• Oogst week 20 – 2022

    De doden houden we bij ons – Een moord op Harvard en een halve eeuw stilzwijgen

    Aan de prestigieuze en conventionele Harvard Universiteit studeert in 1969 Jane Britton, een jonge vrouw die geheel volgens de dan heersende cultuuromslag een ongebonden leven leidt. Aan de universiteit wordt ze met haar studie archeologie nauwelijks serieus genomen – net zo min als andere vrouwelijke studenten. Op een dag wordt ze vermoord aangetroffen.

    De omstandigheden zijn duister, onderzoek faalt en een dader wordt nooit aangehouden. Maar de geruchten en roddels zijn veertig jaar later nog niet verdwenen. Jane zou vermoord zijn door haar hoogleraar antropologie, tevens haar minnaar, tijdens een mysterieus ritueel.

    Als Becky Cooper aan Harvard gaat studeren raakt ze geïntrigeerd door het verhaal. De hoogleraar loopt vrij rond. Na haar studie werkt Cooper onder meer als redacteur bij The New Yorker. Ze houdt zich ook bezig met onderzoeksjournalistiek en omdat de dood van Jane Britton haar niet loslaat keert ze terug naar Harvard om de onopgeloste moord te onderzoeken.

    Tien jaar lang speurt ze naar wat er is gebeurd en legt haar bevindingen vast in De doden houden we bij ons. Het resultaat is een verbijsterende inkijk in de al eeuwenlang vastliggende machtsverhoudingen binnen een elite-instituut. Jane Britton leren we kennen als een vrouw die droomde van gelijkwaardig functioneren in een mannenbolwerk.

     

    De doden houden we bij ons - Een moord op Harvard en een halve eeuw stilzwijgen
    Auteur: Becky Cooper
    Uitgeverij: De Geus

    De jacht op het snoekje

    De Finse journalist Juhani Karila (1985) won met zijn debuutroman De jacht op het snoekje meteen twee prijzen en was voor een derde genomineerd. Het boek kwam in 2019 in Finland uit en is inmiddels in dertien andere landen verschenen, waaronder nu Nederland.

    De jacht op het snoekje is een noodlottig liefdesverhaal gecombineerd met magische natuur en een zonderling avontuur. In het oosten van Lapland, waar haar geboortehuis zich bevindt, gaat Elina Ylijaako in drie dagen tijd proberen om volgens de jaarlijkse traditie een snoek te vangen. ‘Een ongelukkige opeenvolging van gebeurtenissen had ertoe geleid dat Elina de snoek ieder jaar vóór 18 juni uit het ven moest halen. Haar leven hing ervan af.’
    Uit het meertje waarin de snoek verblijft, verrijst een watergeest die van wat een eenvoudige opdracht leek een ijzingwekkend avontuur maakt. Elina raakt betrokken bij een magische wereld en mysterieuze wezens die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zelf wordt Elina gezocht voor moord. Een vloek uit haar verleden moet worden verbroken om haar te redden van een strijd op leven en dood.

    Finse en buitenlandse recensenten reppen van grote fantasie en humor, van originaliteit en virtuositeit, van een verbluffend detectiveverhaal.
    Voor De jacht op het snoekje publiceerde Juhani Karila twee verhalenbundels.

    De jacht op het snoekje
    Auteur: Juhani Karila
    Uitgeverij: Koppernik

    Hebben en zijn

    Malodot is dood. Maar toch niet helemaal. Na een auto-ongeluk waarbij hij overlijdt verhuist hij niet meteen naar het land der doden. In Hebben en zijn van Dimitri Verhulst blijkt hij te zijn beland in een ontwenningskliniek om af te kicken van het leven. Pas als dat is gelukt zal Malodot volledig dood zijn.

    Hij deelt een kamer met drie andere bijna-dode mannen. De ene heeft een lamme linkerarm en ‘een tong die ietwat lusteloos uit zijn mond hangt, als wasgoed uit het raam om te drogen.’ De volgende heeft brandwonden, de meeste in zijn gezicht en meldt: ‘Terpentine op de barbecue is nooit een goed idee.’ En de derde heeft een oog dat met een 9 mm Luger is doorboord door een echtgenoot van wie hij de vrouw op de wasmachine nam. En hoe is Malodot aan zijn eind gekomen, willen ze weten. ‘Daar moet hij nog even over nadenken, eigenlijk, hetgeen normaal schijnt te zijn, iedereen heeft in het begin last van een beetje geheugenverlies.’ Er zijn groepstherapieën en individuele gesprekken met een counselor, allemaal bedoeld om van de verslaving aan het leven af te komen. Als de overledenen dat niet voor elkaar krijgen, moeten ze hun totale leven overdoen, op precies dezelfde wijze.

    Dimitri Verhulst biedt een onvervalste, filosofische blik op de eindigheid, op leven en dood. Hij liet zich voor dit boek inspireren door het Franse existentialisme. Hebben en zijn doet dan ook denken aan Met gesloten deuren – ‘De hel, dat zijn de anderen’ – van Jean Paul Sartre. Daarin discussiëren drie overleden personages in een kamer voortdurend met elkaar om te proberen aan hun situatie te ontsnappen.

    Hebben en zijn
    Auteur: Dimitri Verhulst
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 19 – 2022

    Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein

    Al in 1995 kreeg historicus Hans Goedkoop, bij een groter publiek misschien het meest bekend van het TV-programma Andere Tijden, de opdracht de bibliografie te schrijven van Renate Rubinstein. Zij zal bij velen het bekendst zijn door de columns die ze jarenlang schreef voor Vrij Nederland. Toen ze in 1990 stierf kreeg de wereld uit een nagelaten manuscript te horen dat ze een geheime relatie had gehad met Simon Carmiggelt. Het was niet de enige ervaring uit haar leven die ze verzwegen had. Vooral over haar oorlogservaringen als kind liet ze weinig los. Over die vroegste jaren van Rubinstein gaat het pas verschenen Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein. Het boekje telt amper 160 pagina’s maar is meer dan een opwarmertje voor de komende biografie.
    Het boekje opent met een voorval uit 1979 toen de schrijfster bijna vijftig was. Een astrologe concludeerde op grond van de horoscoop van Rubinstein dat ze wel iemand moest zijn die alleen maar schrijfster kon worden, niet van boeken, maar van korte stukjes. Het verbaasde Rubinstein, die altijd zo sceptisch stond tegenover astrologie, hoezeer dat klopte. Tot bleek dat de sterrenwichelaar zich had vergist.
    ‘Zij was door bedrog omringd’, schrijft Hans Goedkoop verderop in het boek.

    Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein
    Auteur: Hans Goedkoop
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Identitti

    In Identitti, de debuutroman van de Duitse Mithu Sanyal, die als journaliste vaak schrijft over thema’s al vrouwenemancipatie, postkolonialisme, racisme en identiteit, zijn de protagonisten professor Dr. Sarawati en haar studente Nivedita. Deze studente ontdekt dat de door haar bewonderde Sarawati zich als Indiase voordoet maar in werkelijkheid een Duitse witte vrouw is die haar huid heeft laten kleuren. Het wordt een schandaal.
    Nivedita heeft een blog met de naam Identitti waarin ze echter niet klakkeloos met de schandaalroepers meegaat. Voor haar werpt de kwestie vragen op over haar persoonlijke conflict tussen bewondering en het gevoel bedrogen te zijn. En, nog fundamenteler, gaat ze zich vragen stellen over wat eigenlijk iemands identiteit bepaalt. Zowel de fictieve Nivedita als de auteur Mithu Sanyal hebben zelf Indiaas bloed in de aderen.

