Dat ik steeds vroeger opsta om migraine voor te zijn, vraagt om actie. Dus weeg ik vroeg in de ochtend 500 gr. meel af. Doe het in een kom met zout, 95 gr zuurdesem, meng het met 330 ml handwarm water (alsof je niets anders doet dan dingen bakken). Onderwijl focus op de bril van je broer, waar die gebleven is. Ik maakte me van veel een voorstelling. Hoe hij door rood fietste, een motor hem schepte, hij door de lucht vloog. Vanuit de lucht neerkwam op het asfalt, de doffe klap die dat gemaakt moet hebben. Dat is er als je aan het ongeluk denkt. En dan nu die bril. Was deze misschien verbrijzeld in de goot van de Haarlemmer Houttuinen terechtgekomen. Daar, door niemand opgemerkt, was blijven liggen, later door een gemeentewagen weggeveegd. Of zat het verkreukeld achter zijn oor, door een ambulancebroeder er voorzichtig achter weggehaakt, in een zakje gedaan. Ik heb er nooit aan gedacht, wel hoe kwetsbaar iemand is die door rood rijdt. En dat ik nog nooit zo dicht bij hem kwam nu ik aan die bril op zijn gezicht denk.
Dat ik er nu (geschokt) aan denkt, komt door de Finse schrijfster Pirkko Saisio. Het eerste deel van haar trilogie gaat over haar kinderjaren in Helsinki. Herinneringen komen bij haar boven terwijl ze haar vader, die op sterven ligt, in het ziekenhuis bezoekt. Na zijn overlijden, krijgt zij een plastic tasje mee waarin zijn ondergebit, bril en ring zitten. Ze vraagt zich af wat er ‘met de tanden en brillen van dode mensen wordt gedaan.’ Daar schrok ik van. Dat ik, die dacht nu alles te weten over hem, niet wist waar zijn bril gebleven was.
Halverwege Bewogen selfies, (een overweldigend boek, zoveel meer dan een autobiografie, een zelfonderzoek) ga ik terug naar het begin. De draad opnieuw volgend tot waar ik die kwijtraakte (bij ’10 Tips For Strong Dick Pic Etiquette On Snapshot’). De betekenis van de opsomming die ik volgde, ontglipte me. Dus kom ik opnieuw bij het essay ‘Mijn Kevin, Ons Parijs’, over de Amerikaanse dichter Kevin Killian. De schrijver ontmoette hem een paar keer, mailde met hem tot deze in 2019 overleed. Hoe Alkema zich al schrijvende zich zijn vriendschap toe eigende, dat dat is wat rouwenden doen.
‘En inmiddels realiseer ik me ook dat het niet per se Kevin is die het object van mijn rouw vormt, omdat het niet zozeer gaat om wie je verloren hebt, […] maar wat je aan diegene verloren hebt.’, schrijft Alkema. Ik denk aan mijn broer in Amsterdam, ijzerboer op het Waterlooplein. Ik maakte er een romance van. Terwijl ik eigenlijk zoek naar wat ik aan hem verloren heb.
‘En alle dingen die er op de wereld bestaan wachten erop dat ik ze gebruik om er boeken mee te verzinnen.’, schrijft Pirkko Saisio. Hoe een vergeten bril en wat je verliest als er iemand sterft een nieuwe ingang tot het verhaal bieden.
Het kleinste gemene veelvoud / Pirkko Saisio / vertaling Annemarie Raas / 237 blz. / De Geus
Bewogen selfies / Obe Alkema / 243 blz. / Het Balanseer
Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.





























































































































































































































































































