• Zomerboeken 2018 – Reizen zonder landsgrenzen te overschrijden

     

     

     

    Het genre van het reisboek verbinden we meesttijds aan verre landen. Reizen dichtbij huis zonder de Hollandse grens te overschrijden en daarover schrijven, dat deed de in 2015 overleden dichter Hans van de Waarsenburg (1943 – 2015).

    Vaak verwisselde hij zijn woonplaats Maastricht voor zowel Europese landen als voor Amerika, Macao, Puerto Rica en Indonesië. Tussendoor zocht hij Zeeland op. Het strand bij Domburg is het vertrekpunt geweest voor één van zijn mooiste bundels zeepoëzie in de Nederlandse literatuur: Avondlandschappen (1982). Hierin strijden doodsgedachten en drang om te (over)leven met elkaar om voorrang. Het zijn hoofdmotieven in Van de Waarsenburgs werk die in de openingsstrofe van de tweede afdeling in de bundel duidelijk herkenbaar zijn:

    In een Zeeuwse stilte
    daalde de tijd van regen neer.
    Scheef hij eb en vloed
    soms huiverend, maar altijd
    starend, de getijden voorbij

    De vierde en laatste afdeling van Avondlandschappen heet ‘(Sardijns) Avondlandschap’ en eindigt met een catharsis: dood en leven verenigen zich, lopen in elkaar over. De zintuigen van de dichter ‘zijn de zee geworden’ en daarmee krijgt het aardse bestaan een grenzeloze en onsterfelijke aanblik.

    De bundel Avondlandschappen kan vanwege het eigen geluid waarin telkens een niet-Hollandse melancholie doorklinkt als van een fado, in kwaliteit wedijveren met de zeegedichten van Hans Lodeizen en zelfs van A. Roland Holst.

    Van Sardinië dat Van de Waarsenburg aandeed, naar andere eilanden in Italië en zijn vasteland is een kleine stap. Deze gebieden zijn het tweede vaderland geweest van Bertus Aafjes (1914 – 1993), de misschien wel meest reislustige in de Nederlandse literatuur. Behalve een veelbesproken voetreis naar Rome ondernam de eens zo beroemde poëet een tocht in de voetsporen van Odysseus zoals zich die in Homeros’ heldendicht aftekenen.

    Evenals Van de Waarsenburg in zijn reisgedichten blijft Aafjes niet in een oppervlakkige waarneming steken in zijn verslag van het nareizen van Odysseus door Italië. Landschappen, steden en ruïnes inspireerden tot het maken van een ‘papieren’ reis, een reis binnen een reis, een tocht in zijn geest. Aafjes roept in Odysseus in Italië (1962) het klassieke verleden op dat bij alle verschillen met het heden in wezen eenzelfde mens te zien geeft. Betrad Odysseus als zeereiziger aardse gebieden die onbekend en onbemind waren, in 1960 overschrijden astronauten uiterste grenzen in het heelal. Zulke universaliteit staat in Aafjes’ werk centraal. Zij verleent de mens de allure van onsterfelijkheid: zijn leven is in het verleden al vele malen geleid en naar het zich laat aanzien zal het zich na zijn dood blijven herhalen.

    Net zo pregnant komt deze gedachte van de tot boeddhisme neigende katholiek Aafjes (in zijn latere leven bezocht hij vaak Japan) in Goden en eilanden (1959) naar voren. Hierin volgt hij de sporen van Odysseus over land en vooral over zee in Griekenland. Op een van de schepen waarmee hij naar een van de eilanden met sporen van zijn held vaart, wordt Aafjes omringd door eenzelfde slag zeelieden als de mannen van Odysseus. Gefascineerd is hij door het verhaal van een bootsman over het vissen op zee. Het is zó beeldend, schrijft Aafjes,  ‘of het was dat ik luisterde naar verzen uit de Odyssee.’

    De in 1981 verschenen bundel Reisbeschrijvingen van J. Slauerhoff bevat een ruime keuze aan kranten uit bijdragen die tot dan toe ongepubliceerd waren gebleven. Als scheepsarts bevoer hij Zuid-Amerika en het Verre Oosten, gebieden die voor talloze lezers in de jaren dertig van Nederlandse dagbladen en zelfs voor die van Nederlands-Indische uit eigen aanschouwing onbekend waren. Slauerhoff heeft hen deelgenoot gemaakt van het bonte en mysterieuze leven dat hij aantrof als hij zijn ‘varend eiland’ verliet en aan land ging. Niet ontsnapt aan zijn blik het verleden van de vaak veel oudere Europese cultuur. Hoe glorieus en eeuwig de bloeiperiodes in den vreemde ook leken, ze hebben het veld geruimd voor barre, vaak koloniale leefomstandigheden. Een heel andere kijk dus dan Aafjes met zijn ‘vereeuwiging’ van het menselijk bestaan door de verbinding van gemeenschappelijkheden in voorbije levens.

    In korzelige en beeldende zinnen weet Slauerhoff de eigenaardigheden ten voeten uit te schilderen van de bewoners in de vaak exotische gebieden. Zo hebben zich ‘enige kooplieden als amfibieën ontpopt. ‘Zij duiken alles na: sigarettendoosjes, spiegeltjes etc.’ Of: ‘Plotseling komen twintig, dertig, veertig boten, donkergroen of zwart met brullende naakte negers bemand van ’t strand af en in een ogenblik is de zee zwart en rumoerig van kano’s en roeiers.’ En ze slaan zich door de branding met hun boten, ‘korte pagaaien, die uit de verte grote witte handen lijken of drietanden.’

    Slauerhoffs visie in zijn reisverslagen uit de jaren dertig beperken zich overigens niet tot heden en verleden. ‘Misschien komt er een tijd,’ merkt hij zijdelings op, ‘dat iedere toerist zwijgend en zwetend bezig is met eigen filmtoestellen, geluidopnemers en reproductietoestellen […] En misschien komt het nog zover dat men geen toerist meer hoeft te zijn en alles thuis kan zien.’

  • Zomerboeken 2018 – La France douce-amère

    Terug naar Reims

    Niet elke Fransman leeft als God in Frankrijk. Ook als u het land alleen kent van de camping in de Landes waar u elk jaar twee weken rosé gaat drinken, is het u waarschijnlijk niet ontgaan dat er in de banlieue weleens wat auto’s in de vlammen opgaan. Daan Pieters tipt drie boeken voor wie dat andere Frankrijk wil begrijpen.

    Didier Eribon ontvluchtte de armoede en uitzichtloosheid van het arbeidersmilieu in de Champagne waar hij opgroeide en ging naar Parijs om alles te worden waar zijn ouders een hekel aan hebben: progressief, intellectueel en homo. Wanneer zijn vader sterft, keert hij terug om de banden met zijn moeder aan te halen en zich te proberen verzoenen met zijn afkomst.

     

     

    Terug naar Reims
    Auteur: Didier Eribon
    Uitgeverij: Uitgeverij Leesmagazijn (2018)

    Weg met Eddy Bellegueule

    Iets gelijkaardigs overkomt Edouard Louis in Weg met Eddy Bellegueule, dat zich afspeelt in het troosteloze Picardië. Ook voor hem lonkt de vrijheid in Parijs, maar verraadt hij daardoor zijn eigen sociale klasse?

     

     

    Weg met Eddy Bellegueule
    Auteur: Édouard Louis
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2017)

    Angel

    Tot slot raden we nog Angel aan, van de Vlaamse auteur Filip Rogiers. Hij ontdekte in Marville, een dorp in de Gaume (‘de Provence van de armen’) vlak bij de Belgische grens, een kerkhof met opvallend veel graven van baby’s die stierven tussen 1957 en 1961 en laat zijn personages op zoek gaan naar antwoorden in de onderbuik van Frankrijk.

