De armen en de rijken

Angola 1961. Bezwete mannen met ontblote bovenlijven slaan in de brandende hitte met voorhamers rotsblokken aan stukken voor de steenindustrie. Een van deze mannen is Domingos Xavier. Diezelfde avond wordt hij door de politie van zijn bed gelicht en afgevoerd. Zijn vrouw, Maria, heeft geen idee waarom. Ze wordt getroost door de vrouwen uit het dorp. Een van hen raadt haar aan met haar baby naar het politiebureau te gaan en daar te gaan huilen, en er vooral voor te zorgen dat de baby ook huilt.
Maar tranen helpen niet. Op het politiebureau hoort Maria dat haar man lid van de vrijheidsbeweging MPLA (Movimento Popular de Libertação de Angola) is. Een schurk. Waar hij is, kunnen of willen ze niet vertellen. Waarna Maria met haar baby op haar rug te voet van gevangenis naar gevangenis trekt op zoek naar haar man, die intussen in de beruchte gevangenis van Sambizanga wordt gemarteld, maar zijn mond houdt.

Sambizanga is ook de titel van de huiveringwekkende aanklacht van de Guadeloupese filmmaker Sarah Maldoror (1929-2020), de ‘moeder van de pan-Afrikaanse cinema’. Maldoror was in 1966 regieassistent van Gillo Pontecorvo bij The Battle of Algiers. Net als die film is Sambizanga, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, een klassieker over een onafhankelijkheidsoorlog geworden. En over de rol van de vrouw daarin. Maldoror: ‘Wat ik wilde laten zien, is de eenzaamheid van een vrouw en hoeveel tijd het kost om te lopen. In deze film is het deze vrouw, maar het kan elke vrouw zijn, in elk land, die eropuit trekt om haar man te zoeken.’
Sambizanga werd opgenomen in Congo-Brazzaville en de meeste acteurs waren nog nooit voor een camera verschenen. Het waren pro-onafhankelijkheid Angolezen, jong en oud, leden van de MPLA, verbannen naar Congo-Brazzaville en door Maldoror gerekruteerd voor de film.

Sarah Maldoror was getrouwd met de Angolese dichter Mario de Andrade, de leider van de Angolese bevrijdingsbeweging. Ze maakte in de jaren vijftig naam in het Parijse theater als medeoprichter van de volledig zwarte groep The Griots. In 1959 legde ze zich toe op het maken van films. Met Sambizanga beleefde ze haar internationale doorbraak. Daarna maakte nog veertig films, voornamelijk voor de Franse televisie.
Haar werk wordt weinig vertoond en het is te hopen dat daar verandering in komt. Behalve Sambizanga, het meesterwerk waarop haar faam berust, zag ik alleen nog het voor tv gemaakte, slechts 64 minuten durende Un Dessert pour Constance(1979), over de solidariteit van een groepje Afrikaanse arbeidsmigranten in Parijs, dat een luchtig schuimgebakje is in vergelijking met Sambizanga, maar beslist smaakt naar meer. Ik moest onmiddellijk denken aan de films van Heddy Honigmann, die ook zo goed een zwaar onderwerp op een lichte manier over het voetlicht wist te brengen.

Sambizanga verdient een nieuwe release in een 4K-restauratie. (Misschien iets voor het IFFA in Assen?) De film staat nog steeds als een huis en geeft behalve een indrukwekkend tijdsbeeld ook in onze tijd stof tot nadenken.

‘Je moet weten,’ zegt Domingos, ‘dat er geen blanken zijn, geen mulatten, geen zwarten. Er zijn alleen de armen en de rijken.’

 

 

 


Hans Heesen is filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam en proza schrijver. Zijn derde roman verscheen bij uitgeverij IJzer,Tenminste voor een bepaalde tijd.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hans Heesen: