• Winternachten 2009: Fake! Of de gemanipuleerde waarheid

    Doet het er nog toe wat echt is en wat namaak, wat waar is en wat gelogen?
    Thema Winternachten 2009: Fake! Of de gemanipuleerde waarheid

    ‘Liegen en veinzen is bij uitstek een zaak van de kunst,’ schreef Gerrit Komrij. Schrijvers fabuleren en manipuleren als geen ander maar je gelooft ze op hun woord. Inmiddels viert het verzinsel ook buiten de fictie hoogtij. Iedereen lijkt zijn eigen wereld van de fictie te kunnen maken. We zijn bedreven geraakt in de manipulatie: van beelden, van nieuws, van ons lichaam, van producten. Of zoals een inwoner van de oliestaat Dubai onlangs zei: ‘We hebben hier geen sneeuw, we creëren hier sneeuw. We kunnen creëren wat we willen. Sommige mensen noemen dat fake.’

    Tijdens Winternachten 2009 gaat het over manipulatie en waarheid in kunst, media en politiek. Over waarom literaire leugens beter zijn dan gewone leugens. Over het kitscherig geloof in nationale identiteit. Over de vraag of in een fake wereld van de weeromstuit een verlangen naar echtheid ontstaat, naar ware verhalen. En over de vraag hoe waar gebeurd non-fictie eigenlijk is.
    Winternachten is een internationaal festival vol geestverruimende literatuur. Ruim zestig schrijvers, muzikanten en filmmakers uit binnen- en buitenland zullen tijdens Winternachten 2009 te gast zijn. Schrijvers met uiteenlopende culturele achtergronden gaan met elkaar in gesprek, debatteren en dragen voor op verschillende podia in Theater aan het Spui en het Filmhuis Den Haag. Naast literatuur biedt Winternachten een uniek film- en muziekprogramma.

    Nuruddin Farah opent Winternachten 2009
    Op donderdagavond 15 januari wordt Winternachten geopend met de Winternachtenlezing door de Somalische schrijver Nuruddin Farah in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Farah zal worden geïntroduceerd door Kristien Hemmerechts die hem na afloop ook zal interviewen.

    Nuruddin Farah (1945) wordt door velen genoemd als de belangrijkste Afrikaanse kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Farah, als balling wonend in afwisselend Zuid-Afrika en de VS, probeert zijn land ‘in leven te houden door er over te schrijven’. Zijn laatste roman Knots (2007) gaat over de terugkeer van een banneling naar het door oorlog geteisterde Mogadishu. Behalve Somalië en de moeizame relatie van Afrika met de geïndustrialiseerde wereld, staan vrouwenrechten en de verhouding tussen de islam en pre-islamitische tradities centraal in zijn werk. De kern van zijn oeuvre wordt gevormd door zijn trilogieën Variations on the Theme of an African Dictatorschip (1980-1983) en Blood in the Sun (1986-1999). In 1998 ontving hij de Neustadt International Prize for Literature.Zijn werk is vertaald in 17 talen en zeven van zijn boeken zijn in het Nederlands verschenen, waaronder Geheimen en Kaarten. Zowel de lezing als de introductie worden – tweetalig – in boekvorm uitgegeven.

  • Videomateriaal gevraagd

    Heb je videomateriaal van literaire evenementen, heb je een schrijver wel eens gefotografeerd tijdens een lezing, neem je voorleessessies op? Al dit materiaal plaatsen we graag op Literair Nederland. Stuur het naar redactie@literairnederland.nl met naam en korte beschrijving van de gelegenheid. De leukste inzending wordt beloond met 5 boeken.

  • Maastricht international poetry nights

    Van 23 t/m 25 oktober 2008 vindt in het Theater La Bonbonnière de zesde editie van The Maastricht International Poetry Nights ‘Wereldwijd’ plaats. Het festival wordt op donderdag 23 oktober om 19.00 uur officieel geopend.
    Dit jaar ligt het accent op dichters uit de diverse werelddelen Niet alleen worden nieuwe horizonten zichtbaar, maar ook staat de keuze garant voor een avontuurlijke luistertocht naar dichters van hoge kwaliteit.

    Het bestuur van MIPN is zeer vereerd met het feit dat de bijna Tachtiger Remco Campert Eregast van het festival wil zijn.

