licht. Poëzie en mystiek in de Nederlandse literatuur van 1890 tot nu een studie in 12 hoofdstukken. Een naar het lijkt rustig geproduceerd en gecomponeerd boek zoals we dat van Vantilt gewend zijn: serieus, met een duidelijke notenapparaat, personenregister, lijst van geraadpleegde literatuur, keurig op een rijtje. Met de eenvoudige waarneming ‘Mystiek is niet het monopolie van gelovigen’ trekt Goedegebure onmiddellijk inderdaad de twee partijen gelijkelijk zijn boek in.

    9789023496656Edmund de Waal verwierf grote bekendheid met zijn De haas met de amberkleurige ogen. Nu schreef de keramist De Waal een boek over het materiaal dat hem al decennia mateloos fascineert: porselein. De witte weg. Verslag van een obsessie. Historisch, persoonlijk, direct, precies. Dit oogt als een heel fraai boek. De vertaling was in handen van Jan Pieter van der Sterre, de vormgeving van omslag is van Rodrigo Corral Design een New Yorkse vormgever die heel veel mooie internationale sellers van een cover voorzag.

  • Oogst week 40

    Een Surinaamse roman, een reis door Iran, een kleine roman in beperkte oplage en een debuutroman.

    Door Ingrid van der Graaf

    De Nederlandse literatuur kent weinig schrijvers met een Surinaamse achtergrond die over Suriname en zijn bewoners schrijven, Astrid Roemer en Clark Accord daargelaten. De in Amsterdam geboren schrijver Tessa Leuwsha (1967), van Surinaams/Nederlandse afkomst, verhuisde in 1996 naar Suriname en publiceerde eerder al twee romans die zich daar afspelen. Ze is een gedreven schrijver van verhalen die autobiografische aspecten bezitten. Fansi’s stilte gaat over haar oma Fansi, die in 1971 nogal onverwacht naar Nederland kwam. Een vrouw uit de tropen die maar niet kon wennen aan het leven in Nederland en die in alle talen zweeg over haar achtergrond. Leuwsha is op zoek gegaan naar het verhaal van haar grootmoeder en haar ooms en tantes die deels in Paramaribo en Nederland wonen. Met Fansi’s stilte haalt zij haar grootmoeder, kind van een Engelse zendelingsdochter en een zwarte man dichterbij waarmee ze tegelijkertijd een indrukwekkend tijdsbeeld van Suriname weergeeft. Uitgegeven bij Atlas/Contact, 224 blz. € 19,99.

    iran_reeuwijk_135x210Eerder schreef Alexander Reeuwijk (1975) Darwin, Wallace en de anderen. Evolutie volgens Redmond O’Hanlon, waarin hij op levendige wijze de evolutietheorie beschrijft. Met Achter de sluier het land toont Reeuwijk de lezers Iran in al zijn facetten. Als het land van dichters, ayatollahs, sjahs en met de mooiste islamitische architectuur ter wereld, maar ook dat het een land van mysteriën is. Toch is het één van de belangrijkste landen in het hart van het Midden-Oosten, prominent op de oude handelsroutes en heeft het een eeuwenoude bewogen geschiedenis. Reeuwijk reisde meerdere malen van Istanbul naar Teheran en verder naar onder andere Isfahan, Shiraz, Persepolis en Yazd. Hij maakte er vrienden, sprak er met mullahs en probeerde het land te doorgronden en de bevolking te begrijpen. Verschenen bij uitgeverij De kleine uil, 200 blz., € 16,50.

    zeewee-200x300Toen uitgever Marc Vleugels van Studio 3005 Zeewee in de ‘schitterende’ vertaling van Mirjam de Veth gelezen had, wilde hij het boek meteen herlezen. Hij noemt het een poëtisch pareltje in het oeuvre van Marie Darrieussecq.  Bijna alle romans van Darrieussecq verschenen reeds in vertaling (bij Meulenhoff en De Arbeiderspers).  Zeewee is het verhaal van een verdwijning. Een jonge vrouw haalt na schooltijd haar dochtertje op bij haar moeder. Ze rijdt niet naar huis maar naar de zee in het zuiden. Ze neemt haar intrek in een flat in een badplaats die veel weg heeft van Biarritz buiten het seizoen. Dan kan aan de grens tussen water en land het fantastische het leven binnendringen. Het perspectief wisselt voortdurend tussen de personages. Op een manier  als het af- en aan rollen van de zee die zwelt en krimpt, buldert en stil is. Zeewee is een eenmalige editie van 700 exemplaren in offset/boekdruk op gevergeerd papier en te koop bij de betere boekhandel of rechtstreeks te bestellen bij www.studio3005.nl. 112 blz.,€20,–.

