De bibliofilie leeft. Als steeds meer uitgeverijen steeds goedkoper gaan produceren om de risico’s te minimaliseren is er tezelfdertijd een opmars van de liefdevol gemaakte, kleine supermooi vormgegeven boekjes in geringe oplagen. Neem dit boek, Zomerregen van Yves Bonnefoy, zeven gedichten van de grand old man van de Franse poëzie in een gewetensvolle vertaling van Kiki Coumans. Als lezen ook een tactiele ervaring is – en dat is het – dan is de eerste stap naar waardering van dit werk al gemaakt als je het boek in handen hebt. Het voelt eenvoudigweg goed, en het is hier te bestellen.
Dit is ook zoiets: Hof van Jan, een drukkerij in Haarlem werkt aan behoud van typografisch erfgoed. Dat betekent in concreto dat ze een prachtverzameling oude drukapparatuur heeft opgetast in een ruimte aldaar, maar ook dat er een gestaag groeiend fonds van kleine mooi gedrukte werken van boeiende schrijvers is. Adriaan van Dis werkt op dit moment aan een groot boek over zijn bijna honderdjarige moeder. Een eerste aanzet van dat boek is het verhaal Jammer, dat een dramatische gebeurtenis vertelt in het toenmalige Nederlands Indië. Beeldend kunstenaar Ronald Ruseler droeg een fraaie collage bij aan het boekje: ieder exemplaar is uniek. Jammer werd gezet uit de Spectrum en in 150 exemplaren gedrukt onder de Korenmaat. – Meer alhier.
De website van De Geus schrijft dat dit gepassioneerde essay van Antonio Muñoz Molina ‘concrete voorstellen doet om uit de huidige economische crisis te komen, waardoor je direct je handen uit de mouwen zou willen steken. Deze vertelling in de loepzuivere stijl van George Orwell en Virginia Wolf is een lucide analyse en een warm pleidooi voor kennis, de enige weg die naar ware verandering kan leiden’. Dat ze bij De Geus niet weten hoe je de naam van Virginia Woolf schrijft neemt niet weg dat deze omschrijving de interesse gewekt heeft. ‘Virginia Wolf’ is geloof ik een rockband. Maar misschien een met loepzuivere stijl.
Tineke Hillegers-Zijlmans, Frieda Kleinjan vertaalden het boek.
In de Oogst van de Week deze keer geen romans maar werkelijkheid. Kernwoorden zijn: aangrijpend en ontroerend (Salomé), ontroerend en poëtisch (Hoe mooi alles), en poëtisch en muzikaal (Misschien wordt ’t morgen beter). Het zijn alle drie boeken die nieuwsgierig maken.
Er rest alleen nog een foto van de kleine Salomé Bernstein die in 1943 in Auschwitz is vermoord. Haar grootmoeder nam haar bij de hand op het moment dat de Duitsers gingen keuren. Zo bezegelde ze hun lot. En redde ze het leven van de andere familieleden die daarna nooit meer over het kleine meisje spraken.
Salomé. Zo heet ook het boek dat de auteur Colombe Schneck eigenlijk niet wilde schrijven. Maar dat ze toch schreef. Omdat ze voelde dat dat ze het moest schrijven. Ze deed er 10 jaar over om de moed daarvoor te vinden.
Salomé is ook de naam die Colombe Schneck haar dochter gaf. De kleine Salomé Bernstein was het nichtje van haar moeder. Maar pas nadat haar moeder overleden was, realiseerde Schneck zich dat ze de geschiedenis van haar familie zou moeten uitzoeken om te weten naar wie ze haar dochter had vernoemd. Salomé is het verslag van haar zoektocht. Tijdens haar reizen naar Amerika, Israël en Litouwen en de gesprekken met de vrouwen uit haar familie vallen de puzzelstukjes in elkaar. Ze ontdekt het onvoorstelbare offer waar haar familie altijd over heeft gezwegen.
Schneck beschrijft de geschiedenis nuchter en direct, maar wisselt die af met persoonlijke passages. Bijvoorbeeld als ze het heeft over het enige fotootje van Salomé, samen met haar ouders in Litouwen: ‘Toevallig heb ik een kopie van deze foto teruggevonden op de website van Yad Vashem. Een afdruk daarvan heb ik in mijn kamer op de schoorsteenmantel gezet. Ik kijk naar Salomé en haar ouders en ik smeek hen: “Ga weg, ga weg uit Litouwen, dat vervloekte land.” Ze horen me niet.