    ‘Wereldwijde’ bekendheid genieten o.a. de dichters Breyten Breytenbach (Zuid-Afrika), Bei Dao (China), Pia Tafdrup (Denemarken), Pura López Colomé (Mexico) en Sudeep Sen (India)

    De dichters lezen elk in hun eigen taal, maar alle gedichten zijn in het Nederlands vertaald en worden op een groot scherm geprojecteerd. Ook leest de actrice Ineke Holzhaus enkele gedichten voor in het Nederlands. De avonden worden gepresenteerd door dichter/romancier Daan Cartens en dichter/criticus Bas Belleman.

    Meer informatia: www.maastrichtpoetry.com

  • Mensen die niet gezien worden

    Op de voorkant van de nieuwste bundel van Willem van Zadelhoff prijkt een foto van Diane Arbus. Een fotografe die zich bezighield met mensen die niet gezien worden. Diezelfde mensen worden beschreven in Willem van Zadelhoffs nieuwe bundel. Het leven van een clown, architect, soldaat, duivenmelker: zij werden niet gekend maar hun verantwoordelijkheid beperkte zich schijnbaar tot hun omgeving. Maar toch verpesten deze mensen het voor zichzelf: hun tragikomische mislukkingen maken de poëzie tot een diepe ervaring van schrijnende eenzaamheid. Hun herinnering is tegelijkertijd hun graf. Zadelhoff schrijft gedichten die bestaan uit de meest basale elementen; dingen die mensen al lang vergeten zijn. Maar door zijn poëzie worden ze opgeroepen en maken ze daardoor deel uit van de wereld die we niet meer kennen.

    De bundel Tijd en landen bestaat uit vijf delen, waarin het eerste deel haast kinderlijk is. Het is wellicht een proloog op de vier vervolgende delen waarin respectievelijk de verwijzing, de idyllische liefde, de schijn van de idyllische liefde en de natuur opgevoerd worden. Het is typisch dat juist in het laatste deel het titelgedicht is opgenomen. Daar relativeert de dichter al het voorgaande door de mens te karakteriseren als een ontwerper van de schijn van de eenzaamheid. De herinnering heeft in deze bundel een centrale rol en dubieus genoeg: de mens zorgt ervoor dat van deze herinnering niets overblijft. We zijn mensen die niet gezien worden.

  • Arnon Grünberg

    Arnon Yasha Yves Grünberg (Amsterdam, 22 februari 1971) is een van de belangrijkste contemporaine Nederlandse auteurs. Bij zijn binnenkomst in de Nederlandse letteren vergeleek criticus Jan Vrijman hem met de jonge Gerard Reve. Vele publicaties later dringt de vergelijking met Willem Frederik Hermans zich op: net als Hermans schrijft Grunberg romans, korte verhalen, poëzie, toneel, essays, is hij een begenadigd columnist en polemist en foetert hij op Nederland en de Nederlandse mentaliteit.

    Persoonlijk
    Arnon Grunberg wordt op 22 februari 1971 geboren in Amsterdam. Hij gaat naar het Vossius Gymnasium, maar wordt daar in 1988 van verwijderd. Hij gaat werken, onder ander andere als bordenwasser en bij een apotheek. Hij start een eigen uitgeverijtje, Kasimir en krijgt in 1991 een toneelschrijfopdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.

    Als hij 23 is, debuteert hij met de sterk autobiografische roman Blauwe maandagen, waarin onder andere zijn joodse afkomst aan bod komt. Grunberg vestigt in een keer zijn naam: critici zijn lovend en vergelijken hem met een jonge Gerard Reve, hij ontvangt de Anton Wachter-prijs voor beste debuut en Blauwe maandagen wordt vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Zweeds en Japans.

    Met zijn tweede roman Figuranten bevestigd Grunberg in 1997 zijn talent en consolideert zijn positie als een van de belangrijkste hedendaagse auteurs.

    In het voorjaar van 1999 debuteert Grunbergs als dichter met Liefde is business, een komische tragedie in vrije verzen over een onmogelijke liefde tussen een schrijver en hoer C.

