• Oogst van de week, week 6

    Vier titels uit het aanbod van onlangs verschenen boeken

    Etalage

    Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen
    Thomas Blondeau (1978-2013) was schrijver, journalist en dichter. Eind 2006 debuteerde hij met de bildungsroman eX. Gevolgd door Donderhart (2010), over een romance die zich afspeelt in Londen tegen de achtergrond van de aanslagen in juli 2005. Zijn laatste roman, Het West-Vlaams versierhandboek, verscheen in september 2013.
    Blondeau had niet zoveel op met de poëzie die hij zelf schreef, het ging hem te gemakkelijk af, vond hij. Zijn vrienden, schrijver Christiaan Weijts en dichter Ellen Deckwitz dachten daar anders over en stelden een bundel met zijn gedichten samen. Deze week werd postuum zijn poëziedebuut , gepresenteerd tijdens de Poëzieweek. Met een nawoord van Ellen Deckwitz. Prijs: € 9,50; Blz.: 32; Uitgeverij De Bezige Bij.

    Belleman De drift van Sneeuwwitje

    De drift van sneeuwwitje
    Sprookjes zijn van alle tijden en vrijwel iedereen is opgegroeid met de wereld van het goed en het kwaad. Sprookjes verhalen van hartstocht en wanhoop en worden wel de spiegel van de ziel genoemd. Bas Belleman (1978), vertelt de klassieke sprookjes als Doornroosje, Blauwbaard en Rapunzel  opnieuw. Deze sprookjes blijken veel tragischer dan we denken. De drift van Sneeuwwitje is een eerbetoon aan de grote vertellers uit voorbije eeuwen wiens namen vergeten zijn. Belleman publiceerde eerder twee dichtbundels. In 2012 verscheen zijn veel geprezen vertaling Sonnetten voor de Donkere Dame van William Shakespeare. Prijs: € 18,95; Uitgeverij Van Gennep.

    normal_pac_9789044517415_cvrBarrevoetse februari (verhalen)
    Herta Müller (Roemenië, 1953) leeft sinds de jaren tachtig in Duitsland, waar ze naar toe verhuisde nadat haar werk in Roemenië gecensureerd werd. Ze schrijft proza, poëzie en essays en won in 2009 de Nobelprijs. In Barrevoetse februari verwerkte ze ervaringen uit haar jeugd onder het bewind van Ceaușescu. Dictatuur is een terugkerend thema in haar boeken, wat haar wel eens verweten werd door critici. Muller schrijft in krachtig beeldend proza. Indringende beelden die de geschiedenis van de Duitssprekend Roemenen ten tijde van Ceaușescu doen herleven. Verhalen over een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt en over een vader die elke zondag dronken thuis komt. Wat vooral opvalt in haar werk is dat ze haar angst voor onderdrukking zeer invoelbaar overbrengt. Barrevoetse februari, een boek om te gaan lezen. Prijs € 15,95, Blz.: 160, vertaald door Ria Hengel en uitgegeven bij De Geus.

    Een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt; een straat die alleen geasfalteerd is aan de kant van de burgemeesterswoning; de zondagen waarop een vader in een zwarte jas het huis verlaat en ’s avonds dronken thuiskomt. I – See more at: http://www.degeus.nl/boeken/detail/3472/barrevoetse-februari-1.html#sthash.83IzYOHq.dpuf
    Een groep zigeuners die onrust in het dorp brengt; een straat die alleen geasfalteerd is aan de kant van de burgemeesterswoning; de zondagen waarop een vader in een zwarte jas het huis verlaat en ’s avonds dronken thuiskomt. I – See more at: http://www.degeus.nl/boeken/detail/3472/barrevoetse-februari-1.html#sthash.83IzYOHq.dpuf

     

