In memoriam Tom van Deel (1945-2019)

door Ingrid van der Graaf

Deze week maakte uitgeverij Querido bekend dat literair criticus, essayist en dichter Tom van Deel, publicerend onder T. van Deel, op 12 augustus is overleden. Van Deel trad al vroeg toe tot het literaire leven. Geboren in Apeldoorn verhuisde hij voor zijn studie naar Amsterdam. Hij debuteerde op tweeëntwintig jarige leeftijd onder de pseudoniemen G. en Gerrit Vogel in het studentenblad Pharetra van de Vrije Universiteit. Twee jaar later verscheen zijn debuutbundel Strafwerk (1969) bij uitgeverij Querido, waar ook zijn laatste bundel Herfststijlloos (2016) verscheen. in 1974 was hij mede-oprichter van De Revisor, waarvan hij tot 1984 deel uitmaakte van de redactie.

Van Deel schreef honderden kritieken als dagbladrecensent bij Trouw. Hij schreef graag en veel over schrijvers die hij liefhad en volgde, zoals Willem Brakman en Gerrit Krol. Waardoor hij wel eens het verwijt kreeg dat hij vriendjespolitiek bedreef, weer anderen waren van mening dat Van Deel over hen schreef uit kritische bewondering.
Ook schreef hij voor de Protestantse Stichting tot Bevordering van het Bibliotheekwezen en de Lectuurvoorlichting in Nederland duizenden korte maar krachtige recensies. Voor deze leesbevorderende stichting maakte hij een boekje Over recenseren waarin hij onder meer stelde dat recensenten mensen zijn die beweren gekwalificeerd te zijn om te oordelen over de boekproduktie op speciale terreinen. ‘Ze overzien dat terrein, ze weten wat er is geschreven en kunnen het nieuwe zonder veel moeite bezien in het licht van wat hun al vertrouwd is.’

In 1987 won hij met zijn bundel Achter de waterval de Jan Campert-prijs. Over zijn laatste bundel Herfsttijloos schreef  poëzierecensent Hettie Marzak onder meer, ‘ het zijn verstilde gedichten, niet over grote onderwerpen, maar die aan de hand van kleine dingen tot bezinning leiden.’  In 1988 verscheen een verzameling van zijn gedichten tot dan toe; Gedichten, 1969-1986.

Daarnaast was Van Deel meer dan dertig jaar docent moderne Nederlandse letterkunde aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Tot 2006 gaf hij colleges en was onder zijn studenten een zeer gewaardeerd docent. Hij wist studenten voor de literatuur en de literaire kritiek te winnen en maakte school onder een aantal critici als Guus Middag, Marjoleine de Vos, Peter de Boer, Robert Anker, Thomas Möhlmann, Jeroen Vullings, en Rob Schouten behoorden daartoe. Als criticus was hij al jaren niet meer te horen, in zijn gedichten klinkt hij nog, zoals in onderstaand gedicht, waarin iets gevonden wordt en in opperste nood aan zichzelf wordt teruggegeven: het leven.

Gebeurtenis

Op zoek naar een gebeurtenis
genoeg voor dit gedicht
kwam ik een koolmees tegen
Ik bukte en bekeek hem
van dichtbij wat nader
en zag dat hij ging sterven
Zijn oog liet mij dat weten
Hij beefde in zijn veertjes
en kon niet meer bewegen
Iets in hem was fel bezig
de overhand te nemen
Ik heb hem daar gelaten
boven de koude steen

Uit, Boven de koude steen, 2007.

 

Beeld via uitgeverij Querido / Ary Langbroek

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Literair Nederland - 10 jaar geleden

11 januari 2016

Wrange getuigenis Wrange getuigenis
Recensie door Karel Wasch

Het aantal schrijvers, dat de Tweede Wereldoorlog tot onderwerp voor een roman heeft gekozen is aanzienlijk. Boeken over de situatie in het Duitsland van de Weimarrepubliek in de jaren dertig zijn er ook legio. Maar Lion Feuchtwanger (1884 – 1958) maakte die tijd van zeer nabij mee en daarmee is zijn roman De erven Oppermann een getuigenis.

Lees meer