Salomé. De zoektocht naar een verdwenen kind, door Colombe Schneck, vertaald door Marijke Arijs, Uitgeverij Cossee, € 14,90
Ook het leven van de Joodse Leo Vroman, een van de grootste Nederlandstalige dichters, is getekend door de Tweede Wereldoorlog. Vlak na de Duitse inval vluchtte Vroman naar Nederlands-Indië waar hij in het Jappenkamp terecht kwam. Hij overleefde, maar keerde nooit meer voorgoed terug naar Nederland. ‘Liever heimwee naar Nederland’ heeft hij ooit gezegd.
‘Vrede’
‘kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen / en herhaal ze honderd malen / alle malen zal ik wenen’ (Leo Vroman)
Pas twee jaar na de oorlog ziet hij zijn verloofde Tineke Sanders weer. Hij vestigt zich met haar in de Verenigde Staten. Een liefde die altijd is blijven bestaan en die nu beschreven is in het boek Hoe mooi alles van Mirjam van Hengel. Leo en Tineke hebben zelf meegewerkt aan dit boek. Vroman heeft het manuscript nog gelezen, het verschijnen ervan heeft hij echter niet meer meegemaakt. Hij overleed op 98-jarige leeftijd op 22 februari 2014. Vandaag op 10 april 2014, zijn verjaardag, verschijnt het.
Hoe mooi alles. Leo en Tineke Vroman; Een liefde in oorlogstijd, Uitgeverij Querido, Mirjam van Hengel, 328 pagina’s, € 19,99.
Grote kans dat u binnenkort ‘De nozem en de non’op de radio hoort. Aanleiding is dan ongetwijfeld de biografie over Cornelis Vreeswijk die onlangs bij Nijgh & Van Ditmar is verschenen met de titel Misschien wordt ‘t morgen beter.
Journalist en auteur Rutger Vahl kende van huis uit de muziek van Vreeswijk, maar raakte pas echt in de muzikant geïnteresseerd toen hij in 1997 in Stockholm een ‘Cornelisdag’ bezocht. Cornelis Vreeswijk woonde sinds 1950 in Zweden en was daar een grootheid (zijn begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden). Vahl, die speciaal voor het oeuvre van Vreeswijk Zweeds leerde, in het AD: ‘Zijn poëtische universum bleek vele malen groter en origineler dat ik had gedacht. Wat ik te lezen kreeg, stond ver af van ‘De nozem en de non’ en ‘Veronica’.
In Misschien wordt ’t morgen beter laat Rutger Vahl zien dat Cornelis Vreeswijk (1937-1987) nooit los van Nederland is gekomen. In 1972 keerde hij terug om een poging te doen ook zijn geboorteland te veroveren.
Cornelis Vreeswijk liet zich inspireren door literatuur en muziek, zijn twee grote liefdes. Deze biografie voert langs alle pieken en dalen van zijn artiestenleven, maar brengt ons ook bij Ernest Hemingway en Walt Whitman, Amerikaanse bluesgiganten, The Beatles, Georges Brassens en de Braziliaanse meestergitarist Baden Powell de Aquino.
Misschien wordt ‘t morgen beter. Cornelis Vreeswijk; De blues tussen Stockholm en IJmuiden, Rutger Vahl, Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 320 pagina’s, € 29,99
‘We hebben een zoon. Hij heet Milo en hij is gisteren om 18.35 uur geboren. Lag met zijn voeten al naar buiten en dwars bovendien, er was geen houden aan, het kwam uit het niets en dat heb ik wel honderd keer in mijn hoofd gezegd.’ Zo begint het nieuwe boek van Jowi Schmitz. Te vroeg geboren. Dagboek over mijn zoon. Hoe eenvoudig ook, dit is een begin waarna je door wilt lezen. Het is een klein boek over een groot onderwerp, zorg om een kind dat veel te vroeg geboren is. Dicht op de huid lijkt het, en aangrijpend. Uitgeverij Cossee.
Dan dit. ‘Overtuigend debuut’ schreef onze recensent Olivier Rieter over het eerste boek van Valeria Luiselli van uitgeverij Karaat. Nu is er een nieuw boek De gewichtlozen. We moeten hier eerst maar eens constateren dat de jonge uitgeverij Karaat een naam aan het worden is, met gestaag doorgaand mooie titels die goed ontvangen worden. Een kleine kwaliteitsuitgever die bewijst dat daar nog heus ruimte voor is in het Nederlands boekenbestel.