    thumbnailKrijn Peter Hesselink (1976) was vertaler (o.a. Breyten Breytenbach) en debuteerde in 2008 met de dichtbundel Als geen ander, waarna nog drie bundels volgden. In zijn debuutroman Moederziel weet hij met ingetogen stijl de gevolgen van een gemankeerde jeugd invoelbaar te maken waarbij hij behendig switcht tussen heden en verleden, waan en werkelijkheid. Jonathan, de hoofdpersoon, zit op de brink van het Drentse dorp waar hij vakantie viert. Als daar een oudere dame aan komt schuifelen, is er iets in haar verschijning dat hem intrigeert. Plotseling ziet hij het: het is zijn verloren gewaande moeder. Een eeuwigheid geleden stond het ouderlijk huis ineens vol dozen en liet zij hem en zijn vader in de steek. Nu zal alles op zijn plaats vallen, als hij maar de moed kan opbrengen om haar aan te spreken en mee te nemen naar het huisje waar hij zijn vader en zijn vriendin die nacht heeft achtergelaten.

     

  • Oogst week 39

    Door Carolien Lohmeijer

    Aandacht schenken aan mooie literatuur. Aan bijzondere boeken van hoge kwaliteit. Dat is wat we graag doen bij Literair Nederland. Ook aan literatuur die niet overal in hoge stapels in de winkel ligt. Bij Uitgeverij Wilde aardbeien verschijnen prachtige boeken van gerenommeerde of veelbelovende Scandinavische schrijvers die hier nog niet ontdekt of uitgegeven zijn.

    Een van die boeken is Herinneringen aan mijn rampspoed, een klassieker uit de Deense literatuur. Gravin Leonora Christina Ulfeldt vertelt hierin over haar 21 jaar durende gevangenschap van 1663 tot 1675. Omdat haar iedere bezigheid was verboden moest ze vindingrijk zijn: ze maakte gebruik van het papier waarin de suiker zat verpakt, de inkt maakte ze van kaarsrook die ze opving in een lepel en mengde met bier. Haar pen was een kippenveer. Het dagboek wordt een ‘uniek document humain’  genoemd dat inzicht bied in de Deense 17e eeuw en de politieke verhoudingen binnen het Deense hof. Het bevat een reeks humoristische en raak getroffen portretten.

    Herinneringen aan mijn rampspoed, Leonora Christina Ulfeldt, vertaald door Jan Baptist, Uitgeverij Wilde aardbeien, € 15,00

    PulangHet omslag van de oorspronkelijke uitgave van Naar huis, Pulang, is een stuk minder lieflijk dan die van de Nederlandse uitgave. De opgestoken vuist illustreert waar de roman over gaat, de gebeurtenissen in Indonesië in de bloedige jaren zestig van de vorige eeuw toen er jacht werd gemaakt op (vermeende) communisten en veel jonge Indonesiërs geen andere uitweg zagen dan te vluchten. Het is een dapper boek. De Indonesische overheid heeft altijd de officiële geschiedschrijving over deze tijd verdraaid en gekleurd. Generaties lang kreeg iedereen vervormd onderricht over dit onderwerp. Ook schrijfster Leila S. Chudori.

    Naar huis van is met vaart geschreven. Dimas Suryo, een Indonesische journalist trekt met drie collega’s door de wereld, het avontuur en de vrouwen achterna. Maar na de communistische zuivering van 1965 kunnen ze niet meer terug. Jaren later bezoekt zijn Naar huisdochter Lintang het land van haar vader. Ze wil een documentaire maken over de ballingen, maar het loopt anders. Het is 1998: de revolutie die Soeharto ten val zal brengen, staat op het punt uit te breken. Met dit boek won de schrijfster in 2013 de belangrijkste Indonesische literaire prijs, Khatulistiwa Literary Award.