    Ceau?escu
    Ceau?escuLieke2De eerste letter

    Lieke2 De eerste letter
    Vooruit nog een poëziebundel. Er komt zoveel mooie poëzie voorbij maar op de bundel van Lieke Marsman werd gewacht. Na haar succesvolle debuut in 2011, waar maar liefst 3000 exemplaren van verkocht werden (voor een dichtbundel ongelooflijk veel) is onlangs haar tweede bundel De eerste letter verschenen.  Deze bundel evenaart haar debuut qua zeggingskracht en mooie, stipte taalgebruik. Marsman gaf het een motto van Rainer Maria Rilke mee. Een citaat uit Het dagboek van Malte Laurids Brigge, dat zowel het begrip ‘angst’ als de onzegbaarheid van die angst in zich draagt. Een bundel die zich aan je opdringt. De eerste letter bevat 39 gedichten verdeeld over vier afdelingen. Prijs: € 14,50, uitgegeven door Van Oorschot.

    I. v/d Graaf

     

  • Daniel Vis wint landstitel Slampion 2014

    Poëzie prijs

    Tijdens de Nacht van de Poëzie ruim twee jaar geleden (2011), vertolkte Daniel Vis (1988) op larmoyante en zeer geloofwaardige wijze de jong overleden dichter Jotie ’t Hoofd; ‘Op een dag zal ik weg zijn / en wat dan? (…). Die nacht won Boris de Jong het kampioenschap Poetry Slam (waar is hij gebleven?). Daniel Vis’ debuutbundel verschijnt in april bij uitgeverij Prometheus en zaterdag 1 februari won hij het Kampioenschap Poetry Slam 2014. In juni zal hij Nederland vertegenwoordigen tijdens het Wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs.

    In muziekcentrum Rasa te Utrecht streden acht dichters om de landstitel. Het NK Poetry Slam werd dit jaar voor de twaalfde maal gehouden en is onderdeel van de landelijke Poëzieweek. In de jury zaten dichter Ester Naomi Perquin, schrijver/cabaretier Arjen Lubach en dichter Andy Fierens.

    Daniël Vis moest het in de finale opnemen tegen Gijs ter Haar. De finalisten gingen elkaar met woorden te lijf op het podium. Zowel Ter Haar als Vis kon op sympathie van de jury rekenen. Uiteindelijk won  Vis in de publieksstemming op een haarbreed afstand van Ter Haar. Vis won hiermee de landstitel Slampion 2014, een geldbedrag van 1000 euro en de wisseltrofee De Gouden Vink, vernoemd naar dichter en inspirator van poetry slam, Simon Vinkenoog.

    Woensdag 5 februari a.s. treedt Daniël Vis samen met Antoine de Kom (VSB Poëzieprijs 2014), Paul Bogaert (Herman de Coninckprijs 2014) en de winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd op tijdens het Gedichtenbal, wat tevens het slotevenement is van de Poëzieweek 2014.

    Foto: Alexander van der Linden.

  • VSB Poëzieprijs voor Antoine de Kom

    Literaire prijzen

    Antoine de Kom is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2014. De dichter krijgt de prijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel van het afgelopen jaar voor zijn bundel Ritmisch zonder string (Querido). Tijdens een feestelijke avond in het Stadhuis van Rotterdam ontving De Kom de prijs uit handen van burgemeester en juryvoorzitter Ahmed Aboutaleb. Aan de prijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Ook de dichters Maria Barnas, F. van Dixhoorn, Micha Hamel en Miriam Van Hee maakten kans op de prijs.

    De jury was unaniem in het aanwijzen van Antoine de Kom als winnaar. “Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met slang en folklore, worden in Ritmisch zonder string vele werelden welhaast tastbaar.” Lovend spreekt de jury over De Koms diep verankerde engagement waarin ook plaats is voor spot waar het de rol van de dichter betreft. “Zijn voortdurende gevecht met zinsbouw en grammatica geeft zijn taal spanning, vaart en energie.” In Ritmisch zonder string klinkt een nieuw geluid waar grote behoefte aan is: “Dit is poëzie die erbij gebaat is zichtbaar te zijn in de wereld en veel wereld binnen brengt, deze poëzie verdient een wereldse beloning”, aldus de jury.

