• Richard Brautigan

    Richard Broutigan, een presentatie van zijn leven en werk, onder andere over zijn roman Forel vissen in Amerika.

    ,
  • Eerste nationale Gedichtenbal groot succes

    Volgens de organisator, het Literair Productiehuis Wintertuin, was het eerste nationale Gedichtenbal, woensdagavond in de Stadsschouwburg van Amsterdam, een doorslaand succes. Circa duizend bezoekers genoten in een feestelijke sfeer van de optredens van talloze dichters en muzikanten. Volgend jaar zal dit zeker een vervolg hebben.

    Absoluut hoogtepunt was het bijzondere optreden van Remco Campert samen met jazz-saxofonist Benjamin Herman. Vanwege de thema van de Poëzieweek, muziek, waren er veel spannende ‘clashes’ tussen dichters en muzikanten. Zo droeg Nico Dijkshoorn voor met Thijs Schrijnemakers op het hammondorgel. Dichter Menno Wigman nam plaats achter het drumstel voor zijn band The Uncool en poëzie en hiphop kwamen samen in de pakkende voorstelling ‘Lucy’.

    Verder bracht Ramsy Nasr een ode aan Gerrit Komrij, zong singer-songwriter Yori Swart een gedicht van Hans Verhagen en was er veel ruimte voor aanstormend dichttalent. Opvallende programma’s waren het literair stoelendansen, het boekheffen en Silent Poetry. De avond werd in stijl afgesloten door de nieuwe Dichter des Vaderlands Anne Vegter.

    Zoals het Boekenbal de jaarlijkse Boekenweek opent, vormt het Gedichtenbal vanaf nu jaarlijks de afsluiting van de Poëzieweek. Literair Productiehuis Wintertuin, werkt samen met onder meer Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, VSB Poëzieprijs, Stichting CPNB en Stichting Lezen.

     

     

  • Onno Kosters wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

    Onno Kosters uit Utrecht heeft met zijn gedicht Doe-Het-Zelf  de 1e prijs van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gewonnen. Hij ontving een cheque van € 10.000 uit handen van juryvoorzitter Ramsey Nasr. Zijn gedicht is uitgeroepen tot het beste gedicht van 2012. De jury noemde het een ‘in alle opzichten onontkoombaar gedicht’, en sprak verder:Uit stof kunt gij wederkeren. Dat kan in de poëzie, en het gebeurt hier op meesterlijke wijze, middels niets dan woorden.’

    De Turing Nationale Gedichtenwedstrijd is de poëzieprijs met de grootste geldprijs ter wereld voor één gedicht en de enige wedstrijd waarbij alle gedichten anoniem worden beoordeeld. Voor deze vierde editie van dit jaar werden in totaal bijna 10.000 gedichten ingezonden. Er deden 2.361 dichters mee (waarvan 377 uit België) die gezamenlijk 9.834 gedichten inzonden.

    Hieronder de drie winnende gedichten:

    1e prijs Onno Kosters (€ 10.000)

    Doe-het-zelf

    Na zichzelf, met een witte lijn,
    te hebben omkrijt, herrijst hij
    van de plaats delict, hijst zich
    stap voor stap in nieuwe voeten,
    past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
    omgordt zich met een schaambeen
    en een buik van genereuze omvang.

    Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
    zijn middenrif, zijn twaalfde rib
    schragen hart en longen die hij inslikt
    uit het niets, zo zonder mond nog,
    zonder tong, alsof hij licht schiep
    dat kortelings voorafging aan de zon.

    Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
    losjes zijn armen om zich heen, lijnt
    zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
    en nagelvast. Staat als een huis.

    Als kroon op het werk welt meesterlijk
    het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens,

    hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond.

     

    2e prijs: Elly Stolwijk (€ 1.500)

    waarom de zilvermeeuw in de nacht
    boven de parkeerplaats moet schreeuwen

    er is dat veld, dat beweegt als
    je je hoofd beweegt,
    je hoofd voorover beweegt in mijn schoot.

    het witte veld waarover de binnenkant
    van mijn pols zich wil verlengen,
    handpalm ook, de arm gestrekt.

    je hemd dat los moet, dat witte,
    de woorden die los uit de zinnen
    misselijk makend niet kunnen zeggen

    wat er is. wat beweegt van binnen.
    wat wil schreeuwen boven
    braak liggend land, met honger.

