Het concert was prachtig: acht perfect op elkaar ingespeelde stemmen die werk van Palestrina ten gehore brachten. Sopranen, alten, tenoren en bassen, van elk twee. De menselijke stem als precisie-instrument. Als toegift zongen ze een kort polyfoon motet ‘Salva me domine’ van Jean Mouton, geboren in 1459, van wie ik nog nooit gehoord had. Zo ongelofelijk mooi en sereen, het streek de scheuren in mijn ziel een beetje glad en bracht tranen in mijn ogen.
Toen ik na het concert naar buiten liep, ving ik flarden van gesprekken op tussen de andere bezoekers. Palestrina werd geprezen en daarna ging het gesprek over tot de orde van de dag, met vragen naar de treintijden en nog even iets drinken. Maar niemand had een woord over voor dat lied van Mouton en ik vroeg me af waarom. Omdat alleen de grote namen de moeite van het bespreken waard zijn? Omdat onbekend onbemind maakt?
Ook in de literatuur vind je dat terug: onbekende auteurs komen niet gauw aan bod in de bestsellerlijsten, tenzij er flink aan promotie gewerkt wordt door de uitgeverij. Voor beginnende auteurs is het moeilijk om een uitgeverij te vinden die wel iets ziet in je werk. Veel van die schrijvers geven hun boek dan maar zelf uit, maar daar wordt vaak de neus voor opgetrokken: als geen uitgever het wilde hebben, dan zal het vast en zeker ook wel niks zijn. Iedereen kent het verhaal van J.K. Rowling die langs twaalf uitgevers had lopen leuren met haar eerste boek over Harry Potter voordat eentje het aandurfde om haar boek te publiceren.
RECEPTIE
‘Poëzie’, sta ik te beweren
tegen een paar ongelovige klootzakken
in wandeltoilet, ‘komt niet uit de lucht vallen.’
En ineens zeg komt er, je zou het
poëtiseren kunnen noemen, poëzie
uit de lucht vallen.
Gelukkig dat niemand het zag verder.
C.B. Vaandrager
Uit: Made in Rotterdam – Verzamelde Gedichten, 2008
Er zijn genoeg kleine dichters die grote dromen koesteren. ‘Een groot dichter zijn en dan te vallen’, zegt het ‘Dichtertje’ van Nescio. Sommigen lukt het om de droom dan maar zelf te verwezenlijken.
Van een lieve kennis kreeg ik twee bundels cadeau: Mirjam Musch, Bloedlijn, en Theo Monkhorst, Levenslang, beide uitgegeven bij een printing-on-demand-uitgeverij. Monkhorst heeft zijn sporen verdiend met proza, maar de gedichten die hij schreef van 1960 tot 2025 gaf hij in eigen beheer uit. Ook voor Musch is deze bundel, waarin zij vertelt over haar Indische ouders die in de jaren vijftig naar Nederland kwamen, geen debuut. Self-publishing heeft grote opgang gemaakt en beide bundels zien er prachtig uit. Zowel in die van Monkhorst als van Musch staan goede en minder goede gedichten.
Staat het al per definitie vast dat een bundel die niet bij een officiële uitgeverij is uitgekomen, daarom geen literaire waarde heeft? Nee, natuurlijk niet. Er zijn ook genoeg bundels van beroemde dichters uitgegeven door bekende uitgeverijen waarvan je denkt: mwah. Toch zou ik altijd kiezen voor een traditionele uitgeverij. Die staat garant voor kwaliteit, zowel voor binnen- als de buitenkant van de bundel. Een professionele redacteur is onmisbaar om het kaf van het koren te scheiden. Bij een zelf uitgegeven boek moet de lezer dat doen.
Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.









