Wat ik gehoord heb, kan ik me later niet goed meer herinneren, maar wat ik gelezen heb, vergeet ik niet meer. Daarom ben ik geen liefhebber van voordrachten en werken luisterboeken niet voor mij. Als ik een tekst goed wil begrijpen, wil ik die graag zelf lezen. Dan ontstaat er ook geen misverstand doordat ik iets verkeerd verstaan heb. Zoals vroeger op school tijdens de catechese, waar we vragen en antwoorden van buiten moesten leren. Op de vraag ‘Waarom kunnen wij God niet zien?’ gaf ik met volle overtuiging het antwoord: ‘Hij heeft geen licht aan.’ Dat het ‘lichaam’ moest zijn, had ik niet verstaan. Zo liet ik ook Kortjakje uit het kinderliedje met een ‘broek vol zilverwerk’ lopen in plaats van een ‘boek’. Muntgeld bewaarde je toch in je broekzak? En het meisje in ‘Daar was laatst een meisje loos’ werd ‘een meisje boos’, want het woord ‘loos’ was me niet bekend. Dit soort vergissingen, waarbij je zelf invult wat je denkt te horen, wordt Mondegreens genoemd, naar een Schotse ballade uit de 17e eeuw, waarin de volgende strofe staat:
‘Ye Highlands and ye Lowlands,
Oh, where hae ye been?
They hae slain the Earl of O’ Moray,
And laid him on the green.’
De laatste versregel werd verkeerd verstaan en is de geschiedenis ingegaan als: ‘And Lady Mondegreen.’ Zo’n aanpassing ontstaat als de luisteraar niet goed bekend is met de brontaal, als woorden niet begrepen worden of als de spreker niet duidelijk articuleert. In het lied ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen speelt David op zijn harp voor koning Saul, die door Cohen in mijn oren ‘the battle king’ genoemd werd en soms, bij twijfel, ‘the barefoot king’. Toen ik de tekst opzocht, bleek het ‘the baffled king’ te zijn. Ik was net zo verbijsterd als de koning zelf.
In het Nederlands wordt de term ‘Mondegreen’ vaak aangeduid door ‘mama appelsap’, naar een verkeerd gehoorde regel van een lied van Michael Jackson. Maar mooier vind ik de vondst die taalkundige Nicoline van der Sijs voorstelde: ‘Huldebiet’, omdat in het Liedboek voor de Kerken het lied ‘Neem mijn leven’ de versregel bevat: ‘Neem mijn stem, opdat mijn lied/ U, mijn Koning, hulde biedt.’ Een jongetje wilde weten wie koning Huldebiet eigenlijk was.
Een gedicht dat je niet goed verstaan hebt, kan een huldebiet opleveren; Toon Tellegen schreef een gedicht dat een huldebiet als onderwerp heeft:
‘Ik schreef je dat je geen illusies…
ik heb het je meteen gezegd, de eerste keer,
ik had het bij me op een briefje
en ik schreef het op de rand van een krant
en op een kalender aan je muur,
en ik zei het in je oor, in de deuropening,
en op straat, aan een kade,
ik riep het naar je over het water
in het licht van een zwiepende straatlantaarn,
en jij riep terug;
“Ik ook van jou”.’
Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig, zegt men, maar een slechte heeft aan een heel gedicht nog niet genoeg. Daarom geldt voor mij: liever lezen dan luisteren.
Uit: De andere ridders (1984) / Toon Tellegen