Dat geldt ook voor Uitgeverij Schokland, nu in de winkel de nieuwe uitgave in de Schokland Kritische Klassiekenreeks, J. Rentes de Carvalho met Portugal, de bloem en de sikkel, een politiek relaas zoals alle titels in deze reeks, en in dit geval in 1975 verschenen en pas dit jaar ook in het Portugees beschikbaar. Het boek is eerder in het Nederlands verschenen, maar nu mooi gebonden met stofomslag en leeslint. Rentes de Carvalho is de Portugese schrijver die al decennia in Nederland verblijft. Hij schreef een jaar na de Anjerrevolutie een heldere beschouwing die de machtswisseling in 1974 meteen in perspectief plaatst. Portugal was van een fascistische dictatuur af, onder Salazar, maar wat bracht de toekomst? De vertaling is van de grote August Willemsen. ‘Toen ik, omstreeks 1935, de school betrad, wachtte het Salazarisme me op met een wereldomvattende visie van de grootte van mijn land. Als men namelijk de totale oppervlakte van de koloniën over de kaart van Europa legde, werd Portugal een vlek die zich uitstrekte van de Atlantische oceaan tot voorbij Moskou. En wanneer de juffrouw, met haar onaanvechtbare autoriteit verklaarde: ‘ons land heeft alles,’ of ‘Salazar is het grote Licht’, dan voelden wij, pril van jaren en maar al te gauw onder de indruk een voldoening als van rijke beschermde mensen.
Een greep uit de binnengekomen boeken van deze week. Over Nina Simone is al veel geschreven. Gilles Leroy waagde zich aan een roman over dat deel van haar leven waar haar platenbazen niet zo gelukkig mee waren: namelijke haar politiek engagement. Leroy beschrijft Simones weg naar de top als een kronkelende weg vol teleurstellingen, alcohol, eenzaamheid en desillusies.Nadat ze uit protest tegen de Vietnamoorlog geen belasting meer betaalde en de VS ontvluchtte, leefde ze in Afrika, Zwitserland en van 1988 tot 1992 in Nederland. Haar leven wordt steeds chaotischer, het wordt bijna onmogelijk nog op te treden. Een Nederlandse vriend hielp haar de weg terug te vinden naar een stabieler leven. En in de jaren negentig veroverde Nina Simone een nieuw publiek en gaf de concerten die legendarisch zouden worden. Uitgegeven bij Cossee.
Johannes Anyuru (1979) is een in Zweden geboren dichter, (moeder Zweeds, vader Oegandees). Een storm kwam uit het paradijs is zijn debuutroman. Het gaat over zijn vader, P genaamd, die als piloot in opleiding naar Athene gaat. Als in 1971 Idi Amin de macht grijpt in Oeganda, roept hij alle piloten naar het land terug. P negeert dit bevel en deserteert. Het verhaal volgt zijn beproevingen als vluchteling, als zwerver en als gevangene. Ondertussen blijft P dromen van een leven als piloot, maar of hij ooit nog zal vliegen, is de vraag. Uitgegeven bij World Editions, een spin off (2013) van De Geus onder leiding van Eric Visser.
Per Petterson (1952) publiceert sinds 1987, maar brak pas door in 2003 met de roman Paarden stelen.Twee wegen is zijn negende roman en gaat over twee mannen (ooit vrienden) die elkaar tegenkomen op een brug nadat ze elkaar vijfendertig jaar niet meer gezien hebben. Wat volgt is een ongemakkelijk gesprek. Deze toevallige ontmoeting brengt veel herinneringen uit hun jeugd boven. Beiden groeiden op in gebroken gezinnen en putten toen kracht uit hun vriendschap. Ondanks dat ze hun eigen weg zijn gegaan, kunnen ze niet aan hun veelbewogen verleden ontsnappen. Twee wegen werd uitgegeven bij De Geus
Van de Franse schrijver en psychoanalyticus Philippe Grimbert (1948) is zijn literaire debuut Het jurkje van Paul (2001) onlangs in vertaling van Jan Versteeg verschenen. Grimbert weet de tekortkomingen in de intermenselijke relaties scherp neer te zetten. Een roman over een man die in de ban raakt van een jurkje, dit koopt maar dat verzwijgt voor zijn vrouw. Waarom weet hij zelf ook niet. Het jurkje heeft een verwoestend effect op hun relatie. Er kleeft een geheim aan dat jurkje dat langzaam ontrafeld wordt. Het jurkje van Paul werd uitgegeven bij World Editions NL.
