• Gerwin van der Werf uitverkoren tot Boekenweekgeschenk schrijver

    Gerwin van der Werf is met zijn ingezonden novelle De krater, winnaar geworden van de Boekenweek novellewedstrijd. Uit 149  inzendingen werd hij unaniem door de eenmalig geformeerde vakjury gekozen. Het Boekenweekgeschenk is het bekendste onderdeel van de Boekenweek die dit jaar zijn 90e editie viert.

    Voor Van der Werf is het een grote eer en hij verheugt zich op de Boekenweek-tour. In een reactie liet hij weten dat hij het drie maanden geleden had gehoord, maar daarover niets mocht loslaten. ‘auteur van het Boekenweekgeschenk zijn, dat is een droom voor iedere schrijver. Ik ben zielsgelukkig dat de jury mijn verhaal als winnaar heeft verkozen, uit vele inzendingen. Ik ben ook trots op het verhaal, omdat het staat voor mijn schrijverschap: ik schrijf pure fictie, niet autobiografisch, maar toch zeer persoonlijk. Ik probeer altijd levendig, geestig en origineel te schrijven, en ik denk dat dat gelukt is met dit geschenk. Ik hoop dan ook dat heel veel mensen het met plezier zullen lezen.’

    Gerwin van der Werf (1969) won in 2010 de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hij schreef zeven romans, uitgegeven door Atlas Contact. Hij debuteerde met Gewapende Man in 2010 en Wild (2011) stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. In 2013 verscheen, Luchtvissers. De roman Een onbarmhartig pad (2018) stond ook op de longlist van de Libris Literatuur Prijs en is vertaald in het Duits, Engels en Arabisch. Strovuur (2020) en De droomfabriek (2022) stonden op de shortlist voor het Beste Boek voor Jongeren. In oktober 2024 verscheen Wilgeneiland. Daarnaast publiceerde hij twee bundels met columns en verhalen over het onderwijs: Schooldagen (2014) en Stampen en Zingen (2018).

    De eenmalige schrijfwedstrijd om het Boekenweekgeschenk te kiezen, is georganiseerd ter ere van de jubileumeditie en is geïnspireerd op soortgelijke wedstrijden uit het verleden van de Boekenweek. Een van de bekendste auteurs die door een schrijfwedstrijd werd gekozen, is Hella Haasse. Met Oeroeg brak zij in 1948 door als auteur.

    De negenkoppige jury bestond uit oudBoekenweekgeschenkauteurs Hanna Bervoets en Tom Lanoye Lidewijde Paris en Tiziano Perez, Jan Peter Prenger, Noah de Campos Neto, Ernestine Comvalius, Liesbeth Rasker en Rik van de Westelaken (juryvoorzitter).

     

  • Longlist Libris Literatuur Prijs 2025

    Uit honderdrieentachtig inzendingen heeft de jury onder leiding van Sheila Sitalsing en verder bestaande uit Jan van Damme, Nele Hendrickx, Michiel van Kempen en Edward van de Vendel achttien romans gekozen voor de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2025.

    Leonieke Baerwaldt, Dagen als vreemde symptomen – Querido
    Daan Borrel, De dragers – De Bezige Bij
    Maurits de Bruijn, Man maakt stuk – Das Mag
    Thomas Heerma van Voss, Het archiefDas Mag
    Mariken Heitman, De mierenkaravaanAtlas Contact
    Stefan Hertmans, Dius – De Bezige Bij
    Guido van Heulendonk, De kroon met twee pieken – De Arbeiderspers
    Maria Kager, De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf – De Arbeiderspers
    Safae el Khannoussi, Oroppa – Pluim
    Falun Ellie Koos, Rouwdouwers – Atlas Contact
    Manik Sarkar, Ossenkop – Hollands Diep
    Marijke Schermer, In het oog – Van Oorschot
    Lara Taveirne, Wolf – Prometheus
    Carolina Trujillo, De instructies Koppernik
    Joost de Vries, Hogere machten – Prometheus
    Robbert Welagen, AverijNijgh & Van Ditmar
    Johannes Westendorp, De maat van alle dingen – Thomas Rap
    Kristien De Wolf, Mooie Jo – Borgerhoff & Lamberigts

    Bekendmaking van de shortlist is op maandag 10 maart in Nieuwsuur op NPO2. Waarbij ze op bezoek gaan bij de zes genomineerde auteurs en hen feliciteren met hun nominatie. De genomineerde auteurs ontvangen elk 2.500 euro.

    Op maandag 19 mei wordt de winnaar van de 33e Libris Literatuur Prijs bekend gemaakt. Deze ontvangt een bedrag van 50.000 euro en de bronzen legpenning.

     

     

  • Shortlist J.M.A. Biesheuvelprijs bekend

    De shortlist van de tweejaarlijkse J.M.A. Biesheuvelprijs (de prijs voor de beste verhalenbundel) is bekend. Uit veertig inzendingen werd een shortlist samengesteld van vier titels:

    Steff Geelen met De splitsingen, bij uitgeverij Wintertuin
    Julien Ignacio met Goudjakhals, bij uitgeverij Van Oorschot
    Sanneke van Hassel met Milde klachten, bij De Bezige Bij
    Jente Posthuma met Heks! Heks! Heks!, bij uitgeverij Pluim

    De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens de feestelijke uitreiking op 20 februari tijdens de Week van het Korte Verhaal. 

    De jury, die bestaat uit Joost Baars, Yra van Dijk, Janita Monna en Daan Stoffelsen laat weten dat ze overweldigd zijn door het ‘grote aantal kwalitatief sterke inzendingen’. En constateren dat het goed gaat met de verhalenbundel. Twee afvallers willen ze expliciet noemen. De heerlijke bundel Aloha van Machteld Siegmann om haar stilistische originaliteit en brille, en het aangrijpende Het net, de duif en de dood van Chaja Polak om haar geserreerde meesterschap.’ Het volledige juryrapport wordt gepubliceerd op de dag van de prijsuitreiking op de website van de J.M.A. Biesheuvelprijs.

    Het prijzengeld wordt volledig gewonnen uit een crowdfunding actie, deze loopt nog tot en met 17 februari.
    Doneren kan hier: https://www.voordekunst.nl/projecten/18239-jma-biesheuvelprijs-2025-1

     

     

  • In memoriam Esther Jansma (1958-2025)

    Op donderdag 23 januari overleed dichter en schrijver Esther Jansma aan de gevolgen van kanker in een hospice in Utrecht. Ze was al lange tijd ernstig ziek. In 2022 zou Jansma met haar bundel De spronglaag, de eerste Meander Live in het Luxor Theater in Zutphen – waar dichters hun laatstverschenen bundel integraal voorlezen – openen. Ze was toen al zo ziek dat haar man Wiljan van den Akker het van haar overnam en haar bundel in een sessie voorlas. Over hoe het met haar ging plaatste ze de laatste twee jaar ook geregeld korte stukken op facebook. Daarin voerde ze, zoals ook in haar gedichten, verzonnen personages op die over een moeilijk te verteren werkelijkheid spraken. In deze was er een klein Esthertje die commentaar gaf op het verdwijnen van energie, van levensmoed van de grote Esther. Een kleine Esther die gevoelens van wanhoop en verdriet relativeerde.