    3e prijs: Rik Dereeper (€ 1.000)

    Vier manieren om te dumpen

    Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
    (elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
    komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
    om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

    Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
    naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
    dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
    van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

    Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
    Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
    bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
    tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.

    Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
    wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
    draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
    En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.

    De jury bestond dit jaar uit voorzitter Ramsey Nasr, dichter F. Starik, de Belgische dichter Maarten Inghels, (poëzie)redacteur Mirjam van Hengel en Alexander Ribbink, secretaris van het bestuur van de Turing Foundation.
    De 100 beste gedichten zijn door Uitgeverij van Gennep samengebracht in de bundel Naaktlopen met je hersenen.

    Onno Kosters, Foto: ANP

  • Ester Naomi Perquin wint met 'Celinspecties' de VSB Poëzieprijs 2013

    door Ingrid van der Graaf

    De bundel Celinspecties van de dichter Ester Naomi Perquin werd door de jury van de VSB Poeziëprijs verkozen tot de beste dichtbundel van het afgelopen jaar.

    Ester Naomi  Perquin (1980) genoot grote bekendheid  in betrekkelijk kleine kring. Daar maakte het winnen van de VSB Poëzieprijs een einde aan. Vanaf nu zal men in heel het Nederlandstalig gebied weten wie Ester Naomi Perquin is, en dat werd tijd ook.

    De jury van de VSB Poëzieprijs  verkoos Perquin boven H.H. ter Balkt, Sybren Polet, Menno Wigman en Luuk Gruwez te plaatsen. En was meer dan te spreken over de ‘verraderlijk luchtige toon en de onvoorspelbare wendingen waarmee Perquin een gelaagde ruimte in haar bundel schept.’ Men roemde haar taalgebruik: ‘soms soepel als spreektaal, dan weer geraffineerd en virtuoos. De dichter neemt de lezer aan de hand en laat hem net zo gemakkelijk struikelen, wanneer haar woorden dat nodig hebben.’

    De jury was verder van mening dat: ‘Als de dichter al een taak heeft, laat het dan die zijn die Perquin zich heeft opgelegd: het zichtbaar maken van wat obscuur en meestal verborgen blijft. (…) In het geval van Celinspecties levert het een bundel op van noodzaak, verlangen en schitterend mislukken.’

    Sinds 2007 publiceerde Perquin drie dichtbundels waarvan de eerste twee werden onderscheiden met verschillende prijzen. Haar werk wordt nogal eens beoordeeld als verontrustend. Als dichter heeft ze een scherp gevoel voor het alledaagse waaruit, wanneer zij haar poëzie erop richt, bevreemdende en schokkende voorstellingen ontstaan. In Perquins bundel Celinspecties zijn de duistere kanten van het leven op zijn scherpst verdicht. Wekelijks schrijft zij voor de Groene Amsterdammer een column waarin zich dezelfde, soms ontluisterende, ontrafeling van alledaagse gebeurtenissen voltrekt als in haar gedichten.

    Juryleden Maria Barnas, Geert Buelens, Patrick Lateur, Anthonya Visser en Saskia J. Stuiveling selecteerden in november 2012 de vijf genomineerden uit vijfenzeventig ingezonden bundels die allen tussen 1 september 2011 en 31 augustus 2012 verschenen.
    Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden.

    Uit alle ingezonden bundels koos juryvoorzitter Saskia J. Stuiveling haar 100 favoriete gedichten voor de bloemlezing De 100 beste gedichten VSB Poëzieprijs 2013. De uitgave van De Arbeiderspers en Stichting VSB Poëzieprijs werd tijdens de uitreiking gepresenteerd.

     

     

  • Couperus Cahier XIII door Elsbeth Etty

    Couperus Cahier is een reeks essays en wetenschappelijke publicaties van het Louis Couperus Genootschap waarvan het eerste cahier in 1995 verscheen. In ieder Cahier wordt uitvoerig een bepaald aspect uit het leven of werk van Louis Couperus belicht.

    In Couperus Cahier XIII heeft Elsbeth Etty het aspect Seksueel geweld in Couperus’ roman Langs lijnen van geleidelijkheid (1900) uitgelicht. Waarom keert Cornélie de Retz van Loo, de hoofdpersoon van deze roman, terug naar de tirannieke baron Brox van wie ze kortgeleden met zoveel moeite is gescheiden? Critici zagen de terugkeer van Cornélie als het gevolg van het onontkoombaar noodlot, als de triomf van de seksuele aantrekkingskracht van haar ex-man of als het failliet van de vrouwenemancipatie.