     

     

     

     

     

     

    Angel
    Auteur: Filip Rogiers
    Uitgeverij: Uitgeverij Polis (2018)
  • Zomerboeken 2018 – Reizen door Spanje, Azië en Egypte

     

     

    De omweg naar Santiago

    Met Cees Nooteboom naar Spanje: nooit zul je een betere gids vinden. In zijn boek De omweg naar Santiago brengt hij je naar de verste uithoeken van zijn geliefde Spanje, op plaatsen waar je zelf als eenvoudig toerist nooit zou kunnen komen. Hij neemt je bij de hand op zijn reis door de geschiedenis en de cultuur, hij tovert je het landschap voor ogen, hij richt je aandacht op de kleinste details: aan de verbazing over zoveel moois komt geen einde. Nooteboom schrijft over alles wat hij beleeft en ziet en vooral voelt en hij doet dat ook nog eens op een wonderschone manier, waardoor het in je geheugen gegrift wordt. Zijn zwerftocht wordt de jouwe: als je het boek dichtslaat en opkijkt, zul je verwonderd constateren dat je in je eigen kamer zit.

    ‘De barre uitgestrektheid van Spanje is echt onmisbaar voor me geworden. Seelenverwandschaft, zoiets is het toch, al klinkt dat wel weer vreselijk. Ik ben gefascineerd door steen, door extreme hitte en kou. Daar is later het besef van de geschiedenis bijgekomen. Spanje is zo groot en machtig geweest en daarna weer zo diep gevallen. Vuurtijd, ijstijd.’

    De omweg naar Santiago
    Auteur: Cees Nooteboom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het boek van Bod Pa

    Quintana is het pseudoniem van Antoon Adolf Kuyten (1937 – 2017) die meerdere jeugdboeken heeft geschreven. Het verhaal speelt zich af in Centraal Azië, waarschijnlijk Mongolië, in de tijd waarin Marco Polo naar China reisde. In de uitgestrekte, eenzame steppen heeft de veertienjarige Perregrin zijn been gebroken bij het vangen van wilde paarden en omdat het maar niet genezen wil, haalt zijn vader er een sjamaan bij: de blinde, mismaakte Bod Pa, met een een raaf op zijn schouder en een wolf aan zijn zijde. In het weidse landschap van de Aziatische steppen waar eenzaamheid en stilte heersen gaan Bod Pa en Perregrin op reis om inzicht te verwerven in een innerlijke verandering die Perregrin zelf tot stand moet zien te brengen.

    Quintana sleept je mee met zijn poëzie, zijn paradoxen, zijn evocatie van het landschap en de avonturen van Perregrin. Het boek van Bod Pa is een jeugdboek, waarvoor Quintana in 1996 de Woutertje Pieterseprijs won, maar zoals altijd zijn de beste kinderboeken ook een feest voor volwassenen.

    ‘De maan zeilde boven de aarde en haar witte licht was allerminst romantisch. Je moest wel eelt op je ziel hebben wilde dat schijnsel geen vat op je krijgen. Al was je nog zo gewend aan de verlatenheid van de steppe, bij dit onzalige licht kreeg je er toch nog last van.’

     

    Het boek van Bod Pa
    Auteur: Anton Quintana
    Uitgeverij: Querido

    Verzamelde gedichten

    Met Kavafis reis je niet alleen naar een ander land, maar ook naar een andere tijd: de eerste eeuw van onze jaartelling, naar Alexandrië in Egypte. De glorie van de oudheid trok Kavafis aan: hij voelde zich thuis in de Byzantijnse en Helleense beschaving. Zijn gedichten zijn gesitueerd in die tijd: daarin richt hij zich vaak rechtstreeks tot een ’tijdgenoot’ uit het Griekse milieu alsof hij er werkelijk leefde. Vooral de historische figuur van keizer Julianus boeide hem. De thema’s van de gedichten zijn vaak heel persoonlijk, maar de setting is altijd pseudo-historisch. Zijn gedichten hebben een grote zeggingskracht.

    Kavafis was een perfectionist die een sobere stijl hanteerde en niet gemakkelijk in een stroming onder te brengen is.

     

    “veertig jaar bracht ik door

    zonder Grieks te horen of te spreken.

    Nu begeef ik mij naar de Hades,

    zeker niet bereid, echter zonder diepe smart.

    Daar zal ik huis- en landgenoten ontmoeten.

    En ik zal weer Grieks spreken.”

     

    Verzamelde gedichten
    Auteur: K.P. Kavafis
    Uitgeverij: Prometheus
  • Zomerboeken 2018 – Het gaat weer zomeren

     

     

     

     

     

     

     

    De pop

    ‘Het gaat weer zomeren’. Aldus constateerde mijn onlangs overleden ome Bep bij het verschijnen van de eerste korte rokjes en foute schoenen in het straatbeeld, gezien vanuit het spionnetje aan het raam van zijn appartement aan de Lauriergracht in Amsterdam. Kortom, het is tijd om de stad de rug toe te keren en vakantieplannen te smeden, wat mij betreft naar gebieden waar de rust en de stilte overheersen en waar het hoogste genot bestaat uit het lezen van een dik boek, gezeten onder een schaduwrijke boom aan de oever van een kabbelend beekje.

    De vertaling van De pop beschouwt Karol Lesman als zijn magnus opus. Hij is er meer dan tweeënhalf jaar mee bezig geweest. Het lezen van dit boek heeft Lesman doen besluiten vertaler te worden in plaats van postbode. Inmiddels heeft Lesman meer dan vijftig vertalingen uit het Pools op zijn naam staan en is hij daarvoor bekroond met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs. In het juryrapport wordt hij omschreven als een ‘in de huid kruipende vertaler’. Dit alles schept verwachtingen, die zonder meer worden waargemaakt in De pop.

    Het verhaal speelt zich af in 1878/1879 en handelt voornamelijk in Warschau. Op een avond in het theater valt het oog van de succesvolle koopman Stas Wokulski op een beeldschone, melancholisch voor zich uitstarende jongedame, Izabela Łeçka. Wokulski is totaal van slag. Voortaan is er een leven vóór de aanblik van juffrouw Izabela en een leven na de aanblik. Hij stelt alles in het werk om haar te veroveren. Haar vader, een verarmde edelman, ruikt geld en Wokulski zijn kans.

    Naast een heerlijk adembenemende liefdesgeschiedenis met veel Warschause couleur locale en fijnzinnige humor is De pop ook een ideeënroman waarbij Wokulski staat voor de positivistische ideeën van de Verlichting, maar ook voor het smachten van de Romantiek. Aan de andere kant zien we de opkomst van het Poolse nationalisme en het anti-semitisme. Fascinerend om hierover te lezen in een boek waaroverheen nog niet de schaduw en de doem hangen van ons ‘weten‘ na de Tweede Wereldoorlog.