    In 2000 verschijnt de roman De geschiedenis van mijn kaalheid, van de schrijver Marek van de Jagt. In de media wordt de roman direct vergeleken met het werk van Grunberg en een mediahype rondom de ware identiteit van Van der Jagt volgt. Uiteindelijk is het NRC Handelsblad dat onthult en bevestigd krijgt dat Van der Jagt een pseudoniem van Grunberg is.

    In 2005 publiceert Grunberg voor de laatste maal onder de naam Marek van der Jagt een essay over de filosoof Otto Weininger, de joodse schrijver van het antisemitische boek Geslacht en karakter, die in 1903 zelfmoord pleegde. Hij beëindigt het essay Otto Weininger of Bestaat de jood? met de voetnoot: ‘Dit is het laatste boek waarop de naam Marek van der Jagt zal prijken. Hij heeft geen functie meer, en daarmee ook geen identiteit. Hij moet doen wat ik nog niet kan: sterven.’

    Grunbergs boeken zijn in vele talen vertaald. Hij is columnist voor het maandblad van Amnesty International Wordt Vervolgd, voor de VPRO-gids (Yasha) en voor Humo. Verder is hij medewerker van NRC Handelsblad, waarvoor hij in 2007 en 2008 als embedded journalist in Uruzgan en Irak stukken schreef. Bovendien gaf hij hij workshops aan Nederlandse soldaten die in Uruzgan hadden gediend, om hen te helpen hun ervaringen in verhaalvorm te gieten.

    Arnon Grunberg is niet getrouwd en woont in New York.

    Bijzonderheden:

    • Absurditeiten, postmoderne stijlfiguren en gitzwarte humor zijn bekende middelen waarvan Grunberg zich bedient om zijn thematiek, voornamelijk (het verlies van) identiteit, aan de orde te stellen.
    • Arnon Grunberg had een relatie met columniste Aaf Brandt Corstius, die hij in zijn columns opvoerde als Aap.
    • Voor de publiciteitscampagne rondom De asielzoeker maakte Grunberg, in gezelschap van een geit, een boottocht door Nederland.
    • Om Grunberg en zijn leven hangt een zweem van mystificatie, die de schrijver zorgvuldig in stand houdt.

    Links

    www.grunberg.nl
    www.arnongrunberg.nl
    www.arnongrunberg.com
    www.tirza.nl
    www.dejoodsemessias.nl

    Werken

    • De Machiavellist (1990)
    • De dagen van Leopold Mangelmann, Brief aan M, Schoonheid en bier (1993)
    • Blauwe maandagen (1994)
    • De advocaat, de leerlooier en de forellen (1994)
    • Rattewit (1994, toneelstuk)
    • Linkerschoen (1996, relatiegeschenk)
    • De dagen van Leopold Mangelmann/Kom liefje, mijn beste vrienden walgen van
    • me/Van Palermo naar San Francisco (1996, toneelstukken)
    • Figuranten (1997, roman)
    • De heilige Antonio (1998, boekenweekgeschenk)
    • De troost van de slapstick (1998, essays)
    • Het 14e kippetje (1998, filmscript)
    • Liefde is business (1999, gedichten)
    • Fantoompijn (2000)
    • Geachte Erasmus (2000, brieven; nieuwjaarsgeschenk)
    • De Mensheid zij geprezen, lof der zotheid (2001, essay)
    • Het Rotterdam van Arnon Grunberg (2001, reportage)
    • Amuse Gueule (2001, bundeling van de verhalen uit de periode 1991-1996)
    • Geweigerde liefde (2002)
    • Sterker dan de waarheid: de geschiedenis van Marek van der Jagt (2002)
    • De asielzoeker (2003)
    • Grunberg rond de wereld (2004, korte reisverhalen)
    • Arnon Grunberg leest Karel van het Reve (2004)
    • Het aapje dat geluk pakt (2004, novelle)
    • De joodse messias (2004)
    • De techniek van het lijden (2005, lezingen, als gastschrijver aan de TU Delft)
    • Grunbergbijbel (2005, bijbellezing)
    • De Receptioniste (2005, kort verhaal)
    • Mijn vriend Boorman (2006, essay)
    • Tirza (2006)
    • Onder de Soldaten (2006, verslag/columns)
    • Over joodse en andere paranoia (2007, Frans Kellendonk-lezing)
    • Het nieuwe lijden (2007, vervolg op De Techniek van het lijden)
    • Omdat ik u begeer (2007, brieven)