    In dit Cahier echter, ontvouwt Elsbeth Etty een heel andere visie op Langs lijnen van geleidelijkheid. Zij betoogt dat Cornélie het slachtoffer is van seksueel geweld. Etty legt uit dat Couperus een scherp beeld geeft van de ongelijkwaardige verhouding tussen de seksen in zijn tijd en in zijn milieu. Tegelijkertijd laat Etty zien hoe deze roman als sleutelroman gelezen kan worden. Pas met de komst van blijf-van-mijn-lijfhuizen in 1974 heeft het probleem van seksueel geweld algemene erkenning gekregen. Couperus behandelt dus in dit boek, volgens Etty, een universeel, helaas nog steeds actueel thema.

    Elsbeth Etty is bijzonder hoogleraar Literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en recensent van NRC Handelsblad. Zij is vooral bekend geworden door haar veel geprezen biografie van Henriëtte Roland Holst, Liefde is heel het leven niet (1996).

    Het bloed van de barones. Seksueel geweld in Langs lijnen van geleidelijkheid
    Elsbeth Etty.
    Een Cahier kan besteld worden door overmaking van € 12,50 op giro 600367 van het Louis Couperus Genootschap te Den Haag. Volledige naam en adres op de overschrijving vermelden.
    Cahier-abonnees ontvangen 20% korting en krijgen automatisch met het Cahier een factuur toegestuurd.
    Voor een abonnement maakt u  € 10, – over op giro 600367 onder vermelding van ‘Cahier XIII’ en ‘nieuwe Cahier-abonnee’. Alle vermelde bedragen zijn inclusief verzendkosten.

  • Volgens jury BNG Literatuur Prijs was 2012 in literair opzicht een tam jaar

    De genomineerden voor de BNG Literatuurprijs 2012 zijn Auke Hulst (1975) met Kinderen van het ruige land, Christiaan Weijts (1976) met Euforie en de twee Vlaamse schrijversJoost Vandecasteele (1979) met Massa en Annelies Verbeke (1976) met de verhalenbundel Veronderstellingen.

    De jury nomineerde dit jaar uit het aanbod van 21 inzendingen slechts vier auteurs voor de prijs. Er werd door de jury een kanttekening gemaakt over de kwaliteit en de durf van de inzendingen. Volgens het juryrapport: ‘In literair opzicht was 2012 een tam jaar. Niet alleen in absolute zin verschenen er minder romans van jonge schrijvers, ook inhoudelijk gezien maakte de opbrengst een voorzichtige en gedweeë indruk.

    Opvallend vaak was de blik naar binnen gericht; op de kleine beschermde wereld van de personages en hun dikwijls prille gevoelsleven. Kwamen grotere visioenen nauwelijks over het voetlicht doordat ook uitgevers in tijden van crises op safe spelen en derhalve nalaten met lef te investeren?’ De jury heeft ervoor gekozen auteurs te nomineren die laten zien dat zij iets te vertellen hebben over de tijd waarin we leven. ‘Hun werk prikkelt, zindert, gromt en laat zo nu en dan de tanden zien.’

    De BNG Literatuur Prijs is een oeuvreprijs die in 2005 door literair agent Paul Sebes in het leven werd geroepen en is bedoeld om niet doorgebroken jonge auteurs mentaal en financiëel aan te moediging. Kandidaten voor deze prijs moeten Nederlandstalige auteurs zijn, geboren in 1972 of later, twee of meer literaire prozawerken op hun naam hebben staan en nog niet doorgebroken zijn, geen grote literaire prijs hebben gewonnen en waarvan tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 een nieuw boek is verschenen. De winnaar ontvangt 15.000 euro.

    De jury van de prijs, bestaande uit Marja van der Tas, Han Ceelen, Daniëlle Serdijn, Jeroen Vullings en Ward Wijndelts, zegt in een persbericht teleurgesteld te zijn in de kwaliteit van de inzendingen.

    Op donderdag 7 februari 2013 wordt de BNG Nieuwe Literatuur Prijs uitgereikt in de Amstelkerk op het Amstelveld, te Amsterdam.