    Jansma debuteerde in 1988 met Stem onder mijn bed. Waarna er nog tien dichtbundels en een essaybundel verschenen.

    In november 2024 werd ze, vanwege haar wetenschappelijk en literair werk, benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw  voor haar waardevolle bijdrage aan de poëzie en dendrochronologie. In diezelfde maand verscheen ook haar elfde en laatste bundel, We moeten ‘misschien’ blijven denken.

    Jansma’s poëzie is zeer persoonlijk en voelt als het delen van intimiteiten. Ze verwerkte in haar gedichten het verlies van twee van haar vier kinderen. Tijdens haar eerste huwelijk verloor ze in 1988 een meisje tijdens de geboorte en in 1993 stierf haar negen maanden oude zoontje aan een chromosoomafwijking. Dit tekende, evenals haar armoedige en liefdeloze kinderjaren, haar leven en werk. Ze bracht haar kinderen tot leven in regels als: ‘Ik hul haar in weefsels van woorden’, en, ‘ik wil dat ze ademt van taal.’
    In haar bespreking van Rennen naar het einde van honger, schreef Hettie Marzak: ‘ Jansma heeft vaak aan een versregel genoeg om een hele wereld op te roepen en de lezer daar midden in te trekken.’

    Over haar moeder, die haar als kind mishandelde, schreef ze voor Het Liegend Konijn (2021/2) een serie gedichten onder de titel ‘Het verhaal van de zeeroversdochter’. Daarin is Jansma de zeeroversdochter en haar moeder ‘brulkapitein Bloody Lilly’. ‘Ik groeide op op een piratenschip.’ Om de agressie van Bloody Lilly uit de weg te gaan, begon ze op een dag ‘achter een tonnetje rottend scheepsbeschuit gedichten [te] schrijven (…). Daar kwam ik mooi mee weg, want Bloody Lilly snapte niks van poëzie’. De lichtvoetigheid die uit dat ‘mooi mee wegkomen’ spreekt, is kenmerkend. Het heeft iets verdrietigs, maar tegelijkertijd iets onvermijdelijks dat het verleden steeds opnieuw en in verschillende variaties bestreden moest.

    Voor haar poëzie ontving Jansma onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs, de Adriaan Roland Holstprijs en de C.C.C.Crone-prijs.

    Naast dichter was Esther Jansma dendrochronoloog. Ze werkte voor de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en onderzocht onder meer de Romeinse schepen De Meern 1 en 4. In 1993 richtte ze het Centrum voor Dendrochronologie op. In 1996 promoveerde ze cum laude met haar proefschrift RemembeRINGs. In 2007 werd Jansma benoemd tot bijzonder hoogleraar dendrochronologie aan de faculteit geowetenschappen van de Universiteit Utrecht.

     

    Foto: © Julia Le Fevre

  • Beste boeken 2024

    Literair Nederland vroeg zijn recensenten en redacteuren twee titels te noemen van boeken die zij dit jaar hebben gelezen en die de meeste indruk op hen maakte. Boeken die werden herlezen, inspireerden, troostrijk waren, of gewoonweg zo goed dat je ze nooit meer vergeet. Meer dan dertig titels kwamen boven uit de meer dan driehonderd boeken die er op Literair Nederland gerecenseerd of getipt werden. Sommige titels werden door meerderen genoemd als beste boek. We kunnen wel zeggen dat het een goed boekenjaar was en de keuze niet eenvoudig.

     

     

     



    Van de boeken die in 2024 een bijzondere indruk op me maakten is er een van vorig jaar dat me een nieuwe leeservaring bezorgde en een inmiddels bekroond boek is. Dat laatste is
    Het kleedje voor Hitler. Een imponerende familiegeschiedenis die me trof door het vermogen van auteur Bas von Benda-Beckman wel kritische vragen te stellen, maar nergens te veroordelen of op te hemelen. Mag je trots voelen op je voorouders of schaamte, verantwoordelijk zelfs?

     

     

    Ik herlas De kleine prins (1943) van Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) na het zien van de schitterende documentaire Het wonder van Le Petit Prince, over versies in uitstervende talen. ‘Native speakers’ van vier daarvan vertellen over de betekenis van het boek in hun leven. Ik herlas het (in de vertaling van Erik van Muiswinkel) met nieuwe ogen en zag de actualiteit, vooral om hoe het prinsje zijn roos beschermt tegen de woekerende baobab en onze zorgen om de opkomst van rechts extremisme. (Adri Altink)

     

     



    Verkeerd begrepen
    is de Nederlandse vertaling uit 1871 door Johanna van Swinderen van de meesterlijke
    tranentrekker Misunderstood (1869) van Florence Montgomery (1843-1923). Daarover schreef Vladimir Nabokov in Speak Memory dat het lot van de 7-jarige Humphrey hem een vakkundiger brok in de keel bezorgde dan wat dan ook van Dickens. Ook Lewis Carroll was een groot bewonderaar. In 2000 verscheen een Nederlandse bewerking van dit boek. Jammer. Er moet gewoon snel een serieuze nieuwe vertaling van dit prachtboek komen!

     

     

    Ander woord voor moeder (2024) is het ijzersterke poëziedebuut van Auke Leistra, vertaler van Paul Theroux, John Updike, David Sedaris e.v.a.. Een zeer persoonlijke bundel die in 42 gedichten een claustrofobisch universum van verdriet oproept. Ontsnappen lukt niet, maar door de stilistische brille en de humor toch wel af en toe bijna. Gedichten als ‘Bij nader inzien’, ‘Treintje’, ‘Zelfportret met schep’, ‘Pleister op de wonde’ en ‘Moederlijke zorg’ zijn voorbestemd evergreens te worden. (Hans Heesen)

     

     



    ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’ Dit is de aanvang van het evangelie van Johannes. Zo heet ook het hoofdpersonage in
    Ochtend en avond, novelle van de Noorse Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Johannes gaat dood, maar komt onder de handen van de schrijver prachtig tot leven. Vertaald door Marianne Molenaar. 