De race voor de nieuwste beste klassieker is begonnen, waar men vroeger ergens ‘nieuw’ opplakte als een wervende sticker in felle kleuren is ‘oud’ nu in boekenland volledig in. Niet onterecht. Toen Niels Lyhne van Jens Peter Jacobsen binnen kwam, heb ik heel lang moeten denken waarvan ik die naam toch kende. Ik ben speurend op een deel van het antwoord gekomen. Deze roman uit 1880, waarin het ontwaken van de nieuwe eeuw al decennia voor zijn komst beschreven wordt is een typisch voorbeeld van: Modern lang voor zijn tijd. Rilke schrijft over het boek in het vermaarde ‘Brief aan een jonge dichter’ en het is niet onmogelijk dat hij zijn Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge zijn ontstaan naar aanleiding van dit voorbeeld. En ik heb er Nederlanders over zien schrijven: Misschien J.J. Voskuil, Hanny Michaelis, ook Ter Braak en Du Perron denk ik. Dit is dus een interessant boek. Wereldbibliotheek. Al iets lezen, klik hier. Uit het Deens vertaald door Annelies van Hees.
Dat geldt vast ook voor Jan van Mersbergen nieuwe boek. Van Mersbergen: de enige man onder de Nederlandse schrijvers, schrijft als de Cormac McCarthy van de lage landen. Mix 1 deel Clint Eastwood met twee delen Hollands Pils, en je hebt: Jan van Mersbergen. Goede stijl, aansprekende thema’s. Cossee.
En dan een echte klassieker: Wilhelm Meisters Lehrjahre van Johann Wolfgang Goethe op Die Wahlverwantschafften na na de allerbeste roman van Goethe, is vertaald door een hele goede vertaalster: Ria van Hengel. Athenaeum, Polak & Van Gennep.
Een klein oogstje deze week. Laat ik beginnen te zeggen dat Grunberg waarschijnlijk onze indrukwekkendste schrijver is. Hij paart werkkracht aan ideeënrijkdom en hij schrijft intelligent en ironisch. Dat gezegd zijnde word ik zelf mismoedig van wat we maar ‘ingenaaide ideetjes voor bij de kassa’ zullen noemen. Het tweede deeltje Voetnoten (Nijgh & Van Ditmar), is wederom een verzameling van de columpjes die hij voor de Volkskrant schrijft. Die hebben hun goede werk al gedaan. Het zijn nu theezakjes die al eens gebruikt zijn. Een beetje kleur aan het hete water kunnen ze wel geven, veel smaak niet meer. Dit is opbakken van kliekjes. En eigenlijk vind ik Grunberg te indrukwekkend om dit maar steeds weer toe te laten. Afijn.
Boeiender in deze oogst is weliswaar ook een spin off van een ander medium, maar liefdevoller uitgegeven. In het spoor van de grote ontdekkers (Atlas Contact) In een schitterend kleurenboek lezen we de weerslag van O’Hanlons zoektocht naar zijn helden, 19e eeuwse natuurvorsers die de wereld over reisden.
Het is een VPRO televisiereeks die ontstond na de vruchtbare samenwerking in het Beagle programma in het Darwinjaar. O’ Hanon houdt van Nederland, ik zie hem regelmatig over de grachten lopen en heb hem maar eens de hand geschud, hij is tenslotte mijn held! Decennia terug las ik zijn Borneo- en Amazoneboeken met rode oren en de vaste overtuiging dat ik de hele wereld moest zien. Begin maar eens met dit boek, het valt niet tegen.
Samengesteld in samenwerking met Alexander Reeuwijk die eerder een boek over Darwin en andere helden met O’Hanlon en ondermeer Tijs Goldschmidt maakte, en onder de ongetwijfeld bezieldende patronage van de bijna mythische inmiddels ex-uitgever Emile Brugman. lezen dit boek.
Meer dan duizend bladzijden telt de veelgeprezen biografie van Hitler geschreven door de Engelse historicus Ian Kershaw. Ik ben nu over de helft en hoewel ik bekend was met de grote en minder grote lijnen van de Tweede Wereldoorlog met al zijn gruwelijkheden, sla ik toch soms met verbijstering het boek tijdelijk even dicht.