    Naar huis, Leila S. Chudori, vertaald door Hendrik Maier, Uitgeverij De Geus, 480 pagina’s, € 24,95

     

    SandelhoutstrafIn eerste instantie werd het werk van Mo Yan via een Amerikaanse bewerking vertaald voor de Nederlandse markt. Begin deze eeuw stelde vertaalster Silvia Marijnissen uitgeverij Bert Bakker voor om deze grote Chinese schrijver direct vanuit het Chinees te vertalen. Tevergeefs.
    Uitgeverij De Geus kwam 10 jaar later wel met een rechtstreekse vertaling van Kikkers.
    Het winnen van de Nobelprijswinnaar voor literatuur heeft de belangstelling voor Mo Yan in Nederland een duw in de rug gegeven. Meest recente bewijs daarvan is de verschijning van zijn lijvige roman Sandelhoutstraf.

    Sandelhoudstraf, Mo Yan, vertaald door Silvia Marijnissen, Uitgeverij De Geus, 544 pagina’s, € 29,95

    Mijn gedichtenschriftBij uitgeverij Atlas Contact is verschenen Mijn gedichtenschrift van Benno Bernard. Het is een bloemlezing uit de internationale poëzie. Bernard heeft gedichten opgenomen die hem raakten, (deze vertaald) en van commentaar voorzien.  Dit commentaar gaat over het gedicht, maar ook over de tijdgeest. Sarcastisch en melancholisch.

    Mijn gedichtenschrift, Benno Bernard, Atlas Contact, € 24,99

  • Nacht van de Poëzie wederom met vele hoogtepunten

    In de door blauwe en roze lampen verlichte zaal van Tivoli/Vredenburg, opende Maarten van der Graaff, die vorig jaar de nacht afsloot, de Nacht van de Poëzie met een stevige aftrap en meer als een Angry Youg Man die blijkbaar ook in hem huist. Waarna presentator Piet Piryns: ‘de romaticus van het abattoir’, Luuk Gruwez aankondigde die voordroeg uit zijn bundel Moeders. En hier begon het dat men het applaudisseren tussen de gedichten door, al niet laten kon. Was het bewondering of waren de dichterlijke gemoederen al te hoog opgelopen?

    Voorafgaande aan de Nacht vond er in een van de ruimten in de catacomben van Tivoli/Vredenburg de tv-opnamen plaats voor het VPRO programma Brands met Poëzie. Zo’n twintig plaatsen voor wie het wel eens wilden meemaken en hoe Wim Brands (hoorde ik naast me) in het echt is. Nu, hij was niet veel anders dan voor of tijdens de opnamen, luidde het oordeel. Wat klonk als een compliment. Er was een format: eerst leest de dichter iets voor uit zijn werk, dat ene gedicht zal de spil van het gesprek zijn. In afwachting van de opnamen, vraagt Brands of er iemand in het publiek een gedicht uit zijn hoofd kent. Een echte Brandsvraag, die de werking van geheugen en herinneringen in het schrijfproces, mateloos intrigeert: wat gaat er om in dat hoofd? Er werd voorzichtig wat geschoven op stoelen en evenzo gelachen. Ellen Deckwitz was er wel goed in, zowel uit eigen werk als uit het werk van anderen declameerde zij uit het hoofd. Vier mooie interviews met Pieter Boksma, Ellen Deckwitz, Hester Knibbe en K. Schippers.

    Verhalen en anekdotes

    De Nacht was vol verhalen en anekdotes, met dank aan de presentatoren Esther Naomi Perquin en Piet Piryns. Perquin vertelde dat zij eens met een bijna tachtig jaar oude dichter een museum bezocht. Dat zij die dichter onderweg kwijtraakte en na tientallen minuten zoeken, waarbij ze de suppoost inschakelde en bang werd, bij elke toiletdeur die zij opentrok, de dichter ineengezakt op de vloer zou aantreffen. Tot ze de dichter buiten in de zon zag zitten, een sigaret rokend. Zij vertelde hem hoe ze hem gezocht had en haar groeiende angst hem op de vloer 12027525_992788844076975_5632214561750089309_naan te treffen terwijl ze deur van het toilet opentrok. En de dichter, die aandachtig luisterde, vroeg: ‘En, lag hij daar?’ Met deze tekst werd K. Schippers aangekondigd die met verende tred het podium betrad en vanaf de katheter voorlas: Iemand elke dag zien/iemand toevallig zien/iemand af en toe zien/ iemand per vergissing zien/(…)/iemand nooit meer zien, uit zijn nieuwste bundel Fijn dat u luistert.

     

    ‘Thuis wil ik zijn, al is het maar een nacht.’