     

     

     

     

    Het is zo’n titel die tot in het ruggenmerg raakt: Jaag je ploeg over de botten van de doden (2021). Weer een Nobelprijswinnaar: de Poolse Olga Tokarczuk. Jarenlang heeft het boek naar me gefluisterd, totdat ik het niet langer kon negeren. Nu weet ik waarom het door mij gelezen wilde worden. Zelden ben ik zo diep geïnspireerd door een schrijver. Vertaald door Charlotte Pothuizen. (Jan Kloeze)

     

     



    Vertel me alles
    is het vijfde boek van Elizabeth Strout over de schrijver Lucy Barton. Lucy is erin geslaagd haar armoedige afkomst achter zich te laten en toch draagt ze die altijd bij zich. Fictie is verzonnen, maar die van Strout voelt waar. Ze heeft een geweldig gevoel voor sfeer en intermenselijke verhoudingen.
    Vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen.

     

     

     

     

    In Koud genoeg voor sneeuw (2022) van Jessica Au reist een dochter met haar moeder naar Tokyo. Ze lopen, eten in restaurant, bekijken kunst in musea en praten over onderwerpen die er ogenschijnlijk niets of juist alles toedoen. Dat dochter en moeder van elkaar houden is voelbaar, al blijft er veel onuitgesproken. Kunnen ze elkaar werkelijk bereiken? Vertaald door Marion Hardoar. (Juno Blaauw)

     

     


    Frank Nellen weet in De onzichtbaren in een zorgvuldige stijl de sfeer op te roepen van Oekraïne aan het eind van de Sovjettijd. Hij treft het karakter van de twee totaal verschillende hoofdpersonen – de ik-figuur (Dani) en zijn vriend Pavel -, buitengewoon raak. Er zitten sombere en naargeestige scènes in het boek, die tegelijk op een komische manier worden verteld. Daardoor blijven ze je des te meer bij. En de surrealistische verhalen, allemaal samen vormen ze een mozaïekroman. Groots verteld.

     

     

     

    Marjoleine de Vos schrijft in Zo hevig in leven over kanker die haar trof. Bijna een half jaar lang, van oktober 2022 tot en met maart een jaar later. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Associatief lopen herinneringen aan momenten die ze met haar overleden man, Tom van Deel beleefde, en het hier en nu in elkaar over. Haar toon is zachtmoedig en zoekend, raak en nuchter, intiem en intens. Troostrijk ook. (Els van Swol)

     

     


     

    Alkibiades (1923) van Ilja Leonard Pfeijffer heeft iets van een omgevallen boekenkast en lijkt geschreven door een auteur die van het weggeblazen dak van het Parthenon wil schreeuwen wat hij allemaal weet van het oude Griekenland. Maar het is ook een geweldige onderdompeling in wat ooit was en de bodem legde voor onze Westerse samenleving. Het was het eerste boek dat ik in januari uitlas dat meteen de lat voor 2024 torenhoog legde.

     

     

     

    Op vakantie in Sardinië ontdekte ik een vergeten schrijfster en Nobelprijswinnares Grazia Deledda (1871- 1936), geboren en gevormd in de ruige gebergten rondom Nouro. Terwijl ik vlak bij haar geboorteplaats verbleef las ik drie boeken van haar hand. Ze maakten allen een diepe indruk en verdiepten mijn verblijf. Vooral Elias Portolu (1901) greep me, over een verdoemde liefde en over de kerk als toevluchtsoord, waar de ziel misschien wel, of misschien geen, rust zal vinden. (Martin Lok)

     


    Het xoanon van Jan van Aken is een breed uitwaaierende roman over het Constantinopel van na WOI, met onvoorziene plotwendingen, dubbel-ingewikkelde intriges en een bijzonder sfeervolle inkleuring van de historische achtergrond. Geschiedenisboek, spionagethriller en avonturenroman in één.

     

     

     

     

    In De onzichtbaren van Frank Nellen wordt een zeer geloofwaardige, hoewel groteske weergave van de aftakeling van het Sovjetrijk beschreven, aan de hand van personages bij wie allemaal wel een stukje loszit. Spannend, vermakelijk, schokkend en overtuigend. (René Leverink)

     

     

     


    Vijf dagen trok ik op met Rut en Gorm uit Mijn iemand van de Noorse schrijverer Herbjørg Wassmo. Vroeger waren Rut en Gorm vage vrienden, maar ze verloren elkaar steeds weer uit het oog. Tot, gepokt en gemazeld door het leven, ze elkaar opnieuw ontmoeten en dit keer echt voor elkaar kiezen. Ze zijn elkaars iemand. Een verhaal over liefde en onafhankelijkheid, zielsverwantschap, egocentrisme en kunstenaarschap. Vertaald door Paula Stevens.

     

     

     

    Het kleedje voor Hitler van Bas von Benda-Beckmannis de gedegen onderzochte en zeer toegankelijk geschreven familiegeschiedenis van Bas von Benda-Beckmann. Aan de hand van ongelooflijk veel brieven en dagboeken beschrijft de historicus zijn Duitse familie, de generatie van zijn grootouders in de vorige eeuw. Zijn tante Luise was getrouwd met de vertrouweling van Hitler, Alfred Jodl. Hoe loyaal waren zijn oudtantes en oudooms aan het Nazi-regiem, keken ze weg of wisten ze het echt niet?  (Marjet Maks)

     

     


    In Woestijnpassages (2023) van Emmelien Kramer kiest de Catalaanse dichter Àngel Or voor blindheid om de wereld anders te zien. Na zijn arrestatie door de Guardia Civil en zijn daaropvolgende verdwijning probeert de journalist Rodrigo Torres het mysterie rond Ors’ leven te ontrafelen. Kramer verweeft thema’s als vrijheid, identiteit en tijd met historische Spaanse trauma’s. Haar elegante, zintuiglijke stijl en filosofische aanpak maken deze roman tot een unieke leeservaring die uitnodigt tot herlezing en reflectie.

     

     

     

    In zijn debuutroman De maat van alle dingen verweeft Johannes Westendorp een ingenieus netwerk van personages en verhaallijnen rond een aanslag in winkelcentrum Hoog Catharijne. Via rapteksten, nieuwsberichten, innerlijke monologen en sociale media onderzoekt hij thema’s als verlies, miscommunicatie en maatschappelijke spanningen. Westendorp breekt met literaire conventies en daagt de lezer uit om zelf verbanden te leggen. Deze gedurfde en strak geconstrueerde roman biedt een unieke, complexe leeservaring die blijft verrassen. (Anna Husson)

     

     


     

    Verhalen van Toergenjev (1818-1883) verscheen dit jaar in een nieuwe vertaling bij van Van Oorschot, 1024 pagina’s dundruk. Het bevat Notities van een jager en de novelle Eerste Liefde. Verhalen die 400 bladzijden beslaan met vlotte  dialogen en mooie natuurbeschrijvingen. ‘Een van de voornaamste voordelen van het jagen, beste lezer, is dat je dwingt voortdurend van de ene naar de andere plek te reizen, wat voor een man met weinig te doen bijzonder aangenaam is.’  Je maakt kennis met mensen uit het oude Rusland, adel, boeren, dienstmeisjes en bakkersdochters. Sjoukje Slofstra tekende voor de vertaling.