Hitler
Meer dan duizend bladzijden telt de veelgeprezen biografie van Hitler geschreven door de Engelse historicus Ian Kershaw. Ik ben nu over de helft en hoewel ik bekend was met de grote en minder grote lijnen van de Tweede Wereldoorlog met al zijn gruwelijkheden, sla ik toch soms met verbijstering het boek tijdelijk even dicht
Kershaw vertelt indringend, feitelijk en met een oog voor details die er toe doen. Hij staat niet langer bij gebeurtenissen stil dan strikt noodzakelijk en klopt nergens het drama op. Aan psychologie, of wat daar voor door moet gaan, doet hij gelukkig niet. De frustraties, de woede, de haat waaruit Hitler voor een groot deel lijkt te bestaan, blijft voor een groot deel onbegrijpelijk en zal dat ook altijd blijven. Onbegrip maakt nu eenmaal onderdeel uit van verontwaardiging, afschuw en verbijstering.
Ik begon aan Kershaws biografie nadat ik de roman HhhH van Laurent Binet had gelezen die momenteel erg in de belangstelling staat. HhhH staat voor Himmlers hersenen heten Heydrich een zinnetje dat in het oorspronkelijke Duits ook vier H’s oplevert.
Reinhard(t) Heydrich (de ‘t’ wordt in de loop van zijn leven uit zijn voornaam geëlimineerd) was de gevreesde leider van de Duitse geheime politie, de SD, en vanaf 1942 ook Reichsprotektor van het protectoraat Bohemen en Moravië, zoals het bezette Tsjechië genoemd werd. Binet vertelt in korte paragrafen het levensverhaal van Heydrich die in de oorlog uitgroeide tot één van de machtigste Nazi’s. Parallel daaraan vertelt hij hoe vanuit Londen de Tsjechische regering in ballingschap een aanslag op de Reichsprotektor beraamt. Twee mannen, een Tsjech en een Slowaak worden voor deze missie getraind en in hun vaderland gedropt. Deze twee verhalen komen bij elkaar in een bloedstollende beschrijving van de aanslag die heel anders loopt dan iemand voor mogelijk had gehouden.
Binet voorziet zijn verhaal over de moordaanslag op Heydrich van allerlei commentaar. Hij probeert een roman te schrijven maar wil daarbij ten koste van alles fictie vermijden. Alles moet zo dicht mogelijk bij de feiten blijven en daar heeft hij het moeilijk mee. Fictie en werkelijkheid bijten elkaar. Binet maakt zich druk om tal van kleinigheden. Dialogen die hij eerst opschrijft verwerpt hij even later weer omdat hij niet met zekerheid kan zeggen of die woorden in werkelijkheid wel uitgesproken zijn. Hij betrekt andere romans, films en allerlei historisch materiaal bij het becommentariëren van zijn zojuist opgeschreven verhaal. Binet wil over de jaren heen springen er alsnog bij zijn. Hij wil getuige zijn van een moment in de geschiedenis dat hem al jaren bezig houdt. Verbeelding mag hem daarbij niet helpen.
Van deze worsteling tussen feit en fictie doet Binet voortdurend verslag en ondertussen vertelt hij met horten en stoten een verhaal dat uitermate spannend en onderhoudend blijkt te zijn. Door al die onderbrekingen is het een onorthodoxe manier van vertellen die vreemd genoeg werkt. Het boek verliest nergens tempo en leest als de spreekwoordelijke trein.
Kershaws verhaal over Hitler is puur feitelijke geschiedenis. Bij hem geen opmerkingen over de zoektocht naar historische feiten en de moeilijkheden van fictieve dialogen en gebaren. Maand voor maand loop je aan Kershaws schrijvende hand mee door de waanzin van Hitlers leven. De fascinatie die je ondergaat bij het lezen over Heydrich in HhhH ervaar je af en toe ook bij Kershaws Hitler. Hoe meer je te weten komt over de drijfveren van deze twee Nazi’s hoe minder je ze lijkt te begrijpen. Eigenlijk moet je rationeel begrip gewoon tijdelijk achterlaten als je dergelijke boeken leest.
