Een gesprek met Obe Alkema naar aanleiding van zijn onlangs verschenen boek Bewogen Selfies. Over een verzameling selfies die veel weg hebben van (foto)beelden zoals we de selfie als ‘showing who you are’ kennen, maar dan in tekst. We spreken over een memoir, al kan dat wat pretentieus klinken, en ontbreken de jeugdherinneringen. Waarvan Alkema er volgens eigen zeggen niet veel heeft. Bewogen Selfies vraagt de aandacht en zet alles in beweging. Een reden de schrijver om een interview te vragen.
We spreken af in De Utrechtse Boekenbar aan de Westerkade. Het is een zonnige vrijdagochtend eind februari. Als ik, door treinstoringen te laat, de Boekenbar binnenkom zit Alkema al rechtsachter aan een tafeltje. Het is er gezellig druk, de zon verlicht de ruimte en door de openstaande deur komen flarden van een gesprek, de roep van een meeuw vanaf de kade naar binnen. We bestellen koffie, en vooruit, nemen er iets lekkers bij.
Schrijver en dichter Obe Alkema (1993) debuteerde in 2018 met de dichtbundel Obelisque, in 2019 genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hij studeerde Nederlands in Groningen en begon halverwege zijn studie met het schrijven van poëzie. ‘Best laat eigenlijk.’, zegt hij er zelf over. Over zijn schrijven van toen zegt hij nu: ‘Soms, als ik daaraan terugdenk, vraag ik me af wat ik toen aan het doen was. Het lijkt niet op het werk van nu. Er was toen heel weinig ‘ik’, alles bleef op afstand. Ik schreef heel fragmentarisch en nodeloos ingewikkeld.’ Alkema werkte jarenlang bij uitgeverij Ankh Hermes en sinds vorig jaar werkt hij als informatiespecialist bij de gemeente Utrecht.
Bewogen Selfies is een boek dat niet in een hokje te vangen is. Het bestaat uit verschillende tekstdocumenten, scroll sessies, dagboek delen. Ook te lezen als confrontaties van de schrijver met zichzelf. Maar het boeit mateloos, om het anders zijn en de veelheid informatie die het prijsgeeft. Geen eenduidig verhaal, toch is dit het verhaal van een ontdekkingstocht.
Hoe is het ontstaan en hoe lang heb je eraan gewerkt?
‘Vooraf wist ik nog niet wat het moest worden. Het is telkens van vorm veranderd. Eerst dacht ik aan een essaybundel. Ik had veel literatuurstudie gedaan, veel gelezen en geschreven over schrijvers, stukken die ik daarvoor wilde gebruiken. Maar die gedachte liet ik steeds meer los. Niet alles waar ik over wilde schrijven, had een verwijzing of een onderbouwing nodig. Ik heb er uiteindelijk viereneenhalf jaar aan gewerkt. Ik zag toen wel dat dit boek steeds meer over mezelf zou gaan.’
Met een selfie geef je jezelf bloot aan anderen. In deze memoir worden de selfies steeds gewaagder, intiemer ook als het over je seksleven gaat. Waarom wilde je deze teksten vrijgeven?
‘Bij sommige teksten heb ik me wel afgevraagd of het niet te veel was. Dat is ook waarom het boek zolang geduurd heeft, dat het maar niet afkwam. Omdat ik al vroeg wist dat er ook een stuk over mijn seksleven in moest, maar niet wist hoe. Wat hielp is dat literaire tijdschriften me soms om een bijdrage vroegen. In nY verscheen het stuk over mijn seksleven. Die publicaties waren een soort aanloop naar het boek. Wat me ook hielp, was de input van anderen, zoals van de redacties van literaire tijdschriften. Dat had ik nodig om verder te gaan.’
Alkema voegt zich onder de ‘New Narrative Writers’, een stroming die eind jaren zeventig ontstond en geïnitieerd werd door de Amerikaanse dichters Robert Glück en Bruce Boone. Alkema memoreert aan de kleine hype die tien jaar geleden ontstond rond de debuutroman I love Dick van de Amerikaanse schrijfster Chris Kraus die wel met New Narrative geassocieerd wordt. Een feministische Cultklassieker. Vandaaruit las hij zich verder de ‘New Narrative’ stroming in.
‘In 2016 ontmoette ik Robert Glück toen hij naar Amsterdam kwam. We hebben samen opgetreden in Perdu. Zo ontstond er een persoonlijker contact. Glück publiceerde dat jaar ook een essaybundel Communal Nude waarin veel staat over de ‘New Narrative’ groep en andere vertegenwoordigers van deze stroming. Zo opende zich een soort van bibliotheek van schrijvers voor mij.’
Hoe heb je al die teksten die je in de afgelopen vierenhalf jaar geschreven hebt, de gegevens die je verzameld hebt, een plek gegeven in het boek?
‘Het boek is samengesteld uit een derde van het materiaal dat ik had. Heel veel heeft het niet gehaald. De lijst van headlines bijvoorbeeld was eerst geclusterd. In de eindredactie ontstond het idee om van de compositie van het boek ook een bewogen selfie te maken. Door de scroll sessies niet te clusteren maar juist af te wisselen, verdeeld door het boek. Door stukken een andere plaats te geven in het boek kwam ik er ook achter dat er hier en daar nog meer geschaafd en geschrapt kon worden.’
Wat heb je met de overgebleven tekst gedaan?