     

     

    De pop
    Auteur: Boleslaw Prus
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas Contact

    Het wereldje van Serjozja

    Soms heb je niet zo’n zin om tijdens de vakantie meteen een lijvig boekwerk ter hand te nemen. De Russische Miniaturenreeks van Van Oorschot bevat een hele serie absolute topverhalen van beperkte omvang met prachtige titels als: Een voetbreed aarde, Melk, Geen markt voor holle vaten en Ik en mijn automobiel. Bij mij stond dit keer Het wereldje van Serjozja van Vera Panova op de rol. Terwijl we steeds meer tot de ontdekking komen dat allerlei opvoedkundige hulpprogramma’s niet of nauwelijks zoden aan de dijk zetten, maar dat voor een goede opvoeding liefdevolle aandacht en verdieping in de belevingswereld van het kind onontbeerlijk is, dan is dit boek een absolute aanrader. Het is een kleinood geschreven in de beste traditie van de Russische literatuur. Het verhaal speelt zich af in de Sovjetunie in de jaren vijftig op de sovchoz De Heldere Oever. Serjozja woont daar met zijn moeder. Zijn vader is in de oorlog overleden. Serjozja’s wereldje bestaat uit zijn directe omgeving met zijn vriendjes en vriendinnetjes. Op een dag verschijnt Korosteljev op het toneel. Zijn moeder is verliefd op hem en hij komt bij hen wonen. Als aan het eind van het verhaal Serjozja ziek is en zijn moeder, in verband met een nieuwe baan, en Korosteljev genoodzaakt zijn te verhuizen naar een ander dorp binnen de sovchoz, dreigt dit voor Serjozja catastrofale gevolgen te hebben. Hoe het afloopt, vertel ik hier niet, maar met de vertaler, Nico Scheepmaker, zeg ik: ‘Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik deze passage las’. Een pure schoonheidsbeleving.

    Het wereldje van Serjozja
    Auteur: Vera Panova
    Uitgeverij: Van Oorschot (niet meer leverbaar)

    Arc de Triomphe

    Douanecontrole, waar zie je dat nog in Europa? In Patras (Griekenland) dus, en wel een scherpe controle. Vlak voor onze neus werd een vrachtwagen opengemaakt. Controle met schijnwerpers en honden. Twee jongemannen werden er uitgehaald en geboeid afgevoerd. Ook onze dakkoffer moest open. De tas met boeken werd aandachtig bekeken. Tsja, wie leest er tenslotte nog boeken?

    Arc de Triomphe is, naast De nacht in Lissabon, het tweede boek van Remarque dat in de Cossee Centuryreeks wordt uitgegeven. In beide boeken gaat het om een vergelijkbare problematiek, nl. die van de voor de Nazi’s gevluchte enkeling. In Arc de Triomphe staan de belevenissen centraal van Ravic, arts, en sedert de machtsovername van Hitler in 1933 ontsnapt aan de martelkamers van de nazi’s en gevlucht naar Parijs. Daar zit niemand op hem te wachten. Zonder papieren kan hij elk ogenblik worden opgepakt en uitgewezen. Hij komt aan de kost als chirurg in een chique praktijk, waar hij illegaal de rottigste klusjes mag opknappen tegen een fractie van het bedrag dat door zijn superieur wordt geïncasseerd, die bovendien met de eer gaat strijken. Het hotel waarin hij bivakkeert, is een doorgangshuis voor illegalen. Altijd op de vlucht. Dat is het thema van het boek. Op de vlucht voor de autoriteiten en voor zijn verleden – Ravic is niet zijn eigen naam, maar slechts één van de vele schuilnamen –, maar ook op de vlucht voor zijn gevoelens, voor zichzelf. Hij kan zich niet binden aan mensen. Daarvoor is zijn bestaan veel te onzeker. Voor de liefde is er geen ruimte en als er iemand op hem verliefd wordt, moet hij dit afkappen. Dit prachtige, psychologische en filosofische boek moet met aandacht gelezen worden. Gezien de huidige problemen rondom vluchtelingen en integratie is dit boek uiterst actueel en beslist een aanrader.

    Arc de Triomphe
    Auteur: Erich Maria Remarque
    Uitgeverij: Cossee
  • Zomerboeken 2018 – Naar Noorwegen

    De Antitheek

    Sinds kort woont een deel van mijn familie in Noorwegen. Fjell heet het gehucht waar ze voor vier jaar zijn neergestreken. Het ligt niet ver van Bergen, maar het duurt even voor je daar bent als je aangewezen bent op het openbaar vervoer. Anders dan in Bergen regent het in Fjell niet elke dag. Toen ik er was, was het zelfs abnormaal warm voor de tijd van het jaar. Het was mijn eerste kennismaking met een land dat ik ook literair nog nauwelijks ontgonnen heb. Ik heb heel wat in te halen.

     


     

    De vier jaargetijden van Karl Ove Knausgård , dé Noorse schrijver van dit moment, liggen verleidelijk te lonken, maar ik laat ze voor wat ze zijn en kies De Antitheek (1999) van Feico Houweling. Feico mag mij naar het land begeleiden waar hij heel erg van hield. Dat ook een deel van zijn familie er woont, is vast geen toeval.
    De eerste keer dat Feico Houweling in Noorwegen kwam, was hij ongeveer zo oud als John Wilton, die in De Antitheek Nederland ontvlucht en naar Noorwegen lift in de hoop daar onderdak te vinden bij correspondentievrienden.

    Heel erg ingenomen met zijn bezoek lijken zij niet, hoewel ze hem wegwijs maken en onderdak bieden. Als blijkt dat John zich blijvend in Geitvågen wil vestigen, krijgt hij te maken met de bureaucratische molen en moet hij terug naar huis om via daar werk in Noorwegen te vinden om zo een verblijfsvergunning af te dwingen.
    De Antitheek speelt zich af tegen de achtergrond van het referendum in 1972. De Noren zeiden toen ‘nee’ tegen de Europese Gemeenschappen (en later nog een keer tegen de Europese Unie). Die setting bood Feico Houweling de gelegenheid om de protectionistische politiek van de Noren te thematiseren, maar uiteindelijk gaat het in De Antitheek toch om John, die huis en haard om een heel duidelijke reden blijkt te hebben verlaten en zichzelf om dezelfde reden ook in Geitvågen onmogelijk maakt.

    Feico Houweling schreef De Antitheek ver voordat ik hem leerde kennen. Ik weet zeker dat hij niet John Wilton is, maar ik vroeg me tijdens het lezen wel af in hoeverre zijn Noorse avonturen in zijn roman beland zijn. Ik kan het hem niet meer vragen. Feico overleed op 19 mei jl.

    De Antitheek
    Auteur: Feico Houweling
    Uitgeverij: Aristos (1999)

    Haaienkoorts

    Een van de naar Noorwegen vertrokken familieleden is, zo jong als hij is, geobsedeerd door haaien. Toen ik hem vertelde dat ik een boek aan het lezen was over twee mannen die hun uiterste best doen om een haai aan de haak te slaan, wilde hij van alles over dat boek maar vooral over die haai weten.
    Die haai is een Groenlandse en de mannen die er veel voor over hebben om er één te vangen zijn kunstenaar Hugo Aasjord en schrijver Morten Strøksnes. De laatste doet in Haaienkoorts: de kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee (2016) niet alleen verslag van hun pogingen, maar loodst de lezer ook langs wat er in diverse opzichten geweten moet worden over de haai, zijn leefomgeving en die van de mens die, overgeleverd aan de elementen, ook in leven moet zien te blijven.

    Dat het in een fjord flink kan spoken, is me inmiddels duidelijk. Ook wie op een zonnige dag argeloos het doen en laten van krabbetjes gadeslaat, dient dus op haar hoede te blijven.

    Haaienkoorts
    Auteur: Morten A. Strøksnes
    Uitgeverij: Atlas Contact (2016)

    Scheepsjournaal (2010)

    Als Cees Nooteboom in het gezelschap van schrijvende collega’s naar het hoge Noorse noorden – het Ultima Thule waar ook Morten Strøksnes de nodige woorden aan wijdt – vliegt, weet hij ongeveer wat hem te wachten staat. Hij heeft zich ingelezen, en deelt in Ultima Thule: een Pompei op Spitsbergen (in Scheepsjournaal: een boek van verre reizen, 2010) wat hij zo over Spitsbergen te weten kwam. Tegenover het Spitsbergen dat uit die verhalen opduikt – koud, onherbergzaam en ontoegankelijk – zet hij zijn eigen waarnemingen. Hij is gevoelig voor de sfeer die bepaald wordt door de architectonische doelmatigheid en de nabijheid van een voormalige – en inmiddels ook weer – vijandige natie.
    Grijs, eenzaam en verlaten, zo ervaart hij de tweede bestemming: de Pyramiden, een op het oog van het ene op het andere moment verlaten Russische mijn. Een plek die hem aan Oostblok en Koude Oorlog doet denken.