Auteur: Ian Kershaw
Uitgeverij: Spectrum (2011)
HhhH
Lezende in Kershaw viel het me op hoezeer Binet zijn geschiedenis manipuleert. Zijn pogingen om bij de feiten te blijven, blijken toch wel degelijk een vorm van fictie te zijn. Niet dat hij onwaarheden vertelt, of zaken verzint. Maar hij benadrukt sommige feiten en kiest er voor anderen niet te vertellen. Natuurlijk, dat doet elke schrijver in meer of mindere mate, maar in Binets roman is het wel heel effectief. Het resultaat is namelijk een epos in de klassieke zin van het woord; een verhaal tussen goed en kwaad.
Het kwaad in HhhH is samengebald in de figuur van ‘het blonde monster’ Heydrich. Het goede wordt vertegenwoordigd door de verzetshelden die het monster moeten doden. Wat Binet met al zijn commentaar voortdurend benadrukt is dat dit een waar gebeurd verhaal is. Over het epische karakter van deze geschiedenis zwijgt hij en dat is merkwaardig omdat juist zijn verhaal een draai geeft die aan fictie doet denken. Geen enkele keer maakt hij zich zorgen of hij het goed niet teveel bewierookt en het kwaad niet teveel ontmenselijkt. Binet maakt zich wel druk om de kleur van een auto in Jonathan Littels De welwillenden maar reflecteert niet over de heldenverering van zijn verzetsmensen en de vergelijking tussen Heydrich en het monster van Frankenstein.
Nu valt er niets te overdrijven aan de gruwelijkheden van Heydrichs terreurbewind en ook aan de moed van de verzetsstrijders kun je weinig afdoen. Maar toch bekroop me tijdens het lezen van Kershaws biografie het idee dat Binet hier iets had laten liggen.
Binet en Kershaw beschrijven allebei de eerste uitbreidingen van het Derde Rijk: de Anschluß met Oostenrijk, de bezetting van Sudetenland en het binnenvallen van Tsjechië. In HhhH is Tsjechië een slachtoffer dat in de steek gelaten wordt door Frankrijk en Engeland, dat de kracht niet heeft om ook maar iets tegen de Duitsers te beginnen. Aan dat beeld kun je weinig afdoen maar het is duidelijk dat Binets sympathie bij de Tsjechen ligt. Hij benadrukt zijn liefde voor de Tsjechen herhaaldelijk in zijn persoonlijke commentaren. Zo wordt Praag de mooiste stad van de wereld genoemd en weten we dat Binet als leraar een tijdje in Tsjechië gewerkt heeft. Tsjechië wil ‘niets meer zijn dan een kleine, vredelievende natie’ en het Slowaakse Koŝice heeft de hoogste concentratie mooie meisjes ter wereld.
Kershaw vertelt een aantal details dat het zuivere beeld van Tsjechië wat doet verkleuren. Als de Duitsers Oostenrijk binnen trekken proberen de Joden de grens met Tsjecho-Slowakije over te steken. Een trein vol doodsbange joden (op de Oostenrijkse stations waren ze door Hitler-aanhangers gemolesteerd) wordt door de Tsjechen zonder pardon terug gestuurd.
Na Oostenrijk was Hitlers volgende stap om Sudetenland bij Duitsland in te lijven. Hij krijgt het uiteindelijk in 1938 van Engeland, Frankrijk en Italië cadeau, zonder dat Tsjechië, waar het onderdeel van uitmaakt, er iets over te zeggen heeft. De Engelse premier Chamberlain maakt zich na deze historische blunder aan Hitler onsterfelijk belachelijk door zijn Peace-in-our time-toespraak. Binets verontwaardiging over deze affaire kun je dan ook gemakkelijk navoelen.
Maar opnieuw merkt Kershaw iets op dat je aan het denken zet. De Joden proberen nu massaal Sudetenland te ontvluchten en de Tsjechische grens over te steken en ook zij worden door de Tsjechen tegen gehouden. Waren ze tot voor kort nog gewoon burgers van Tsjechië, na de overdracht van Sudetenland aan Duitsland zijn ze daar niet meer welkom.
