De abonnees op de serie Kritische Klassieken mogen zich weer verheugen op twee mooie, nieuwe titels in die reeks. U kent de reeks mogelijk al: hierin verschijnen jaarlijks twee tot drie klassiekers uit de kritische literatuur. Uitgeverij Schokland noemt de reeks zo omdat het boeken zijn die ‘versmaad, verboden, verguisd, verbrand of inmiddels vergeten zijn, niet meer worden uitgegeven, niet of moeilijk meer verkrijgbaar zijn of zelfs nog nooit in het Nederlands vertaald.’ Lezers kunnen zich abonneren op de reeks.
Nummer 21 en 22 uit de reeks zijn in december ’23 verschenen, het zijn Meneer Norris neemt de trein en Afscheid van Berlijn van de van oorsprong Britse schrijver Christopher Isherwood (1904-1986).
Isherwood woonde vanaf 1929 in Berlijn. Hij viel op mannen en was aangetrokken door Berlijn vanwege het vrije seksuele klimaat aldaar. Hij schreef er, gaf er les en hield een dagboek bij om ooit een grote roman over Berlijn te kunnen schrijven. Maar die ambitie bleek niet haalbaar, het lukte hem niet om alles in één roman te verwerken. Hij splitste het manuscript op en zo ontstonden in 1935 Mister Norris changes trains en in 1939 Goodbye to Berlin.
In het uitgebreide nawoord schrijft redacteur Nils Buis: ‘Meneer Norris neemt de trein leest als een schelmenroman tegen de achtergrond van de roerige nadagen van de Duitse Weimarrepubliek. De verteller, William Bradshaw, ontmoet in de trein van Amsterdam naar Berlijn de mysterieuze Arthur Norris. Het is het begin van een vriendschap die zich zowel voor de lezer als voor de verteller laat lezen als een zoektocht naar de ware aard van meneer Norris. Vanaf dat moment raakt Bradshaw verwikkeld in een reeks ongewone gebeurtenissen, waarin meneer Norris steeds de hand lijkt te hebben.
[…]
Het Berlijn van 1933, de opmaat naar de Machtübernahme, de weke schurk meneer Norris, zijn smoezelige zaakjes en zijn merkwaardige kennissenkring, het voortdurend wisselen van bondgenoten en politieke partijen krijgen in levendige details gestalte. Pas tegen het einde, als meneer Norris voor het laatst de trein neemt, vallen de puzzelstukjes in elkaar.’