    De jury bestaande uit Saskia de Jong, Hilde Keteleer, Joep Leerssen, Jan Rock en Ahmed Aboutaleb, nomineerden in november vijf van de in totaal 115 bundels die allen tussen 1 september 2012 en 31 augustus 2013 verschenen. Uit alle ingezonden bundels koos juryvoorzitter Ahmed Aboutaleb zijn 100 favoriete gedichten voor de bloemlezing De 100 beste gedichten. De uitgave van De Arbeiderspers en Stichting VSB Poëzieprijs is tijdens de uitreiking gepresenteerd en is vanaf vandaag verkrijgbaar in de boekhandel.

     

     

  • Belgische Dichter des Vaderlands

    Vanaf 29 januari a.s. mag Charles Ducal zich de eerste Belgische Dichter des Vaderlands noemen. Dan zal hij in Passa Porta in Brussel zijn aanvaardingsspeach uitspreken en zijn eerste werk als Dichter des Vaderlands voorlezen. De komende twee jaar reageert hij op de actualiteit in een reeks gedichten die telkens in de drie landstalen te lezen zijn. Deze verschijnen tegelijk in De Morgen, L’Avenir en GrenzEcho, en op de officiële website dichterdesvaderlands.be.

    De Vlaamse dichter Charles Ducal publiceert in het Nederlands. De eretitel zal na twee jaar worden overgedragen aan een Franstalige dichter. Om de twee jaar wordt een dichter uit een andere taalgemeenschap aangesteld.

    Het idee is ontstaan in navolging van de ‘Dichter des Vaderlands’ in Nederland die sinds 2000 wordt benoemd door Poetry International. In België is het een literair initiatief van het Poëziecentrum (Gent), La Maison de la Poésie et de la Langue française (Namen) en de nieuwe literaire organisatie VONK & Zonen (Antwerpen), in samenwerking met Passa Porta (Brussel).

    Toegang is gratis (aanvang 12.30 uur), maar reserveren is aanbevolen.

     

  • Boekencafé in debat met verschillende auteurs, thema: 'De zeven hoofdzonden'

     Agenda

    De laatste vijf dagen van januari staan in het Boekencafé in het teken van De zeven hoofdzonden. Het Boekencafé is nieuw in Amsterdam: een week lang, van maandag 27 t/m vrijdag 31 januari, vanaf 17.00 uur gesprekken met schrijvers. Vijf achtereenvolgende avonden waarop gedebatteerd zal worden tussen een bekende auteur en evenzo bekende interviewer over De zeven hoofdzonden. Toegang is gratis, iedereen is welkom.

    Het Boekencafé opent maandag 27 januari met een verrassend herengesprek tussen Jan Siebelink en John Jansen van Galen.

    Waarna de volgende auteurs met de daarbij behorende thema’s aanwezig zullen:
    Di. 28 januari: Poëzie en beeldende kunst verenigd in een boek / Anton de Goede in gesprek met Menno Wigman en Diana Scherer.
    Wo.29 januari: Het succes van culinaire boeken / Yvette van Boven in gesprek met Harold Hamersma en Janneke Vreugdenhil.
    Do. 30 januari: Caraïbische letteren / Michiel van Kempen in gesprek met Karin Amatmoekrim en Stephan Sanders.
    Vr. 31 januari: Ode aan Bernlef, schrijver en jazzliefhebber. Met live muziek en Bernlefs teksten over jazzmuziek.

    Tijd: elke dag vanaf 17.00 uur inloop, 17.30 uur start gesprek
    Na afloop tijd voor een borrel (18.45 uur).
    Adres: Amsterdamse Academische Club,
    Oudezijds Achterburgwal 235, Amsterdam.
    Graag aanmelden via aac.uva.nl/agenda

    Boekencafé is een nieuw begrip in Amsterdam en een initiatief van Boekface. Programmering is in handen van Vera de Kort. Zie ook boekface.

     

  • Esther Gerritsen wint driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs

    Literaire prijs

    Esther Gerritsen wint de Frans Kellendonk-prijs 2014, zo maakte haar uitgever De Geus vorige week bekend. De prijs wordt haar toegekend voor haar hele oeuvre. Gerritsen zoekt, aldus de jury,. De jury, bestaande uit Jasper Henderson, Ton van Kalmthout en Maria Vlaar, waren van mening dat Gerritsen in haar proza voortdurend de grens opzoekt tussen normaal en zonderling gedrag, tussen publieke en privézaken. De Frans Kellendonk-prijs bestaat uit een oorkonde en een bedrag van € 5.000,-. De prijs wordt op 24 februari 2014 uitgereikt.

    Esther Gerritsen (1972) debuteerde in 2000 met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn. Twee romans volgden, Tussen Een Persoon en Normale dagen (longlist Libris Literatuurprijs 2006). In 2008 verscheen haar alom geprezen De kleine miezerige god (longlist Gouden Uil 2008). Twee jaar later kreeg de roman Superduif een nominatie voor de Libris Literatuurprijs. In 2011 volgde een bundeling van columns en artikelen, Jij hebt iets leuks over je. In 2012 verraste ze met de roman Dorst. Hiermee stond ze op de toplist van de AKO Literatuurprijs, de shortlist van de Libris Literatuurprijs en werd ze genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de Dioraphte Jongeren Literatuurprijs.

    In 1993 werd de driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs in het leven geroepen. Een prijs  voor Nederlandstalig literair werk of oeuvre dat getuigt van een onafhankelijke en originele geest waarmee maatschappelijke of existentiële problematiek wordt behandeld. In het verleden werd de prijs voor het gehele oeuvre toegekend aan onder meer Kristien Hemmerechts (1993), Dirk van Weelden (1999), Arnon Grunberg (2011). In 1996 won Benno Barnard de prijs met zijn literaire werk, Het gat in de wereld (uit 1993).   De prijs is ingesteld op initiatief van de Stichting Frans Kellendonk Fonds ter ere van en nagedachtenis aan de Nederlandse schrijver Frans Kellendonk (1951-1990).

    Lees hier het gehele juryrapport.

     

     

  • Kira Wuck

    En hier, een gedicht van Kira Wuck.

    ,
  • Blind bookdates, voorlezen, dansen en muziek bij Jonge Schrijversavond

    Agenda

    Vrijdag 25 oktober vindt in de Stadsschouwburg Amsterdam de vijfde editie plaats van de Jonge Schrijversavond. Deze avond rondom de literatuur van de toekomst biedt een gevarieerd programma dat bestaat uit auteursoptredens, finale van de nieuwe talentenjacht Manuscripting, de literaire datemaker Loveletters en het inmiddels roemruchte Jonge Schrijversbal.

    Het hoofdprogramma van de Jonge Schrijversavond vormen de optredens van schrijvers Franca Treur, Thomas Heerma van Voss, Ellen Deckwitz, Yannick Dangre, Charlotte van Zanten en Pepijn Lanen. In de monumentale Grote Zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam lezen de schrijvers voor uit eigen werk, waarna ze worden geïnterviewd door auteur Maurice Seleky, die in 2009 het initiatief nam tot de avond. De line-up van schrijvers is op verschillende manieren interessant. Pepijn Lanen ( bekend als lid van muziekformatie De Jeugd van Tegenwoordig) leest voor het eerst voor uit zijn debuut Sjeumig, een verhalenbundel die in november verschijnt. Verder won de Belgisch-Nederlandse auteur Yannick Dangre onlangs nog de Melopee Poëzieprijs en kijken vele lezers reikhalzend uit naar de tweede roman van schrijfster Franca Treur die in 2009 zeer succesvol debuteerde met Dorsvloer vol confetti.