     

     

    Moeder na vader (2023) is het derde boek van Gerbrand Bakker in de reeks Privé-domein. Bakker beschrijft met veel oog voor detail een jaar uit het leven van zijn moeder nadat zijn vader is overleden. Ontroerend boek met liefdevolle observaties over dagelijkse dingen. De 87-jarige moeder is hulpbehoevend, Bakker belt haar vaak en gaat geregeld bij haar langs. ‘Toen we naar de auto liepen, zei ik tegen M. dat ik dit altijd het ergste moment vond. Gewoon weggaan, zo aan het einde van de middag; juist omdat we geweest waren, ineens extra leeg en stil.’ (Evert Woutersen)

     


     

    A rather haunted life (2017) door Ruth Franklin is de biografie van Shirley Jackson (1916-1965). Jackson schreef verhalen vol psychologische spanning in de traditie van the American Gothic, zoals ‘The haunting of Hill House’.  Franklin laat zien hoe groot haar betekenis was in het naoorlogse Amerika toen het niet gebruikelijk was dat een vrouw een literaire carriere had naast haar gezin. Maar naarmate haar carrière vorderde, werd haar huwelijk zwakker en nam haar angst toe. Deze biografie vertelt waarom Jackson thuishoort in de hoogste regionen van de Amerikaanse literatuur. 

     

     

    Mary Gauthier is een Amerikaanse singer-songwriter, te vondeling gelegd, geadopteerd, weggelopen, verslaafd aan alcohol en drugs en gered door folkmuziek. Saved by a song (2021) bestaat uit memoires, gedachten over kunst, hoe haar liederen tot stand kwamen en haar streven om met muziek mensen te inspireren en samen te brengen. Eenvoudig en oprecht vertelt ze hoe muziek en woorden voor haar heling en verlossing brachten en haar leerden dat empathie met alle wezens de enige manier is om te verbinden. (Hettie Marzak)

     


    Frank Nellen maakt in De onzichtbaren via de hoofdpersonen Dani en Pavel invoelbaar hoe het is (geweest) op te groeien in het oude Oostblok. Indoctrinatie, naïef maar niet minder oprecht strijden voor de socialistische heilstaat, leugens en bedrog, ontgoocheling en een trieste en troosteloze werkelijkheid die alleen te verdragen is door heel veel wodka te drinken tekenen hun wereld. Prachtig geschreven en aangrijpend interessant.

     

     

     

    Bep Rietveld heeft haar hele leven tegen de klippen op geschilderd en getekend. Tineke Hendriks schreef met Waar kleur is, is leven een roman over haar veelbewogen leven als dochter van de beroemde vader Gerrit, in haar strijd te mogen (leren) schilderen, over haar lessen bij Charley Toorop, haar overleven in een Jappenkamp in toenmalig Nederlands-Indië en over haar werk. Deze roman is alleen al belangrijk doordat hij een krachtige en belangwekkende 20e-eeuwse kunstenares een podium geeft. (Joke Aartsen)

     

     


     

    Mijn begin-van-de-vakantie-beloning is een dikke pannenkoek met kaas en stroop. Een zalige combinatie van vet, zoet en zout. Fout! Precies die drie ingrediënten. Teun van de Keuken schrijft in De mens is een plofkip over de verleidende, verslavende en ziekmakende voedingsindustrie. Waarom zijn er wel reclames voor ongezonde producten, maar amper voor gezonde? Hoe ambachtelijk is die ‘echte Italiaanse’ tomatensaus eigenlijk? En eten we onszelf bewust obees of treft de fabrikant ook nog blaam? Inzichtelijk en confronterend leesvoer.

     

     

     

    Een brug naar Terabithia (2007) van Katherine Paterson. Waar ligt Terabithia? Het is het geheime koninkrijk van Jess en Leslie die een ongebruikelijke vriendschap sluiten. Een zachtaardige jongen en een vrijgevochten ‘jongensmeisje’, gesitueerd op het Amerikaanse platteland van de jaren ’70. Herlezen is waardevol: lees je nieuwe dingen? Word je nog meegenomen in het verhaal, staat de taal nog overeind? Raakt de tragische gebeurtenis je nog steeds? Ja! Oorspronkelijk uit 1977, bekroond en verfilmd, maar verlies jezelf liever lezend in deze tijdloze vertelling. (Saskia M. Toussaint)

     


     

    Ik was verrast door de intrige waarin aantrekkingskracht en schuldgevoel in Raam, sleutel (2021) van Robbert Welagen om voorrang strijden. Schrijfster Karlijn raakt in de ban van haar gevoelens voor een vrouw die zij onverwacht ontmoet. Kort tevoren heeft ze haar vriend bij een ongeluk verloren. Welagen weet heel knap de gevoelens van rouw gelijk op te laten gaan met de verliefdheid voor de nieuwe vriendin. Dat spanningsveld zorgt ervoor dat je wil doorlezen. 

     

     

     

    Michail Sjisjkin is een Russische schrijver die in Zwitserland woont. Hij kent Rusland van binnenuit. In Mijn Rusland geeft hij een goede inkijk in het ontstaan van het dictatoriale politieke systeem door de eeuwen heen. De wijze waarop de bevolking in de greep wordt gehouden, is van alle tijden.  Het zal heel moeilijk zijn om deze eeuwenlange onderdrukking om te buigen naar een meer democratische richting. Dat biedt geen uitzicht op een betere toekomst in Rusland na Poetin. Vertaald door Jan Sietsma. (Johan Reijmerink)

     

     


     

    De leugenaar (1950) van Martin Hansen is een scherp psychologisch portret dat tegelijkertijd doortrokken is van een Scandinavische treurigheid van de landelijke en afgelegen omgeving waar het speelt. Met weinig woorden wordt enorm veel sfeer en karakter neergezet in een klein drama over verhoudingen op scherp en de last van het verleden, en over vogel spotten. Vertaald uit het Deens in 1984 door Gerard Cruys.
    Een doodgewoon leven (2017) van Karel Capek begint in alle opzichten als een doorsnee verhaal over een stationschef en zijn kabbelende leventje en ontvouwt zich tot een ware kakofonie van stemmen. Het innerlijk orkest van de hoofdpersoon komt al twistend met elkaar met volle kracht naar voren als hij terugkijkt op zijn leven en zijn motieven. Welke afslag was de ware en wat betekende zijn leven nu echt? Vertaald door Irma Pieper. (Ben Koops)

     

    In Drie zakken dameskleding, twee cakes Kyiv en een sniper beschrijft Jaap Scholten – die direct na het begin van de oorlog in Oekraïne het initiatief nam er hulpgoederen naar toe te brengen – wat hem bewoog en hoe het er was. Hij schakelde daarvoor o.a. zijn rugbymaten in, waaronder ook Tommy Wieringa. Een deel van de opbrengst van beide boeken wordt gebruikt om meer hulp te kunnen bieden.