    Terwijl Cees Nooteboom na de verplichte ‘excursies’ langzaam maar zeker in zijn vertrouwde reismodus komt, blijft hij gefocust op ‘grensverhalen’.

    https://www.youtube.com/watch?gl=SN&v=1u7O_Mb0aYw&hl=fr

    Scheepsjournaal (2010)
    Auteur: Cees Nooteboom
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    19 Vergiftigingen

    Werd ik vrolijk van 19 Vergiftigingen (2017) van Nils Chr. Moe-Repstad? Dat niet. In de negentien gedichten die zijn bundel telt, komt een breed scala aan het leven – in de breedste zin van het woord – ontwrichtende bedreigingen voor. Ongrijpbaar grote gevaren, maar ook de dagelijkse dingen waarmee de mens de planeet en zichzelf in gevaar brengt.

    Wie 19 Vergiftigingen alleen maar zo – als een aanklacht tegen de menselijke natuur – leest, doet de dichter tekort. Die geeft namelijk blijk van een enorm springerige geest en een prettige belezenheid, waardoor de lezer zich voortdurend af moet vragen waar de dichter het allemaal vandaan haalt, want Nils Chr. Moe-Repstad schuwt intertekstualiteit niet. Maar weet tegelijk ook de schijn van verwijzen op te houden.

    Eén van de dingen die zijn bundel zo aangenaam ontregelend maakt, is een ik – ‘jeg’ is dat in het Noors, en niet ‘ikke’ dat betekent ‘niet’, weet ik dankzij de tweetaligheid van de bundel – waar ik geen grip op krijg. Waardoor ik steeds opnieuw op het verkeerde been gezet word.

    Tijdens het lezen van 19 Vergiftigingen hoor ik Nils Chr. Moe-Repstad zijn werk getergd en langzaam voordragen. Want ik zag hem een paar jaar geleden tijdens Poetry International in Rotterdam. Daarna dacht is dat zijn werk deprimerend was, maar dat is het allerminst.

     

     

     

     

    19 Vergiftigingen
    Auteur: Nils Chr. Moe-Repstad
    Uitgeverij: Azul Press (2017)

    Staren naar water

    Nagekomen:

    Recent verscheen Staren naar water van Lodewijk Ouwens. Water is het overkoepelende thema in deze bundel. Dat water kan de gedaante aannemen van neerslag in diverse gradaties, maar niet al het water is even onschuldig. Lodewijk Ouwens wijdt bijvoorbeeld twee gedichten aan Virginia Woolf en de rivier die haar hielp een einde aan haar leven te maken.
    Ook Lord Byron komt ook in de vocabulaire van de dichter Lodewijk Ouwens voor. Byron zwemt overigens niet, hij houdt zich tijdens zijn Grand Tour op in Venetië.

    In Staren naar water kwam ik het gedicht Fjell tegen.

    Hier dwingt de poolwind de berken
    tot nederigheid, kruipen
    tot ook dat stokt
    in rolrond graniet, trollenbrood.

    Hier jaagt de sneeuwuil op sneeuwhoenders
    sneeuwgorzen, sneeuwhazen

    Leven uitgebeend
    tot aftreksom

    jagen vreet kracht
    wie mist verzwakt
    wie drie maal mist verliest
    de macht zich te verwarmen

    dan wachten
    tot de kou op het bot
    tot de poolvos je weet te vinden
    verlost.

    Ik weet niet of het over het Fjell gaat, waar ik in het voorjaar was. Fjell is niet alleen maar een gemeente en gehucht, het is ook een Noors woord. Het betekent berg.

    Staren naar water
    Auteur: Lodewijk Ouwens
    Uitgeverij: Coolhaven (2018)
  • Zomerboeken 2018 – Het andere Amerika

     

     

    This Boy's Life

    Deze zomer ga ik een stukje van de VS bekijken, die gigantische plak land die minstens 5 landen is. Eerst rondrijden in de staten Washington, Oregon, California en Nevada, dan een weekje New York. Ik lees graag Amerikanen, met name verhalen: voor Raymond Carver, John Cheever, Charles Bukovski, John Fante, James Salter kun je me ’s nachts wakker maken. (Of als ik nog niet sliep, is er een goede kans dat ik die toevallig aan het lezen ben.) Hier noem ik 5 meesterwerken (en stiekem 17, als je streng bent.)

    Tobias Wolff – This Boy’s Life
    Het drong maar zeer langzaam tot me door toen ik op aanbevelen van ‘Steinz’ reisleesgids’ dit typische Oregon boek las, dat ik de film al had gezien. Wolff is een beetje ‘white trash’, een moeilijk jeugd met een hoop narigheid en dat hij er echt bovenop komt weet je door de rest van zijn geschiedenis. Zijn jonge jaren tonen een mooi en in zekere zin typisch Amerikaans plaatje van gerommel in de marge. Wolff is een technisch geweldig schrijver, knap is dat hij steeds het midden bewaart tussen sympathiek en helemaal niet sympathiek. Het betere Amerikaanse memoir.

     

    This Boy's Life
    Auteur: Tobias Wolff
    Uitgeverij: Bloomsbury Publishing PLC

    Romeinse koorts

    Edith Wharton – Romeinse koorts
    Het kwam als een schok, de eerste Wharton die ik las! Dit was Virginia Woolf in Amerika. Zo intelligent, zo geraffineerd goed geschreven! Met Lisette Graswinckel als vertaalster maakte ik een selectie van de verhalen om uit te geven, het boek verscheen bij Van Oorschot. Schitterend inzicht in de upper class in het New York van rond de vorige eeuwwisseling. Je kunt Wharton blijven lezen.

     

    Romeinse koorts
    Auteur: Edith Wharton
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Travels with Charley

    John Steinbeck – Travels with Charley
    Steinbeck reist in 1960 door de VS, een rondje tegen de klok in. Twee jaar later ontvangt hij de Nobelprijs. Dit is mooie reisliteratuur, niet overladen met feitjes, maar een schitterend rustig betoog over Amerika, deels besproken met Charley, de poedel van zijn vrouw die voorkomt dat John al te eenzaam wordt in zijn camper. Geert Mak reisde deze tocht na en schreef Reizen zonder John, eveneens aanbevelingswaardig. Hier meer.

     

    Travels with Charley
    Auteur: John Steinbeck
    Uitgeverij: Penguin Books Ltd

    Specimen Days

    Whalt Whitman – Specimen Days
    Ook een Amerikaanse revelatie waren Leaves of Grass van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. Kende u het niet probeer het eens, al is het alleen maar om de Nederlandse poëzie te leren kennen, een stuk of dertig dichters vertaalden allen een stuk van dit geweldige vitale meesterwerk van de Amerikaanse poëzie. Hier schreef Literair Nederland er al eens over: https://litned.hollands-spoor.com/2715/

    Whitman schreef zijn memoires op in Specimen Days. Je loopt met Whitman over het Long Island van rond 1859, toen het nog met name grasland was, en je helpt mee de gewonden op veldbedden te krijgen in Washington, na een grote slag in de Amerikaanse Burgeroorlog. De kracht van Whitman is dan steeds een soort verwondering over wat hij allemaal meemaakt en ziet, een schitterende toon van een man met wie je graag bevriend had willen zijn. Te verschijnen in de vertaling van René Kurpershoek voorjaar 2019, Van Oorschot.