    Eerdere winnaars van de BNG Literatuur Prijs waren Jan van Mersbergen (2011), Gustaaf Peek (2010), Carolina Trujillo (2009), Rachida Lamrabet (2008), Sanneke van Hassel (2007), Yves Petry (2006) en Esther Gerritsen (2005).

    Meer over de keuze van de jury is hier te lezen.

     

  • Exclusief interview met Lydia Davis

    door Ingrid van der Graaf

    Onder kenners is de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis de koningin van het korte verhaal en een must voor studenten proza van de Schrijversvakschool Amsterdam. Annemieke Bos, student Schrijversvakschool, volgt het leesblok Korte verhalen. In het kader van dit leesblok interviewde zij de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis.

    Lydia Davis was onlangs in Nederland vanwege de vertaling van haar Collected Stories verscheen die in twee delen werd uitgegeven. Deel 1 met de titel Bezoek aan haar man (2011) en deel 2 Varianten van ongemak (2012), beiden verschenen bij uitgeverij Atlas.

    Lydia Davis laat weten dat ze ‘The collected stories’ geschreven heeft over een periode van veertig jaar. De dikte van haar boek is dus te danken aan het feit dat het over een lange periode is geschreven. ‘Er waren vele perioden dat ik helemaal niks of nauwelijks schreef, dat ik bijvoorbeeld bezig was met een vertaling, en ik had ook een familie en twee kinderen om voor te zorgen.’

    Het interview, ‘hoe kom je tot schrijven, waar haal je je materiaal vandaan en is een schrijfritme noodzakelijk’ is een mooi inkijkje in de keuken van een ras schrijfster.

    Lees hier het hele interview.

     

     

  • Blue Monday in De Balie

     Agenda

    Op de derde maandag van januari, officieel de meest deprimerende dag van het jaar, kan het publiek bij de SLAA zwelgen in een winterdepressie. Te gast zijn: Ton Anbeek, Marc van Uchelen, Vrouwkje Tuinman en Daan Heerma van Voss. Presentatie: Anton de Goede. Muziek: Kobra Ensemble.

    Zwaarmoedigheid en literatuur lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op de derde maandag van januari, volgens psychologen de meest depressieve dag van het jaar, trekt de SLAA een avond uit om de zwaarmoedige kant van de literatuur te verkennen.

    Reve, Hermans, Slauerhoff, Heeresma – allen schreven zij literatuur waarin zwaarmoedigheid een belangrijke rol speelt. Hoewel er tal van voorbeelden te bedenken zijn van uitstekende zwaarmoedige literatuur uit verschillende buitenlanden (Edgar Allan Poe, Franz Kafka, Helle Helle), lijken schrijvers uit de lage landen zich bij uitstek thuis te voelen in dit genre. Waar de buitenlandse schrijvers eerder lijken te neigen naar het melancholische, haast het romantische, wringt er in de Nederlandse literatuur onophoudelijk iets, is er altijd een droge ironie voelbaar. Waar ligt dit aan? Heeft het te maken met onze lijdzame, calvinistische aard?

    Al te optimistische romans worden minder serieus genomen, zijn geen echte literatuur, zijn naief. Is dit terecht? En heeft deze opvatting altijd bestaan? Ton Anbeek praat over dit verschijnsel in een mini-college.

    Uiteraard passeren ook enkele voorbeelden van zwaarmoedige literatuur de revue. Acteur Marc van Uchelen draagt een passage voor uit het werk van Gerard Reve, zijn favoriete schrijver. Dichteres Vrouwkje Tuinman komt praten over zwaarmoedige poezie, zowel die van haarzelf als van anderen. Daan Heerma van Voss heeft speciaal voor deze avond een kort zwaarmoedig verhaal geschreven. Tussen de bedrijven door worden er liederen ten gehore gebracht door het dameskoor Kobra Ensemble. Na afloop van het programma gaat de bar open en kunt u samen met ons uw verdriet wegdrinken.