    Onder pseudoniem Marek van der Jagt:

    • De geschiedenis van mijn kaalheid (2000)
    • Gstaad 95-98 (2002)
    • Monogaam (2002, essay)
    • Otto Weininger, of bestaat de Jood? (2005, essay)
    • Ik ging van hand tot hand (2008, verzameld werk)

    Prijzen

    • 1994 RABO-bank Lenteprijs voor Literatuur voor ‘Tina’, gepubliceerd in De Tweede Ronde, 1993, nr. 3 en opgenomen in Blauwe maandagen.
    • 1994 Anton Wachter-prijs voor Blauwe maandagen.
    • 1996 Gouden Ezelsoor voor Blauwe maandagen.
    • 1998 Charlotte Köhler Stipendium voor De troost van de slapstick.
    • 2000 AKO Literatuur Prijs voor Fantoompijn.
    • 2004 AKO Literatuur Prijs voor De asielzoeker.
    • 2004 F. Bordewijk-prijs voor De asielzoeker.
    • 2007 Libris Literatuur Prijs voor Tirza.

    Als Marek van der Jagt

    • 2000 Anton Wachter-prijs voor De geschiedenis van mijn kaalheid.

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Eva Gerlach

    Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948) is een Nederlands dichter en vertaalster. Eva Gerlach is het pseudoniem van Margaret Dijkstra. Ze verzon dit pseudoniem toen ze een verhuiswagen van de Firma Gerlach voorbij zag komen. Heel passend, vond ze: een dichter is immers ook een soort verhuizer – een verplaatser van betekenissen. ‘Je haalt iets uit de werkelijkheid en plaatst het in een ander verband.’

    Persoonlijk
    Eva Gerlach werd als Margaret Dijkstra op 9 april 1948 geboren in Amsterdam. Haar vader was schrijver en scenarist van beeldverhalen. Hij verliet het gezin toen Gerlach vier was; zij werd verder opgevoed door haar moeder, een lerares Nederlands, en haar stiefvader, een geoloog.

    Van haar vijfde tot haar achttiende woonde het gezin in Paramaribo. Terug in Nederland volgde ze verschillende studies: Spaans, culturele antropologie en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze had vele banen en bijbanen: van zweminstructeur tot magazijnhulp. Ook vertaalde ze gebruiksaanwijzingen, assisteerde ze bij het maken van catalogi en hielp ze toneelgezelschappen.

    Gerlachs eerste gedichten verschenen in 1977 in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad. Haar debuut, Verder geen leed, verscheen twee jaar later en kreeg meteen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Haar belangrijkste thema’s komen in deze eerste bundel als aan de oppervlakte: verval, het verstrijken van de tijd, maar vooral ook de betekenis van begrippen als ‘waarneming’, ‘vastlegging’ en ‘vergetelheid’.

    Stijl en thematiek veranderden vanaf de bundel Dochter uit 1984, waarin haar te vroeg geboren dochter een grote rol speelt. Deze ontboezemingen hebben wel als gevolg dat geruchten de ronde doen over de tot dan toe anonieme dichteres. Een jaar na het uitkomen voelde Gerlach zich geroepen om voor de eerste keer naar buiten te treden. In een interview met de Haagse Post legde ze uit waarom ze tot nu toe verkoos om achter een pseudoniem schuil te gaan. Niet alleen om privacyredenen, maar ook vanwege haar literaire opvattingen, zo blijkt. ‘De biografie is een leugen. De literatuur is werkelijkheid.’

    In de daaropvolgende bundel, Domicilie, (1987) zal het thema van dood en leven een nog veel grotere rol krijgen. Haar stijl wordt losser: minder strakke, regelmatig gevormde verzen, meer ruimte voor onregelmatige strofen en elliptische zinnen. Andere teksten bieden eveneens een thuisbasis – van kinderliedjes tot gedichten. In 1988 kreeg zij voor haar hele oeuvre de A. Roland Holstpenning en in 2000 ontving ze de P.C. Hooft-prijs.

    Ze woont in Amsterdam, met haar man en twee dochters.