     

     

     

     

    Tommy Wieringa beschrijft in Konvooi van binnenuit de ellende in Oekraïne, maar ook het optimisme en de heldenmoed van veel mensen. Het is niet altijd even prettig om te lezen wat de Russen daar allemaal uithalen; het bevestigt wat velen al vrezen. Beide boeken zijn ook te lezen als aanklacht tegen het wegkijken van veel westerse overheden en meer nog tegen de verdomming van met name radicaal rechtse partijen en/of regeringen. (Martenjan Poortinga)

     

     


     

    Het Internaat (2022) van Serhi Zjadan is een meeslepende Oekraïense roman die jaren voor de Russische inval is geschreven en tijdens de oorlog in de Donbas. In drie dagen maakt leraar Pasja een levensgevaarlijke tocht om zijn neefje uit een internaat in een onbenoemde stad op te halen. Hij reist door dorpen in een apocalyptisch landschap met militairen  legervoortuigen, bombardementen en ontheemden. Met zijn neefje op de onvoorstelbaar helse terugweg denkt Pasja: ‘Geen mens zou zoveel angst en nijd in z’ geheugen moeten meetorsen.’ Vertaald door Tobias Wals en Roman Nesterenco.

     

     

     

    In Vinvis der Vergetelheid (2022) van Tanja Maljartsjoek vertelt de vrouwelijke Oekraïense hoofdpersoon over teringleider en kluizenaar Vjatsjeslav Lypynski (1882-1931). Hij was historicus, conservatief politiek activist en Oekraïens gezant in Wenen. De vinvis staat voor de tijd die de hoofdpersoon met haar ‘gedachten, ervaringen en herinneringen’ opslokt. De hoofdstukken spelen begin deze eeuw, waarin de ik op drie blauwogige relaties terugkijkt, en begin vorige eeuw waarin zij het leven van Lypynski in verhalende vorm beschrijft – met veel politieke ontwikkelingen in Oekraïne. Op het eind schuiven de twee verhaallijnen in elkaar en de ‘blauwe vinvis sloot zijn bek en zwom verder.’ Vertaald door Marina Snoek en Tobias Wals.  (Ronald Bos)

     



    De tweelingen trilogie bevat Het dikke schrift (1986), Het bewijs (1988) en De derde leugen (1991) van Agota Kristóf (Hongarije 1935 – 2011), dit jaar opnieuw uitgeven door DasMag.
     Tijdens WO2 in Hongarije worden de tienjarige tweelingbroers Lucas en Klaus bij hun grootmoeder ondergebracht. In een schrift schrijven ze heel precies en objectief wat ze beleven: ‘Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij zien, wat wij horen, wat wij doen’. Alles zonder emoties. De karakters van Kristóf bezigen een logica die onbeschoft lijkt, maar (precies) is wat het is. Verrassende en intrigerende trilogie. Vertaald door Henne van der Kooy.  

     

     

     

    De openingszin van Café Dorian (2023) van Gilles van der Loo zet je direct op scherp. ‘Het is ochtend in de stad die ik je geef. Je trekt de voordeur dicht en kijkt naar de plaat met de verlichte bellen, het bordje met de naam die ik je gaf omdat ik over je wil schrijven.’ Die je is Guillaume, eigenaar van café Dorian. Een verhaal over mensen die elkaar niet kunnen bereiken. Twee tijdlijnen die af en toe op een wonderlijke manier in elkaar overlopen. Een verhaal van troost over mensen die elkaar niet kunnen bereiken, zo goed geschreven dat het je verleidt er opnieuw in te duiken. (Ingrid van der Graaf)





    Goudjakhals
     van Julien Ignacio is v
    erschillend in stijl en opzet. Zes verhalen die ogenschijnlijk los van elkaar staan, maar die met elkaar verbonden zijn door de thematiek. Het gaat over mensen die buiten hun eigen land, tegen de klippen op, een bestaan moeten opbouwen. Goudjakhals is een verpletterend goed boek. Een boek dat ertoe doet. Het maakt van de onbekende, ongeliefde vreemde een mens met een verhaal, een gezicht en een stem. Waarom ligt dit boek niet in grote stapels in de boekhandels?

     

     

    In Onderburen van Juli Zeh verhuist hoofdpersoon Dora in coronatijd van de stad Berlijn naar het platteland. Is ze op zoek naar afstand tot haar activistische vriend of juist naar meer rust en ruimte om zich heen? Niet alleen haar omgeving begrijpt haar vertrek en vooral haar bestemming niet, ze vraagt zichzelf ook af wat ze moet in die AfD-omgeving. Onderburen is geestig, goed geschreven en bevat rake dialogen. Vertaald door Annemarie Vlaming. (Carolien Lohmeijer)

     

     



    Je zou denken dat het niet kan, maar 
    Carolina Trujillo beschrijft in De instructies met hilariteit en humor hoe dierenactivisten hun soms vergaande acties voorbereiden en uitvoeren. Ook laat ze gedetailleerd weten hoe het er in slachthuizen en met het transport van de ter dood veroordeelde dieren aan toegaat. Niet altijd fijn om te lezen, wel goed voor mensen die het nog niet weten, al lezen die dit boek misschien niet. Ik-personage Mol vertelt met terugblikken het verhaal van de uit de hand gelopen brandstichting in een slachthuis. Trujillo weet voor alle personages sympathie op te wekken, al is het alleen al omdat deze de consequenties van hun actie – gevangenisstraf – zonder morren accepteren.

     

     

    Het Xoanon is een heerlijk avonturenverhaal van Jan van Aken tegen een nauwgezet weergegeven historische achtergrond en speelt in 1920 in Constantinopel. Het Ottomaanse rijk is verslagen, grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië bezetten de stad en Russische vluchtelingen zijn overal. Tegelijkertijd beginnen in de betere wijken de vrolijke jaren twintig en doemt in het oosten een nieuwe oorlog op. Verteller en vrijbuiter Beaujon raakt betrokken bij de jacht op een xoanon, een antiek houten beeldje dat in dit geval het palladium zou zijn dat Pallas Athene voorstelt. In een uitmuntende couleur locale vol geheimzinnigheid bevolken kleurrijke figuren de woelige straten van de stad waar de politieke situatie voelbaar is. (Anky Mulders)

     



    En dit vonden de recensenten van Literair Nederland de beste boeken (gelezen) in 2023.