     

    Specimen Days
    Auteur: Walt Whitman
    Uitgeverij: General Books

    McSorley's wonderbaarlijke saloon

    Hier zal ik kort over zijn, en verwijzen naar een paar stukjes waar ik er meer over uitwijd en lyrisch over ben. Ik houd zeer van dit boek, portretten van gewone bijzondere New Yorkers, literaire antropologie, indianen, kermisklanten, alcoholisten in het interbellum aan de rafelranden van New York, fraai vertaald door Dirk Jan Arensman.

    Wie naar mijn idee bijna ondergesneeuwd is in het landschap van de Amerikaanse literatuur is John Irving. Toch zijn zijn meesterwerken The World According to Garp en The Cider House Rules en een paar andere, echt geweldig. Zo leerde ik Amerika kennen. Ook Jonathan Franzen noem ik graag als de  schrijver van echte Great American Novels. En heb ik Amerika beter leren kennen door erg van Paul Auster te houden. Nu ga ik eerst maar eens kijken of er nog genoeg van Amerika te houden is onder The Donald die als eigenzinnige kwaliteit minstens heeft dat hij er weinig om maalt of hij wel aardig gevonden wordt. Een man als Babbitt van Sinclair Lewis dus, nog zo’n Amerikaanse grootheid, zodat ik er met Thomas Wolfe (Daal neder, Engel) en Sherwood Anderson (Winesburg, Ohio) nog net op de valreep een paar Amerikaanse klassiekers ingefietst krijg.

    In Amerika is het Nooit Genoeg!

    McSorley's wonderbaarlijke saloon
    Auteur: Joseph Mitchell
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Zomerboeken 2018 – Vakantiebestemming Corsica

    De huid

    Corsica hoort bij Frankrijk en is Frans, ik zal het niet betwisten, maar de band met Italië is eveneens onmiskenbaar. Het eiland was vanaf de 14eeeuw tot het jaar 1768 onderdeel van de republiek Genua. Deze republiek kwam aan zijn einde door de bekendste zoon van Corsica: Napoleon Bonaparte. De vele Genuese wachttorens langs de gehele kust van het eiland, elk met zicht op twee anderen, zijn stille getuigen van de geschiedenis. Italiaanse invloeden kunnen ook worden teruggevonden in het eten, met pasta en een overvloed aan kaas, en in de locale taal, een variant van Toscaans.

    Voor deze zomerrubriek heb ik daarom gekozen voor literatuur waarin Frankrijk en Italië op een bepaalde manier samenkomen en er een, al dan niet vergezochte, connectie met Corsica kan worden gelegd.

    Curzio Malaparte – De huid (1949)
    Wie Corsica zegt, zegt Napoleon. In de eilandhoofdstad Ajaccio bevindt zich een groot monument voor de militante, zelfgekroonde keizer dat door busladingen Fransen wordt bezocht. Maar wie Bonaparte zegt, kan gemakkelijk verder associëren naar de literaire luis in de pels die zichzelf Curzio Malaparte doopte. Deze geboren Italiaan was de ultieme non-conformist. In beide wereldoorlogen was hij ooggetuige en betrokkene; tijdens de eerste vocht hij als jonge vrijwilliger voor het Franse vreemdelingenlegioen. In 1947 week hij uit van zijn beroemde huis op het ballingseiland Capri naar Parijs, maar was daar evengoed uit de gratie vanwege zijn ongrijpbare politieke opstelling. Hierover schreef hij in Dagboek van een vreemdeling in Parijs. Ook zijn eerste boek, Techniek van de staatsgreep, dat hem in conflict bracht met zowel Stalin als Trotski (hoe typerend), geniet nog steeds bekendheid. Zijn tijdloze plaats in de literatuur dankt Curzio Malaparte echter aan twee grote, essayistische oorlogsboeken: Kaputt en De huid. Vooral dit laatste werk is groots, huiveringwekkend, vlijmscherp, briljant, een unieke overdenking over de moraal van de mens in erbarmelijke omstandigheden. De huid is een van die uitzonderlijke boeken die gedurende vele jaren blijven hangen. Plan minstens een extra dag in om bij te komen.

     

     

    De huid
    Auteur: Curzio Malaparte
    Uitgeverij: De Arbeiderspers (2007)

    De preek over de val van Rome

    Jérôme Ferrari – De preek over de val van Rome (2012)
    De schrijversnaam en de titel werpen al direct lijnen uit van Frankrijk naar Italië, maar het boek dat in 2012 de Prix Goncourt won speelt zich daadwerkelijk af op Corsica. Ferrari’s ouders zijn afkomstig van het eiland en hij heeft er zelf gewoond en filosofie gedoceerd. De roman is een niet bepaald typische familiegeschiedenis, gedrenkt in de apocalyptische sfeer uit de preken van kerkvader Augustinus over de ondergang van Rome (ergo: de wereld). Ruzies en wraak blijken, na een idyllisch begin, onontkoombaar op het eiland dat nog niet zo lang geleden bekend stond om zijn bloedige vendetta’s. Het wordt allemaal prachtig opgeschreven door Jérôme Ferrari, in een moeiteloos vloeiende stijl van lange zinnen die je als lezer geregeld aan de pagina’s kluisteren. Niet het makkelijkste vakantieboek, maar wel zeer fraaie literatuur en ook nog eens op en top Corsicaans.

     

     

    De preek over de val van Rome
    Auteur: Jérôme Ferrari
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De Kartuize van Parma

    Stendhal – De kartuize van Parma (1839)
    Frankrijk, Italië en Napoleon, ze komen samen bij Stendhal. Deze 19e-eeuwse, Franse romancier, diende in het leger van Napoleon en woonde lange tijd in Milaan. De achtergrond van zijn bekendste romans (zoals Het rood en het zwart) wordt gevormd door precies deze, deels autobiografische elementen. Dat geldt ook voor De Kartuize van Parma, dat daarnaast vol staat met hertoginnen en hofintriges. Stendhal dicteerde zijn romans en tijdens het lezen krijg je soms inderdaad het gevoel dat iemand mondeling een verhaal aan het vertellen is. Een verhaal vol interne conflicten bij de protagonisten, even heftige als wisselende emoties, maar zonder het plechtstatige wat in de romantiek nog wel eens aanwezig is. Integendeel, de vertellerstoon van Stendhal is licht ironisch en zonder opsmuk, met een enigszins fragmentarisch aspect in de compositie die elke vorm van hermetische geslotenheid uitbant. De Kartuize van Parma kan derhalve betiteld worden als een luchthartig gevoelsavontuur dat een prima tijdsbesteding biedt tijdens een zonnige vakantie aan de Middellandse zee

    De Kartuize van Parma
    Auteur: Stendhal
    Uitgeverij: Atheneaeum – Polak & van Gennep (2017)
  • Zomerboeken 2018 – Van vakantieland tot er altijd wonen

    De acht bergen

    Vele jaren ging ik op vakantie naar Italië, steeds naar een andere regio, en raakte ik verknocht aan dat land. De klassieke kunsten, de conservering van het culturele erfgoed, de culinaire genotmiddelen, het prachtige landschap, de gastvrijheid van de Italianen: het zijn prachtige kenmerken van een land waar het weliswaar politiek niet lukt om van de huidige samenleving een moderne gemeenschap te maken maar waar het voor mij goed toeven is. Zes jaar geleden ben ik er gaan wonen….
    Van mij dus vier boeken van Italiaanse schrijvers, die ik met ontzettend veel plezier heb gelezen; drie ervan hebben een stad als achtergrond en wanneer je op vakantie gaat naar Italië zijn deze steden zeer de moeite waard om te bezoeken.