    Blue Monday
    21 januari 2013, 20.15 uur
    De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam
    Organisatie: SLAA
    Kaartverkoop: www.debalie.nl
    Meer informatie: www.slaa.nl

     

     

  • Roman Speeldrift van Juli Zeh bewerkt tot theatervoorstelling

    Agenda: 5 februari t/m 8 maart 2013

    De roman Speeldrift (2006)  van Juli Zeh wordt bewerkt tot een theatervoorstelling waarin Tamar van den Dop, Stefan de Walle, Mariana Aparicio Torres en Vincent van der Valk een rol vertolken. Regisseur Casper Vandeputte en Rik van den Bos maakten voor deze voorstelling een geheel nieuwe bewerking van de roman.  

    Ada komt als nieuwe leerling op een vooraanstaande middelbare school. Haar intelligentie maakt haar direct tot buitenstaander: te slim en onhandelbaar voor de leraren en te gevaarlijk en vreemd voor haar medeleerlingen. Zij op haart beurt vindt iedereen burgerlijk en dom. Alleen in klasgenoot Alev treft ze een zielsverwant. Samen zien ze de wereld zoals hij is, een door God verlaten speelplaats. Ze gebruiken de naïef-optimistische gymleraar Smutek om hun filosofie in de praktijk te onderzoeken. Hij ontpopt zich als willige pion in een gevaarlijk en erotisch geladen spel. Maar dan barst de bom. Het eindspel vindt plaats in de rechtbank. Hier staat de beruchte rechter Koude Sophie voor een nagenoeg onmogelijke opgave: hoe kun je rechtspreken over mensen die zich buiten de maatschappij hebben geplaatst en geen enkele norm of waarde erkennen?

    In haar roman Speeldrift geeft de Duitse schrijfster en juriste Juli Zeh (1974) een haarscherpe analyse van het tijdperk na 9/11. Ze koppelt een herkenbaar en meeslepend verhaal aan de maatschappelijke uitdagingen van deze tijd: de verhitte zoektocht naar normen en waarden, het opnieuw vormgeven van politiek en rechtspraak, en de vraag hoe om te gaan met spectaculair terrorisme van verwarde eenlingen. Haar werk werd in Duitsland al eerder met veel succes vertaald naar het toneel. Rik van den Bos maakt met Casper Vandeputte voor deze voorstelling een nieuwe theaterbewerking waarin de luchtige vertelstijl langzaam omslaat in een filosofische thriller.

    Casper Vandeputte (1985) studeerde in 2008 af aan de Regie Opleiding Toneelacademie Maastricht. Hierna maakte hij bij het Huis van Bourgondië in Maastricht de voorstellingen Woyzeck – your favourite working class hero en Oh my God, it’s a horse.

    Speeldrift, is van 5 februari tot en met 8 maart te zien in de Nederlandse theaters, première donderdag 7 februari in de Toneelschuur Haarlem en is een voorstelling van Toneelschuur Producties in coproductie met het Nationale Toneel.

     

    Kijk voor de speellijst en meer informatie op: www.toneelschuur.nl

    Fotografie: Sjoerd Knibbele

     

     

  • Het ritme van Elly de Waard vanavond in Het uur van de wolf

    door Ingrid van der Graaf

    Vanavond zendt Het Uur van de Wolf (NTR) de documentaire Het Ritme van Elly de Waard uit. De 72-jarige De Waard toont zich in vele gedaantes: als dichter, voormalig popjournalist, feminist, beurshandelaar en als ‘huismeester’ van het voormalige rustoord Vogelwater te Castricum. Uitgesproken en ongenuanceerd spreekt Elly over haar levenswijze, haar carrière, haar bijverdiensten op de stock market en haar liefde voor poëzie: ‘… kleine gebeurtenissen slijpen in taal’.

    Aan haar tijd als poprecensent denkt Elly met veel plezier terug. Veel van de spraakmakende stukken die ze in meer dan 15 jaar voor De Volkstrant en Vrij Nederland schreef, heeft ze bewaard. Openhartig deelt ze anekdotes over interviews met onder andere Dusty Springfield en Janis Joplin; zangeressen die volgens de schrijfster  “op haar vielen”. Anekdotes die ze ook in haar gedichten verwerkt. Daan Cartens, conservator van het Letterkundig Museum, noemt Elly “geen dichter van slappe regels”.

    Samen met fotografe Frederique Masselink-van Rijn publiceert Elly de Waard het boekVogelwater. In 1973 betrok Elly de Waard samen met dichter Chris van Geel Vogelwater in het duingebied bij Bergen. Een landhuis als een verouderd pension. De afgelegen locatie maakte het tot een ideale plek voor schrijvers en dichters.