    Jonge Schrijversbal, Manuscripting en Loveletters

    De avond sluit af met het Jonge Schrijversbal  met muziek van de Amsterdamse dj-duo’s Les Deux (Andela & Caron) en The Disco Accidents. Tijdens het bal zijn er nog verschillende activiteiten zoals: schrijvers signeren hun boeken, gelegenheid tot het kopen van boeken bij een stand van boekhandel Athenaeum (wie koopt krijgt een glas champagne) en singles met dezelfde boeksmaak beleven blind book dates met de literaire datemaker Loveletters. De Jonge Schrijversavond organiseert in samenwerking met SSBA Salon en Lebowski Publishers de finale van de nieuwe literaire talentenjacht Manuscripting. Drie getalenteerde schrijvers in spe pitchen hun manuscript in wording aan het publiek en een vakjury bestaande uit Job Lisman (hoofdredacteur van Uitgeverij Prometheus), Jennifer Boomkamp (redacteur bij Ambo-Anthos Publishers) en Willem Bisseling (literair agent bij Sebes & Van Gelderen).  

     

    Jonge Schrijversavond 2013

    Vrijdag 25 oktober
    Stadsschouwburg Amsterdam
    Tijd: 20.15 – 03.00 uur
    Kaarten: € 12,- via www.ssba.nl
    Meer informatie: www.jongeschrijversavond.nl

  • In memoriam Kofi Awoonor 1935-2013


    In memoriam Kofi Awoonor (1935 Ghana-2013 Kenia)

    ,
  • Bovenlicht – José Saramago (roman uit 1953 postuum verschenen)

    Etalage

    José Saramago (1922-2010) debuteerde in 1947 met de roman Land van de zonde. Op zijn dertigste voltooide hij zijn tweede roman die om duistere redenen nooit werd uitgeven. In de twintig jaar die daarop volgden onthield hij zich van de literatuur en schreef alleen nog  journalistieke stukken. Tot hij op zijn drieënvijftigste ervoor koos zijn leven te wijden aan de literatuur. Vanaf die tijd publiceert Saramago een groot aantal romans. Waarvan Het evangelie volgens Jezus Christus, De stad der zienden, De stad der blinden, Het verzuim van de dood, De tocht van de Olifant, Het schijnbestaan en Kaïn, wel de bekendsten zijn. In 1982 brak hij internationaal door met de roman Memoriaal van het klooster.

    Bovenlicht speelt in het Lissabon van de jaren vijftig en verhaalt over de dagelijkse besognes van vijf stadsbewoners die leven onder de dictatoriale druk van Salazar. ‘Een schrijver blikt uit het raam, het lijkt een morgen als alle andere: schoenmaker Silvestre die zijn winkel opent, Adriana die op haar hakken naar kantoor vertrekt, Justina die weer een lange dag vol ruzie met haar agressieve echtgenoot voor de boeg heeft, de maîtresse Lidia, en de nostalgische Spaanse Carmen. De schrijver laat zijn ogen discreet van huis naar huis gaan, van personage naar personage.’
    ‘Saudades’ naar toen het leven nog een belofte in zich droeg alsook de kleine illusies en grote frustraties van deze personages worden nauwgezet beschreven. En net als de dichter Pessoa vraagt de auteur zich af: ‘Moeten wij allen getrouwd, onbeduidend en dienstbaar zijn?’’

    José de Sousa Saramago won in 1998 de Nobelprijs voor de Literatuur. Als de uitgever aan wie hij zijn werk had toevertrouwd, dit toentertijd  geweten had, zou het manuscript niet zo veronachtzaamd behandeld zijn. Maar voor de liefhebbers van Saramago is deze roman natuurlijk een onverwachte toegift op zijn werk alsof hij hiermee over het graf heen een teken van leven geeft. En voor degenen die onbekend zijn met het werk van Saramago is Bovenlicht een verrassende kennismaking met deze grootse Portugese literator. Volgens Saramago’s weduwe Pilar del Rio, is dit zestig jaar oude werk ‘de poort naar al zijn werk’.

    Op de site van Athenaeum Boekhandel staat een voorpublicatie van Bovenlicht.
    De roman is vertaald door Maartje de Kort en is verschenen bij uitgeverij Meulenhoff.