    Paolo Gognetti – De acht bergen
    Over dit boek moet niet al teveel gezegd worden. Het gaat over de relatie van een vader met zijn zoon, Pietro, en hun liefde voor het Noord-Italiaanse berglandschap. Ze wonen in Milaan maar trekken vaak de bergen in. We lezen ook over de relatie van Pietro met zijn beste vriend Bruno die opgroeit in de bergen.
    Het mooie is dat het verhaal zich langzaam ontvouwt. De ontwikkeling van beide relaties wordt  beschreven en gaandeweg besef je de invloed van verschillende gebeurtenissen op het leven van de twee vrienden. Dat is heel knap gedaan. Het is ingetogen geschreven, met mooie beschrijvingen van de natuur en het laat je niet meer los. En na lezing sta je voor de keus: ga ik naar de stad  of trek ik de bergen in?

     

     

     

    De acht bergen
    Auteur: Paolo Cognetti
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Bekentenissen van Zeno

    Italo Svevo – Bekentenissen van Zeno

    Dit boek heb ik twee keer gelezen; de eerste keer tijdens mijn zoektoch ging naar Italiaanse literatuur; de tweede keer op verzoek van Literair Nederland, toen er in 2015 een nieuwe vertaling verscheen van dit 90 jaar oude boek. Mijn recensie verscheen op 3 december van dat jaar; ik ben nog steeds enthousiast over het boek, het heeft niets van zijn glans verloren.

    Italo Svevo is geboren in Triëste, de stad waar het verhaal zich afspeelt. Die stad is zeker het bezoeken waard. Er staat ook een standbeeld van Svevo, er is een route uitgestippeld langs belangrijke plekken uit zijn leven en er is een museum aan hem gewijd. Maar eerst en vooral het boek lezen!

     

     

     

    Bekentenissen van Zeno
    Auteur: Italo Svevo
    Uitgeverij: Atheneaeum – Polak & van Gennep

    De tuin van de familie Finzi-Contini

    Giorgo Bassani – De tuin van de Finzi-Contini’s

    Dit klassieke meesterwerk uit 1962 gaat over de ondergang van de joodse gemeenschap in Ferrara, de stad waar Bassani is geboren. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog voert Italië rassenwetten in, joden hebben dan geen toegang meer tot de plaatselijke tennisclub. De Finzi-Contini’s stellen daarom hun particuliere tennisbaan open.

    Tegen de achtergrond van het opkomend fascisme tekent Bassani op schitterende wijze het leven in en om de villa aan de Corso Ercole 1 d’Este in Ferrara. Dat is een prachtige stad: sinds de 13eeuw bestuurd door het oudste vorstenhuis van Italië, de familie D’Este. Er is nog veel te zien in de stad dat daaraan herinnert, zoals het Palazzo Costabili en het Palazzo Schifanoia. De joodse begraafplaats die in het boek een prominente plaats inneemt en de villa van de familie Finzi-Contini’s zijn er ook nog. Ferrara is het prachtige décor van een prachtig boek.

     

    De tuin van de familie Finzi-Contini
    Auteur: Giorgio Bassani
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2018)

    Bernini

    Franco Mormando – Bernini, his life and his Rome

    Deze biografie over beeldhouwer, architect en schilder Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) laat onder meer zien hoe deze kunstenaar dankzij zijn goede contacten met het Vaticaan, Rome heeft voorzien van prachtige pleinen en beelden. Interessant om te lezen hoe hij die opdrachten in de wacht sleept.

    Hij heeft in de 17eeeuw een sterk stempel gedrukt op de kunst van Rome. Voor vier pausen schiep hij vele meesterwerken, teveel om op te noemen. Het Sint Pietersplein met zijn zuilenrij is er zo een, evenals het baldakijn in de Sint-Pietersbasiliek. Ook de vier stromen fontein op het Piazza Navona is een prachtig bouwwerk.
    Mormando schetst een indringend beeld van de kunstenaar, zijn persoonlijkheid en zijn meesterwerken. En Rome is natuurlijk altijd een bezoek waard!

     

     

    Bernini
    Auteur: Franco Mormando
    Uitgeverij: The University of Chicago Press
  • Zomerboeken 2018 – Voor de thuisblijver met insulafilie

    De atlas van afgelegen eilanden

    Er zijn van die zomers dat ik niet op vakantie ga. Geen lijstje van boeken die betrekking hebben op mijn bestemming daarom, maar wel een over gebieden waar ik nooit zal komen: verre eilanden met een bijna mythische klank. Voor de thuisblijver met een onvervulbare insulafilie.

    Misschien is de aantrekkingskracht van verre eilanden op mij wel ontstaan door de TV-programma’s van Boudewijn Büch die er gek op was. Zijn beschrijvingen zijn in diverse bundels verschenen, maar ik vind ze vaak wat te encyclopedisch. Ze hebben de diepgang van een anekdotentrommel.

    In omvang nog beperkter dan bij Büch, maar levendiger, zijn de beschrijvingen die Judith Schalansky wijdt aan verre oorden in haar Atlas van afgelegen eilanden. Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen. Ze besteedt aan elk eiland één pagina tekst met daarnaast steeds fraaie, door haar zelf getekende kaarten. Zij streeft niet naar encyclopedische beknoptheid, maar geeft impressies die iets te raden overlaten. Op haar fantasiereis doet ze natuurlijk ook St. Helena en Tristan da Cunha aan.

     

    De atlas van afgelegen eilanden
    Auteur: Judith Schalansky
    Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers (2014)

    De donkere kamer van Longwood

    Die eilanden zijn het onderwerp van twee andere boeken die ik kan aanbevelen. St. Helena is natuurlijk beroemd door de ballingschap van Napoleon naar het eiland en de op daar gevestigde Longwood. Daarover is veel beschikbaar, maar het beste staat me bij De donkere kamer van Longwood (1997) van Jean-Paul Kauffmann. Het is zo dicht op de huid van Napoleon geschreven dat je het gevoel hebt naast de auteur over het eiland te wandelen.

     

    De donkere kamer van Longwood
    Auteur: Jean-Paul Kauffmann
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het waterhoentje van Tristan da Cunha

    Ook over Tristan da Cunha, dat met het eiland St. Helena en Ascenion deel uitmaakt van hetzelfde Britse overzeese gebied, is een aardige bibliotheek samen te stellen. De Nederlander Albert Beintema bezocht het eiland en verdiepte zich in de literatuur erover. Het resultaat werd een prachtig aanstekelijk boek Het waterhoentje van Tristan da Cunha (1997).

    Het waterhoentje van Tristan da Cunha
    Auteur: A. Beintema
    Uitgeverij: Atlas (2005)

    Het lied van de dodo

    En dan noem ik nog graag Het lied van de dodo (1996) van David Quammen, die het zelf ‘een eilandbiografie in een eeuw van extincties’ noemt. Hij doelt daarmee op de 17de eeuw toen verschillende diersoorten door ontdekkingsreizigers uitstierven. Hollandse zeevaarders hielpen zo op Mauritius de dappere dodo om zeep. Quammen schreef een ecologisch-wetenschappelijk boek, maar het is daarnaast ook een meeslepend verhaal over natuur, structuur en bevolking in die tijd dat de dodo op Mauritius zijn territorium had.

    Het lied van de dodo
    Auteur: David Quammen
    Uitgeverij: Atlas Contact, Uitgeverij
  • Zomerboeken 2018 – Aan de bewoonde wereld ontrukt

    Zomer

    De vakantie breng ik dit jaar in Noorwegen door. Al dan niet concreet of in herinnering vergezeld door drie boeken: Zomer uit De vier seizoenen van Karl Ove Knausgård, Tussen april en september van Tomas Espedal en Nooit meer slapen van W.F. Hermans.