    Identitti
    Auteur: Mithu Sanyal
    Uitgeverij: Cossee

    Borsten en eitjes

    Time nam het boek op in de Top 10 van beste boeken uit 2020: Borsten en eitjes van de Japanse Mieko Kawakami.
    Nu is er een Nederlandse vertaling. De titel heeft alles te maken met de drie belangrijkste vrouwen in het boek.  Allereerst schrijfster Natsu die in het land, Japan, waar ivf is verboden, een kind wil maar geen partner. Verder haar zus Makiko die haar borsten wil laten vergroten en Makiko’s dochter die worstelt met haar puberlichaam.
    De roman beweegt zich rond vragen over vrouwelijkheid, schrijverschap, moederschap en familierelaties. Natsu:  ‘Het is nu 2008. Als je me zou vragen of ik me nu, op mijn dertigste, bevind waar ik mezelf zag in het vage toekomstbeeld dat ik op mijn twintigste van mezelf had, dan zou ik daar volmondig nee op antwoorden (…)In mijn leven, dat lijkt op een kast in een oude boekhandel waar nog altijd de boeken staan die in mijn ouders’ generatie zijn geleverd, is mijn lichaam dat in tien jaar tijd compleet afgepeigerd is, het enige wat veranderd is’.

    Borsten en eitjes
    Auteur: Mieko Kawakami
    Uitgeverij: Podium
  • Oogst week 18 – 2022

    K.L. Reich

    Niets ten nadele van de ontwerper van het omslag, maar het wekt afkeer op. Dat komt omdat er gebruik is gemaakt van het beeldmerk dat op tal van zaken stond die afkomstig waren uit het nazikamp Mauthausen. De letters K.L. Reich staan voor Konzentrationslager Reich. Voor de auteur van K.L. Reich, de Catalaanse schrijver Joaquim Amat-Piniella (1913 – 1974) was het een afbeelding die hij dagelijks zag tijdens zijn gevangenschap in Mauthausen.

    In deze semi-autobiografische roman verhaalt Joaquim Amat-Piniella over zijn ervaringen als gevangene in bijna vijf jaar naziconcentratiekampen. Hij doet dat aan de hand van diverse personages, van wie een aantal gebaseerd is op zijn vrienden.

    Het alter ego van de schrijver overleeft door pornografische tekeningen te maken voor de SS. Door zijn ogen zien we hoe de kampen werken: het corrupte netwerk van de kapo’s, de statusverschillen onder de gevangenen, het uitroeiingssysteem van de nazi’s, de systematische ondervoeding.
    Ondanks deze mensonterende omstandigheden proberen de Spanjaarden in kamp Mauthausen zich te organiseren in een verzetsbeweging die als voornaamste doel heeft de gruwelen van het concentratiekamp te overleven en zich te wapenen tegen de ‘kampgeest’, het morele nulpunt van het naziconcentratiekampsysteem waarnaar de gevangenen voortdurend dreigen af te zakken.

    Voordat hij in juni 1940 door de Duitsers in Frankrijk gevangengenomen werd en naar Mauthausen werd gedeporteerd studeerde Joaquim Amat-Piniella rechten. Die studie brak hij bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog af om in dienst te treden van het leger van de Republiek. Hij vocht aan diverse fronten en stak aan het einde van de burgeroorlog met een heleboel andere Spanjaarden de Franse grens over. Met zijn arrestatie tot gevolg.

     

    K.L. Reich
    Auteur: Joaquim Amat-Piniella
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman

    Honger

    Deze maand verscheen bij uitgeverij Oevers een nieuwe vertaling van de Noorse klassieker Honger van Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Honger staat op de lijst van de honderd belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur. Dat is een lijst die in 2002 werd samengesteld op initiatief van de gezamenlijke Noorse boekenclubs op basis van de inzendingen van honderd schrijvers uit 54 landen. Het is overigens een wat gedateerde lijst, de meest recente boeken op die lijst komen uit 1995 (De stad der blinden van José Saramago) en 1985 (Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez).

    In deze autobiografische roman schrijft Hamsun over de bittere armoede, honger en wanhoop van een jonge schrijver die vanaf 1880 een aantal jaar in Kristiania (Oslo) woonde.
    Het is niet alleen de honger die de hoofdpersoon kwelt, maar ook de mentale pijn die hij ervaart bij zijn gevecht om een plaats in de maatschappij en in de liefde. Hamsun verwerkt in Honger zijn eigen ervaringen uit een aantal zeer koude winters.

    Honger verscheen in 1890. In Nederland verscheen het voor het eerst in 1905 in een vertaling door Jeanette Gorter-Keyser, daarna in 1976 in een vertaling door Cora Polet. Nu, in 2022 is een vertaling verschenen door Adriaan van der Hoeven en Edith Koenders.

    Honger
    Auteur: Knut Hamsun
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    Wit op wit

    Op de website van uitgeverij Kievenaar is te lezen dat ze boeken uitgeven ‘van vreemde vogels van onvaste bodem, van dames- en herenschrijvers die eigen werelden hebben geschapen omdat die juist iets draaglijker zijn dan de al bestaande.’
    Dat belooft wat!

    Een van hun titels is het onlangs verschenen Wit op wit van de Turkse schrijfster Ayşegül Savaş. In 2020 verscheen van deze auteur Lopen op het plafond waarin een bijzondere vriendschap ontstaat tussen een jonge Turkse vrouw en een wat oudere Britse schrijver. Beiden zijn openhartig in de talrijke persoonlijke gesprekken die ze hebben.

    Ook in Wit op wit krijgen we een beeld van de hoofdpersonen door de gesprekken die zij samen voeren. Een jonge studente gaat in de grote stad wonen om er onderzoek te doen. Ze huurt een appartement bij Agnes die kunstschilder is en er vaak niet zou zijn. Dat pakt anders uit. Agnes is er heel vaak en beiden hebben uitvoerige gesprekken. Over haar achtergrond, haar familie, haar huwelijk en haar kunst. Het begint erop te lijken dat Agnes kwetsbaarder is dan ze zich voordoet en het wordt duidelijk dat stabiliteit in een leven heel betrekkelijk en teer is.

    Van is Ayşegül Savaş is eerder werk verschenen in The New Yorker, The Paris Review, Granta, The Guardian, The Dublin Review. Ze woont en werkt in Parijs. Momenteel werkt ze aan een bundel essays’s.

    Wit op wit
    Auteur: Ayşegül Savaş
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar
  • Oogst week 17 – 2022

    Antonia's dochter

    Een van Italiës jonge talenten luistert naar de naam Giulia Caminito. De vierendertigjarige Romeinse studeerde politieke filosofie in haar geboorteplaats en schrijft voor het tijdschrift l’Espresso. Bovendien publiceerde ze al drie gelauwerde romans. In 2016 vormde La Grande A haar literaire debuut dat kolonialisme behandelde én haar meteen drie prijzen opleverde: de Premio Bagutta, Premio Berto en de Brancati Giovani. Met Un giorno verrà won Caminito de Premio Fiesole Under 40 in 2019. Vorig jaar verscheen haar nieuwste boek: L’acqua del lago non è mai dolce, in het Nederlands vertaald door Hilda Schraa tot Antonia’s dochter. Hiermee won Caminito in 2021 de Premio Campiello, de meest prestigieuze prijs van Italië.

    In Antonia’s dochter volgen we Gaia, een meisje dat aan de arme kant van de Tevere (Tiber) geboren is. Daarom moet zij voor haar familie naar een goede school om een baanzekere studie in Rome af te dwingen. Haar afkomst speelt haar parten. Helaas werkt haar uiterlijk niet mee: ze wordt op school gepest om haar flaporen, rode haar en armetierige kleding. Ondanks haar afkomst is zij geen onmachtig naturalistisch vrouwspersoon. Gaia neemt met haar lef het heft in handen. Pesters én players pakt ze keihard terug. Eigengereid als ze is, kiest Gaia voor de studie Filosofie. En ze helpt een goede vriendin op geheel eigen wijze van een pier af springen.

     

    Antonia's dochter
    Auteur: Giulia Caminito
    Uitgeverij: Cossee

    Koloniekind – Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen

    Groot-Brittannië ging vroeger apart om met zijn gevangenen. Het rijk stuurde massa’s gedetineerden naar een immense strafkolonie onder de Evenaar: Australië, tot 1931 een kolonie van The British Empire. Hoe zit dat met Nederland? Het Drentse Veenhuizen fungeerde als gevangenisdorp, waar de lokale bevolking samenleefde met criminelen. Tot 1981 konden onbevoegden er absoluut niet komen. In Koloniekind – Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen beschrijft Mariët Meester haar jeugd in het dorp. Als dochter van ‘meester Meester’ (what’s in a name?) herinnert ze zich allerlei details die haar leven beïnvloeden. In een interview voor het Dagblad van het Noorden zegt ze: ‘Ik zal nooit vallen op een keurig nette man.’

    Mariët Meester heeft zowel stapels fictionele als non-fictionele werken geschreven en publiceert essays voor het NRC. Koloniekind vertroebelt de tegenstelling fictie/non-fictie. Geheugen kan immers vers zijn, maar is tegelijk onbetrouwbaar, waardoor het de realiteit niet zozeer exact weergeeft, als wel navertelt. Dat is veelschrijver Meester wel toevertrouwd. Niet ten onrechte noemde Ingrid van der Graaf haar onlangs in een interview ‘Een kunstenaar die steeds weer een ander boek maakt’. Het justitiedorp heeft een menselijk karakter, getuige bijvoorbeeld het gegeven dat de inwoners naast de veroordeelden in de kerkbanken zitten. Onbekend maakt onbemind, luidt het gezegde. Gelukkig kent Meester vele soorten mensen.

     

    Koloniekind - Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen
    Auteur: Mariët Meester
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Amstel 278 – Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd

    Tom Rooduijn is voornamelijk bekend als journalist en programmamaker. Voor VPRO Radio maakte hij de documentaire Het schimmenspel over Géza Weisz (niet de acteur, maar een Berlijnse komiek). In mei 1940 duikt deze joodse man met zijn familie onder bij de Zwitserse arts Fritz Rimathé, die aan de Amstel 278 woont. Hij blijkt nog veel meer egodocumenten te hebben nagelaten. Onder meer van Rimathés memoires, aantekeningen en andere schriftelijke overblijfsels maakt Rooduijn een kroniek van vijf jaar: Amstel 278 – Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd. En noodlottig is zij zeker; zoals in zo veel oorlogsverhalen vormt verraad een belangrijk motief.

    Hoewel Fritz Rimathé niet alleen zijn huis openstelde voor Weisz’ gezin, maar ook voor anderen, kreeg hij nooit een Yad-Vashemonderscheiding. Zijn familie verklaart namelijk dat hij slechts deed wat hij moest doen. De integriteit van Weisz en Rimathé greep Rooduijn aan. Hierover zegt hij voor Athenaeum Boekhandel: ”Ze zagen hoe een verdraagzame stad voor de Joodse minderheid langzamerhand veranderde in een dodelijke hinderlaag, terwijl een meerderheid onverschillig, angstig of verontwaardigd toekeek.” Volgende week is het 4 mei. Het credo ‘Opdat wij nooit vergeten’ is haalbaar door verrichtingen als deze, van Tom Rooduijn.

    Amstel 278 - Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd
    Auteur: Tom Rooduijn
    Uitgeverij: Thomas Rap
  • Oogst week 16 – 2022

    Een Hollandse jongen aan de Ebro

    In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) vochten vrijwilligers uit vele landen mee tegen generaal Franco. Een van hen was de 22-jarige Nederlandse metselaar Evert Ruivenkamp, die samen met ongeveer 650 andere Nederlanders naar Spanje vertrok om Franco’s fascisme te bestrijden. Wellicht als enige hield Ruivenkamp een dagboek bij. Uitgeverij Jurgen Maas heeft dit nu uitgegeven met als titel Een Hollandse jongen aan de Ebro.

    Evert, nooit eerder in het buiteland geweest, laaft zich aan het onbekende en heeft oog voor de leuke Spaanse meisjes. Hij voelt zich als op avontuur, zoals in zijn verslagen te lezen is. Die zijn aanvankelijk vrolijk, maar zijn toon verandert als hij de oorlog aan den lijve gaat ondervinden. Hij wordt ingezet aan het front, maakt kennis met de heersende ellende en ziet zijn kameraden sneuvelen. Voor zijn moed en plichtsbesef wordt hij in 1938 toegelaten als lid van de Spaanse Communistische Partij. Uiteindelijk keert hij terug naar Nederland waar hij bij het verzet gaat als Duitsland Nederland binnenvalt. In 1943 wordt hij opgepakt en gefusilleerd.
    Zijn dagboek doorstond de oorlogen op een of andere manier. Een paar jaar geleden werd het teruggevonden in het nachtkastje van zijn dan net overleden oudste zus.

    Yvonne Scholten, eindredacteur van de website Spanjestrijders.nl, schreef een inleiding en nawoord bij Een Hollandse jongen aan de Ebro. De website bevat namen en biografieën van de spanjestrijders en over twee van hen publiceerde Scholten een boek.

    Een Hollandse jongen aan de Ebro
    Auteur: Evert Ruivenkamp
    Uitgeverij: Jurgen Maas 2022

    Aarde eten

    De Argentijnse schrijfster Dolores Reyes (1978) studeerde literatuurwetenschappen en is leraar en feministisch activist, of activistisch feminist. Ze heeft zeven kinderen.

    Aarde eten uit 2019 is haar eerste roman, iets wat recensenten en lezers nauwelijks kunnen geloven omdat het als zo’n volmaakt en beheerst boek wordt gezien. ‘Voor de slachtoffers van femicide, voor hun nabestaanden’ staat er voor in het boek. In Argentinië vinden jaarlijks zo’n driehonderd moorden op vrouwen plaats, om het simpele feit dat ze vrouw zijn.

    De jonge dochter van de vrouw die op de eerste pagina’s van het boek begraven wordt, ontdekt dat ze door het eten van aarde visioenen krijgt van vermoorde en vermiste mensen.
    ‘Ze laten je hier achter, mama, ook al wil ik het niet. Ook al laten mijn handen niet los, jij blijft hier. Ik geloof dat ik weinig kan doen, behalve aarde eten van deze plek, zodat ze niet meer vijandig is, de onbekende aarde van dit kerkhof waar we nooit hebben gelopen, mama of ik. […] Ik doe mijn ogen dicht om met mijn handen op de aarde te steunen die jou nu toedekt, mama, en het wordt nacht in mijn hoofd. Ik knijp mijn vuisten dicht, schep haar op en breng haar naar mijn mond. De kracht van de aarde die jou verzwelgt is duister en smaakt naar boomstronk. Het voelt goed, ze onthult dingen, laat me zien.’

    Door het aarde eten krijgt ze visioenen. Dat wil ze niet bekend laten worden, maar mensen krijgen er toch lucht van en komen haar hulp vragen over verdwenen dierbaren, meestal vrouwen. Ze willen weten wat er met hen is gebeurd. In de sloppenwijk waarin de dochter woont is geweld aan de orde van de dag. Als zij ouder is voelt ze de verantwoordelijkheid tegenover de wanhopige zoekers toenemen. ‘Ik begon te zien dat degenen die naar iemand op zoek zijn iets hebben, een teken bij de ogen, de mond, het vleesgeworden mengsel van pijn, woede, kracht, wachten. Iets gebrokens, waarin degene die niet terugkeert leeft.’ laat Reyes haar aarde-eter vertellen. Als ze in een visioen de moord op haar broer voorziet, wil ze deze proberen te voorkomen, al weet ze niet hoe.
    El Paìs noemt Aarde eten ‘Een van de beste, krachtigste en meest complexe romans van de afgelopen tijd.’

    Aarde eten
    Auteur: Dolores Reyes
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek 2022

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling

    Uitgeverij AFdH geeft in één band twee verhalen van Stefan Zweig uit: Boekenmendel en De onzichtbare verzameling, vertaald door Ton Naaijkens. Met foto’s van Maria Austria.

    De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942) werd geboren in Wenen in een welgesteld joods zakenmilieu en was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een van de meest populaire Duitstalige auteurs, zowel in eigen land als daarbuiten. Hij studeerde filosofie en literatuur en schreef biografieën, poëzie, drama, verhalen en essays met het perspectief veelal op het verleden gericht. Zweig was Europees georiënteerd, bracht mensen en idealen samen. In de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich vrijwillig als verslaggever, waarna hij grote weerzin tegen oorlog ontwikkelde. Na de opkomst van het nationaalsocialisme zwierf hij jarenlang door Europa. Daarna week hij uit naar Brazilië, waar hij in 1942 zelfmoord pleegde, samen met zijn vrouw. ‘Ik pas niet meer in deze tijd. Deze tijd bevalt mij niet meer,’ schrijft hij in zijn afscheidsbrief. Zijn grote psychologische inzicht – mede opgedaan in zijn vriendschap met Freud – komt terug in zijn verhalen.

    In Boekenmendel drijft de illegaal in Wenen verblijvende Oekraïense Jood Jacob Mendel, een geniale antiquaar, zijn boekhandel in het koffiehuis Gluck. De ik-verteller noemt hem een ‘voorwereldse boekensauriër van een uitstervend ras’. Mendel kent alle titels en alle prijzen van alle boeken en via de verteller wordt zijn tragische geschiedenis tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog duidelijk.

    Ook het tweede verhaal, De onzichtbare verzameling, handelt over een gepassioneerde bibliofiel en verzamelaar, die te maken krijgt met de inflatie van na de Eerste Wereldoorlog. Zijn vrouw verkoopt goedbedoeld zijn kostbare grafiekcollectie tegen dumpprijzen.
    In beide verhalen zijn Zweigs grote thema’s te herkennen: Europa, dat Zweig zag als een samenhangend cultuurgebied, fanatisme en humanisme, plus zijn melancholie over de wereld van gisteren.

     

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling
    Auteur: Stefan Zweig
    Uitgeverij: AFdH 2022 (2e druk)
  • Oogst week 15 – 2022

    Te waar om mooi te zijn

    Wat een prachtige combinatie van titel en omslag: Te waar om mooi  te zijn tegen de achtergrond van één van de bekendste werken van Teun Hocks die de meest bizarre scènes ontwierp voor zijn kunst.  In het boek heeft Frank Westerman veertien verhalen gebundeld die ontstonden naar aanleiding van reizen van hem naar Venetië, naar Auschwitz, naar Spitsbergen enzovoort. Het zijn verhalen over de kunst, de mens en de natuur. In zijn Proloog schrijft hij: ‘Toen ik zelf elf was wilde ik landmeter worden. Ik voelde me aangetrokken tot de landmeters bij ons in de straat – mannen in oranje hesjes met reflecterende strepen. Turend door hun kijkers liepen ze alle dingen in de omgeving na; gewoon voor de zekerheid, of alles inderdaad zo was als het leek.
    Van dit nalopen van de werkelijkheid heb ik mijn beroep gemaakt. Wat is Wahrheit, wat is Dichtung? Ik laat me niet graag bedonderen, maar wel betoveren – met als gevolg dat ik al mijn leven lang achter feiten aanhol. Die feiten spreken nooit voor zich. Al rooster je ze boven een vuurtje, ze houden hun mond. Jij bent het die de feiten een stem geeft, leven inblaast. We zijn feitenfluisteraars die de dingen woorden en betekenissen toedichten’. Westerman stemt graag in met wat Antoine de Saint-Exupéry in De kleine prins schrijft: ‘Een kind kijkt niet alleen met zijn ogen. Het weet dat de belangrijkste dingen onzichtbaar zijn.’

    Te waar om mooi te zijn
    Auteur: Frank Westerman
    Uitgeverij: Querido Fosfor

    De schaamte

    Sinds Nederland in 2020 enthousiast kennismaakte met De jaren van Annie Ernaux verschijnen in hoog tempo herdrukken van vertalingen van haar werk zoals Meisjesherinneringen (eerder in 2017) en Het voorval (eerder in 2004). Nu is er ook een herdruk van De schaamte dat in 1998 al eerder verscheen, ook toen in de vertaling van Rokus Hofstede. Al haar boeken zijn autobiografieën van een bijzonder soort. Zeer persoonlijke en schokkende verhalen afgezet tegen de tijdgeest waarin ze leefde. De schaamte begint op 15 juni 1952 toen de twaalfjarige Annie er ’s middags getuige van was dat haar vader haar moeder met een mes wilde vermoorden. Sindsdien was er voor haar een leven daarvóór en een leven daarná: ‘Ik schaamde me voor mijn ouders, voor de gescheiden vrouwen om mij heen, voor de dronken klanten in ons café, voor hun platte taalgebruik, voor al die verstarde gebruiken die hoorden bij mijn sociale klasse; meisjes kregen hun eerste permanentje na de communie, jongens droegen voor het eerst een lange broek op de eerste schooldag, trouwen moest je op die en die leeftijd, alles was vastgesteld. In De schaamte wilde ik onderzoeken wat er in mij nog over was van dat meisje van twaalf. De enige manier waarop ik dat kon doen was door als het ware etnoloog van mijzelf te worden. Ik zocht naar wetten, waarden, rituelen en de taal van mijn milieu, mijn school en mijn familie en ik zette de beelden uit mijn herinnering om in woorden, zodat ze een soort documenten werden. Maar niemand kan zich zichzelf echt herinneren. Het meisje van toen lijkt in niets meer op de vrouw die ik nu ben. Ik zou haar niet herkennen als ik haar tegenkwam’.