     

  • Vakantierubriek 2013 – Thomas van Lier

    Frankrijk: Reis naar het einde van nacht en De wereld als markt en strijd

    In de avonduren op de camping in Normandië las ik de Nederlandse vertaling van Reis naar het einde van de nacht (1932) van Louis-Ferdinand Céline. Het invloedrijke boek maakte zo’n indruk dat ik op vakantie geen ander boek meer heb gelezen toen ik het uit had. Ik maak een vergelijking met het debuut van Michel Houellebecq, die door Céline beïnvloed is.

    De nieuwsgierige, immer ontevreden en rusteloze hoofdpersoon Bardamu neemt je mee naar de absurditeiten van de Eerste Wereldoorlog, waarin de autoriteiten de naïeve en machteloze soldaten aanmoedigen om zich voor volk en vaderland te laten afslachten aan het front. Bardamu heeft daar echter geen zin en weigert nog langer mee te doen aan de zinloze strijd, wat hem de minachting van zijn vriendinnetje Musyne oplevert. Bardamu, die in het boek terugblikt op zijn jonge jaren, zegt: ‘Ontegenzeglijk werkt de oorlog op hun eierstokken, ze eisten helden, en ook al was je dat absoluut niet, je moest toch net doen alsof, of anders hing het ergste en schandelijkste lot je boven ’t hoofd’. De Reis staat vol met dit soort scherpe en meedogenloze commentaren op het menselijke gedrag, die vrijwel altijd, aangenaam of niet, hout snijden. Céline toont ons de wereld als een grote komedie, waarin mensen constant bezig zijn om de lage motieven waardoor ze worden gedreven te verhullen.

    Bardamu wil weten hoe de wereld daadwerkelijk in elkaar zit en dat brengt hem geregeld in de problemen. Wanneer hij genoeg heeft van de oorlog, vertrekt hij per schip naar de tropen, waar hem een nieuw avontuur te wachten staat. Aan boord krijgt hij het aan de stok met zowat de hele bemanning, feestvierende koloniale ambtenaren die zich bedreigd voelen door de mysterieuze, zwijgende vreemdeling die wel betaald heeft voor de overtocht. Zodra iedereen misbruik maakt van zijn positie (de privileges van een ambtenaar) is er immers niets aan de hand, maar een spelbreker als Bardamu gooit roet in het eten. Ze voelen zich betrapt en willen van de ‘verrader’ af. Kort gezegd: Bardamu haalt zich de grootste ellende op de hals door zich aan de regels te houden. Later, wanneer hij dokter is in een arme voorstad van Parijs, weten zijn patiënten hem zover te krijgen onbetaald te werken. Je kunt toch niets vragen van een arme sloeber? redeneert de jonge arts. Bardamu wordt er steeds weer ingeluisd. Wanneer hij bij een schimmig zaakje betrokken raakt, laat hij echter zijn goede intenties varen. Dan kiest hij er bewust voor om ‘verder te gaan in de nacht’.

    Célines aandacht voor de schaduwzijde van het bestaan, voor ziekte, dood en verval, zien we terug in het oeuvre van de hedendaagse Franse auteur Michel Houellebecq, die als provocateur menig heilig huisje omver heeft geworpen. Bij het grote publiek is hij doorgebroken met zijn tweede roman Elementaire Deeltjes (1998), waarin de auteur aan de hand van de halfbroers Bruno en Michel vileine kritiek levert op de liberale verworvenheden sinds de studentenopstanden van mei 1968, toen de bestaande maatschappelijke orde het moest ontgelden. Volgens Houellebecq heeft de ineenstorting van de oude maatschappelijke structuren, waarbinnen individuen hun leven zin konden geven, alleen maar geleid tot de hegemonie van de markt, die weer alle ruimte geeft aan de dierlijke, onbeschaafde aard van de mens. Mensen (lees: mannen) zijn concurrenten, zelfs rivalen van elkaar, die met elkaar strijden om de beste banen en de mooiste vrouwtjes. De verliezers van deze strijd, die in Houellebecqs boeken centraal staan, leiden een gedesoriënteerd bestaan zonder liefde, seks of sociale contacten.