     

    Herfst van Knausgård las ik al eerder – ja, gedurende de herfst. Lente en Winter heb ik nog niet gelezen. Alle delen, dat heb ik al wel gezien, zijn stuk voor stuk prachtig geïllustreerd. Ze bevatten allemaal korte stukken, mini-essays haast; een genre dat we van de Knausgård van vóór, maar ook wel degelijk uít de serie Mijn strijd kennen.
    De notities in Herfst zijn geschreven voor zijn dochter Anne. Prachtige teksten zijn het, die je mondjesmaat tot je moet nemen en laten smelten als een bonbon op je tong. Zoals:

    ‘Van Gogh probeerde zich te verplichten tot de wereld, maar dat lukte niet, hij probeerde zich te verplichten tot het schilderij, maar dat lukte niet, daarom ontsteeg hij beide en verplichte zich tot de dood, pas toen kwam de wereld en het schilderij binnen zijn bereik. Want alle kracht in deze schilderijen, al hun manische licht en heel hun unieke vermogen om tot je door te dringen, waardoor ze eruitzien alsof het hemelse in het aardse is doorgedrongen en dat verheft, bestaat op voorwaarde dat zijn blik werkelijk een laatste is.’

    Ik verheug me op Zomer!

    Zomer
    Auteur: Karl Ove Knausgård
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus

    Tussen april en september

    En ik geniet na van Tussen april en september van de eveneens Noorse schrijver Tomas Espedal, een boek dat deels speelt in Bergen, een hernieuwde kennismaking tijdens mijn reis. Er zitten omschrijvingen van de fjorden in dit boek, zoals:

    ’s Ochtends kwam het licht, een fel, wit licht dat tussen de bergen door de glanzende fjord [Sognefjord, EvS] doorsneed, alsof ze op ijs voeren, alsof de passagiersboot door een tunnel van licht gleed.’

    Wit staat bij Espedal overigens voor ‘iets boosaardigs dat zich verbergt in het zichtbare’: een huis waar de dood aanklopte, het bed van de overledene, de kastdeuren, het plafond en ga zo maar door. Maar ook sneeuw is wit, en die legt een beschermende laag. Want wit kan ook een gevoel geven ‘van geluk, van vrijheid, van niets’. Die dubbelheid – dat is mooi. Alleen daarom is het boek van Espedal een aanrader.

    Tussen april en september
    Auteur: Tomas Espedal
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Nooit meer slapen

    Mijn vakantie is tenslotte ook een uitgelezen gelegenheid om weer eens een boek van W.F. Hermans ter hand te nemen, Nooit meer slapen in dit geval. Dit speelt immers in Noorwegen. Weliswaar op een hogere breedtegraad (Finnmark) dan ik dit keer kom, maar toch.
    Hermans schrijft ook nog eens weergaloos mooi. Bijvoorbeeld over de natuur:

    ‘Rendieren. Fabelwezens van kerstkalenders en ansichtkaarten. Herten met geweien van vilt. Exotisch en door overmaat van beroemdheid banaal geworden. Maar dat rendieren voortdurend grommen, heb ik nooit geweten, nooit ergens gelezen en ik zou het nooit hebben kunnen vermoeden.
    Ik strompel voort, de anderen achterna, om zo dicht mogelijk bij de rendieren te kunnen komen. De lage zon werpt mijn schaduw voor mij uit, die tien maal langer is dan ikzelf ben. Iedere voetstap komt op andersoortig terrein terecht: mos, een struik, een steen en maakt een ander geluid. Daardoorheen alleen het ruisen van de rivier. Enkel als ik stilsta, bereikt het grommen van de rendieren mij, zoals je hartslag alleen tot je doordringt als je stil in bed ligt. De voorsten staan al in het water en nog verontrust onze aanwezigheid hen niet. Wij horen nu ook het klingelen van de bellen die sommige bokken dragen. Maar zelfs dit geluid geeft ons niet aan de bewoonde wereld terug.’

    Ik ben benieuwd hoe lang het na mijn reis duurt voor ik weer aan de bewoonde wereld teruggegeven ben …

     

     

    Nooit meer slapen
    Auteur: Willem Frederik Hermans
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Lichte kunst

    Alhoewel iedere zomervakantie zich bij uitstek leent om je eens goed te verdiepen in kunst is er vaak een gewichtige reden die je ervan weerhoudt. En dat bedoel ik letterlijk, want veel kunstboeken lijken geschikter voor de koffietafel dan voor de koffer. Zo weegt mijn favoriete naslagwerk Gardner’s Art through the Ages van Fred Kleiner e.a. ruim 4 kg. Niet echt een lekker boekje om mee op het strand te liggen dus. Maar er zijn goede alternatieven. Ik zet mijn persoonlijke top 10 graag op een rij. Een top 10 die je ook kan lezen als een persoonlijk portret. Immers, om met Oscar Wilde te spreken, ‘it is the spectator, and not life, that art really mirrors‘. En dat geldt dus ook voor lijstjes favoriete boeken.

     

    Nummer 10. Hugh Honour en John Flemings, Algemene kunstgeschiedenis. Qua naslagwaarde nog zo’n topper, maar met zijn 3649 gram hier misschien eigenlijk helemaal niet op zijn plaats.

     

    Nummer 9. Ernst Gombrich, Eeuwige schoonheid. Weegt ‘slechts’ 1625 gram en biedt toch een onovertroffen overzicht door de eeuwen heen. Zou in de lijst meest toegankelijke kunstoverzichten de onbetwistbare nummer 1 zijn.

     

    Nummer 8. Heinrich Wölfflin, Classic art. An introduction to the Italian Renaissance. Omdat de gehele kunstgeschiedenis eigenlijk te omvangrijk is voor een hanteerbaar boekje dalen we af naar afzonderlijke periodes. In dit klassieke boek van Wöllflin (928 gram) gaat het vooral om hoe kunst er uitziet en minder om wat het allemaal zou betekenen. Heerlijk relaxt dus.

     

    Nummer 7. Hans den Hartog Jager, Dit is Nederland in tachtig meesterwerken (892 gram). Ideale zomerlectuur voor wie in Nederland blijft of heimwee heeft. Den Hartog Jager laat Nederland in tachtig kunstwerken op onnavolgbare wijze uit de verf komen.

     

    Nummer 6. Erwin Panofsky, Renaissance and Renascences in Western art. Ondanks zijn bescheiden 620 gram een theoretisch zwaargewicht. Maar hét boek om alles te weten te komen over de wedergeboortes van de oudheid. Waarin je zult ontdekken dat die befaamde renaissance niet op zich staat en eigenlijk in de Middeleeuwen al broertjes en zusjes had.

     

    Nummer 5. Rudolf Wittkower, Sculpture. Nipt op 5, met slechts 618 gram, maar verplichte literatuur voor de ware liefhebber van beeldhouwkunst. Er is geen betere introductie voorhanden over dit deel van de kunstgeschiedenis. Wittkower beschrijft het allemaal, van de klassieken tot de twintigste eeuw. Toegankelijker als dit krijg je het niet, zonder overigens concessies te doen aan kwaliteit. En steeds weer interessant. Een boekje dat je op elke vakantie wel twee of drie keer lezen kunt.

     

    Nummer 4. Michael Baxandall, Schilderkunst en leefwereld in het quattrocento. We duiken nu ruim onder het pond. In 366 gram schetst Baxandall de strenge context waarin de kunstenaars van de vijftiende eeuw hun meesterwerken maakten. Zodat we ons blijven realiseren dat die mythe van de vrije kunstenaar echt niet van alle tijden is, En we een nog grotere bewondering krijgen voor kunstenaars die vernieuwden en ten aanzien van bijvoorbeeld compositie of kleurgebruik de toenmalige grenzen tartten.