Dat was voor mij aanleiding eens op het internet te zoeken om te kijken hoe het nu precies ook al weer zat met Sudetenland vlak na de oorlog. Ik vond een artikel dat nauwkeurig de de uitzetting van de Duitse bevolking door de Tsjechen beschrijft. Daarin is te lezen hoe naar aanleiding van de terreurdaden van Heydrich het Tsjechische verzet ook ernstig radicaliseerde. Vanaf 1941 begon de Tsjechische regering in ballingschap plannen te maken om na de bezetting alle Duitsers het land uit te gooien. De Britten en Amerikanen verzetten zich eerst tegen dat idee maar gaven na druk van Stalin in 1943 toe. Aan het eind van de oorlog verkondigde de Tsjecho-Slowaakse regering dat alle Duitsers in principe verantwoordelijk worden gehouden voor alle begane oorlogsmisdaden door de bezetter. Uitzonderingen werden alleen gemaakt voor Duitse Tsjechen die zich hadden verzet tegen de Nazi’s.
Bedenker van die maatregelen was de Tsjecho-Slowaakse president in ballingschap Edvard Beneŝ. Het waren de naar hem genoemde Beneŝ-decreten die de wettelijke basis vormden voor een gruwelijke, etnische zuivering die in mei 1945 werkelijkheid werd. Ongeveer drie miljoen Duitsers en Hongarije waren het slachtoffer. Duizenden, waaronder jongens en meisjes vanaf 14 jaar, kwamen in werkkampen terecht. Meer dan drie miljoen Duitsers werden zonder pardon de hernieuwde Tsjecho-Slowaakse republiek uitgezet. Pas in 1990 bood de Tsjechische Václav Havel excuses aan voor de begane gruweldaden.
In HhhH is Beneŝ de grote man achter de aanslag op Heydrich, een eenzame strijder die machteloos toe ziet hoe zijn volk geterroriseerd wordt. De nietsontziende wraak van de Tsjechen is buiten het verhaal gehouden en het zou ook het epische karakter van de roman verstoren. Wat smetteloos wit is in HhhH blijkt in werkelijkheid minstens een grijs randje te hebben.
Had Binet dan al deze gebeurtenissen moeten noemen? Misschien wel, misschien niet. Ik ben er nog niet uit. Natuurlijk heeft Binet zich beperkt tot een verhaal dat hem fascineerde en daarbij hoort nu eenmaal het weglaten van tal van feiten. Maar juist omdat hij zich ook zo druk maakt om de relatie tussen fictie en werkelijkheid doen deze verzwegen feiten er wel degelijk toe. Is het kwaad dat door het goede wordt verslagen een werkelijke geschiedenis of is het toch een vorm van fictie? Is de feitelijke geschiedenis zelf niet veel grijzer dan wij hem graag zouden willen zien? Is het vertellen van een geschiedenis niet het vertellen van een verhaal en kunnen we dat niet zonder verbeelding doen?
Hoewel ik ademloos zijn roman heb uitgelezen, nu ik Kershaw lees en mij dieper in de geschiedenis ingraaf, raak ik er van overtuigd dat Binet aan de oppervlakte is blijven hangen en iets wezenlijks heeft gemist. Ik neig ernaar te zeggen dat de roman is mislukt, maar vol overtuiging durf ik dat nog niet te zeggen.
Die andere grote Franse roman over de Tweede Wereld Oorlog, De Welwillenden (2006) van Jonathan Littell is van een geheel andere orde dan HhhH. De twee zijn vaak vergeleken en Binet maakt in HhhH ook kritische opmerkingen over Littels roman, die uitkwam toen hij ermee bezig was. Ook van Littels roman kun je beweren dat deze is mislukt, maar dan wel op een grandioze manier. Littell probeert de verschrikking te beschrijven vanuit het perspectief van een fictieve dader. Hij laat de lezer door de ogen van een dader kijken en probeert zijn vinger achter het onbegrijpelijke kwaad te krijgen. Bij Binet is het kwaad een echt bestaand monster dat door een waar gebeurde aanslag aan zijn einde komt. Littell probeert met allerlei kunstgrepen het enorme kwaad menselijk te maken, Binet probeert het niet eens.
Littels poging is blij vlagen ongemakkelijk, vreemd, onbegrijpelijk en onbehaaglijk. Het is een roman die geprezen en vervloekt is, waar mensen bewonderend naar opkijken en woedend over hebben geschreven. Dat alles kun je van HhhH niet zeggen. Het is geprezen en bewierookt en voelt naar mijn weten bij niemand ongemakkelijk. Desondanks lees ik liever nog een keer een mislukte Littell dan een spannende Binet. Maar eerst verder met een tot dusver erg goed gelukte biografie van Kershaw.