    De schaamte
    Auteur: Annie Ernaux
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Station Tokio Ueno

    De Japanse Yu Miri (1968) is kind van Koreaanse ouders maar schrijft in het Japans en woont met haar zoontje in het Fukushima van na de ramp in 2011. Ze heeft er een boekwinkeltje en een theater. En ze schrijft zo nietsontziend dat haar eerste roman in 1994 in Japan verboden werd.
    Hoofdpersoon en verteller in haar eerste in het Nederlands vertaalde boek Station Tokio Ueno is  Kazu, een bouwvakker uit Fukushima die gesloopt wordt door zijn werk, zijn gezin zelden ziet en tenslotte leeft in het daklozenkamp Tokio Ueno, vlakbij het station. Het toppunt van vernedering is dat het tentenkamp met zijn bewoners tijdelijk ontruimd wordt als de keizer langs komt voor een museumbezoek. Die tragiek wordt nog eens benadrukt doordat Kazu op dezelfde dag jarig is als keizer Akihito en zijn zoon op dezelfde dag als diens zoon en huidige Japanse keizer Naruhito.
    Kazu werkt bij de aanleg van de voorzieningen voor de Olympische Spelen die de aandacht van de wereld moeten trekken, maar mensen als hij vinden geen plek in die gelikte wereld. Pas langzaam wordt de lezer duidelijk vanuit welk perspectief Kazu zijn verhaal doet.

    Station Tokio Ueno
    Auteur: Yu Miri
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 14 – 2022

    Filter 29:1

    Filter, tijdschrift over vertalen, brengt elke editie verhalen die uit de ervaringspen van vertalers zelf komen. Vertalen is een kans je te verdiepen in een werk dat nog niet eerder door taalgenoten gelezen werd. Daar komen verhalen uit voort. In deze editie, met het thema ‘De geuren van het voorbije jaar’, wordt er teruggeblikt op vertaaljaar 2021. Schrijver Daniël Rovers doet in een column verslag van zijn eenmalige vertaalervaring. Hij waagde zich ooit samen met vertaler Iannis Goerlandt aan een vertaling van David Foster Wallace’s (nagelaten) roman The Pale King. Wat hij ontdekte was, dat vertalen niet is, er een toegankelijke tekst van te maken. Vertalen is een mentale krachttoer om ‘je over elk woord, elke zin van een compleet boek te willen buigen’, een werk dat nooit ophoudt. En ook, ‘een vertaler is net als de schrijver, nergens zonder een meedogenloze corrector.’

    Wat je eraan overhoudt is in het geval van Rovers naast een hernia ook een speciaal oog voor vertalingen gekregen. Want, concludeert hij, ‘het is een voorrecht als je een tekst in de oorspronkelijke versie kunt lezen, maar als ze niet in je moedertaal is geschreven (en heus, je Engels is minder uitgelezen dan je denkt) zie je talloze nuances over het hoofd.’ Ook kan hij nu oprecht genieten van een ‘vlekkeloze vertaling – dat zijn er verrassend veel, als je nagaat hoeveel moeite het kost om zelfs maar één pagina perfect te krijgen.’ Met bijdragen van Ton Naaikens, over onder meer het redden van woorden; Janne van Beek, met een ‘objectieve wetenschappelijke’ maar begeesterde analyse van de vertaling van Bluets. Bespiegelingen in blauw van Maggie Nelson door Nicolette Hoekmeijer. En meer, veel meer voor geïnteresseerde lezers die vertaalde literatuur willen lezen.

     

    Filter 29:1, De geuren van het voorbije jaar
    Koop hier: Bazarow ISBN 9789493183117

    Filter 29:1
    Auteur: Ton Naaikens, Michiel Krielaars, Miek Zwamborn e.a.
    Uitgeverij: AFdH uitgevers

    Afscheid

    Van de novelle Afscheid, van de Uruguayaanse schrijver Juan Carlos Onetti (1909-1994), luidt de eerste zin: ‘Ik zou willen dat ik van de man, de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam, alleen zijn handen had gezien; traag, bedeesd en onbeholpen, bewegend zonder veel vertrouwen, lang en nog niet gebruind, verontschuldigden ze zich voor hun ongeïnteresseerde manier van doen.’
    Deze zin roept vragen op, maakt nieuwsgierig. Zo suggereert, ‘de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam’, dat de man er vaker kwam. Degene die in de winkel was, zag zijn handen, maar vermoedelijk zag hij meer van deze man, dingen waarvan hij/zij later wenste ze niet gezien te hebben. Er spreekt spijt uit deze zin, maar waarvan? De beschrijving van die handen laten een hele persoonlijkheid zien, en waarom waren ze ‘nog niet gebruind’?

    Afscheid gaat over een succesvolle basketbalspeler die met tuberculose wordt opgenomen in een sanatorium. De aanwezige gasten vertrouwen hem niet, roddelen over hem. De verteller – de man van de eerste zin – brengt met verwondering en genegenheid het doen en laten van de sportman in herinnering. Er komen brieven voor hem, hij ontvangt bezoek van twee vrouwen (maar wie zijn dat?). Flarden van gesprekken, observaties en de herinneringen van de verteller creëren een mysterieus netwerk van onwaarschijnlijke relaties die spelen in het Argentinië van de jaren vijftig.

    Onetti werd geboren in Montevideo en stierf in ballingschap in Madrid. Ondanks dat hij een solitair schrijver was, behoort hij met García Márquez, Jorge Louis Borges en Mario Vargas Llosa tot de vier belangrijkste schrijvers van Latijns-Amerika. Mario Vargas Llosa was een bewonderaar van Onetti, noemde hem een groot meester van de moderne novelle. Volgens Vargas Llosa schreef hij een proza dat niemand beoefende en introduceerde Onetti als eerste Spaanstalige schrijver het modernisme in zijn verhalen.

    Met jaarlijks een uitgave van een van zijn zeven korte romans, wil Uitgeverij Kievenaar deze schrijver herintroduceren. Afscheid is de eerste van deze uitgaven.

    In een interview op Youtube spreekt Vargas Llosa (Spaanstalig) vol enthousiasme over het werk van Juan Carlos Onetti.

    Afscheid
    Auteur: Juan Carlos Onetti
    Uitgeverij: Uitgeverij Kievenaar

    Een onverwachte broederschap

    De roman Een onverwachte broederschap van de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf, beschrijft een situatie waar we heden mee te maken hebben, ‘de schipbreuk van de beschaving’. Spelers in de roman zijn Alec, een perstekenaar met een uitstekende staat van dienst en een schrijfster van een cultboek die zich beiden, onafhankelijk van elkaar op een afgelegen eiland in de Atlantische Oceaan hebben afgezonderd. Ze hebben amper contact met elkaar, tot zich een groot elektriciteit-storing voordoet en communicatie met de rest van de wereld onmogelijk is. De wereld blijkt op de rand van een kernoorlog te staan. De schipbreuk der beschavingen lijkt een feit. Wie gaat de wereld redden?

    In deze roman komt de wereld tot stilstand en die resoneert met de wereld waarin we nu leven. In een interview in de NRC zei Malouf daarover: ‘We zijn op het moment beland dat we ons moeten afvragen wat voor wereld we willen. De wetenschap en de techniek hebben grote hoogten bereikt, maar er is geen wereldorde meer die die naam waardig is. De wereld kan niet meer functioneren met landen die politiek bedrijven vanuit identiteitsdenken; dat leidt tot de ondergang. We hebben al onze verbeeldingskracht nodig om ons voor te stellen hoe de wereld eruit moet gaan zien, hoe hij geleid moet worden. We móéten onze manier van met elkaar omgaan veranderen, anders gaan we ten onder.’ Een belangrijk boek!