    Bron: www.literairnederland.nl

    Bijzonderheden:

    • Gerlachs stijl is klassiek en afgemeten, met verzen in een strak schema. Het zijn doorlopende zinnen, in een soort Nijhoff-parlando, heel ingenieus met enjambementen ingekleed, zodat het gebruik van rijm uiterst subtiel is. Haar poëzie lijkt hierin enigszins op die van Judith Herzberg.
    • In haar vroege dichtwerk zoals Een kopstaand beeld (1983) komen de figuren van de dominante moeder en de weinig liefdevolle vader meermalen terug.
    • J.B. Charles en enkele andere bewonderaars waren zo onder de indruk van Gerlachs gedichten dat ze een speciale prijs in het leven riepen, de J.B. Charles-prijs: een kist met flessen Italiaanse champenoise wijn die Charles (Willem Hendrik Nagel) bij Gerlach thuis liet bezorgen.
    • Gerrit Komrij nam zeven van Gerlachs gedichten op in zijn Gerrit Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (Amsterdam 2004).
    • Het werk van Gerlach is vrijwel steeds gunstig door de kritiek onthaald.

    Links

    www.kb.nl/dichters/gerlach/gerlach-01.html
    www.arbeiderspers.nl
    www.schrijversnet.nl

    Werken

    • Verder geen leed (1979)
    • Een kopstaand beeld (1983)
    • Dochter (1984)
    • Domicilie (1987)
    • De kracht van verlamming (1988)
    • In een bocht van de zee (1990)
    • Wat zoekraakt (1994)
    • Alles is werkelijk hier (1997)
    • Hee meneer Eland (1998, jeugdpoëzie)
    • Niets bestendiger (1998)
    • Voorlopig verblijf. Gedichten 1979-1990 (1999)
    • Oog in oog in oog in oog (2001, jeugdpoëzie)
    • Een bed van mensenvlees (2003)
    • Daar ligt het (2003)
    • Losse bedrading (2003)
    • Jaagpad (2003)
    • Situaties (2006)

    Prijzen

    • 1981 Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor Verder geen leed
    • 1981 J.B. Charles-prijs voor Verder geen leed
    • 1988 A. Roland Holst-penning voor haar gehele oeuvre
    • 1995 Jan Campert-prijs voor Wat zoekraakt
    • 1999 Nienke van Hichtumprijs voor Hee meneer Eland
    • 1999 Zilveren Griffel voor Hee meneer Eland
    • 2000 P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre
    • 2004 Gedichtendagprijzen voor ‘Solve et coagula’ uit de bundel Een bed van mensenvlees
      Bron: www.literairprijzen.nl

    Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

  • Nobelprijs literatuur 2007 voor Doris Lessing

    Doris Lessing werd 22 oktober 1919 als Doris May Tayler in Kermanshah in Perzië (nu Iran) geboren. In 1924 verhuisde zij met haar familie naar een farm in Zuid-Rhodesië (het tegenwoordige Zimbabwe), waar ze nogal geïsoleerd opgroeide. Ze leerde zichzelf lezen en las al gauw alles wat los en vast zat. Toen ze vijftien jaar was, verliet ze school en werkte achtereenvolgens als kindermeisje, verpleeghulp en telefoniste in Salisbury.

    Ze trouwde in 1939 met Charles Wisdom, raakte betrokken bij het werk van verschillende radicale politieke groeperingen en de zwarte onafhankelijkheidsbeweging, werd communiste, kreeg twee kinderen en liet zich scheiden. Ze hertrouwde in 1943 met de Duitse vluchteling Gottfried Lessing. Dit huwelijk werd in 1949 ontbonden en Doris Lessing vertrok met haar zoon uit haar tweede huwelijk naar Londen, met medeneming van het manuscript van The grass is singing dat in 1950 werd gepubliceerd.

    Twee van haar belangrijkste thema’s zijn al in die eerste roman terug te vinden, namelijk de relaties tussen zwart en wit in Afrika en het probleem van het vrouw zijn in wat toch voornamelijk een mannenwereld is. Deze roman was erg succesvol en vanaf dat moment heeft zij van de inkomsten van haar werk kunnen leven.