    In Vogelwater beschrijft Elly de Waard in gedichten, verhalen en anekdotes hoe zij het jachthuis transformeerde tot een bijzonder woonhuis, een toevluchtsoord en pleisterplaats voor haarzelf en andere dichters als Amy Clampitt en Joseph Brodsky.
    Fotografe Frederique Masselink-Van Rijn legde het huis en de omgeving vast in schitterende foto’s.

    De documentaire laat zien dat achter de extravagente verschijning van Elly de Waard een vrouw schuil gaat die haar grootste droom heeft bereikt. Als klein meisje was het haar “geheimste wens” om dichter te worden. Ze vertelt hoe haar huwelijk met de veel oudere, in 1974 overleden dichter Chris van Geel een eerste kennismaking met het vak was en haar motiveerde om zelf ook poëzie te gaan schrijven. Nu woont Elly, samen met haar vrouw Marijke Weijters en hond Peerke, op het landgoed Vogelwater waar ze ooit met Chris van Geel woonde. De documentaire is een persoonlijk portret van een compromisloze, gedreven persoonlijkheid die bereid is de consequenties van haar uitgesproken opvattingen en levenswijze op de koop toe te nemen.

    Gaat allen kijken!

     

    Het uur van de wolf: Het ritme van Elly de Waard
    Vandaag om 23:00 op Nederland 2
    www.nederland2.nl/programmas/549-het-ritme-van-elly-de-waard-/uitzending/38794?gids=true

  • Gedichten die niet poëtisch willen zijn – masterclass K. Schippers

    Passa Porta is een Brusselse boekhandel en cultureel centrum dat er een writers in residence op nahoudt. Zo kwam het dat K. Schippers (1936) nu al twee maanden in Brussel verblijft, om te schrijven en om werken met studenten aan de universiteit. Ter afsluiting geeft hij een openbare masterclass in Passa Porta. Schippers gedraagt zich niet als een operadiva die haar masterclass misbruikt om het ego van de discipelen te verpletteren. Wel was hij dwars, bruusk en knorrig, maar vooral geestig, vitaal en verrassend.

    Schippers leest en parafraseert gedichten en prozafragmenten. De gespreksleider stelt vragen en moedigt het publiek aan een bijdrage te leveren. Dat publiek (veel studenten) zoekt naar betekenis, diepgang en poëzie, naar de grens tussen poëtisch en banaal, naar het verband met conceptuele beeldende kunst. Maar daar wil Schippers eigenlijk niet van weten. Nee, geen poëzie, wat is dat, poëtisch? Misschien zelfs geen gedicht. Noem het teksten. Het gaat vaak over de werkelijkheid, en het kijken ernaar. Vooral die stukjes realiteit die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat geen mens ze meer ziet zoals ze zijn. Zoals het gedicht met de bevreemdende titel ‘Correctie om wat’ en de materiaalaanduiding ‘Lucht en glas’ (alsof het om een schilderij gaat, ‘ olieverf en mixed media’):

    ‘Een neveltje zien dat er niet is,
    komt door een minieme oogafwijking
    Maar niet merken dat het weg is,
    als je ter correctie een bril draagt.’

    Teksten moeten nauwkeurig zijn, analytisch, dat vindt hij prettig, bijna meetkundig exact. Neem zijn gedicht van zes woorden (waar één woord teveel in staat). Bezie de onverbiddelijke logica van ‘Trage start bij een rantsoen van twee zinnen’: “ Kan ik zeggen ‘Na deze zin /  komt nog een zin’ of lieg ik dan? // Ik had het kunnen zeggen, / maar hier niet meer.” Of neem ‘Een leeuwerik boven een weiland’, dat lange gedicht over een gedicht, waarin heel zorgvuldig wordt uitgelegd welke rommeligheid buiten het gedicht wordt gehouden – die er daardoor juist in komt:

    ‘En dat wat beoogd wordt of waar
    het om gaat is zeker aanwezig
    in een sterke concentratie: dit is
    het, wat hier staat, nee, niet de
    woorden die ontbreken, die zijn er
    met opzet niet bij gezet, precies,
    de aandacht ligt veilig in de rails.