    Een onverwachte broederschap
    Auteur: Amin Maalouf
    Uitgeverij: Uitgeverij Davidsfonds
  • Oogst week 13 – 2022

    De ander bestaat niet – Pleidooi voor moed in de literatuur

    De titel van Christine Ottens nieuwste boek, De ander bestaat niet, klinkt in eerste instantie als navelstaarderij: alleen jijzelf doet ertoe, naar anderen moet je niet kijken. Precies het hardnekkige schrikbeeld over elitaire schrijvers, die slechts op zichzelf reflecteren terwijl ze ondertussen vervreemd raken van de maatschappij. Otten (1961) bewees echter in het verleden al met Een van ons en De laatste dichters middenin de samenleving te staan en daarover te schrijven. Zij dwong met deze romans tweemaal een Libris-nominatie af en won de prijs zelfs in 2004. Niet ‘l’art pour l’art’, maar ‘met de voeten in de modder’ typeert haar poetica. Ook Gevangenismonologen is een mooi voorbeeld van haar realiteitszin.

    De ander bestaat niet is een bundeling van essays die de kracht van literatuur aantonen, haar invloed beter gezegd. Schrijven is volgens Otten geen gewichtloze bezigheid, een louter bellettristische stijloefening. Literatuur, verhalen en narratieven vormen ons denken zo ingrijpend, dat we ons daar niet altijd bewust van zijn. Via geesteswetenschappelijke concepten als culturele toe-eigening, de Auteur als ‘neutrale’ instantie en het maatschappelijk engagement in fictie zwengelt Otten discussies aan die de relevantie van literatuur onderstrepen.

    De ander bestaat niet - Pleidooi voor moed in de literatuur
    Auteur: Christine Otten
    Uitgeverij: De Geus

    Mijn liefste is op het land

    Bij de liefdeslyriek uit de Klassieke Oudheid denken we doorgaans aan Catullus, Sappho of Ovidius. Een minder bekende dichter luistert naar de naam Albius Tibullus. Hij leefde van 54 tot 19 voor Christus en produceerde in zijn vijfendertigjarig bestaan vele liefdesgedichten. Classica Mieke de Vos vertaalde er het leeuwendeel van en doopte de compilatie om tot Mijn liefste is op het land, naar een van zijn beroemdste verzen. Door de moord op Julius Caesar groeide de politieke instabiliteit in het Romeinse Rijk, hetgeen Tibullus’ familie tot de bedelstaf veroordeelde. Tibullus geniet de reputatie van een poète maudit avant la lettre, omdat hij zich door die armoede veroordeeld zag tot de rand van de maatschappij.

    Mijn liefste is op het land valt onder de herderspoëzie, ook wel bucolische dichtkunst genoemd. Hierin schittert het ongerepte en toch lieflijke platteland als decor voor vrije liefde. Zoals de gewoonte was in de Klassieke Oudheid, zijn Tibullus’ verzen niet slechts heteronormatief: zijn erotiek richt zich op zowel mannen als vrouwen. Bezit en status wijst hij af, soberheid prijst hij aan, met een spottende ondertoon. Volgens de classici behoort Tibullus bovendien tot de zogeheten Elegiaci, een groep elegie-schrijvers. Zijn poëzie bevat dan ook veel klaagzangen. Is de verliefde niet te beklagen én te benijden tegelijk?

    Mijn liefste is op het land
    Auteur: Tibullus
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De man die een berg werd

    Grete Simkuté (1991) debuteert deze maand met de historische roman De man die een berg werd. Dit verhaal speelt zich af in vroeg negentiende-eeuws Japan. Voor de verschijning van haar eersteling was Simkuté al bekend als columniste voor De Morgen, De Standaard en ELLE. Bovendien biedt zij haar diensten aan voor talloze kunstenaars, architecten en ontwerpers. De geboren Litouwse werkt niet alleen vanuit België, maar ook vanuit Noorwegen en (bij vlagen) Japan. Haar diepe fascinatie voor het Oost-Aziatische land én haar verblijf in Noord-Europa komen samen in De man die een berg werd.

    De titel is al voer voor genoeg speculatie. In de Japanse mythologie, met name het shintoïsme, geldt een berg als een heilige entiteit. Wie kent niet de berg Fuji, gelegen op 112 kilometer afstand van wereldstad Tokio? Religie en spiritualiteit spelen dan ook een grote rol in Simkutés boek. Hoofdpersoon Myo treedt toe tot een bergsekte, die hem blootstelt aan allerlei mentale en fysieke beproevingen. Gebruikmakend van haar kennis over Japan, vermijdt Simkuté exotiserende clichés over ‘De Oriënt’. Wel behandelt zij via Haruki Murakami’s De moord op Commendatore het fenomeen ‘sokushinbutsu’: zelfmummificatie in het hooggebergte.

    De man die een berg werd
    Auteur: Grete Simkuté
    Uitgeverij: Lebowski Publishers
  • Oogst week 12 – 2022

    Water pakken

    ‘Het water wenkt me. Zodra ik als kind een zwembad zag, een sloot of plas, begon er iets naar me te roepen, te smeken, soms ook in mijn rug te porren, hup, erin jij. Ik zigzagde tussen handen door die me probeerden tegen te houden en sprong, met kleren aan, in winterjas, in zomerjurk of tuinbroek. Geen tijd om mijn schoenen uit te trekken. Ik moest erin.’

    Zo begint hoofdstuk een, genaamd ‘Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn’ van het boek Water pakken van Kirsten van Santen. Van iemand wier hele familie zwemt en die zo bezield is door water en zwemmen is het bijna vanzelfsprekend dat ze er een boek over schreef. Van Santen, cultureel antropoloog en kunstjournalist, zwemt overal in Nederland in zwembaden, plassen en rivieren en in de open zee. Ze wilde de ziel van zwemmers, van echte zwemmers doorgronden en haar bevindingen vastleggen.

    Zwemmers zijn volgens haar vrije geesten. Zwemmen is een ontsnapping aan de dagelijkse beslommeringen en in het water vindt de vrije geest al zwemmend een parallel universum. Van Santen onderzoekt wat de culturele betekenis van zwemmen in Nederland is en praat met wedstrijdzwemmers in Amsterdam, wildzwemmers in Zeeland, schrijvers die bijna verdronken en vooral met gelijkgestemden. Water pakken is een literaire zwembiografie en een ode aan al het zwemwater. Het bevat een lijst van de door Van Santen bezochte zwemplekken en ook tips en weetjes over zwemmen.

     

    Water pakken
    Auteur: Kirsten van Santen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het voorbeeld van hun liefde

    Tussen 1948 en 1950 schrijven de twee jonge geliefden Ank en Gerrit, in het begin zeventien en negentien jaar oud, elkaar brieven, veelal op luchtpostpapier. Ze schrijven vanuit een gebombardeerd Rotterdam, vanaf een schip op de Stille Oceaan, vanuit een kazerne en vanaf de schrijftafel van een studente. De geliefden zullen de ouders worden van Dirk van Weelden, de schrijver van Het voorbeeld van hun liefde. Hij begint het boek met het vermelden van droog geritsel van het dunne luchtpostpapier, heeft het over de handen van de postsorteerders, over het vele lezen van dezelfde brief ‘voordat er een volgende komt’, en over de vraag wat hij moest doen na de dood van zijn ouders met al die oude papieren. Drie kratten met ordners zijn gevuld met brieven. Van Weelden schrijft: ‘Nu weet ik eindelijk wat ik ermee ga doen. Ik ga ze simpelweg lezen. Honderden, misschien wel duizenden uren lezen, in de volgorde waarin ze geschreven zijn.’