    In Houellebecqs debuut De wereld als markt en strijd (1994) zijn al deze ingrediënten al in korte, bondige vorm aanwezig. De ik-persoon, die zich presenteert als het alter ego van de schrijver, vertelt over zijn kleurloze bestaan als werknemer van een softwarebedrijf en zijn collega Tisserand, met wie hij op werkreis gaat naar Rouen, een stad ten Noordwesten van Parijs. Tisserand heeft het financieel goed voor elkaar, maar door zijn uiterlijk en zijn gebrekkige sociale vaardigheden heeft hij nog nooit seksueel contact gehad met vrouwen, wat hem mateloos kwelt. De ik-persoon, die zijn eigen leven ook als mislukt beschouwt, probeert zijn collega ervan te overtuigen een daad te stellen waarmee hij zijn frustraties voorgoed wegneemt.

    Kun je beide romans, gezien hun afrekening met de maatschappij, cynisch noemen? De hoofdpersoon van De wereld als markt en strijd koestert een zelfverklaarde haat tegen de wereld, die hem er ook toe brengt Tisserand te overtuigen van zijn daad. De moderne samenleving heeft van het leven een war of all against all gemaakt, waarbij het recht van de sterkste geldt. Maar in De Reis overheerst de ontnuchtering, teleurstelling van Bardamu over het gewone volk dat zich steeds weer door de autoriteiten laat bedriegen en bestelen, maar dat zelf ook toepast op anderen. Iedereen is uit op zijn eigenbelang. De mensen hebben wel liefde voor anderen in zich, het enige wat volgens de verteller Bardamu een mens boven de zinloosheid van zijn eigen bestaan doet uitstijgen, maar die stoppen ze uit angst weg. De enkele keer dat Bardamu geconfronteerd wordt met oprechte, onbedorven naastenliefde, weet hij zich daar zelf ook geen raad mee.

    Hoewel Houellebecqs debuut geschreven is in een droge, formele maar directe stijl, is Reis naar het einde van nacht alleen al door de talrijke metaforen, overdrijvingen en treffende vergelijkingen een genot om te lezen. Célines sarcasme gaat, anders dan bij Houellebecq, vrijwel altijd gepaard met humor. Over de middenstandsvrouwen die ’s ochtends naar de markt gaan met de tram, schrijft hij: ‘Zo rijden ze samengeperst als vuilnis in die metalen bak heel Rancy door, en zitten er met z’n allen flink in te stinken, vooral als ’t zomer is.’ Célines taalgebruik is door generaties schrijvers geprezen om zijn levendigheid, waarmee de auteur volgens Simone de Beauvoir ‘een nieuw instrument had gesmeed’. Genoeg redenen dus om dit bijzondere boek in de vakantie, wanneer je daar de tijd voor hebt, te lezen.

  • Literatuurhuis sluit seizoen met eerste sessie CitySessions succcesvol af

    Het was zo’n  zomerse zondagmiddag dat het beter is de stad te mijden wanneer je er niets te zoeken hebt. Ware het niet dat Het Literatuurhuis in de Winkel van Sinkel te Utrecht op 7 juli een ontmoeting had geregeld tussen ‘Nederlandse lezers’ en de Iers-Amerikaanse schrijver Colum McCann (1965). Terwijl de vrouw van McCann en zijn kinderen zich per boot over de Utrechtse grachten lieten vervoeren, bezong Jan van Mersbergen zijn schrijverskunst en ging Hans Bouman met de schrijver in gesprek over zijn oeuvre. Het geroezemoes vanaf de straat dat door de geopende hoge deuren langs de aanwezigen gleed, samen met het uitzicht op de Domtoren en de Oude gracht gaf deze middag een onverwacht Zuid-Europees cachet.