    In 1956 ging ze voor een bezoek terug naar Zuidelijk Afrika en kreeg daarna een inreisverbod opgelegd omdat de toenmalige premier van Zuid-Rhodesië, Huggins had bepaald dat zij ‘geen onrust mocht zaaien onder zijn inboorlingen’.

    Ze was van 1953 tot 1956 lid van de Communistische partij in Engeland; ook was ze actief in de anti-kernwapenbeweging en schreef ze artikelen voor verscheidene linkse bladen. In de jaren zestig nam ze geleidelijk afstand van het marxisme en kreeg ze belangstelling voor het Soefisme, wat ook in haar werk merkbaar is.

    Tussen 1982 en 1992 bezocht zij Zimbabwe (voormalig Rhodesië) nog vier maal waarover zij uitgebreid verslag deed. Haar meest recente boek is de eerder dit jaar verschenen roman The Cleft. Deze speelt in een oertijd waar vrouwen vreedzaam naast elkaar leven. Tot er op onverklaarbare wijze jongetjes worden geboren in de gemeenschap.

    www.nobelprize.org

    Bron: boek-delen

  • Surinaamse auteur Ronald Julen bij Winternachtenfestival 2005

    Hoe je gestold bent, hoe je in elkaar zit
    In het voorjaar van 2005 reisde de Surinaamse dichter/schrijver Ronald Julen (1947) naar Nederland om deel te nemen aan het Winternachtenfestival. Een bekende Nederlandse auteur sprak hem daar aan en zei: ‘Wie ben jij, ik ken jou niet, ik lees nergens iets over je!’ Waarop Julen antwoordde dat hij niet aan de weg timmert en het niet belangrijk vindt of men hem kent of niet. De collega wiens naam hij niet prijs wenst te geven was verbouwereerd over zo’n bescheiden houding. Het typeert Ronald Julen die zijn dichtbundels in eigen beheer uitgeeft en voor wie schrijven vele malen belangrijker is dan gelezen worden. In het dagelijks leven is Ronald Julen Directeur bij het Ministerie van Defensie in Suriname.

    Bijna een godheid

    De poëzie van Julen raakt de kern van zijn niet te realiseren dromen en idealen. Alle gedichten, in het Nederlands, Sranan en het Engels, zijn geschreven rond één thema: de onbereikbare geliefde. ‘Veelal voer ik een geliefde ten tonele: Ed, spreek uit als ‘Eed’, zoals in Edith. Op de mulo-school correspondeerde ik met een meisje uit Oost-Duitsland, Edith, ongeveer een half jaar, daarna verdween ze uit mijn leven. Hoe zij dingen schreef… Het was een heel wijsgerige manier van schrijven. Ik ging Ed optrekken tot ze bijna een godheid was; een betere ik van haar maken. Pas met die Ed-figuur kan ik het beste van mij bereiken; zij maakt mij tot een geïntegreerde persoonlijkheid.’

    Levensadem

    De dichter: ‘De ontmoetingen, versmeltingen, met de geliefde vinden altijd plaats in een grensgebied, of daarbuiten. Daar waar de bergen zijn, daar is ook Ed. Daar staat het droombed, waarin geweldige seks bedreven wordt waarbij het regelmatig voorkomt dat de ik-figuur of Ed sterft, waarbij de dood echter ook telkens iets nieuws achterlaat… Ze ontglipt me steeds, of er zijn geen getuigen. Dan weer wil ze me in de steek laten. Buiten de grens kan ik zonder Ed niet ademen. Dan zuig ik haar levensadem in, en ben ik eufoor.’ Literatuurwetenschapper Michiel van Kempen ziet Ed nu eens als levensbrengster, dan weer als degene die alle kracht weg zuigt. Bewust heeft de dichter gekozen voor een afwijking van de normale vorm: hij gebruikt geen hoofdletters, geen interpunctie, en breekt soms woorden (en regels) op een geheel eigen wijze af.