    Want in een gedicht horen geen
    dode plekken als lange straten of
    eindeloze weilanden, die in ’t echt
    wel ruimte bieden aan een kapotte melkfles of een leeuwerik,
    maar op papier te veel nummers hebben
    of te breed, te ver zijn: ze bestaan wel,
    maar alleen buiten mogen ze
    volop, dubbeldik, mat en saai zijn.
    Daar is geen plaats voor in een gedicht.’

    Declamerend en grasduinend in eigen werk maakt Schippers het zijn ondervragers knap lastig: Ik ben niet zo van de interpretatie. Waarom staat er wat er staat? Toeval? Ik geloof daar niet zo in, wil het toeval graag beentje lichten. Soms lees ik diepzinnig commentaren op mijn werk. Alsof iemand een positie betrekt en zegt: “Ik lees het alsof er een betekenis in zit.” Prima, ze doen maar, maar vraag mij niet wat ik daar nu weer van moet vinden.

    Hij leest voor uit ‘ Wat je maar kort hoeft te onthouden’. Een opsomming, meer niet.

    ‘[…]
    Schoenen die je niet meer draagt
    Voorbijgangers op een zebrapad
    De stem van een vrouw die verkeerd is verbonden
    Wolken
    Het gewicht van een tas
    Adres van een opgeheven stomerij
    […]’

    ‘Nee, in zo’n tekst zit geen melancholie,’ reageert hij op een suggestie van een toeschouwer. Misschien zit die melancholie in de lezer. ‘Wie weet, maar wat moet ik daar van vinden?’ Interpretaties, zo die al bestaan, daar maakt hij zich niet druk om. En nee, zijn teksten zij niet mild. Of we dat zeker niet meer willen zeggen. Na enig aandringen bekent hij: ‘Gedichten komen voort uit de manier waarop je je verhoudt tot je bestaan. De dingen zien zoals ze zijn, zoals ze echt zijn.’ Mensen doen de werkelijkheid, ‘de dingen’ tekort, lijkt Schippers te zeggen, doordat ze verblind zijn door verwachtingspatronen, concepten en gevoelens. Zie ‘Loosdrecht’: ‘Als dit Ierland was, zou ik beter kijken.’

    ‘Wat er overblijft? Verhevigde observaties’, meent Schippers. ‘Maar ook daar neem je uiteindelijk geen genoegen mee. Je probeert tegelijk het gedicht onderuit te halen.’ Om de taal onschadelijk te maken, die dicteert wat we kunnen zien. Zie bij voorbeeld ‘Doos in vijf verschillende standen op tafel’:

    ‘Een doos op tafel
    Tafel waarop doos
    Een doos op de tafel
    Doos op tafel
    Tafel met doos”

    ‘In de taal zitten alle standen van de doos vervat,’ zegt hij. ‘Meer lijkt niet mogelijk. ‘ En humor, iets lichtvoetigs, okay. Dat kan de poëzie wel gebruiken. Maar geen metafysica of maatschappijkritiek. Of een gedicht nou een verpakking is van iets, of juist een ding op zich? Die vraag wil hij niet beantwoorden. Maar een doos bijvoorbeeld, dat is toch een verpakking?, dringt een toehoorder aan. ‘Nee, juist niet. Die doos, die staat op tafel, da’s een ding op zich en daar kun je op verschillende manieren naar kijken.’

    Dan vraagt iemand of hij vindt dat hij beter is geworden in zijn métier. Schippers verzet zich zeer tegen het idee dat er één metier zou zijn, dat maatgevend is voor hoe je te werk moet gaan. ‘Dat metier moet je steeds opnieuw uitvinden, iedere keer opnieuw.’ Daarmee geeft hij een adequate beschrijving van zijn werk: steeds weer opnieuw. Tussen herhaling en repetitie enerzijds, en steeds weer het wiel uitvinden anderzijds. Van laconieke observatie: ‘Als je goed kijkt zie je dat alles gekleurd is.’ Tot betekenisloze taalbouwsel (naar het lijkt): steeds weer worden de zintuigen gescherpt en de hersenen geprikkeld. Zeker als hij het voordraagt, terwijl hij door de winkelruimte beent, blijkt het allemaal nog fris alsof het gisteren is geschreven. Nog geen streep verouderd, en toch al klassiek, moet de conclusie luiden.