    Er zijn ook brieven van de ouders van Gerrit aan hun zoon, en van hem aan zijn ouders, van de moeder van Ank aan Gerrit en zijn antwoorden.
    In het boek richt Van Weelden zich tot zijn volwassen dochter, om haar te laten zien waar zij beiden vandaan komen. Hij vertelt over zijn ouders, kijkt terug naar zijn jeugd en jonge volwassenheid: ‘… was ik ervan overtuigd geraakt dat ik ongeschikt was om een dergelijk klassiek gezin te stichten, Of beter nog, het idee een echtgenoot en huisvader te worden was afschrikwekkend.’ Zo verweeft Van Weelden zijn eigen herinneringen, gevoelens en gedachten met het verhaal van zijn ouders.

    Het voorbeeld van hun liefde
    Auteur: Dirk van Weelden
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Het verloren kind

    Zoals muziek het dagelijks leven van auteur Erik Harteveld beheerst zo is ook de student Lodewijk, hoofdpersoon in de novelle Het verloren kind, begeesterd door de muziek. Lodewijk vertrekt in het jaar 1900 vanuit het dorpse Haarlem naar Parijs om daar aan het conservatorium te gaan studeren, waar hij zich al gauw thuis voelt en zelfs de beroemde Maurice Ravel ontmoet. Wat hij meemaakt en hoe het hem vergaat schrijft hij in veertig brieven aan zijn broer Alfons. Nauw verbonden met Lodewijks muziekleven blijkt zijn overleden oudere broer. De brief koos Harteveld eerder als vorm om een verhaal te vertellen voor de roman Koude oorlog aan de IJssel die hij samen met A.L. Snijders publiceerde.

    Behalve muzikant en schrijver is de veelzijdige Harteveld dichter en acteur. In Groningen studeerde hij Nederlands en Slavische talen en hij spreekt Russisch en Tsjechisch. Taal en woorden doen er voor hem toe. Hij dicht ook in het Drents (hij is geboren in Drente), was stadsdichter van Assen, en met anderen vertaalde hij hits uit ‘The Great American Songbook’ in het Gronings. Het verloren kind is zijn tweede roman.

     

    Het verloren kind
    Auteur: Erik Harteveld
    Uitgeverij: Afdh Uitgevers
  • Oogst week 11 – 2022

    Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool

    Vorige week, op de eerste dag van de Week van de Klassieken, verscheen Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool van Diederik Burgersdijk. Het gymnasium bestaat als onderwijsinstelling al sinds 1876 (en zelfs eigenlijk al sinds 1838). Lang kon je alleen via het gymnasium op de universiteit terecht komen. Velen die de school hebben doorlopen voelen zich hun hele leven een rijker mens terwijl critici zich verwonderd afvragen waarom je je hersens zou pijnigen met oude geschiedenis en dode talen.

    Burgersdijk opent zijn geschiedenis met de vaststelling dat het gymnasium, gezien het aantal leerlingen, populairder is dan ooit. Hij dacht aardig thuis te zijn in zijn onderwerp, maar tijdens zijn onderzoek ging toch nog een wereld voor hem open: ‘De geschiedenis van het onderwijs is eindeloos: tienduizenden gymnasiasten hebben de afgelopen decennia (en evenzovele in de voorbije eeuwen) examens afgelegd in een van de vormen die het klassiek onderwijs heeft gekend, van Groote School tot Latijnse school en gymnasium. Elk van hen koestert zijn of haar herinneringen, sommigen schreven die op, anderen hebben een diepgravende kennis of ervaring met het onderwerp. Van dat alles heb ik onderhavig boek gemaakt’.

    Gymnasium. Geschiedenis van een eliteschool
    Auteur: Diederik Burgersdijk
    Uitgeverij: Athenaeum

    Als je ze kent

    Na de poëziebundel Nova Zembla uit 2013 verscheen in 2014 het verhalendebuut van Fieke Gosselaar, Tussen de anderen, een bundel waarvoor ze putte uit haar ervaringen bij de rechtbank in Leeuwarden waar ze werkt. Ze gaan over mensen die buiten de boot (dreigen te) vallen, vaak zonder dat ze daar veel tegen kunnen doen. Ook in haar zojuist verschenen roman Als je ze kent staan weer gewone mensen centraal die terecht komen in situaties die hun leven onzeker maken: schulden, verslaving, eenzaamheid. En de schrijnende armoede als gevolg daarvan:

    ‘Bij de kassa moet ik 10 euro 74 afrekenen en dat valt me tegen, ik wilde op 10 euro uitkomen of in ieder geval met het croissantje erbij onder de 10 euro 50 blijven. Als ik de winkelwagen heb teruggebracht, besluit ik bij de uitgang toch mijn boodschappen na te rekenen. Een man voor me koopt een slof sigaretten en een kraslot met zilverkleurige klavertjesvier. Hij blijft naast me aan de balie staan krassen als ik aan de beurt ben. Zijn duimnagel is vergeeld door het roken en is te lang om netjes te noemen.
    “Mijn bon klopt niet,” zeg ik. “Ik kom uit op 10 euro 52, terwijl ik 10 euro 74 moest betalen.” De kassabon leg ik voor de caissière neer.’
    Gelukkig ontmoet Nora, de ik-figuur ook mensen die daar de schouders niet voor ophalen. Het levert gewone en toch bijzondere ontmoetingen op.

    Als je ze kent
    Auteur: Fieke Gosselaar
    Uitgeverij: Ambo/Anthos

    Het licht aan het eind van de loop

    De nieuwste roman van regisseur en schrijver Martin Michael Driessen (bekend van de veelgeprezen romans en verhalen Vader van God, De pelikaan en Rivieren) valt onmiddellijk op door zijn omslag. Daarin zit rechtsboven een prachtig vormgegeven kogelgat. Titel: Het licht aan het einde van de loop. Driessen kruipt in dit boek in het lichaam van die kogel. Hij stelt zich in de eerste zinnen voor: ‘Ik sta rechtop in een kartonnen doosje, in het gelid met negen collega’s. Het is donker, we bevinden ons in het nachtkastje van een tandarts in Palm Beach. Alleen als de la niet helemaal goed is dichtgeschoven, wat soms voorkomt als Asuncion heeft gepoetst, zien we een smalle streep fel zonlicht (…) Henry noemen we de Colt .38 die de la met ons deelt en voor wie we zijn bestemd. Hij is zwaar en zwijgzaam, nogal nors gezelschap eerlijk gezegd. De meeste revolvers beschouwen zich als min of meer superieur aan hun ammunitie. Maar wij hebben onze eigen trots; zonder ons zouden zij immers betekenisloze mechanieken zijn.’
    Henry ligt met de kogels te wachten. Waarop? Wie is of zijn het doelwit? Op wie zullen ze gericht worden? Wat zal het effect zijn? Voldoende vragen voor een spannende ‘Autobiografie van een kogel’.

    Het licht aan het eind van de loop
    Auteur: Martin Michael Driessen
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Oogst week 10 – 2022

    Zelf doen

    Niña Weijers (1987) debuteerde in 2014 met de roman De consequenties en won daarna verschillende literaire prijzen, zoals de Anton Wachterprijs, de Opzij Literatuurprijs en de publieksprijs van de Gouden Boekenuil. In 2019 verscheen Kamers, antikamers, een roman waarmee ze genomineerd werd voor de bng Bank Literatuurprijs.