     

    Nummer 3. John Berger, Ways of seeing (202 gram). In het Nederlands ook verschenen als Anders zien. Een bundeling van essays over het kijken naar kunst, gebaseerd op de gelijknamige, populaire BBC serie over kunst. Waarbij overigens slechts vier van de essays naast beelden ook woorden gebruiken. De andere drie bestaan uit louter beelden. Boeiende lectuur.

     

    Nummer 2. Hélène Nolthenius, Duecento. Zwerftocht door Italië’s late middeleeuwen. Over hoe landschap en geschiedenis een cultuur bepalen. Met een hoofdrol voor de muziek en poëzie, van het Zonnelied van Franciscus tot de Goddelijke Komedie van Dante.

     

    Nummer 1. Walter Paatz, De kunst der Renaissance in Italië. Het toppunt van lichtheid. Dit paperbackje op broekzakformaat weegt nog slechts 145 gram maar bevat toch een enorme rijkdom en wetenswaardigheden over Renaissancekunst. De perfecte metgezel voor elke Toscaanse stedenreis.

  • Pretentieloos briljant

    Natuurlijk gaan onwillekeurig in de zomer van 2016 de gedachten uit naar de Olympische Spelen, naar Rio de Janeiro, naar Brazilië. Een beter boek voor de zomerrubriek dan Braziliaanse brieven van August Willemsen kan ik dan ook niet bedenken. We maken in dit boek kennis met Brazilië, maar ook met de schrijver Willemsen. En – driedubbele bodem – we zijn ook nog eens getuige van zijn kennismaking met dit kolossale Latijns-Amerikaanse land, en van de manier waarop de verhouding Brazilië-Willemsen zich ontwikkelt in de loop der jaren.

    Het boek Braziliaanse brieven verscheen in 1985. De contouren van het boek en de hoofdpersonen zijn vaag. Er is geen introductie, geen verantwoording. Wie de schrijver eigenlijk is, wat hij eerder heeft geschreven of gepubliceerd, aan wie de brieven zijn geschreven, waar vandaan, onder welke omstandigheden … geen woord erover. Ook of de brieven zijn bewerkt, waar ze worden bewaard, toelichtingen of ophelderingen … nada.

    Braziliaanse brievenAugust Willemsen – in 1985 nog geen vijftig jaar oud – kon de Nederlandse lezer toen alleen kennen (als deze had opgelet) als vertaler en bezorger van het werk van anderen. Al in 1970 stelde Willemsen voor uitgeverij Meulenhoff een bundel samen in de reeks ‘Meesters der … vertelkunst’, met verhalen vertaald uit het Portugees. Een doorbraak naar een groter publiek, als men zo zeggen mag, bereikte hij met zijn keuze uit en vertaling van gedichten van Fernando Pessoa in 1978. Alom was de bewondering groot voor de ontdekking van deze voor Nederland toen nog volkomen onbekende dichter, en de bundel had – uitzonderlijk voor buitenlandse poëzie – veel succes. En dit gold zeker ook voor de keuze en vertaling door Willemsen. Dat in Nederland een bloeiende industrie op gang kwam rondom de figuur van Pessoa – inclusief al diens literaire afsplitsingen – is primair te danken aan de inzet van August Willemsen. Ook de bekendheid van andere Portugeestalige auteurs is voor een deel aan hem te danken: Drummond de Andrade, Machado de Assis, Graciliano Ramos, Dalton Trevisan.

    Om te beginnen is Braziliaanse brieven een verrukkelijk boek voor taalminnaars. Willemsen schrijft direct, onopgesmukt, beeldend en toch ook: ‘gewoon’. Weinig boeken in onze letterkunde zijn zo onnadrukkelijk en pretentieloos briljant. Niet voor niets zal de uitgever – na de juichende kritieken en het succes van Braziliaanse brieven – Willemsen meer ruimte hebben geboden voor de publicatie van eigen werk. Denk daarbij aan titels als De taal als bril, Vrienden, vreemden, vrouwen, Het hoge woord, De val (over de gevolgen van zijn alcoholverslaving) en De goddelijke kanarie (over voetbal)

    Natuurlijk leren wij ook het verre, vreemde Brazilië kennen, op basis van Willemsens verslag van zijn indrukken en belevenissen. Een voorbeeld moge dienen ter illustratie.

    In Pirapora was het heet, zeer heet. Weer drie dagen wachten, nu op de boot. In het hotel was geen water. Dus gingen we naar de rivier. Het is een misvatting te denken dat in de hitte mensen wennen aan hitte. Het went nooit. Ook dieren wennen er niet aan. Op het rivierstrandje kwamen op een dag twee jongetjes en een enorm paard. Ze gingen met z’n allen het water in, en de jongens begonnen het paard nat te spatten. Het beest genóót. Ik hou helemaal niet van paarden. Ik vind ze te groot, de gewoonte om van ‘hoofd’ en ‘benen’ te spreken vind ik belachelijk, en ik voelde me van harte gesticht toen ik las dat Éluard de kop van een paard ooit eens heeft omschreven als een schoen met spataderen. Maar ik ben niet iemand die niet zijn mening prijsgeeft voor een betere wanneer de gelegenheid zich daartoe leent. De jongetjes speelden met het paard, en het paard met hen. Ze probeerden op zijn rug te klimmen, gleden steeds langs de gladde, natte huid weer in het water, en het dier liet geduldig begaan, tot ze er allebei opzaten. Daarna liep het wat heen en weer, kwam terug naar het strand, ze rolden alle drie door het warme zand en begonnen alles weer van voren af aan. We zaten ernaar te kijken, de tranen stroomden me over de wangen, en ik zei tegen Mieke: “We hebben vijf keer de hele Biënnale afgelopen, en dat was mooi, maar dit is schoonheid. Dit is nu schoonheid.”

    Daarbij de zekerheid dat het alleen hier kon gebeuren. Ik voelde me op een weldadige manier bevrijd van ironie.’
    (Braziliaanse brieven, derde druk, 1986, p. 103).

    Of – over Rio de Janeiro:

    Ik zit hier in wat de mooiste stad ter wereld heet, en het doet me niets. Trouwens, dat mooie kan alleen maar slaan op de ligging. De stad zelf, het centrum, is architectonisch niets bijzonders, onverdraaglijk druk, lawaaiig, smerig, en ik voel me onherstelbaar vervreemd van de mensen als ik er overdag rondloop. Nooit zie je eens iemand met een introvert gezicht. Alles is direct, onmiddellijk, spontaan, en dat begin ik te ervaren als dodelijk vermoeiend en vervelend.’ (idem, p. 211)

    Hieruit komt Willemsen naar voren als een scherpzinnig en gevoelig waarnemer. En hij is in een land waar de meeste mensen op andere dingen letten dan hij, wat zijn observaties des te meer de moeite waard maakt. Daarbij komt dat het boek Braziliaanse brieven bestaat uit vier afdelingen met brieven uit verschillende periodes: 1967-1968, 1973, 1979 en 1984. Daardoor kijken en leven we niet alleen ‘zomaar’ met Willemsen mee, we zijn ook getuige van de reflectie op zijn eigen ontwikkeling als reiziger en waarnemer.

    In veel opzichten is dit boek dus een smaakmaker. Het maakt nieuwsgierig naar Brazilië, het doet je reikhalzend grijpen naar andere boeken van Willemsen en – ten slotte – het wekt ook interesse voor het werk van de vele schrijvers met wie Willemsen zich bezighoudt en wat hij in het Nederlands heeft vertaald. Dit is meer dan genoeg voor de ‘rechtvaardiging van een bestaan’ om met Bloem te spreken. Het is iets om Willemsen dankbaar voor te zijn. Het beste geven wij daar uiting aan door zijn boeken te lezen en de door hem vertaalde poëzie onder handbereik te hebben, als bron van plezier, verdieping, schoonheid en troost.