  • Maarten ’t Hart krijgt P.C. Hooftprijs 2025

    Een mooi bericht om het nieuwe jaar mee in te gaan is dat aan Maarten ’t Hart (1944) de P.C. Hooft-prijs 2025 werd toegekend. De schrijver schrok er zelf van, hij had het niet meer verwacht, maar is ontzettend blij met deze erkenning voor zijn oeuvre. ‘Dit is de mooiste prijs die je in Nederland kunt krijgen. (…) Ik sta nu in hetzelfde rijtje als Simon Vestdijk, wat wil je nog meer?’

    De P.C. Hooft-prijs 2025 werd aan Maarten ’t Hart toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Yasmine Allas, Simone Atangana Bekono, Lieneke Frerichs (voorzitter), Arnon Grunberg en Lidewijde Paris. Ze roemen in het juryrapport zijn rol van ‘verteller’. ‘Zijn meesterschap blijkt met name uit zijn dialogen, hij heeft een uitstekend oor voor hoe mensen met elkaar praten en hij weet als geen ander dat spreektaal gestileerd moet worden wil die dialoog in een roman tot leven komen.’

    Populair bij breed publiek

    Maarten ’t Hart was allang populair bij een breed publiek, maar de literaire critici waren niet altijd even positief over zijn werk. Hij zou zichzelf teveel herhalen om de onderwerpen, waaronder het gereformeerde geloof, die in zijn romans steeds terugkomen. Maar zijn lezerspubliek was groot. Van zijn bekendste boek, Een vlucht regenwulpen (1978) werden in het jaar van verschijnen ruim 100.000 exemplaren verkocht. Het boek werd vaak herdrukt en is ook verfilmd.

    ’t Hart debuteerde in 1971 onder het pseudoniem Martin Hart met de roman Stenen voor een ransuil. Geschreven in de periode dat hij in 1970 zijn uitgestelde dienstplicht vervulde. Zijn debuut ontving prompt een eervolle vermelding van de jury van de Reina Prinsen Geerligs-prijs.

    ‘Sinds zijn debuut (…) heeft ’t Hart een omvangrijk en kwalitatief indrukwekkend oeuvre opgebouwd, dat kritisch, schrijnend, liefdevol, spannend, kwetsbaar en geestig is,’ aldus de jury. ‘Maarten ’t Hart is een erudiete romancier. Zijn boeken waarin wellust, politiek en het gereformeerde geloof om voorrang strijden, hebben vele lezers geboeid en zullen ook de hedendaagse lezer niet onberoerd laten.’

    In een echt goed boek ga je helemaal in op

    Dat is voor ’t Hart van belang, als schrijver mensen even te laten ontsnappen aan de werkelijkheid. ‘Als je echt goed in een boek zit, dan ga je er helemaal in op. Je vergeet de wereld om je heen. Dat is iets ongelofelijks. Het voelt bijzonder dat ik dat voor mijn lezers kan bereiken.’

    Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000. Het Literatuurmuseum organiseert de toekenning en uitreiking van de P.C. Hooft-prijs.

    Het Literatuurmuseum organiseert in mei de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs.

     

     

  • Literair Nederland duikt met Thomas Heerma van Voss Het archief in

    Op zaterdag 30 november kwamen recensenten en redactieleden van Literair Nederland en Jong Literair Nederland samen in antiquariaat Hinderickx & Winderickx in Utrecht voor de jaarlijkse borrel. Ook Thomas Heerma van Voss was erbij. Hij kwam praten over zijn roman, Het archief. In 2009 debuteerde Heerma van Voss met de roman De allestafel. Sindsdien schreef hij essays, korte verhalen en drie romans, waarvan de laatste, Het archief, deels is gebaseerd op zijn ervaringen bij literair tijdschrift De Revisor. Als nieuwste redactielid van Literair Nederland ging ik met hem in gesprek. Over redactie voeren, het belang van literaire tijdschriften en goed kunnen kijken naar kleine dingen.

     

    Het archief gaat over Pierre, die als ‘veelbelovend jong redactielid’ plaatsneemt in de redactie van literair tijdschrift Arabesk. Wat is hij voor iemand? 

    ‘Pierre is iemand die zich in de luwte wil bekommeren om wat anderen ontgaat. Hij is beschouwend, vaak meer analytisch dan deelnemend en heeft een groot hart voor de literaire zaak, zonder dat hij precies weet wat hij daarmee moet, kan of wil. Als hij gevraagd wordt om bij de redactie te komen zegt hij al snel ja.’


    Wat is Arabesk voor tijdschrift, hoe staat het blad ervoor?

    Arabesk is verwant met literair tijdschrift De Revisor, waar ik vanaf 2015 of was het 2014, zeven jaren in de redactie heb gezeten. Wat daar ingewikkeld was, en dat merkt Pierre ook bij Arabesk, is dat er voortdurend verwezen werd naar het roemruchte verleden, soms expliciet, soms impliciet. En de situatie is in het heden natuurlijk heel anders dan vroeger. Inmiddels heeft Arabesk meer inzendingen dan abonnees.’ 


    En is er een uitgeverij die de gang van zaken bekritiseert.

    ‘De uitgeverij die Arabesk uitgeeft, zegt tegen Pierre en de drie andere redacteuren: probeer te verjongen. Er worden initiatieven geopperd om het blad online zichtbaarder te maken. Met een zogeheten ‘diversiteitssubsidie’wordt er een externe redacteur met een multiculturele achtergrond ingeschakeld om de boel op te schudden. Dat is nodig en belangrijk, het blad is te traditioneel, te stoffig en te wit, maar het is tegelijkertijd ook een potsierlijke vertoning: ze betalen iemand om hardop te zeggen wat ze zelf al weten. Daarnaast leveren de beginnende vertalers en dichters die deze externe Arabesk-redacteur aandraagt matige stukken in. De redactieleden worstelen met de vraag of ze die moeten plaatsen. Aan goede intenties en welwillendheid is er bij Arabesk geen gebrek, alleen wordt de vraag steeds groter hoe de redactie het moet aanpakken, wat zin heeft en of het blad wel per se in stand gehouden moet worden.’


    Misschien is het probleem ook dat veel mensen geen weet hebben van het bestaan van literaire tijdschriften.

    ‘Mijn boek is een paar maanden geleden verschenen. Ervoor had ik met een PR-medewerker van uitgeverij DasMag een overleg. Hij zei: leg in elk interview opnieuw uit wat een literair blad is, want niemand weet dat nog. Dus hoorde ik mezelf in de radiogesprekken die ik had steeds zeggen: een literair tijdschrift bestaat uit literaire verhalen, essays en gedichten, het heeft vaak een kleine oplage maar dient wel als kweekvijver, enzovoorts.’ 


    Het eerste hoofdstuk gaat over Pierre en zijn vader, die een enorm archief bijhoudt. Wat is Pierres vader voor een man?