    Hij draagt het gedicht ‘Met van’ voor, dat bestaat uit louter voegwoorden, die toch nog een heel verhaal vertellen:

    ‘achter toe wel uit
    Zo toe met van uit zo
    Toe met van wat

    Of op ter nog
    Tussen tot om
    In te met ook’

    Vierendertig strofen lang. Nee, die tekst gaat niet ergens over, zegt hij. Hij heeft gewoon een tekst gemaakt van korte woordjes, het soort waar hij gek op is. Taal op zijn mooist, ontdaan van alle overbodigs. Het hart van de taal, zelfs, vindt hij. ‘Je ruikt aan betekenis, aan wat het kan zijn. Maar het is het niet. Eigenlijk zou er muziek bij moeten. Theo Loevendie, die zou dat kunnen. Het zou een madrigaal moeten worden, waarin je de woorden bijna niet meer hoort, enkel de klank.’ Hij zingt een stukje voor, hoe het zou klinken: plechtig, gedragen.

    Schippers sluit af met een toelichting op zijn laatste boek Op de foto: een vrouw gaat op zoek naar de zevenentwintigste letter van het alfabet, daartoe aangezet door een dode fotograaf – uiteindelijk blijkt ze zelf die letter te zijn. ‘Taal moet je steeds opnieuw proberen te verleiden, alsof het een vrouw is. Meer heb ik daar niet over te melden,’ bast Schippers, toch nog poëtisch. En met een stevig: ‘Zo, ik heb gezegd’, wordt de masterclass ontbonden.

     

    De boeken van K. Schippers verschijnen bij Querido. Leeuwerik boven een weiland (2009) is een stevige bloemlezing uit zijn poëzie. In 2011 verscheen de bundel Tellen en wegen. Laatste publicaties: De bruid van Marcel Duchamp, (2011) en Op de foto (2012).

     

  • Biografie J.M. Coetzee, Een schrijversleven – J.C. Kannemeyer

    Onlangs verschenen

    De biografie van J.M. Coetzee door J.C. Kannemeyer. In deze diepgaande biografie wordt  de wereld en wandel van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gevolgd van Zuid-Afrika tot Groot-Brittannië en van de Verenigde Staten tot Australië. Hij belicht de politieke en sociale achter gronden van Coetzees oeuvre net zo uitvoerig als diens persoonlijke geschiedenis. Omdat de schrijver zijn medewerking verleende, had Kannemeyer toegang tot de meest uiteenlopende bronnen, wat verrassende inzichten in Coetzees werk en werkwijze opleverde. De biografie geeft een beeld van een bewogen leven in een verscheurde eeuw en laat zien hoe John Maxwell Coetzee zich heeft ontwikkeld van docent Engelse letterkunde tot een van de belangrijkste auteurs van onze tijd.

     Over de schrijver van onder andere de meesterwerken In ongenade en Wachten op de barbaren is weinig bekend. Deze grondige eerste biografie verandert dat. Kannemeyers boek bevat veel foto’s uit het archief van de familie Coetzee en een schat aan nooit eerder gepubliceerd materiaal, van Coetzees eerste gedichten tot fragmenten uit zijn masterscriptie, van redevoeringen tot brieven. Zo ontstaat voor de lezer een zo compleet mogelijk beeld van Coetzees werk en geschiedenis, vanaf het moment dat zijn Nederlandse voorouders zich in de zeventiende eeuw in Zuid-Afrika vestigden, tot aan zijn huidige verblijf in Australië.

    John Christoffel Kannemeyer (1939-2011) was als academicus een autoriteit op het gebied van de Afrikaanse literatuur en de schrijver van meerdere veelgeprezen biografieën over Afrikaanse auteurs. Daarnaast publiceerde hij talloze studies over de geschiedenis van de Afrikaanse literatuur. Voor zijn biografieën en literaire essays ontving hij onder andere de Recht Malan Prize, de C. Louis Leipoldt-prijs, en een eredoctoraat aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij overleed kort na de voltooiing van deze biografie. ‘Deze biografie is een uiterst indrukwekkende onderneming. Het boek voorziet de lezer van een immense  hoeveelheid informatie die voorheen ontoegankelijk was, en werpt een nieuw licht op het schrijverschap van J.M. Coetzee.’ – Derek Attridge.       

    Biografie; J.M. Coetzee, Een schrijversleven

    J.C. Kannemeyer
    Vertaald door Joost Poort-Prijs
    Prijs: € 45,-
    Uitgeverij Cossee