    Botsingen

    Wanneer Julen schrijft raakt hij letterlijk begeesterd. ‘Het is vergelijkbaar met een winti (een geest, mv) die in je vaart, en waar je niet altijd controle over hebt.’ De jij-vorm is een vorm die de dichter steeds gebruikt in gesprek, net alsof hij zich daardoor toch niet helemaal blootgeeft. Het veelvuldig jij-gebruik bouwt een zekere afstand in. Toch vindt hij het zeer belangrijk te weten wie hij is. ‘Ik probeer een identiteit vast te stellen. Dat is een heel bewuste keus geweest na mijn eerste bundel. Vanaf het begin is dat een vast thema in mijn werk: de vervolmaking van de identiteit: weten wie je bent, het beste doen wat je kan. De bedoeling is om een weg te vinden, om wat in mij leeft er uit te laten. Het is veel meer dan alleen schrijven. Het is hoe je gestold bent, hoe je in elkaar zit’, verduidelijkt Julen.

    Iets raars

    Al op de mulo-school begon de dichter in Julen te ontwaken. ‘Ik voelde: er zit iets raars in me. Het was een totaal nieuwe wereld voor me. Ik ben van het platteland, Nickerie, kom uit een groot, arm gezin. Over de dammen liepen we naar school, daar waste je je voeten en deed je je schoenen aan. Er was geen electriciteit, tractoren kan ik me niet herinneren. Het waren de dagen van ossen en kapmessen. Inzaaien gebeurde met de hand. Toen ik tien was overleed mijn moeder. Het gezin viel uit elkaar. Ik kwam terecht bij een familie in de stad. Daar werd gelezen, véél gelezen. En zo begon het: door het lezen begon ik te schrijven.’ Gedurende de Kweekschool-periode begon de jonge Julen te schrijven als An, in de schoolkrant. ‘Je durfde niet als jezelf, zeker niet als jongen! Onderling stonden we dan te praten: “Wie is dat meisje, ze kan goed schrijven hoor! Ik wil haar best wel leren kennen!’ Ook ik deed mee, durfde niet voor mijn geheim uit te komen.’ In 1980 begon hij te schrijven onder zijn eigen naam. Zijn debuutbundel ontmoeting in het duister verscheen in eigen beheer, evenals de latere uitgaves. Ook is er werk van hem opgenomen in enkele verzamelwerken.

    Weggecijferd

    Zijn korte verhalen gaan meestal over marginale personages. Mensen die een eigen persoonlijkheid hebben, maar waar aan voorbij gegaan wordt. Wanneer ik vraag naar zijn voorliefde voor dergelijke figuren, antwoordt hij: ‘Vooral in de korte verhalen zal je veel herkennen van mijn eigen leven. Er zijn veel situaties geweest, vroeger, waarbij ik ben weggecijferd. Ook in het hier en nu zie ik vaak hooggeplaatsten voorbij gaan aan de kleine man. Ik probeer ook te kijken naar de kleine mensen, met hun kleine behoeften. Niet over hun heenkijken, maar juist hun bijzonderheden zoeken.’

    Voor Ronald Julen staat schrijven gelijk aan zelfbevrijding. ‘Er is iets wat jou er toe beweegt, fu bar’ en puru (om het uit te schreeuwen, mv), en dan, als je dat doet, dan voel je je prettig. Als je eet, en je hebt maar een heel klein stukje vlees, dan bewaar je dat tot het allerlaatst. Je neemt het in je mond, je zuigt eraan, en pas bij de laatste hap slik je het door. Zo is het ook met schrijven. Dit is hét, dit is ultimo, ik móet dat gewoon doen. Ik hoef niet te volleyballen.’ Julens gezicht kijkt bijna vies bij de gedachte. En licht daarna weer op als hij besluit: ‘Nee, als ik maar kan schrijven…’

    Gedicht uit als de tijd stilstaat

    ik droomde
    vannacht
    van je
    ed
    in een land
    zonder grenzen
    een droom
    die begon
    met een wilde
    omhelzing
    in een tijd
    loos uur
    ik droomde
    van je
    godin
    je kwam
    als een
    wervel
    wind
    en blies mij
    leven in
    je sprong
    zomaar
    van over de
    grens
    in dit land
    zonder begin
    zonder einde
    ik droomde
    van je
    vannacht
    ed

     

    Gedichten van Ronald Julen zijn verschenen in verschillende bloemlezingen, waaronder de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en Mama Sranan (1999). In 2003 publiceerde hij in eigen beheer de dichtbundel Als de tijd stilstaat

     

    Foto: Serge Ligtenberg

    What do you want to do ?

    New mail