    ‘Hij is zo iemand die, zonder veel te zeggen, heel aanwezig kan zijn. Hij heeft zich verschanst in zijn kamer met allemaal papieren, allemaal oude tijdschriften. Hij was ooit ook redacteur en journalist en hij hecht eraan dingen te bewaren, te begrijpen waar iets vandaan komt.’


    Hoe is Pierre door hem beïnvloed?

    ‘Ik denk dat verlangens vaak halfbewust tot stand komen. Dus er zitten geen expliciete passages in het boek waarin Pierre denkt: “Ik zit bij dit blad omdat mijn vader dit interessant vindt.” Maar dat idee spreekt wel uit alles wat hij doet. Zijn vader is heel prominent aanwezig. Voor ik aan Het archief begon, was ik al bezig met een tekst over een blad waarvan ik niet wist hoe het verder moest gaan, wat het moest worden. Pas vanaf het moment dat ik dacht: “O wacht, er moet een vader in en ik weet hoe het met die vader moet aflopen”, werd het een roman.’

    Pierres vader wordt erg ziek. Pierre kan daar niets aan veranderen, een parallel met de teloorgang van het tijdschrift. Hij staat erbij en kijkt ernaar. Hoe vond je het om Pierre te schrijven?


    ‘Ik houd van boeken waarin de zwaarte de lichtheid versterkt en andersom. En ik houd van een hoofdpersoon die goed om zich heen kijkt. Ik denk dat Pierre die blik ook deelt met zijn vader: goed kijken naar kleine dingen. Het boek gaat over verschillende manieren om je te verhouden tot iets dat aan het verdwijnen is. Pierre probeert alles te doen wat hij kan, maar ja, wat kan je doen als een naaste heel ziek is? Je kan het niet verbeteren, je kan er wel zijn.’


    Pierres moeder neemt in het boek weinig ruimte in. Toch heeft ze een fascinerende relatie met Pierres vader.

    ‘Pierres ouders zijn al heel lang samen. Hun huwelijk uitpluizen is niet waar zijn blik op was gericht, dus dat zit relatief weinig in het boek. Zijn moeder heeft nooit precies begrepen hoe haar man in elkaar zit. Of ze heeft nooit de goede toon gevonden. Ze hebben allebei een andere manier van leven. Als het einde dan ineens zo concreet opdoemt, is daar geen ontkomen meer aan. De een wil antwoorden, de ander wil niets zeggen.’ 


    En hoe zit het met de relatie tussen Pierre en Lucie, zijn vriendin.

    ‘Lucie is er door het hele boek heen. Een van de moeilijkheden, dat is meer technisch, met het schrijven van Het archief was dat er in de redactietijd een spanningsboog moest zitten. Die periode duurt vier, vijf jaar. Dus ik moest suggereren dat er jarenlang leven is buiten het blad, zonder dat het daar te veel over gaat. Ik wilde daarbij per se een goede relatie, omdat het te voorspelbaar is als Pierres redacteurschap negatieve invloed heeft op zijn relatie met Lucie. Ze is iemand op wie hij kan leunen, een soort baken.’


    Er is een gedrukte editie van Arabesk met bijdragen van een aantal schrijvers die we kennen uit Het archief, waaronder Pierre. De echte schrijvers ervan staan achterin vermeld. Heb jezelf de redactie ervan gedaan? 

    ‘Ja, dat was heel leuk om te doen. In Het archief beschrijf ik allerlei teksten uit Arabesk, maar ik kon natuurlijk amper uit het blad citeren, dan zou je een onevenwichtig boek krijgen. Toen mijn roman af was maar het nog maanden zou duren voor hij verscheen, heb ik de uitgeverij gevraagd of we niet, ter promotie, eenmalig een uitgave van Arabesk konden maken. Ik dacht dat ze zouden zeggen: “Nee, dat wordt te duur, te veel gedoe”, maar ze zeiden dat het prima was als ik het zelf regelde. Dus heb ik een overzicht gemaakt van alle verwijzingen in de roman naar Arabesk en ben ik schrijvers gaan vragen. Wat me in positieve zin verraste, was dat iedereen die ik hiervoor vroeg het leuk vond om onder zo’n Arabesk-pseudoniem te schrijven. De schrijvers konden zich uitleven. Het werd een rollenspel op papier.’


    Hoe reageerden redactieleden van andere literaire tijdschriften. Zijn ze blij met de aandacht?

    ‘Het is  niet zo dat alle redacties hebben gereageerd. Wel heb ik van meerdere mensen gehoord dat ze na het lezen een abonnement gingen nemen op een literair blad. Dat was natuurlijk niet een doel op zich van mijn boek, wel is het een fijne bijvangst.’

     

     

    Op de foto: Thomas Heerma van Voss en Juno Blaauw
    (Foto: Carolien Lohmeijer)


     

     

     

     

     

     

    Het archief / Thomas Heerma van Voss / uitgeverij DasMag / 274 blz.

     

     

     

  • Anne Vanschothorst en Diek Grobler winnen NPF Award 2024

    Afgelopen weekend werd in Zutphen het derde Nederlands Poëziefilm Festival afgesloten met de uitreiking van de NPF Award voor de beste poëziefilm van het afgelopen jaar. Anne Vanschothorst en Diek Grobler wonnen de prijs met hun film I haven’t told my garden yet, naar het gelijknamige gedicht van Emily Dickinson. De winnende poëziefilm is een samenwerking tussen de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Diek Grobler  – schilder, performer en animator – en Anne Vanschothorst, die zichzelf als  ‘a harpiste in a landscape’ omschrijft.

    De jury, die bestond uit Anna Eble, Cíntia Taylor, Jesse Laport en Boris Peters (winnaar van vorig jaar), motiveerde haar keuze onder meer als volgt:

    ‘(…) een film die in elk detail de poëzie opzoekt, die beelden oproept vanuit een bijzondere zorgvuldigheid en een ingetogen en rake verbeelding. Het samenspel van het zeer fysieke beeld, de bijwijlen haast etherische harpmuziek en de mooie voordracht zorgt voor een eigen ritme dat er zeker toe bijdraagt dat het voelt alsof er voor de ogen van de toeschouwer een hele wereld wordt gecreëerd. (…)Het grote geheim van de dood, of van het sterven, dat in het gedicht van Emily Dickinson zo indrukwekkend wordt opgeroepen – juist door een opsomming van alle manieren waarop de ik zegt er geen ruchtbaarheid aan te zullen geven (I haven’t quite the strength now / To break it to the Bee— // I will not name it in the street / For shops would stare at me—) – komt op betoverende wijze terug in deze film. (…) De gebruikte techniek is uniek en zorgt voor een subtiel verrassende kijkervaring.’