    Een dichtregel van Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) waarop de Nacht van de Poëzie werd gedragen. Thuis was men zeker in deze Nacht, misschien wat al teveel. Het publiek was vlot en overweldigend met applaus, joelen en fluiten dat menig dialoog, dat eventueel had kunnen ontstaan tussen zaal en podium, in de kiem werd gesmoord. Nog voor de fragiel ogende Juliette Gréco één noot had gezongen, werd de zaal haast afgebroken  met stampen, roffelende handen op houten relingen en een overweldigend applaus. Haar zang en intonatie waren zeer beheerst en soms haast krampachtig, zoals bij ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Het doorlopend fladderen van haar handen leek teveel een maniertje en bewogen steeds net een fractie van een seconde achter de tekst aan. Misschien was het bij een wat minder overweldigend onthaal wel tot een dialoog tussen haar en het publiek gekomen. 12032127_993690873986772_8240695244972306113_nDe ontdekking van dit jaar is Benjamin Clementine met zijn theatrale zangkunsten en intrigerende teksten. In zijn donkergrijze lange coat, stond hij min of meer achter de vleugel die hij merendeels bespeelde met één hand. De rechterhand bewoog mee op de tekst van zijn songs: ‘It does’nt matter any more. En het beroemd geworden Condolence, ‘I swear, you’ve seen me/You’ve seen me here before/before.’

     

     

    Tussen de golven van applaus en performance in, was het een verademing te luisteren naar Hester Knibbe, ‘liefde, liefde, het zit altijd vast aan iemand’ en Anneke Brassinga, één met haar gedichten in haar voordracht. Zij kregen ieder op hun wijze de zaal stil, aandachtig luisterend. Waarna het lachen was met de verzen van Ivo de Wijs, en de wat cynischer, maar daarom des te komischer poëzie van  Lévi Weemoed.

     

    11987199_992793087409884_8579969130201574497_nPeter Verhelst maakte indruk met zijn gedicht over de foto van de Syrische peuter op het strand. Afhankelijk van wat we zien hoelang dit op ons netvlies blijft: ‘Zelfs toen we niet meer keken bleef het liggen op het strand/zelfs toen het weggehaald was bleven we het zien liggen’.
    Na de dip van de Nacht, en zoals Piryns het zo treffend verwoordde dat ‘je het niet kon maken nu thuis aan te komen’,  blies Ilja Leonard Pfeiffer ( ‘Zij hadden mij de nacht beloofd’), de Nacht nieuw leven in met zijn verschijning en voordracht. Ook Pieter Boksma, maakte indruk. Hij  vond het tijd worden voor een revolutie en dan een dichtertje op de troon ‘zodat men weer genieten kan van dansende zonnevlekken op een bospad’.

    Ode aan dode dichters

    Deze Nacht waren drie dode dichters aanwezig. Mike Boddé bracht een ode aan Drs. P (1919-2015) door op aanstekelijke wijze over hem te spreken en zijn liederen te zingen. Dat deed hij op zo’n zelfde wijze, dat het leek of Drs. P himself aanwezig was. Ester Naomi Perquin las het gedicht God te zijn van Joost Zwagerman voor. En vertelde dat Rogi Wieg eindeloos kon bellen. De laatste keer dat zij met hem sprak zei ze na vier uur bellen: Rogi, ik heb ook nog wat te doen.’ Waarop Rogi zei: ‘Ja, naar mij luisteren.’ Indrukwekkend was de video waarvan hij en wij in de zaal ook, wisten dat hij op het moment van uitzending er niet meer zou zijn, en waarin hij hij licht geëmotioneerd zegt: ‘Ik ga nooit meer een gedicht schrijven.’

    Terwijl voor het podium op de vloer het publiek op kussens de laatste uurtjes van de Nacht doorbrengt, de geur van zweetvoeten zijn hoogtepunt bereikt, maakt Typhoon er 12049638_992786484077211_4116692214999661065_neen feestje van met een swingend einde. Waarna Charlotte Van den Broeck met een ongelofelijke woordkracht de zaal bezwoer en de Nacht waardig afsloot. Zoals Van den Broeck haar gedichten declameerde, zo zou je het willen. Eindelijk eens een gedicht uit het hoofd leren zodat, als bijvoorbeeld Brands erom vraag, je het zo op kunt zeggen. Van den Broeck verliet het podium met een mondig ‘Goedenacht’, waarin een glimlach hoorbaar was. Mooi was het.

     

     

    Foto’s: Charlotte Van den Broeck / Peter Verhelst / K. Schippers : Annemarie Sint Jago
    Foto’s: Zaal / Benjamin Clementine: Michael Kooren