    Haar nieuwste publicatie is Zelf doen, een boek waarin ze ingaat op haar eigen onzekerheden, vraagstukken en opvattingen. In korte, essayachtige teksten verbindt Weijers haar leven met de literatuur. Zo beschrijft ze in het hoofdstuk ‘Zekerheid’ hoe haar leeftijdsgenoten opeens een compleet appartement en een vaatwasser bezitten. Met dit nieuwe werk slaat Weijers een nieuwe weg in in haar groeiende oeuvre. 

     

    Zelf doen
    Auteur: Niña Weijers
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Fonkelrozen

    Tegenwoordig zoeken steeds meer auteurs de grens op tussen feit en fictie. Een van hen is Geertjan de Vugt (1985). In zijn debuut Fonkelrozen staan vingerafdrukken centraal: volgens hem vormt een vingerafdruk ‘een bundel verhalen’. Zo is niet alleen Mark Twain bij de geschiedenis van de vingerafdruk betrokken, maar ook een Duitse handlezeres.

    Fonkelrozen gaat niet alleen over het ontstaan van de vingerafdruk, maar ook over de vraag wat een vingerafdruk doet met onze identiteit. De Vugt werkt als Coördinator Wetenschap en Kunst bij de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen. Daarnaast is hij poëzierecensent voor onder meer De Volkskrant

     

    Fonkelrozen
    Auteur: Geertjan de Vugt
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Kromme ploeg

    Itamar Vieira Junior (1979) wordt ‘de literaire sensatie van Brazilië’ genoemd. Hij is gepromoveerd met een onderzoek naar de afstammelingen van voormalige tot slaaf gemaakte mensen. Ook Kromme ploeg, zijn debuutroman, gaat over de slavernij: op het Braziliaanse platteland worden de arbeiders uitgebuit.

    Twee zussen kijken hier totaal anders tegenaan: de een lijkt tevreden, terwijl de ander alles op alles zet om te strijden voor de rechten van de arbeiders. Daarnaast is er ook een familiegeheim, want alle gebeurtenissen worden in gang gezet door een koffer onder het bed van hun grootmoeder. Viera Junior won met dit boek drie prijzen: de Oceanos, de LeYa en de Jabuti. 

     

    Kromme ploeg
    Auteur: Itamar Vieira Junior
    Uitgeverij: Prometheus
  • Oogst week 9 – 2022

    Visjes – Een avontuur op Salina

    Hoe sociale media onze culturele vorming ook domineren, televisie blijft een effectieve springplank naar nationale bekendheid. Joost Oomen genoot weliswaar al aanzien vanwege zijn dichtbundels Vliegenierswonden (2011) en De stort (2013), maar De Slimste Mens maakte hem vorig jaar prompt een BN’er. In 2010-11 was hij huisdichter aan de Rijksuniversiteit Groningen, drie jaar later stadsdichter van de studentenstad. Momenteel verzorgt hij bovendien columns voor het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant. Ook zijn debuutroman Het Perenlied werd goed ontvangen en De Volkskrant betitelde hem als literair talent van 2021. Visjes – Een avontuur op Salina is zijn nieuwste bundel.

    Salina is een eiland boven Sicilië, met rechts uitzicht op de Etna- en links op de Stromboli-vulkaan. Maar net als in de rest van Italië is er nu niemand om dit natuurschoon te aanschouwen: de coronacrisis houdt de toeristen op afstand. Oomen wil het toerisme een boost(er) geven door te experimenteren met het poëziegevoel van vissen. Want, redeneert hij, voor vissen die reageren op gedichten, nemen reizigers vast wel twee weken quarantaine voor lief. Met foto’s van Mirka Farabegoli en José Witteveen geeft Visjes een indruk van het leven op Salina. En Oomen? Die voert de vissen met versjes.

    Visjes - Een avontuur op Salina
    Auteur: Joost Oomen
    Uitgeverij: Querido

    Van de kansel

    Ook schrijvers sterven soms te vroeg. Grofweg dringen zich de namen op van Hafid Bouazza, Joost Zwagerman, Naima el Bezaz en – langer geleden – Jacques Perk, het prototype van de jonggestorven dichter. Over jonggestorven auteurs uit de Veenkoloniën hoor je weinig, maar van hen is Nanne Tepper wel de opvallendste en – mogelijk – de begaafdste. Hoewel zijn romans De eeuwige jachtvelden en De vaders van de gedachte alom gewaardeerd werden, bleef het ultieme meesterwerk uit. Tepper stierf in 2012 op vijftigjarige leeftijd. Tien jaar nadien compileren Louis van Kelckhoven en Herman Sandman alle 37 columns die Tepper voor het Nieuwsblad van het Noorden schreef: Van de kansel.

    Waarom zijn columns in Nederland zo populair? De titel Van de kansel suggereert dat wij een volk vol dominees zijn. Columns stillen onze behoefte naar veroordeling. Als braafste jongetje van de klas alles en iedereen de maat nemend, liefst de personen en instanties met macht en aanzien. Zo maakt Tepper gehakt van de zelfgenoegzame kunstwereld met vlijmscherpe pen, zelfspot en polemiek. Vooral de dikdoenerij rondom het Boekenbal in Amsterdam pakt hij aan. Niet toevallig was de Groninger een penvriend van Geerten Meijsing, die in De Grachtengordel het literaire circuit van Nederland ook al eens bekritiseerde.

    Van de kansel
    Auteur: Nanne Tepper
    Uitgeverij: Kleine Uil

    Ongelijkheid en ons stemgedrag – een studie naar vijftig democratieën van 1948 tot 2020

    Thomas Piketty, beroemd vanwege zijn manifest Kapitaal in de 21ste eeuw, beweerde onlangs dat ongelijkheid een politieke keuze is. De Franse econoom bundelt nu zijn krachten met Amory Gethin en Clara Martínez-Toledano, respectievelijk promovendus en professor in de Economie, om deze uitspraak hard te maken. In Ongelijkheid en ons stemgedrag passeren vijftig verschillende democratieën van 1948 tot 2020 de revue, waarin gelijk stemrecht tot economische ongelijkheid leidde. Feitelijk benadert het drietal stemgedrag intersectioneel: het wordt namelijk gekoppeld aan inkomen, opleidingsniveau, vermogen, beroep, religie, etniciteit, leeftijd en sekse. Alleen seksuele voorkeur ontbreekt.

    In De kloof laat Sander Schimmelpenninck zien dat Piketty’s nieuwste boek ook in ons land aandacht verdient. Als adept van Marx bond Piketty in 2021 de strijd aan met het kapitalisme door Leve het socialisme! te schrijven. Het is dan ook geen verrassing dat Piketty ‘zakelijk rechts’ als grootste boosdoener ziet in Ongelijkheid en ons stemgedrag. Deze stroming wordt gedomineerd door vermogenden als Trump en Bolsonaro, maar ook door partijen die vooral de financiële dimensie van allerlei vraagstukken van belang achten, zoals de VVD in Nederland. ‘Toute nation a le gouvernement qu’elle mérite’, luidt het Franse gezegde. Wat verdienen wij?

    Ongelijkheid en ons stemgedrag - een studie naar vijftig democratieën van 1948 tot 2020
    Auteur: Amory Gethin, Clara Martínez-Toledano, Thomas Piketty
    Uitgeverij: De Geus