    Foto: Anne Vanschothorst nam de prijs, ook namens Diek Bolger in ontvangst: Nederlands Poëziefilmfestival 2024

     

  • Heel Nederland Leest – titels voor boven- en onderbouw

    Kortgeleden is de leesbevorderingscampagne ‘Heel Nederland Leest’ van start gegaan. Deze campagne wordt jaarlijks georganiseerd door het CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, en loopt de hele maand november. De titels die in 2024 centraal staan zijn voor volwassenen en bovenbouwleerlingen Joe Speedboot van Tommy Wieringa en Broergeheim van Emiel de Wild als Heel Nederland Leest juniortitel voor jongeren van de basisschool en de onderbouw van de middelbare school. Bestseller Joe Speedboot is in een oplage van 270.000 exemplaren gedrukt en voor iedereen gratis op te halen in alle bibliotheken van Nederland.

    Lees verder op Jong Literair Nederland.

     

     

  • Inspirerende Dag van het Literatuuronderwijs

    Sinds 2021 is er een nieuwe wet van kracht die zegt dat scholen actief burgerschap en sociale cohesie moeten bevorderen. Alle leerlingen moeten leren over de basiswaarden van de Nederlandse rechtsstaat en democratie, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Goed literatuuronderwijs kan hier een belangrijke rol bij spelen en veel bijdragen aan (taal)begrip, empathie, zelfinzicht, inlevingsvermogen, een brede blik en verdraagzaamheid. De Dag van het Literatuuronderwijs heeft docenten Nederlands hier weer vele handvatten voor aangereikt.

    Joke Aartsen was erbij. Lees hier, op Jong Literair Nederland haar impressie.

     

    Persfoto: Dag van het Literatuuronderwijs 2024 met auteur Kluun tijdens de opening, pleitend voor de terugkeer van leesplezier onder jongeren. © Marco de Swart

  • Het kleedje voor Hitler beste historische boek van dit jaar

    Bas von Benda-Beckmann ontvangt de Libris Geschiedenis Prijs 2024 voor zijn boek Het kleedje voor Hitler. Een familiegeschiedenis (uitgeverij Querido). Juryvoorzitter Gerdi Verbeet maakte de winnaar van het beste historische boek van 2024 bekend tijdens een live-uitzending van radioprogramma OVT.

    Von Benda-Beckmann groeide op in een Duits-Nederlands gezin en raakte al vroeg gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Op zijn dertiende hoorde hij voor het eerst dat zijn oudtante Luise de weduwe was van Hitlers trouwste generaal, Alfred Jodl, die tijdens het Proces van Neurenberg als oorlogsmisdadiger ter dood was veroordeeld. Later volgden meer verhalen, onder meer van de jongere zus van zijn oudtante., die eerst partijlid was maar later een relatie kreeg met een half-Joodse arts en bevriend raakte met een van de samenzweerders tegen Hitler.

    De jury over Het kleedje voor Hitler: ‘In dit goedgeschreven boek verweeft Bas von Benda-Beckmann zijn boeiende familieverleden met de turbulente geschiedenis van Duitsland in de negentiende en twintigste eeuw. Door fascinerende personages op te voeren en gebruik te maken van een grote rijkdom aan bronnen geeft hij inzicht in het leven en denken van de lage adel van Duitsland, maar kweekt hij ook begrip voor de omstreden keuzes die richting de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt. De jury noemt Von Benda-Beckmanns historisch onderzoek voorbeeldig, en het resultaat een pageturner die je in één keer uitleest.’
    Aan de Libris Geschiedenis Prijs is een bedrag van 20.000 euro verbonden.

    De overige genomineerden waren:
    Michal Citroen – Een adres (Alfabet Uitgevers)
    Jaap Cohen – De bolle Gogh (Uitgeverij Querido)
    Benjamin Duerr – De droom van Den Haag (AtlasContact)
    Rick Honings – De ontdekking van Insulinde (Prometheus)
    Zij ontvingen een bedrag van 1.500 euro.

     

    Foto: Sander Heezen

     

  • Ellen Deckwitz wint Italiaanse Premio Ciampi

    Ellen Deckwitz (1982) stond in 2020 op de nominatie voor De Grote Poëzieprijs met Hogere natuurkunde (Uitg. Pluim, 2019), maar kreeg hem niet. Nu heeft ze met diezelfde bundel de Premio Ciampi prijs gewonnen en is hiermee de eerste Nederlandse dichteres die deze prestigieuze prijs krijgt toegekend. De Premio Ciampi staat qua aanzien in dezelfde lijn als onze De Grote Poëzieprijs of de T.S. Eliot Prize in Engeland.

    Hogere Natuurkunde is ontstaan na het overlijden van Ellen Deckwitz’ Indische grootmoeder. Ze ontdekte dat zij de enige in haar familie is die het levensverhaal van haar grootmoeder te horen heeft gekregen. Het is deels een reisverhaal, deels mythe, maar ook een getuigenis. Het is het resultaat van talloze gesprekken die Deckwitz voerde met mensen wier wortels ook in voormalig Nederlands-Indië liggen. Ontroerend, geestig en confronterend schetst Ellen Deckwitz de gevolgen van een oorlog die inmiddels in miljoenen Nederlanders doorwerkt en tot op de dag van vandaag hun levens tekent.

    Mariken Heitman schreef in een column dat ze de bundel direct na de laatste regels opnieuw begon te lezen. ‘Om de lucide taal, scherp en soms geestig, om de overlevingsadviezen van het oma-personage, voortkomend uit een Indisch verleden, adviezen tussen twee haakjes die subtiel het zwijgen over oorlogstrauma en het loodzware gewicht van geheimen lijken te benadrukken, generatie op generatie doorgegeven.’

    Ellen Deckwitz won in 2021 De Johnny, de oeuvreprijs voor podiumpoëzie. In 2022 won ze de oudste literaire prijs, de ­Tollensprijs, voor haar oeuvre. Ze is columnist voor NRC en maakt samen met schrijvers Joost de Vries en ­Charlotte Remarque de literatuurpodcast Boeken FM. Daarnaast heeft ze de dagelijkse podcast Poëzie Vandaag. Sinds januari 2024 is zij Stadsdichter van Amsterdam. En dan nu deze mooie Italiaanse prijs.

    Sinds 2010 wordt de Premio Ciampia jaarlijks uitgereikt en is verdeeld in een binnenlandse en buitenlandse sectie. Deckwitz wint in de buitenlandse sectie met Hogere natuurkunde, de Italiaanse winnaar van dit jaar is Vincenzo Frungillo. De prijs wordt uitgereikt tijdens een groots, tweedaags evenement op 20 en 21 november in het Goldoni Theater in Livorno.

     

    Opmerkelijk is dat deze winnende bundel, gewoonlijk € 21,99, nu bij Bol.com tweedehands voor € 50,00 wordt aangeboden.