    Het Literatuurhuis organiseert jaarlijks in april City2Cities, een internationaal literair festival waar twee Europese steden elkaar ontmoeten. Dit jaar waren Berlijn en Lissabon te gast. Voor de vierde editie in 2014 zijn Dublin en Boedapest uitgenodigd. CitySessions is in het leven geroepen om maandelijks of tweemaandelijks een buitenlandse schrijver een podium te bieden en het gebied tussen de City2Cities festivals te overbruggen. Colum McCann, die inspiratie vond bij schrijvers als John Berger (trilogie: De vrucht van hun arbeid) en Michael Ondaatje (De Engelse patiënt) en zelf auteur van zes romans was de allereerste gast van CitySessions.

    Voor McCann aan het woord kwam sprak Jan van Mersbergen  (Naar de overkant van de nacht) vol lof over hem. Van Mersbergen maakte in 2010 voor het eerst kennis met zijn werk. Het was tijdens een vakantie op Schiermonnikoog met zijn toenmalige vriendin en kinderen dat een dringende nood tot lezen hem naar de plaatselijke boekhandel dreef waar hij een boek van McCann kocht. Van Mersbergen is een gulzig lezer, nog voor hij het eerste boek uit had haastte hij zich nogmaals naar de boekwinkel en kocht een tweede boek van McCann. Hier was duidelijk sprake van liefde op het eerste gezicht. Hij geniet van McCann’s zegswijzen als: ‘Oh, wat veel regen voor zo’n kleine hemel,’ en sluit hiermee zijn lofrede af.

    Wat is er te ontlenen aan het feit dat je grootvader door dezelfde straten heeft gelopen als de auteur van Ulysses, James Joyces en je grootmoeder (inval)huishoudster is geweest bij Samuel Beckett? Het heeft er bij McCann in ieder geval toe geleid dat hij Ulysses ging lezen (om zijn grootvader te begrijpen moest hij het lezen) en schrijver werd. McCann is een makkelijke prater waar je graag naar luistert zoals ook zijn verhalen prettig lezen. Op de vragen van Hans Bouman (recensent Volkskrant) ‘hoe hij schrijft’ en waar hij het allemaal vandaan haalt gaf McCann antwoorden als: ‘Meest van de tijd weet ik niet wat ik doe. Later pas ontdek ik wat de roman vertelt.’ Of, ‘ Je herinnert je meer als je emigreert.’ En, “Ik beschrijf geen loze dingen, alles heeft een betekenis. Zola zei immers: ‘We zijn hier om ons leven hardop te leven.’” En dat is wat McCann doet in zijn boeken. Zijn romans hebben als uitgangspunt een historisch gegeven die hij vermengt met fictie waardoor het verhalen worden die ‘levensecht’ zijn en een ieder die nu leeft, aangaan. McCann houdt niet van de term historische romans. Hij brengt liever de historie naar het hier en nu.

    Dan leest McCann in korte, snel opeenvolgende zinnen voor uit zijn net verschenen roman Trans-Atlantisch dat speelt in 1845 en gaat over drie verschillende mannen en loopt langs evenzovele verhaallijnen. De eerste verhaallijn gaat over een zwarte Amerikaanse slaaf die in Ierland een willig oor vindt bij voorvechters van afschaffing van de slavernij. De tweede verhaallijn speelt in 1919. Twee piloten proberen het bloedbad van de Eerste Wereldoorlog te vergeten en maken met een omgebouwde bommenwerper de eerste trans-Atlantische vlucht van Newfoundland naar het westen van Ierland. En in 1998 steekt een Amerikaanse senator de oceaan over om te bemiddelen in het Noord-Ierse conflict. Drie verhalen die op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten worden door vrouwen die de oversteek naar Amerika en terug naar Ierland hebben gemaakt.

    Het heeft iets betoverends, de resonerende stem van McCann die de zaal vult en door de hoge open deuren naar buiten uitwaaiert over de zomers geklede mensen die flaneren langs de gracht. Daarbij geven de hoge grijze gebouwen aan de overkant van de gracht met de donkerrood geschilderde balkonweringen de indruk aan, laten we zeggen het Praca do Rossio in Lissabon te zitten. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de Angolees/Portugese schrijvers, Eduardo Agualusa en Goncalo M. Tavares nog niet zo lang geleden de stad aandeden.