‘Misschien komt er nog eens een soort B-side van de dingen die het boek niet gehaald hebben. Ik had bijvoorbeeld ook werkplannen voor subsidie aanvragen, residentieplekken erin opgenomen met het oog op de toezeggingen of afwijzingen. Als een soort van context van de ontstaansgeschiedenis van het boek. Die zijn er wel uitgebleven.’
Je klinkt als een verzamelaar van teksten, verwijzingen en gevonden gegevens, maar ook als een schrijver die zichzelf steeds weer opnieuw onder ogen wil komen. Waar haalde je die scroll gegevens vandaan?
‘Die heb ik ooit verzameld toen ik jaren geleden van Facebook afging. Jarenlang heb ik daar op een knop van ‘Bewaren voor later’ gedrukt. Als ik iets tegenkwam wat ik interessant vond, maar niet direct tijd had om te lezen, bewaarde ik het voor later. Maar uiteindelijk doe je daar niks mee. Toch wilde ik die gegevens niet kwijt toen ik met Facebook stopte. Dus heb ik al die linkjes gekopieerd en in excel opgeslagen. Vervolgens heb ik er jaren niks mee gedaan, tot ik op een gegeven moment dacht, hier ga ik toch iets mee doen.’
‘Eerst waren het de links, toen dacht ik aan de headlines die aan die linkjes vasthangen. Zo werden ze allemaal geopend en werd het een tijdsbeeld van 2015/’16/’17. Daar zat een vrij sterk beeld van Metoo in bijvoorbeeld. Ik vond het interessant te zien hoe er in zo’n korte tijd, zoveel veranderd is.’
‘Daarom vond ik het belangrijk en passend, ook al was het niet dezelfde periode waarin ik aan dit boek werkte, het toch te gebruiken. Als een soort tijdsprong. Net als met mijn oude gedichten, daar kan ik op een gegeven moment ook iets mee.’
Alles wat je hebt vastgelegd en is opgenomen in dit boek heeft een bepaalde urgentie van ik moet/wil hier iets mee. Hoe werkt die drang om te noteren in het dagelijkse leven?
‘Ik ben constant dingen aan het opschrijven, zeker nu ik in de ambtelijke wereld werk. Die ambtelijke terminologie vind ik heerlijk. Die zal ik zeker in een volgende dichtbundel gebruiken. Er is altijd een tweede spoor dat bij mij open staat. Ik sta altijd aan voor woorden, teksten.’
Er is een memoir over de Amerikaanse auteur Kevin Killian, ‘Mijn Kevin, ons Parijs’, in het boek opgenomen. Een zeer persoonlijk document, waaruit grote bewondering voor deze auteur spreekt en gaat over de verwerking van diens dood, waarin Alkema zichzelf ‘een gênante nabestaande.’ noemt. ‘Kevin was als New Narrative writer voor mij een soort mentor. We hebben elkaar een paar keer ontmoet’
Er staat een stuk in het boek waarin je schrijft over je opname op een psychiatrische afdeling. In een recensie voor het NRC van de bundel Is daar iemand van Micha Hamel (over zijn opname), liet je al eens terloops weten dat je zelf ook opgenomen bent geweest. Je bent daar vrij open over.
‘Vanaf dag één van mijn opname heb ik alles vastgelegd in een dagboek. Wetend dat ik hier iets mee wilde. Ik wilde begrijpen hoe angst werkt, hoe schaamte werkt, dat wilde ik doorgronden. Toch vond ik het spannend dit openbaar te maken.
Wat ik ook heb opgenomen is een deel van de rapportage over mijn gedrag. Therapeuten moesten alles rapporteren en als patiënt had je het recht die rapportage in te zien. Dat bewerkstelligde wel dat patiënten zich gingen gedragen zoals gewenst was. Daardoor gingen ze zich bij een sessie zelf censureren. Voor mezelf had ik besloten die rapportage pas achteraf te lezen. Want ik heb ook sterk die neiging, uit angst om wat ze over me zouden kunnen zeggen. Ik kreeg het advies om me als een puber te gaan gedragen, onredelijk, als een etterbak. Dus het was echt muurtjes afbreken, sociale barrières overwinnen.’
Zou je kunnen zeggen dat je je angsten en schaamte in de bek gekeken hebt?
‘Jazeker. Na de opname die ik beschrijf, is er nog een vervolgtraject geweest van acht maanden. Elke woensdag de hele dag therapie en dan de andere dagen om te oefenen, het zelf te proberen. Het gaat nu goed, angst en schaamte zijn flink afgenomen. Soms denk ik, ben ik dat? Natuurlijk zijn er mindere dagen, zoals iedereen die wel heeft.’
Heb je veel gelezen in die periode?
‘Tijdens de opname vond ik het fijn om me terug te trekken om te lezen. Ik ontdekte veel vrouwen die over gekte hebben geschreven. Virginia Woolf, Astrid Roemer, Sylvia Plath, The Bell Jar. Lezen was een manier om mezelf te spiegelen. Uit The Bell Jar, over iemand die is opgenomen, is ook een citaat in het boek terechtgekomen.’
Wat komt er na dit boek?
‘Ik heb het plan om elke tien jaar zo’n boek uit te brengen. En dan is er nog mijn dichtwerk, waar ik alweer mee bezig ben.’
Auteursfoto: Jared Meijer
Bewogen Selfies / Obe Alkema / 256 blz. / Het Balanseer

